Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Nette meisjes met hoofddoeken
Wat het opiniestuk van Filip Buntinx en Kris Gysels betreft (DS 29 juni): ook deze Open VLD'ers moet je dankbaar zijn voor hun verhelderende kijk op de dingen. Zij zien geen mensen die zichzelf, zonder gruwelijke brandwonden te hebben opgelopen of zich in een sneeuwstorm te bevinden, zonder enige noodzaak dus, in het openbaar altijd rigoureus en met onbekrompen maat verpakken in doeken en lappen en mantels en hobbezakken, louter en alleen omdat zij geen mannen zijn - nee, zij zien 'mondige, geïntegreerde en intelligente dames'. Zo deksels mondig, geïntegreerd en intelligent zijn deze dames, dat ze demonstreren: niet voor onderwijs dat de blik zo wijd mogelijk verruimt, en waarin dus wel eens wordt stilgestaan bij dingen als 'groepsegoïsme', 'vals bewustzijn', 'obscurantisme' en dergelijke, maar voor hun blijvend recht op verhobbezakking....
Wat steeds weer (je zou haast gaan denken: doelbewust) uit het oog wordt verloren: bij kritiek als de onderhavige gaat het volstrekt niet om de persoonlijke integriteit van hoofddoekdraagsters, laat helemaal staan om hun 'ras'. Waar het om gaat is dat zij, al dan niet goed doordacht, iets omhelzen dat je niet anders dan stuitend seksisme kunt noemen. Waar het om gaat is dat zij, al dan niet goed doordacht, de gewone manier van doen en de gewone omgangsvormen tussen mannen en vrouwen in deze samenleving demonstratief afwijzen. Zeker, wie dat wil, heeft daar absoluut het recht toe (zij het geen absoluut recht) - dat betekent diversiteit nu juist, inderdaad. Het zou echter helpen als men eens ophield lafhartig te doen of islamitische bigotterie net zoiets is als een willekeurig modeaccessoire, dat verder geen enkele wezenlijke betekenis heeft....
(Herman Jacobs uit Mortsel, in een lezersbrief in De Standaard, 30.06.09 Volledige tekst hier .... )
De 'foulard' van Mahinur Özdemir
Mahinur Özdemir is verkozen in het Brussels parlement, en legde de eed af, getooid met een hoofddoek. Excuus, met een 'foulard', want zo noemt zij en de voorstanders van het recht om overal en altijd een hoofddoek te dragen in Franstalig België nu systematisch de hoofddoek, en niet meer 'le voile'. Toch vreemd dat een 'foulard' (*) nu een teken is dat men behoort tot een godsdienst, en zelfs deel kan uitmaken van de identiteit van een persoon. (Die mantram hebben ze blijkbaar allemaal van buiten geleerd, want dat was ook in Antwerpen te horen: 'ze nemen onze identiteit af'). De gasten in de jeugdbeweging zullen het niet graag horen, dat een halsdoek deel uitmaakt van uw identiteit. In een interview in La Libre Belgique (za. 27.06.09) stellen de journalisten Christian Laporte en Vincent Rocour enkele pertinente vragen, waarop er telkens geen klaar antwoord komt.
V: In Turkije, het land van uw wortels, dragen de vrouwelijke parlementairen geen hoofddoek.. (NvdR: in 1999 probeerde in Turkije een verkozene van een islamistische partij het parlement binnen te komen met een hoofddoek aan. Haar mandaat werd haar afgenomen)
A: Ik ben Belgische..
V: Schrijft de islam het dragen van een foulard voor?
A: ik ben geen theologe. Het is uit persoonlijke overtuiging dat ik op een dag beslist heb hem te dragen.
V: wat betekent de foulard voor u?
A: Hij maakt deel uit van mijn identiteit. Het is een kwestie van kuisheid (pudeur)...
