Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Zeventien mannen, 'progressieve kunstenaars en intellectuelen' genoemd, hebben met hun 'Gravensteengroep' een manifest geschreven waarin ze de redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen ook hun strijd noemen, die niet telkens weer met (extreem-)rechts gedachtegoed mag worden geassocieerd. Een manifest van de grote principes. Hoe die concreet verder moet worden ingevuld, is dan weer niet zo duidelijk. Toegevoegd op 26.02: een reactie van 9 academici 'voor de internationalistische linkerzijde'. Toegevoegd op 29.02: een antwoord van Etienne Vermeersch, een artikel van Marnix Beyen, docent geschiedenis UA, en een reactie op de 'linkerzijde'
Een club van zeventien mannen, 'progressieve kunstenaars en intellectuelen' genoemd, hebben zich verenigd in de 'Gravensteengroep'. Aan de Lievekaai in Gent, in de schaduw van het Gravensteen, bespraken ze, zo de inleiding tot hun manifest dat ze op vrijdag 22 februari in De Standaard publiceerden, "de noodzaak om een moderne, democratische visie te ontwikkelen op de aanslepende politieke problemen in België." Enige intolerantie is het manifest, waarvan de ondertekenaars ondermeer de waarden van vrijheid en wederzijds respect centraal zeggen te stellen, merkwaardig genoeg niet vreemd. Al wie het met hun analyse niet eens is, krijgt een veeg uit de pan, want dezen ontbreekt het aan intellectuele moed: "dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse te maken", vinden ze onbegrijpelijk. Dat deze culturele wereld zich, "samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgisch status-quo," vinden ze onaanvaardbaar. (N.v.d.R. Vraag: wie klampt zich waaraan vast? Of moet men eerst een vijand creëren om zijn eigen standpunt daarvan te kunnen afzetten? Hadden ze niet beter die paragraaf geschrapt, want hij brengt niets bij aan de essentie van hun boodschap? ) Ze menen dat de taalgrens de kracht heeft van een staatsgrens, en wie in een grensgemeente een meerderheid verwerft, om de grenzen te verplaatsen, "daarmee het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten ondergraaft, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich."
Hiermee neemt bijvoorbeeld ondertekenaar Etienne Vermeersch wel een heel ander standpunt in dan in zijn opiniestukken in diezelfde krant van nog niet zo lang geleden, waarin hij voorstelde vier faciliteitengemeenten bij Brussel aan te hechten:
"In de acute crisissituatie die we nu beleven, is het van kapitaal belang dat iedereen zich duidelijk uitspreekt over het territorialiteitsbeginsel. Er kan voor de Vlamingen geen sprake zijn op dit punt toe te geven onder de vorm van in- of uitschrijvingsrechten, die het beginsel op termijn uithollen. Daar staat wel tegenover - de waarheid heeft haar rechten - dat de niet-uitdovende faciliteiten en de huidige politieke en juridische rechten van de Franstaligen in heel BHV in feite afbreuk doen aan het territorialiteitsbeginsel. Maar dat hebben de Vlamingen in de vorige overeenkomsten nu eenmaal aanvaard (ik krijg brieven met krampachtige pogingen om dat te betwisten, helaas vruchteloos). De splitsing van BHV, juridisch en politiek, moet er komen, maar compensaties zijn onvermijdelijk. Ze moeten echter ook een definitieve oplossing inzake territorialiteit brengen. Dus vier faciliteitengemeenten bij Brussel en in de twee andere worden de faciliteiten uitdovend (DS 20 september). De virtuele grens van Vlaanderen wordt verkleind (gemeenten met 80 procent Franstaligen vallen weg), maar de reële grens wordt uitgebreid (faciliteiten uitdovend)." (DS 13 nov '07)
Vreemd ook dat ondertekenaar Ludo Abicht nu Brussel als afzonderlijk gewest ziet zitten. Het manifest: "Daarnaast vormt reële tweetaligheid in Brussel, als hoofdstedelijk gewest, de laatste kans voor België om als confederale staat te overleven." Toch Brussel als derde gewest?
In een opiniestuk in De Standaard op 25 april '07, mede door Ludo Abicht ondertekend, luidt het: "In een volgende communautaire bespreking zou Vlaanderen de fusie van het Brussels Gewest met het Vlaams Gewest ter tafel moeten brengen. Zo zal de Vlaamse regering de grondgebonden bevoegdheden over Brussel-19 uitoefenen. Dit is de toegeving die de Franstaligen moeten doen. Vlaanderen, van zijn kant, moet de Franstaligen van Brussel en de faciliteitengemeenten, als een culturele minderheid in zijn schoot opnemen, zonder hen tot voorwerp te maken van politieke of administratieve vervlaamsingsdruk. En het Vlaams Gewest moet ook financieel garant staan dat deze Franse Gemeenschap haar culturele en persoonsgebonden bevoegdheden kan uitoefenen."
3 gewesten? Wat met Brussel?
