Armeense holocaust en genocide vroeger en nu

De Standaard vrijdag 12 oktober 2007
Een dodelijk woord
GENOCIDE VROEGER EN NU

 Het getuigt van bijzonder veel cynisme om wat in 1915 in Armenië is gebeurd, niet als een genocide te erkennen, schrijft Gie van den Berghe . 'Een niet bedoelde slachtpartij die jarenlang aansleept? Kom nou.' Anderzijds: 'Zoveel drukte over een negentig jaar oude genocide, terwijl in Darfour de nieuwe genocide in alle hevigheid voortwoedt.'

Woorden doden niet, wapens wel. Zou je denken, maar de hel lijkt wel losgebroken nu de buitenlandcommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden het hoge woord heeft gesproken door een resolutie goed te keuren die de slachtpartij op Armeniërs, negentig jaar geleden, als genocide erkent.

De Turkse regering heeft werkelijk alles in het werk gesteld om de Amerikaanse (en Israëlische) regering duidelijk te maken dat deze resolutie er onder geen beding komen mocht.

Aan George W. Bush zal het niet gelegen hebben, hij zette zijn partijgenoten in de commissie onder druk en vlak voor er gestemd moest worden, maakte hij nog wereldkundig dat deze resolutie de 'betrekkingen met één van onze belangrijkste Navo-bondgenoten, én de globale oorlog tegen terreur grote schade zou toebrengen'. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, trad hem bij: de resolutie zou voor torenhoge problemen zou zorgen voor alles 'wat we in het Midden-Oosten willen doen'. De Armeniërs en de Turken moeten er maar zelf uitraken, 'de gebeurtenissen moeten worden onderzocht, niet veroordeeld'. Beeld je maar even in dat we dit na de tweede wereldoorlog tegen de Duitse daders en joodse slachtoffers hadden gezegd.

Eens te meer haalde Bush zijn terreurkonijn uit de hoge hoed. De man heeft het ook niet onder de markt. Zijn generaals en de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad verzekerden hem dat de resolutie de oorlogsinspanningen in Irak zou schaden. En de dreigementen uit Turkse hoek zijn niet voor de poes. Turkije kan de Amerikanen de toegang weigeren tot de luchtmachtbasis Incirlik, draaischijf voor 70procent van de bevoorrading en 30procent van de brandstof voor de Amerikaanse troepen in Irak en Afghanistan. De betrekkingen tussen beide landen zouden in elk geval ernstig bekoelen en blijkbaar staat er ook een Turks miljardenorder aan de Amerikaanse wapenindustrie op het spel.

Loze dreigementen? Zou kunnen, maar vorig jaar heeft Turkije toch maar alle militaire banden verbroken met Frankrijk toen dat land de Armeense genocide erkende. Ook van belang is dat uitgerekend nu de Turkse regering een grootscheepse militaire operatie in Noord-Irak wil opstarten tegen de Koerdische Arbeiderspartij die van daaruit Turkse militairen bedreigt en recent nog doodt; een operatie die de VS totaal niet ziet zitten.

Wat een commotie, terwijl het wetsvoorstel nog lang geen kracht van wet heeft. Vergeet ook niet dat in de voorbije twintig jaar verscheidene pogingen om de Armeense genocide te erkennen onder Turkse druk werden getorpedeerd.

Het gaat veel verder. In 1978, bijvoorbeeld, zag de VN-commissie voor de Rechten van de Mens zich verplicht een paragraaf over de Armeense genocide schrappen. En ook in het Amerikaans Holocaustmuseum moest deze blijkbaar aparte genocide buiten beeld blijven. Uiteindelijk herinnert alleen een uitspraak van Hitler er nog aan: 'Wie tenslotte heeft het vandaag nog over de uitroeiing van de Armeniërs?' (Hitler zei dat vlak voor de inval in Polen op 1 september 1939, kwestie van zijn generaals tot meedogenloosheid aan te sporen).

Een zestal weken geleden herzag de Anti-Defamation League (ADL), een Amerikaans-Joodse drukkingsgroep, haar jarenlange weigering om de Armeense genocide te erkennen. Turkije was in alle staten en wendde zich tot Jeruzalem. De Turkse premier Erdogan belde president Shimon Peres op, die contacteerde de voorzitter van ADL en die maakte publiek dat het om een puur semantische zaak ging en de ADL in elk geval tégen de resolutie was.