V: Elio doet soms zijn strikje uit
A: Ik doe mijn foulard thuis uit, maar niet buiten huis. Hiermee toon ik dat ik tot de islamgodsdienst behoor.
Ik ben geen Turkse, ik ben geen theologe, maar met een 'foulard' toon ik wel aan tot de islam te behoren...
(*) Volgens Van Dale F/N is 'un foulard': 1. een halsdoek, 2. een foulard en 3. een.. hoofddoek. En 'jeter un voile': iets aan het oog onttrekken. Wat toch de bedoeling is van een hoofddoek, ofte 'un voile' en niet van 'un foulard'.
Het volledig interview staat hier ....
Waarom vragen de media politicologen? (Peter Vandermeersch)
Maar ik stel vast dat ik (alhoewel van vorming historicus) uit het hoofd meer politicologen kan opnoemen dan historici. Juist omdat die politicologen meer dan anderen opduiken in de media. Dus eerste vaststelling: er is wel iets nieuws onder de zon: het is veel meer. Sterker nog. Het is misschen zelfs te veel. Dat het te veel is, is niet de schuld van de politicologen. Ik krijg zelden vragen van politicologen om in de media te komen. Wij vragen hen. Waarom vragen wij, de media, aan deze heren (zijn er eigenlijk geen dames politicologen?) om onze kolommen te vullen of onze televisieplateaus te bevolken?
Eerst en vooral omdat wij, de media, oprecht geïnteresseerd zijn in wat de politicologen, vanuit hun wetenschappelijk perspectief en hun grondige studie en kennis, aan het publiek kunnen bijbrengen.... Ik stel de kolommen van de Standaard graag open voor politicologen die nieuwe, dwarse, opmerkelijke, grondige inzichten hebben verworven. En als het moet krijgen ze daar echt wel de plaats voor. Ik vind zelfs dat het te weinig gebeurt. Dat er al te weinig politicologen eens aan mijn mouw trekken om te wijzen op hun werk.
De tweede reden waarom media van politicologen houden, is wat minder hoog gestemd. Met name in de altijd zo hongerige audiovisuele media kunnen de politicologen de leemtes invullen die ontstaan als de hoofdrolspelers - de politici of andere beleidsverantwoordelijken - om allerlei redenen niet willen opdraven. "Als die echt niet willen komen, trekken we een blik politicologen of krantencommentatoren open", zei mij een eindredacteur van een geëerd Vlaams programma niet zo lang geleden. Als je 'talking heads' nodig hebt zijn er altijd wel enkele politicologen of commentatoren die hun licht willen laten schijnen over de realiteit...
De derde reden waarom we al eens een politicoloog in de krant zetten of in een of ander panel is evenmin van eigenbelang gespeend. Maar nu gaat het over het eigenbelang van de media. Wij, de media, gebruiken politicologen maar al te graag om een saus van wetenschappelijkheid te gieten over wat we doen. Schaart politicoloog x of y zich achter deze peiling of achter deze stemwijzer? Dat krijgen die vanzelf een hogere waarde. Zit politicoloog z in ons programma? Dat heeft dat een serieux die we anders misschien niet hebben. Als er 'professor doctor' voor een naam staat kunnen wij, de media, daar ons voordeel uithalen...
Vormt die grote aanwezigheid van politicologen in de media een meerwaarde voor het publiek? Ja en neen. Als het gaat over het uitdragen van wetenschappelijke kennis kan er geen twijfel over bestaan natuurlijk.... Andere keren twijfel ik heel hard aan de meerwaarde van de politicologen in de schrijvende en audiovisuele media. In hun rol als columnist of commentator vallen ze soms ronduit uit hun rol. Dan proberen ze, met zeer wisselend succes, een ad hoc journalist te worden. Vergeten ze de noodzakelijke afstand (in ruimte en in tijd) die de politicoloog net zijn geloofwaardigheid moet geven. Dreigen ze nogal onbesuisd te keer te gaan. Beperkt hun wetenschappelijke benadering zich tot hun academische titel. Worden ze - ik weeg mijn woorden - slechte journalisten. Want zonder het netwerk te hebben van die journalisten en zonder de kennis te hebben van een aantal factoren die zich afspelen proberen ze op korte termijn te duiden. En ja, natuurlijk zijn er uitzonderingen.