Het is natuurlijk ieders volste recht om van mening te veranderen, maar de wijziging lijkt me bij beiden toch erg groot, zonder enige motivatie. Of was dit nodig om tussen de vele lente-, warande- en andere manifesten toch een 'Links' discours met 17 ondertekenaars te kunnen laten horen? ('Vlaams is links', schrijft De Standaard in de titel op blz. 2, waarin het manifest op blz. 25 wordt aangekondigd). Dat ze het principe nog eens duidelijk stellen dat de politieke solidariteit moet geëerbiedigd worden, met name het respect voor grens en ruimte, om verder te kunnen discussiëren over sociaal-economische solidariteit, is zeker terecht. Dat is het sterkste punt van hun boodschap. Daar vinden ze zelfs bij een prominent B-plusser een bondgenoot: Wilfried Martens stelde in de uitzending ‘Rondas’ op zondag 17 februari dat een van de voorwaarden voor het voortbestaan van een federaal België is, dat de Franstaligen ‘vrede’ willen sluiten, en ophouden met hun eisen tot territoriale uitbreiding van het Franstalig gebied. Ze hoeven dus met hun manifest niet meer de indruk weg te nemen dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met (extreem-)rechts gedachtegoed worden geassocieerd. Tenzij ze Martens ook beschouwen als (extreem-)rechts ?
Echter, na de grote principes te hebben geformuleerd, is hun vraag verder heel erg vaag: "In het verlengde van deze moderniseringsgedachte vragen wij transparante politieke structuren, responsabilisering van de regionale besturen, de toepassing van democratische grondrechten, en onschendbaarheid van taalgrenzen." Wat moet men daar allemaal onder verstaan? Hoe denken zij hiermee van "een institutionele doolhof met zeven parlementen en zes regeringen" af te geraken?
Het manifest: " Als een consensus over deze basisbeginselen wordt afgewezen, is elke discussie over staatshervorming zinloos. Noodgedwongen moeten we dan de nodige stappen zetten om de regio's als onafhankelijke staten deel te laten uitmaken van de Europese Unie." Gaat het dan om 3 regio's? Laten ze Brussel vallen als Vlaams gebied? Krijgen de Franstaligen dan in Vlaanderen, zoals Abicht e.a. het eerder voorstelde, de rechten van een culturele minderheid? Moeten ze dan niet meer, zoals de laagopgeleide allochtone migranten, de inspanning doen om de taal van het nieuwe thuisland eigen maken? Op zijn minst zijn die 17 mannen een beter en duidelijker antwoord op die vragen verschuldigd. Wat er 'links' is aan hun manifest, behalve het feit dat ze (linkse) 'progressieve kunstenaars en intellectuelen' worden genoemd, kunnen ze wellicht ook even verduidelijken.. We moeten dus wachten op een eventueel 'Gravensteenmanifest II' om daar meer duidelijkheid over te krijgen.
Hoe het verder ging, kan u hier.... lezen (Een nieuw Gravensteenmanifest?) en hier... (Represailles voor ondertekenaars?).
Een tweede Gravensteenmanifest van 28.04.08 en de eerste tekst van de Vooruitgroep staat dan weer hier...
Het Gravensteenmanifest - de tekst:
De ondertekenaars van dit manifest, die zich de Gravensteengroep noemen, vertrekken vanuit verschillende politieke en ideologische uitgangspunten, maar zijn het eens in hun gehechtheid aan de democratie en de mensenrechten. Zij stellen de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect centraal en wijzen alle vormen van racisme en xenofobie radicaal af.
Zij zijn echter verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met (extreem-)rechts gedachtegoed worden geassocieerd. Daarom wensen ze de volgende standpunten naar voren te brengen.
Bij het ontstaan van België in 1830 heeft de francofone bourgeoisie de kans schoon gezien haar prioriteiten veilig te stellen, door een regime te installeren dat essentieel op sociale ongelijkheid en discriminatie van de Vlaamse taal en bevolking was gefundeerd. Die sociaal-economische ongelijkheid is mettertijd in grote mate weggewerkt dankzij een strijdbare arbeidersbeweging. Het recht op eigen taal en cultuur hebben de Vlamingen echter moeten afdwingen via een kluwen van ondoorzichtige compromissen. Het resultaat is een omslachtige staatsstructuur, een institutionele doolhof met zeven parlementen en zes regeringen. Onze 'imagoschade' in het buitenland wordt niet alleen veroorzaakt door de voorbije formatiecrisis, maar ook door de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt. De verkiezingsuitslag van 10 juni 2007 in Vlaanderen is mee veroorzaakt door het ongenoegen over deze historische vergroeiing en lijkt een onomkeerbare optie op de toekomst te nemen.
Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgisch status-quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard 'progressief Vlaanderen' stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen. Ons aanknopingspunt is niet een belegen Vlaams romantisme, maar wel de Verlichtingsfilosofie, het democratisch gelijkheidsbeginsel, een moderne visie rond decentralisatie, subsidiariteit, schaalverkleining en regionale autonomie die overal in Europa aan de orde is, van Schotland tot Kosovo, en van Catalonië tot Estland.