Ook in eigen land kennen we er wat van. Eind 2005 stapte Simon Gronowski (ontsnapt uit het twintigste konvooi naar Auschwitz waar een deel van zijn familie omkwam) op als voorzitter van de Union des déportés Juifs de Belgique omdat men het daar niet pikte dat hij op de jaarlijkse herdenkingsdag voor Joodse slachtoffers een Tutsi had laten spreken en het jaar daarop een Armeniër aan het woord wou laten. Banalisering van de Shoah, ongepast vermengen van genocides!

Begin 2006 intervenieerde de Turkse ambassadeur bij de voorzitter van het Waalse parlement om te voorkomen dat de Armeense genocide in schoolboeken werd opgenomen. Want dat zou alleen maar 'vooroordelen, haat en vijandigheid tegenover de Turken in de hand werken'.

In juni dit jaar, met parlementsverkiezingen in zicht en Turks-Belgische kiezers in het achterhoofd, bestonden Yves Leterme en Johan Vande Lanotte het om de Armeense genocide te betwijfelen.

Dit alles zaait twijfel in hart en hoofd. Gisteren schreef De Morgen dat 'de geschiedkunde in elk geval nog moet achterhalen of het begrip volkerenmoord gepast is', en De Standaard had het over 'de veronderstelde slachtpartij'. Laat er geen twijfel over bestaan: in de jaren 1915-1921 werden naar schatting 1,2 tot 1,5 miljoen Armeniërs, twee derden van de Armeense bevolking, op brutale wijze uitgehongerd, in de steek gelaten en afgeslacht toen ze om militair-strategische redenen naar de andere kant van Turkije werden versleept. Een plan en een campagne waarvan iedereen met een minimum aan hersenen kon voorspellen dat het tot vreselijke chaos en genocide moest leiden.

Armeniërs én Turken, schreef de Israelische krant Haaretz gisteren, zijn ervan overtuigd dat de weg naar erkenning als genocide over Jeruzalem loopt. Maar de 'Armeniërs, ook de twintigduizend in Israël, weten dat de weg naar erkenning van hun holocaust nog lang is en met ontgoocheling geplaveid'. Ze begrijpen ook dat de die erkenning van geen betekenis is op het toneel van de wereldpolitiek, niet opweegt tegen 'strategische Amerikaanse en Israëlische belangen in conflicten met Syrië en terrorisme, en de Turkse nationale trots'.

Turkije wil van geen genocide weten. Er zouden 'slechts' 250.000 tot 500.000 Armeniërs zijn omgekomen, volledig te wijten aan de oorlogschaos. Sorry, het was niet onze bedoeling. Een niet bedoelde slachtpartij die jarenlang aansleept? Kom nou, op privé-vlak is het niet helpen van mensen in nood - terecht - strafbaar. Laat vallen die eis van oorspronkelijke intentie, weg met een genocidewet die alleen maar aanzet tot negationisme en wegkijken.

Zoveel drukte over een negentig jaar oude genocide, terwijl hier en nu, in Darfour de nieuwe genocide in alle hevigheid voortwoedt.

Gie van den Berghe gastdocent aan de universiteit Gent.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DE REPLIEK
donderdag 25 oktober 2007
HALVE WAARHEDEN OVER GENOCIDE
Israël (en de Joden) zijn verantwoordelijk voor de ontkenning van de Armeense genocide. Dat lazen we in het opiniestuk van Gie van den Berghe (DS 12 oktober), een artikel vol halve waarheden, historische fouten en onlogische redeneringen. Deze slordige en tendentieuze tekst vraagt om een reactie.
1. In tegenstelling tot wat Van den Berghe beweert, erkende Frankrijk de Armeense genocide niet pas vorig jaar, maar op 29 januari 2001. Blijkbaar verwart Van den Berghe de wet die toen werd gestemd met de in 2006 genomen beslissing om negationisme in verband met die genocide strafbaar te maken.

2. Hij merkt op: 'Beeld je even in dat we dit na de tweede wereldoorlog tegen de Duitse daders en Joodse slachtoffers hadden gezegd'. Hij vergeet het Neurenbergtribunaal (1946-1949) om te oordelen over de nazimisdaden tegen de menselijkheid. Vindt hij er graten in dat de Jodenuitroeiing veroordeeld werd als een misdaad tegen de menselijkheid?

3. Zijn uitdrukking dat de Armeniërs 'naar de andere kant van Turkije werden versleept', is ernaast. Dat land bestond toen nog niet. Tot en met 1921 was er wél het Ottomaanse rijk. In de huidige situatie is die 'andere kant' Syrië en Irak.