(Peter Vandermeersch, algemeen hoofdredacteur De Standaard - Het Nieuwsblad, in Res Publica, 2009/2, april-juni '09)
Als NV-A meebestuurt houdt ze meer water over dan wijn (Mark Grammens)
Men kan het, zoals Jean-Marie Dedecker, onbegrijpelijk vinden dat CD&V niet werd afgestraft voor haar beleid van de laatste twee jaren, maar men kan het ook anders zien, en het resultaat van het vroegere kartel CD&V/ N-VA, nu uiteengevallen in twee partijen, interpreteren als een goedkeuring door de kiezer van het opdoeken van dat kartel. Beide partijen, die weinig gemeen hadden - evenmin als Volksunie en CVP veel gemeen hadden - en slechts een tijdelijk verstandshuwelijk hadden gesloten, zijn nu in staat geweest om zichzelf te zijn en hebben geprofiteerd van die duidelijkheid. Of juister: zeker N-VA, die als de grote overwinnaar uit de Vlaamse verkiezingen van 7 juni komt, heeft daarvan geprofiteerd en gaat een mooie toekomst tegemoet, op voorwaarde dat de partij de fouten van de Volksunie weet te vermijden en haar onmiskenbaar sukses niet haastig probeert te verzilveren in de vorm van een sterk verwaterde regeringsdeelneming, - met de kans op een heel wat minder indrukwekkend verkiezingsresultaat in 2011. De radikaal-Vlaamse kiezer is etisch gemotiveerd, gelooft in de rechtvaardigheid van zijn zaak, en is om die reden niet geneigd om een kompromis, dat ook toegevingen aan de Franstaligen bevat, te slikken. Op geen enkel moment in haar geschiedenis is de Volksunie erin geslaagd om al haar kiezers voor een kompromis met de Franstaligen te winnen, en dat zal niet anders zijn voor N-VA....
De Wever zegt (in De Tijd, 30.5.09): "Ik wil geen gesprekken (met de Franstaligen) meer aangaan zonder keiharde garanties", maar uit niets blijkt dat die ooit werden gegeven of zullen gegeven worden, hoeveel mist Peeters daarover ook al heeft verkocht en nog verkoopt. De Wever wil (terecht) geen "dialoog" meer, maar ziet wel iets in een strategie van Vlaams machtsvertoon. "Vlaanderen moet zijn eigen bevoegdheden expansief gebruiken" (id.) en nog: "Wat mij betreft, wordt er alleen nog gepraat met het mes op de keel en de stok achter de deur".
Allemaal zeer juist, maar onverenigbaar met deelneming aan een regering met CD&V, VLD en/of SP, zoveel is duidelijk. Als De Wever zijn strategie aanpast met het oog op meebesturen, komt er gegarandeerd niets meer in huis van zijn goede voornemens en stoute plannen. Hij heeft het al gehad over de noodzaak om water bij de wijn te doen, maar wie daar eenmaal mee begint, houdt gewoonlijk meer water over dan wijn. Om Vlaams zelfbestuur te verkrijgen, moet men de moed hebben om België plat te leggen, en vervolgens aan de eventuele heropbouw ervan te beginnen op voorwaarden die Vlaanderen uit de rol dwingen van loutere melkkoe voor Brussel en Wallonië.
Mark Grammens, Journaal nr. 552, 18.06.09.