Centraal staat daarin het principe van territorialiteit. In 1962-63 werden de definitieve grenzen vastgelegd van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België, als taalkundige én culturele ruimtes binnen het Belgische federaal bestel. Dit nadat al in 1932 de eentaligheid der regio's, mee onder sterke Waalse druk, werd aanvaard. De taalgrens heeft hier in dit opzicht de kracht van een staatsgrens. Zo'n ruimtelijke afbakening impliceert bepaalde spelregels, nodig voor een gezond sociaal weefsel. Wereldwijd beschouwt men het namelijk als evident dat een immigrant, na een aanpassingsperiode, zich inburgert door zich de taal van het nieuwe thuisland eigen te maken. Dit doet geen afbreuk aan de mensenrechten inzake godsdienst, culturele eigenheid of taalgebruik in de privé-sfeer. Laagopgeleide allochtone migranten doen deze inspanning met vrucht, terwijl veelal hoogopgeleide Franstalige inwijkelingen in Vlaanderen dit om principiële redenen niét blijken te doen, hierin gesteund door hun politici. Sommigen menen zelfs dat het volstaat, in een grensgemeente een meerderheid te verwerven, om de grenzen te verplaatsen. Daarmee ondergraven ze het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich. Men kan zich indenken hoe de Fransen zouden reageren, mocht een Duitstalige meerderheid in een Franse grensgemeente eventjes de grenzen tussen beide landen willen wijzigen…
De ondertekenaars van dit manifest vinden daarom dat elke discussie over sociaal-economische solidariteit onmogelijk wordt, indien men de politieke solidariteit, dit wil zeggen het wederzijds respect voor grens en ruimte, niet eerbiedigt. Er is een ommekeer in de mentaliteit nodig bij de francofone politici: wij hoeven dit respect niet 'af te kopen'. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is een toepassing van dat in de grondwet verankerd territorialiteitsbeginsel. Daarnaast vormt reële tweetaligheid in Brussel, als hoofdstedelijk gewest, de laatste kans voor België om als confederale staat te overleven.
Als een consensus over deze basisbeginselen wordt afgewezen, is elke discussie over staatshervorming zinloos. Noodgedwongen moeten we dan de nodige stappen zetten om de regio's als onafhankelijke staten deel te laten uitmaken van de Europese Unie. Overigens, in de post-Belgische context van de Europese samenwerking kan interregionale solidariteit maximaal spelen. Wij willen, als welvarende regio, zowel de interpersoonlijke als de interregionale solidariteit in stand houden. Met ons hoofd én met ons hart. Maar niet met een latent onbehagen over cultuurimperialisme, ongezond parasitisme, en verborgen partijpolitieke agenda's.
Dit België is zonder duidelijke, onherroepelijke afspraken niet werkbaar. Wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat. In het verlengde van deze moderniseringsgedachte vragen wij transparante politieke structuren, responsabilisering van de regionale besturen, de toepassing van democratische grondrechten, en onschendbaarheid van taalgrenzen. Met onze Franstalige vrienden als het kan, zonder hen als het moet.
Meer autonomie zal eenieder tot voordeel strekken. Gelukkig groeit aan beide zijden van de taalgrens het besef dat ook Franstalig België zijn eigen groeikansen hypothekeert in de mate dat het zich laat gijzelen door politici die zweren bij de status-quo. De oude vijandbeelden moeten vervangen worden door nieuwe samenwerkingsverbanden, gebaseerd op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Wallonië als bevriende partnernatie lijkt ons een aantrekkelijker perspectief dan een staatsbestel dat zich van de ene crisis naar de andere voortsleept.
Etienne Vermeersch, Fransjos Verdoodt, Piet van Eeckhaut, Jef Turf, Bart Staes, Johan Sanctorum, Jean-Pierre Rondas, Yves Panneels, Chris Michel, Bart Maddens, Paul Ghijsels, Paul De Ridder, Dirk Denoyelle, Peter De Graeve, Eric Defoort, Jo de Caluwe, Ludo Abicht
Men kan hun tekst nog eens nalezen op hun website, waar men ook het manifest mee kan ondertekenen
Aanvulling: het manifest verscheen ook in Le Soir van zaterdag 23 februari onder de titel 'Avec nos amis francophones, si possible; sans eux s'il le faut'.
De ondertekenaars krijgen tussen haakjes een nadere omschrijving: Ludo Abicht (professeur de philo), Jo de Caluwé (acteur), Eric Defoort (historien), Peter De Graeve (philosophe), Dirk Denoyelle (imitateur), Paul De Ridder (docteur en histoire), Paul Ghijsels (ex-journaliste VRT), Bart Maddens (professeur de sciences politiques), Jean-Pierre Rondas (producteur radio), Johan Sanctorum (philosophe), Bart Staes (eurodéputé Groen!), Jef Turf (communiste), Piet van Eeckhaut (avocat), Fransjos Verdoodt (historien) et Etienne Vermeersch (professeur de philosophie).