Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Het is evident dat een onderhandelde oplossing van BHV de voorkeur geniet, omdat men dan verschillende hangende communautaire problemen gelijktijdig kan oplossen en afvoeren, en er gebruik kan van maken om het Brussels kluwen te rationaliseren. We doen hierbij een voorstel.
Een deal rond de splitsing van BHV kan dan meteen ook schoon schip maken in het Brussels kluwen van instellingen: een ruil van bevoegdheden tussen Vlaanderen en Brussel, gekoppeld aan een drastische rationalisatie van het bestuur in Brussel, een eind stellen aan de rampzalige faciliteiten door de overdracht aan een ‘nieuw’ Brussel van drie faciliteitengemeenten en het uitdoven van de faciliteiten in de andere gemeenten.
Brussel heeft de verkeerde bevoegdheden
Door de overdracht van bevoegdheden van het federale niveau naar de Franse en Vlaamse Gemeenschap ontstaat er een verschillende behandeling van de bewoners van Brussel, die moeten kiezen tussen ‘Vlaming’ of ‘Franstalige’, terwijl die keuze volledig haaks staat op de samenstelling van de bevolking (ook de ‘Franstalige Belg’ is er een minderheid geworden). Het Brussels Gewest heeft de verkeerde bevoegdheden: waar ruimtelijke ordening, transport e.d. in een grotere ruimte moeten bekeken worden, mist Brussel de bevoegdheden om zijn burgers gelijk te bedienen met ‘persoonsgebonden’ diensten, aangepast aan de samenstelling van de bevolking: twee- en meertalig onderwijs om er maar een te noemen. Vlaanderen en de Franse Gemeenschap dragen al hun gemeenschapsbevoegdheden over aan Brussel. In ruil hiervoor draagt Brussel (een deel van) zijn huidige gewestelijke bevoegdheden over aan het Vlaams Gewest. ‘Brussel’ is de fusie van de huidige 19 gemeenten tot één stad, met districtsraden. De 17 regionale en pararegionale instellingen worden in de diensten van de stad geintegreerd, alsook het bestuurlijk arrondissement, de Vlaamse, Franse en Gemeenschappelijke Commissies. Dit nieuwe Brussel beschikt dan over alle bevoegdheden om zijn culturele en persoonsgebonden aangelegenheden te regelen binnen de tweetalige stad (of drietalige, met Engels), bestuurd door gemeenteraadsleden, een burgemeester en schepenen. Miljoenensteden als Londen, Parijs en Berlijn, tevens hoofdsteden, hebben geen 5 ministers en 3 staatssecretarissen, en worden geleid door een ‘simpele’ burgemeester. Het heet niet meer Brussels Gewest, maar Stad Brussel. De subnationaliteit verdwijnt, en daarmee ook de gegarandeerde mandaten van de Vlamingen in het Brussels bestuur. De Vlamingen moeten zich verder kunnen ontplooien in hun stad, maar dat is een zaak die in wetgeving moet verankerd worden, niet in een kluwen van instellingen en gegarandeerde politieke posten. België bestaat dan uit een Waals (annex Duitse Gemeenschap) en Vlaams gewest, en zijn hoofdSTAD Brussel.
Inzake ruimtelijke ordening, gemeenschappelijk vervoer, wegenaanleg, enz.. kan een gecoördineerde politiek ontwikkeld worden voor Brussel en het omliggende gebied (de ‘Brusselse’ ring ligt hoofdzakelijk in Vlaanderen b.v.). Door gewestbevoegdheden over te dragen wordt Brussel niets te kort gedaan, in tegendeel, ze wordt onlast van opdrachten die voor haar een maatje te groot zijn (omzetten van de vele Europese Richtlijnen b.v.), maar ze krijgt in ruil de volle bevoegdheden over Gemeenschapsgebonden zaken. Een aantal gewestelijke bevoegdheden kan Brussel behouden (nader te bepalen), naar analogie met de Duitstalige Gemeenschap, die ook sommige gewestbevoegdheden kreeg van het Waals Gewest. Belangrijk is dat zich dit situeert in het kader van eenvoudiger bestuur: Gewest enerzijds en één stad Brussel anderzijds, zonder weer nieuwe instellingen voor overleg en coördinatie. Het debat over de grenzen van Brussel verliest zijn symbolisch belang. Als enkele gemeenten toegevoegd worden aan Brussel, gaat het niet om het ‘prijsgeven van Vlaamse grond’, want ze blijven behoren tot het Gewest.