De PS en de baxterekonomie (Mark Grammens)
Yves Desmet noemt de uitslag van de verkiezingen in Wallonië (in De Morgen, 9.6.09) "de allergrootste verrassing van 7 juni", want, aldus Desmet, "veel meer schandalen dan er daar nu zijn kan je niet bij elkaar bedenken, van normvervaging over affairisme tot regelrechte korruptie. en zedenfeiten, met schertsfiguren als Daerden". Voor Desmet is het "niet te bevatten dat zo'n partij (de PS) ongestoord de grootste kan blijven (in Wallonië) en slechts minimaal voor al deze schandalen incasseert". Dat komt doordat Desmet, zoals vele linksen in Vlaanderen, Wallonië niet kent en er een volkomen vervalst beeld van bezit. Wallonië heeft, zoals Jean-Marie Dedecker zegt (in Doorbraak, juni 2009) "een baxterekonomie", en dat verklaart alles. Herinner u de verlatingsangst die zich van bijna heel Wallonië meester maakte toen de RTBf het programma "Bye bye Belgium" uitzond, waarin gedaan werd alsof Vlaanderen de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Dat was regelrechte paniek. De Walen weten heel goed dat ze bezig zijn Vlaanderen te plunderen, en dat willen ze zo houden. Het is de basisregel van de Waalse samenleving, en hieruit volgt dat ze steeds zullen stemmen voor partijen en zelfs voor schertsfiguren, die in staat zijn om door hun taktisch talent het Vlaamse zelfstandigheidsstreven te blokkeren. Het modale Waalse inkomen hangt ervan af. Elke machtsuitbreiding van Vlaanderen, hoe gering ook, betekent - in hun ogen - welvaartsverlies voor Wallonië, ook als dit toevallig klaarblijkelijk onwaar zou zijn. En wat kan het hen dan schelen dat een of andere socialistische deugniet met zijn vingers in de kas zit? Psychologisch gezien, is het immers toch maar Vlaams geld, niet het hunne, want dat hebben ze niet. Laten Desmet en anderen het eens zo bekijken, en veel zal hun duidelijk worden.
Mark Grammens, Journaal nr. 552, 18.06.09.
De socialistische oude school
De onthullingen i.v.m. Guy Coëme konden niet slechter vallen voor PS voorzitter Elio Di Rupo. De vraag over goed bestuur neemt een centrale plaats in onder de thema's die Ecolo en CDH naar voor schuiven in de voorbereidende discussies om tot nieuwe coalities te komen. Di Rupo heeft het begrepen. Zonder aarzelen heeft hij, dit keer, zonder zelfs een analyse te maken op wettelijk of reglementair vlak, meteen de knoop doorgehakt: "dit is een van die affaires die deel uitmaakt van de oude school," en die "karakteristiek is voor wat men moet uitroeien, verwijderen."
Als men op het krediet van de man met de rode strik zijn wil kan plaatsen om de mentaliteit te veranderen van de al te vele socialistische kopstukken die voor hun persoonlijk gewin gebruik gemaakt hebben van de gebieden die ze domineren, blijven er twee vragen open: is Di Rupo de man die bekwaam is deze actie 'mani pulite' te realiseren, en indien ja, is deze actie realiseerbaar met de PS aan de macht? Het gemeenschappelijk oranje-groen front moet zich hierover grondig de vraag stellen. Want zelfs voor wie niet meegaat met het excessief radicalisme van Ecolo: de vragen van de partners en de verwachtingen van de burgers zijn enorm. En omdat de PS de dominante partij is in Wallonië, zal zij 'zich pijn moeten doen' om deze praktijken te veranderen. De intercommunales en de provinciale gedeputeerden zijn op dat vlak echte mijnenvelden. Zullen de socialisten, om hun toekomst terug uit te vinden, in staat zijn om tabula rasa te maken van het verleden?
(Michel Konen, editoriaal van La Libre Belgique, 13.06.09). Guy Coëme (PS), kamerlid en burgemeester van Borgworm, heeft tussen januari 2008 en maart 2009 60.000 euro gefactureerd aan een vzw die gefinancierd wordt door Luikse intercommunales.
