Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Waarde collega Storme,
U verwijt mij (het artikel van M. Storme, zie hier ... ) een merkwaardige manier van 'bruggen bouwen', verwijzend naar de titel en inhoud van mijn tweewekelijkse column in De Standaard en vooral naar de editie van vorige woensdag (tekst Sinardet, zie hier...). Zo zou ik Vlaamsgezinden 'stigmatiseren'.
U baseert zich op een wel zeer selectieve lezing van mijn columns. Zo ontgingen u blijkbaar mijn eerdere uitspraken voor een splitsing van BHV en tegen het verleggen van de taalgrens. Ook miste u kennelijk de uitzending van RTL-TVI waar ik – in bijzijn van de drie bewuste burgemeesters én José Happart – aangaf dat het territorialiteitsprincipe niet racistisch, discriminerend of illegitiem is en dat het FDF de Québecois in hun toepassing ervan wel steunt. Radicale Franstaligen vonden daarop dat ik hén stigmatiseerde. Het is het harde lot van de bruggenbouwer.
Punt is: ik tracht het communautaire contentieux vanop afstand en met intellectuele eerlijkheid te analyseren. Of dit al dan niet leidt tot Vlaamsgezinde stellingen (in uw universum blijkbaar de enige relevante vraag), het maakt mij niet uit. Dat ik niet in deze door u gehanteerde dichotomie verval, is allicht wat u het meeste ergert. Zoals vorige woensdag, toen ik én stelde dat de niet-benoeming van de Franstalige burgemeesters terecht was omdat ze de wet overtraden én dat vanuit eenzelfde legalistische logica ook de Vlaamse burgemeesters moesten gesanctioneerd worden. Als de toepassing van de wet afhangt van de mate waarin ze een Vlaamsgezinde agenda dient, is het niet mijn column die we in vraag moeten stellen.
Ernstiger is uw beschuldiging dat ik stellingen poneer die berusten op valse premissen. Behalve op eigen onderzoek berusten ze nochtans op werk van experts ter zake. Ik blijf er dan ook onverkort achter staan.
Eén: het aantal separatisten in Vlaanderen schommelt rond de 10 %. Hiervoor baseer ik mij onder meer op Jaak Billiet, al decennia een autoriteit op het vlak van socio-politiek opinie-onderzoek. Vorige week bevestigde hij dit nog op een lezing in Louvain-La-Neuve. Gewoon zorgvuldig het degelijk onderzoek hierover raadplegen, kan u tot dezelfde conclusie leiden.
Twee: het arrest van het Grondwettelijk Hof schrijft geen splitsing van BHV voor, een terugkeer naar de vroegere kieskringen kan ook. Dat baseer ik onder meer op een advies van de Raad van State (37.729-37.736/AV) en daarmee op de mening van een reeks gerenommeerde collega’s van u die daar zetelen. Ze stellen unaniem dat er ‘geen enkel grondwettelijk bezwaar’ bestaat tegen een terugkeer naar de oude arrondissementele kieskringen. Dit ondergraaft ook uw interpretatie dat de discriminatie volgens het Hof in het taalgrensoverschrijdende karakter van BHV zou liggen.
Drie: volgens datzelfde arrest waren de verkiezingen van 10 juni 2007 niet ongrondwettelijk. Zoals ik woensdag al schreef, was de termijn die het Hof had opgelegd nog niet verstreken. Ook dat is de dominante visie. Leest u mee uit de synthese van Evelyne Maes, vorige week gepubliceerd door het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KUL: ‘naar luid van de overheersende rechtsleer waren de verkiezingen van 10 juni 2007 grondwettig en kon de vermeende ongrondwettigheid niet als wettige reden worden ingeroepen om de medewerking aan de verkiezingen te weigeren’. Ergo: de Vlaamse burgemeesters overtraden wel degelijk de wet. Waarmee het argument vervalt waarop heel uw betoog steunt.
Eenieder heeft uiteraard het recht om persoonlijke interpretaties van arresten de wereld in te sturen, maar u moet begrijpen dat ik mijn oordeel in deze baseer op dat van tal van uw collega’s die wél gespecialiseerd zijn in grondwettelijk recht.
En zeg nu nog eens dat ik geen bruggen bouw naar Vlaamsgezinden. Hoewel u uw loze beschuldigingen aan mijn adres op groteske en onthutsende wijze opsmukte door mij technieken ten laste te leggen die werden toegepast door het nazi-regime (Unbegrenzte Auslegung), bracht ik mijzelf ertoe u toch van antwoord te dienen. Dit bovendien zonder wederverwijzingen naar het nationaal-socialisme. Niet dat het moeilijk ware geweest deze een plaats te verschaffen in een repliek aan u, maar mijn respect voor de slachtoffers van het nazi-bewind is te groot om dergelijke aberrante analogieën te misbruiken in een polemiek over de splitsing van een kieskring.
Vriendelijke groet
Dave Sinardet
(politicoloog aan de UA en gastprofessor aan de FUSL)
(Gedeeltelijk gepubliceerd in De Standaard, maandag 26 mei 2008. DS liet echter een paragraaf weg, die begint met 'Punt is: ik tracht...)
In zijn antwoord op mijn repliek verwijst Dave Sinardet naar een meerderheid van rechtsgeleerden die zouden beargumenteerd hebben dat de verkiezingen grondwettig waren, een meerderheid waarvan ik nog steeds niet één exemplaar ben tegengekomen (ook Evelyne Maes beweert dat niet, en haar promotor Paul Van Orshoven heeft het tegendeel uitvoerig beargumenteerd).
De pointe over onbegrensde interpretatie heeft hij duidelijk niet begrepen, evenmin als de kern van de zaak dat in een rechtsstaat er een wezenlijk verschil is tussen interpretaties die door een hoogste rechtscollege na een fair proces zijn beslist (en waarvan de uitvoering te kwader trouw wordt geweigerd) en andere.
Matthias Storme (Gent) in een lezersbrief in DS, 27.05.08