Afschaffen van de faciliteiten
In die context kan men het voorstel van Prof. Van Parijs van vorige zomer terug opnemen om de faciliteiten af te schaffen, na hem ook (toen toch nog) door Etienne Vermeersch verdedigd (DS, 20 sept 07). Hierover moet er wel een consensus zijn, want men wijzigt de afgesproken grenzen tussen de Gewesten. De vier kleinste gemeenten worden volgens hen overgeheveld naar Brussel, en in de twee andere, grotere gemeenten, doven de faciliteiten geleidelijk uit, met respect voor de verworven rechten van de huidige bewoners, maar niet voor wie er nog wordt geboren of er zich komt vestigen. De 2 die bij Vlaanderen zouden blijven: Sint-Genesius-Rode en Wemmel. De 4 die bij Brussel komen: Linkebeek, Kraainem, Wezembeek-Oppem en Drogenbos. Ik stel voor Drogenbos toe te voegen aan de lijst van gemeenten die niet overgedragen worden. De burgemeester van die gemeente ziet een aanhechting bij Brussel niet zitten. Dan blijven er drie van de zes gemeenten over (deze waar de burgemeesters niet benoemd geraken, maar dan hoeven die ook niet meer benoemd te worden, gezien die gemeenten districten worden van Brussel.. ): Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem (samen 31.300 inwoners en een totale oppervlakte van 16,7 km2). Niet veel meer dan een ‘grenscorrectie’, als men het vergelijkt met de oppervlakte van andere gemeenten in de buurt (Dilbeek 41,2 km2, Overijse 44,4 km2). Dan zouden eindelijk de faciliteiten verdwijnen (op een oppervlakte van 34 km2), en heel het circus errrond. Het Gewest Vlaanderen omvat dan een definitief eentalig gebied Vlaanderen dat het volledig beheert, inclusief alle Gemeenschapsbevoegdheden, en de cosmopolitische hoofdstad van Vlaanderen en van België, dat het gedeeltelijk beheert (wel de meeste gewest-, niet de gemeenschapsbevoegdheden).
Alle Brusselaars in het Vlaams parlement
Alle Brusselaars worden vertegenwoordigd in het Vlaams parlement. Brussel vormt hiervoor een afzonderlijke kieskring. BHV wordt gesplitst. De voertaal van dit parlement blijft het Nederlands, wat geen probleem mag zijn voor de Brusselse afgevaardigden van een meertalige stad. In het Waals parlement is de voertaal Frans, alhoewel er een Duitstalige Gemeenschap deel van uitmaakt. BHV splitsen vormt alleen een probleem omdat Franstalige Brusselse politici dan stemmen verliezen. Als men een federale kieskring voor de Kamer invoert (het Pavia-voorstel) kunnen Franstaligen uit ex-BHV verder voor Franstalige Brusselse politici kiezen. Bij de Europese verkiezingen kan dat eveneens, gezien Brussel dan behoort tot de kieskring van het Vlaams Gewest.
Zijn de Franstalige Brusselse politici bereid de splitsing van BHV te aanvaarden in ruil voor een efficiënter en beter bestuur voor hun Brusselaars? Zijn de Vlaamse politici bereid een grenscorrectie te aanvaarden als Brussel, samen met hen, beter bestuurd wordt? In het Brussels Gewest heeft 56% van de bevolking buitenlandse roots en geen Belgo-Belgische referenties. Meer dan een kwart heeft geen Belgische nationaliteit. Zouden ze die efficiëntere oplossing niet verkiezen, waarbij zij niet meer voor een valse keuze worden gesteld van ‘Vlaming’ of ‘Franstalige’? Zouden ze het niet prima vinden dat het grondgebonden beleid van en voor hun stad in een ruimere context door een van de twee Belgische gewesten gebeurt? Men kan het hen eens vragen, in plaats van het FDF de wet te laten dicteren.