Verkiezingsergernis
Terwijl de partijhoofdkwartieren gonzen, de redacties in overdrive gaan, de brievenbussen uitpuilen, de e-mailboxen verzuipen en het internet dichtslibt, ga ik met stijgende frustratie de dreigende datum van 7 juni tegemoet. Omdat ik mij erger aan de gladde politieke marketing, aan de valse personencultus, en aan de mooie plaatjes en holle slogans die naar waspoeder ruiken. Omdat ik lak heb aan het verkleuteren en het 'verleuken' in vele media, aan de polls en de tests....
Omdat ik gruw bij de inflatie van beloftes, plannen en programma's die voor elk wat wils beloven in een gouden Land van Cocagne, maar waarvan we nu al weten dat ze na de verkiezingen zullen botsen op budgettair beton...
Omdat in heel het campagnegeraas bijna geen gebenedijd woord valt over de ernst van ons verval, over onze collectieve verarming en over de enorme crisisrealiteit die elke beleidsvraag zou moeten domineren.
Omdat deze verkiezingen dus in een virtuele realiteit plaatsvinden, in een bijna Romeinse decadentie van zelfbedrog en zinsbegoocheling. Omdat bij de dageraad van 8 juni de ontnuchtering zal volgen, de crisis die pijnlijke antwoorden vergt, het budget dat mateloos ontspoort en het bestuur dat opnieuw voor het moeras staat van communautaire twisten, van persoonlijke afrekeningen en van partijpolitieke impasse...
Omdat ik mij erger aan de traditie van beroepspolitici die niet anders kennen dan reguleren en andermans geld verdelen, die decennialang zichzelf en hun partij moeten heruitvinden om te overleven en uiteindelijk hun kinderen in dynastieke opvolging steken. Omdat ik weet dat de Belgische kiezer toch niet de politici heeft die hij verdient, want de pikorde op de lijsten wordt in partijhoofdkwartieren beslecht en de kieskringen verhinderen verkiezing op eigen kracht...
Omdat ik weet dat zelfs de meest idealistische politicus wordt fijngemalen en opgeslokt door de schertsdemocratie die België heet. Omdat de zindelijkheid ontbreekt om collectief de zelfvoedende waanzin van het politieke machtsspel te stoppen en het algemeen belang voor één keer te laten voorgaan. Omdat democratie een heilig goed is dat hier van binnenuit verkankert en ons allemaal verziekt. Omdat we de crisis van de vorige 'malgoverno' van dertig jaar geleden, met zijn gigantische staatsschuld, gedumpte bruggepensioneerden en opgeblazen overheidsapparaat, nog altijd meesleuren. En omdat we volop bezig zijn de volgende generatie eenzelfde juk aan te meten.
Zeker, er ligt een laag karikatuur en emotie op de loden schoenen waarmee ik op 7 juni het stemhokje zal betreden - bij wie niet? Maar de grond van de zaak is dit. Het gaat in deze verkiezingen maar om één punt: hoe komen wij - in Europa, België en Vlaanderen - deze crisis zo snel mogelijk te boven? Hoe worden we opnieuw competitief, hoe krijgen we mensen aan het werk, hoe kunnen we de economische motor sneller doen draaien, hoe betalen we de vergrijzing, hoe maken we de imploderende sociale zekerheid opnieuw duurzaam, en dat allemaal met budgettaire discipline? Hiervoor hebben we vandaag weinig realisme, nog minder werkbare antwoorden en helemaal geen vermogen tot politieke daden. De inzet van 7 juni is of onze democratische impotentie ten goede of ten slechte zal keren... Volledige tekst hier ...
(Marc De Vos, directeur van het Itinera Institute en docent aan de UGent, in De Standaard van vrijdag 29 mei '09 en in La Libre Belgique van 6 juni '09)