4. Hij stelt als historische waarheid voor dat Hitler gezegd heeft: 'Wie tenslotte heeft het vandaag nog over de uitroeiing van de Armeniërs?' Er bestaat hiervoor geen enkel formeel bewijs.

5. Ook over het Amerikaanse Holocaustmuseum geeft hij foutieve informatie. In de bibliotheek staan ettelijke boeken over de andere genocides. In de boekhandel zijn documenten te koop over die genocides en onderzoek op de website levert tientallen referenties op. Ook Darfour komt uitgebreid in beeld en er is niet één, maar een reeks verwijzingen naar de Armeense genocide. Dat is ook in de catalogus na te lezen. Zijn bewering dat 'deze blijkbaar aparte genocide buiten beeld moet blijven' is vals.

6. Het is niet de mening van de Israëlische krant Ha'aretz dat Armeniërs en Turken ervan overtuigd zijn dat de 'weg naar de erkenning van de Armeense genocide' over Jeruzalem loopt. Het is de weergave van een citaat in de krant, een uitspraak van de Armeense aartsbisschop Shirvanian van Jerusalem. De krant vergelijkt die uitspraak met 'de Protocollen van de Wijzen van Zion', een berucht antisemitisch pamflet van Russische oorsprong.

7. Volgens de auteur wonen er 20.000 Armeniërs in Israël. Volgens de recentste statistieken van het ministerie van Binnenlandse Zaken bedraagt hun aantal 5.000 (burgers én residenten).

8. Zijn uitspraak over M. Gronowski in verband met de herdenkingen in Mechelen is ook fout. Gronowski was geen voorzitter toen een Tutsi het woord kreeg en wat hij een probleem noemt met een Armeense vertegenwoordiger heeft zich voorgedaan tijdens de vijftigste herdenking waar ook zigeuners en andere slachtoffers, die vanuit de Mechelse Dossinkazerne gedeporteerd werden naar de nazi-uitroeiingkampen, het woord kregen.

Aangezien de historicus negationisme over de Armeense genocide in de schoenen van de Joden en Israël probeert te schuiven, herinneren we hem aan officiële Israëlische en Joodse reacties die deze genocide veroordelen: E. Wiesel en Y. Bauer, de Israëlische ministers Y. Beilin en Y. Sarid, enzovoort. Als van den Berghe de actualiteit volgt, weet hij dan niet dat heel wat Joodse organisaties druk uitoefenden op de politieke partijen om het negationisme over de Armeense genocide strafbaar te maken? Een positieve actie van de 'Joodse lobby', wellicht?

De auteur moet ook anderen de les niet spellen over Darfour. Terwijl heel wat leden van de Joodse gemeenschap zeer actief zijn om deze genocide aan te klagen, lazen we over dat drama nooit een opiniestuk van zijn hand, noch was hij op een of andere manifestatie te zien.

Verder verzwijgt Van den Berghe belangrijke feiten. Zoals dat tot nu toe maar één moslimland de Armeense genocide heeft erkend: Libanon, met zijn 120.000 Armeniërs. De andere landen weigerden. Hij verzwijgt dat een Euro-Armeense Federatie er begrip voor toont dat de aanwezigheid van een Joodse gemeenschap met 25.000 leden in Turkije het voor Israël moeilijker maakt om een standpunt in te nemen. Die gemeenschap heeft het al moeilijk: het grote succes van antisemitische boeken in de boekenwinkels en de recente aanslag op de synagoge in Istanbul wijzen erop.

Heeft Van den Berghe dezelfde roeping als de president van Iran, namelijk de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's banaliseren ten overstaan van andere genociden? En aangezien dat wettelijk verboden is, roept hij op om eerst de wet op het negationisme te ontkrachten zodat zijn 'inspiratie' niet meer aan banden zou gelegd worden.

Van den Berghe zet feiten en citaten naar zijn hand, schrijft zonder bronverwijzing of sjoemelt met bronnen. Foute argumenten moeten de tegenstander de mond snoeren maar hij laat het na zijn eigen stellingen naar waarheidsgehalte te toetsen.

Tot slot een anekdote: naar aanleiding van de voorstelling van een boek van Prof. Smelik in het Joods museum in Mechelen vroeg Van den Berghe 'wat nu het verschil tussen antisemitisme en antizionisme is'. Iemand uit het publiek antwoordde: 'Als u dat niet weet, stop dan met erover te schrijven.' Doen!

Yves Van de Steen is medewerker tijdschrift Auschwitz stichting. Lieve Schacht is historica.

Deze bijdrage werd ondertekend door:

Doron Berenblit, Berchem
Georges Brandstatter, Knokke, kunstenaar-schilder
Rivka Cohen, Brussel
Sonja De Schaepdryver, Erembodegem
Irène De Vos, Brussel
Jacques Dreyfus, Antwerpen
Armand Frohmann, Antwerpen
Udela Gartner, Antwerpen
Charly Gotlib, Antwerpen
Colette Grosjean, Ukkel, internationale bediende
Robert G Grosman, Brussel
Déborah Grosman, Wilrijk
Solange Grun, Antwerpen, Voorzitser Akim
Howard Gutter, Brussel
Michel Herman, Brussel
Daniel Hochner, Waver, zelfstandige
Dr. Karin Janssen van Doorn, Brussel
Vivian Kohn, Antwerpen
Néville Lachowsky, Brussel
Lea Langman, Brussel
Hubert Lellouche, Brussel
Roseline Lewin, Brussel
Mevr. Librot, Brussel
Charles Librot, Brussel
Dr. Willy Lipschutz, Antwerpen
Menahem Macina, Chastre
Prof.Em. Dr.Charles Mahler, Antwerpen
Xavier Minnaert, Brussel, pianist
Jacques Minnaert, Brussel
Louise Minnaert, Brussel
Paul Opoczynski, Linkebeek
Geeraard Peeters, Antwerpen, juridisch adviseur
David Pienica, Wilrijk
Prof. Dr. Jurjen Wiersma Prof. dr. Jurjen Wiersma, Brussel
José Przedborski, Brussel
Natan Ramet, Antwerpen
Maurice Renous, lid Israëlitisch consistorie
Dr. Rudi Roth, Eigenbrakel, oorlogsslachtoffer
Suphie Roth, Eigenbrakel
Silvain Salamon, Antwerpen, auteur
Lieve Schacht, Gent
Golda Schweizer, Antwerpen, oorlogsslachtoffer
Valentyna Shakhbazyan, Gent
Helène Steinfeld, Antwerpen
Pauline Szafarz, Anderlecht
Myriel Szczekacz, Linkebeek
Dr. René Trau, Antwerpen, voorzitter B'nai B'rith
Yves Van de Steen, Erembodegem
Maria-Rira Van Meenen, Antwerpen
Nadine Van Noppen, Chastre
Eric Vansteenkiste, Gent, Bestuurder
Yves Weinberger, Gent
Pierre Wolkowicz, Antwerpen
Marcel Zalc, Dilbeek, Beheerder
Léon Zielinski, Antwerpen, Oudstrijder, oorlogsinvalide 40-45
Philippe Zielinski, Berchem

--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Twee lezersbrieven in DS van 25 oktober '07
 Genocide (1)

In De Standaard van gisteren las ik het opiniestuk 'Halve waarheden over genocide', een reactie op het opiniestuk van Gie van den Berghe, 'Een dodelijk woord' (DS, 12 oktober). Voor het artikel van Gie van den Berge kan ik alleen mijn volle appreciatie uitspreken. Het is een verademing als iemand nog eens duidelijk de dingen bij hun naam noemt en aantoont hoe dit met betrekking tot de genocide gepleegd op de Armeniërs - want daarover ging het artikel - lang niet meer vanzelfsprekend is geworden. Voor het weerwoord tegen Van den Berghes stuk kan ik weinig of geen appreciatie opbrengen. Het is een opeenstapeling van kromme redeneringen die schaamteloos de man en niet de bal spelen. De haat tegen de persoon van Gie van den Berghe is in sommige kringen blijkbaar nog steeds even virulent als onterecht. Toppunt is het hallucinant advies aan zijn adres waarmee het opiniestuk eindigt: stop alsjeblief met schrijven. Niet doen, zou ik de betreffende schrijver zeggen.

Marc De Kesel, senior onderzoeker Radboud Universiteit Nijmegen

Genocide (2)

Ik hoop dat Gie van den Berghe niet reageert op het opiniestuk 'Halve waarheden over genocide'. Iedereen die ook maar enigszins vertrouwd is met de rigoureuze wetenschappelijke arbeid en de persoonlijke integriteit van deze moraalfilosoof en historicus zal deze ongenuanceerde aanval op zijn werk en persoon hoofdschuddend en met grote verbazing lezen.

Ludo Abicht (Antwerpen)

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.