Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Nieuwe Vlaamse regering, oude bestuurscultuur (Marc Reynebeau)
De Vlaamse regering doet het voortaan met veel kleinere kabinetten. Vijf jaar geleden kende de regering-Leterme zichzelf nog 490 kabinetsleden toe, Peeters II zal het nu doen met dik veertig procent minder, 288. Niet dat dit al de halvering is die minister-president Kris Peeters (CD&V) voor de verkiezingen had beloofd. En voorts is de daling nog minder fors aangezien de regering-Peeters I bij het einde van de rit al enkele tientallen kabinetsmedewerkers minder telde, onder meer doordat toenmalig minister Geert Bourgeois (N-VA) in 2008 uit de regering was gewalst.....
De daling gaat vooral ten koste van het aantal uitvoerende kabinetsleden (van 186 naar 100, min 46 procent) en zeker van het zogeheten aanvullend personeel (van 128 naar 33, min 74 procent). Het aantal stafleden vermindert dan weer van 176 naar 155, een daling met slechts 12 procent. Aangezien de uittredende regering Peeters I haar maximum niet helemaal had ingevuld, neemt het aantal stafleden van de kabinetten dus in feite amper af. Nochtans schuilt het 'kwaad' - met excuus aan de veelal hardwerkende cabinetards - vooral bij deze stafleden, want zij zijn het die zich inlaten met het inhoudelijke werk. De rest betreft secretaresses, koffiejuffrouwen, chauffeurs of portiers. Zullen de ministers voortaan zelf hun kopje troost brouwen? Of de partijpolitieke druk op de ambtenarij door deze operatie zal verminderen, valt dus nog ten zeerste af te wachten. Dat zal moeten blijken uit de beloofde samenwerkingsakkoorden. En of er echt veel te besparen valt door een kok en drie baliemeisjes op straat te gooien, valt al evenzeer te betwijfelen. En voorts is het uitkijken naar wat in de discrete Atomaschriftjes staat (met confidentiële afspraken over politieke benoemingen in de Vlaamse administratie). Er wachten in de Vlaamse administratie nog een paar topbenoemingen.
Marc Reynebeau in De Standaard, 28.07.09
Kabinetten zorgen voor desorganisatie
De rel tussen Justitie en de federale Regie der Gebouwen over de beveiliging van gevangenissen tegen helikopterontsnappingen, wekt ergernis. De ene overheidsdienst die zijn traagheid wijt aan de traagheid van een andere dienst en omgekeerd. Allez!
Er is één troost: het komt ook in andere landen voor, en ook in bedrijven. De Belgen hebben het 'paraplusysteem' niet uitgevonden. Maar de Belgische overheden roepen dat wel vaker in dan anderen. En de Belgische burgers zijn er ook vaker het slachtoffer van.
Dat administraties onderling niet samenwerken, is één van de argumenten die onze politici inroepen om hun grote kabinetten te rechtvaardigen. De kabinetten zouden zorgen voor de 'coördinatie van beleid'. Onzin natuurlijk. Kabinetten zorgen daar niet voor; ze zorgen vaak eerst voor de desorganisatie van de samenwerking onder overheidsdiensten, voor ze aan de 'coördinatie van beleid' beginnen. Vraag maar na bij de opeenvolgende federale ministers van Justitie, te beginnen met Marc Verwilghen; die waren - en zijn - daarvan de grootste slachtoffers.
Dit is meteen een bijkomende reden om die kabinetten af te bouwen. Er zijn heel veel redenen daarvoor. De belangrijkste blijft dat overal ter wereld politici erin slagen het land te besturen zonder kabinetten of met hoogstens enkele kabinetsleden. Dan moet dat hier ook kunnen. Onze politici zijn toch niet dommer dan die van andere landen? Of wel?
(Guy Tegenbos in De Standaard, 25.07.09)
Politicus, een knelpuntberoep (Luc Huyse)
België, klein land, kan slechts een beperkt aantal steengoede politici verwekken. In het verleden kwamen we daar blijkbaar mee toe. Door de vermenigvuldiging van beleidsniveaus is dat nu een ernstig knelpunt aan het worden. Er zijn honderden veeleisende posities te bemannen op federaal en gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk, Europees en mondiaal vlak. Dat lukt ons niet meer, de visput is te klein. (Het is alsof de voetbalcoach van Standard elk weekend in zes verschillende competities spelers van formaat zou moeten opstellen.) We zitten, met andere woorden, met een vervelend probleem van human resources....
In 1969 waren er 390 parlementsleden. Nu tellen de verschillende assemblees samen 513 rechtstreeks verkozen mandatarissen, waarvan er bovendien 115 met een tweede petje op in nog een parlement zitting hebben. Al die cijfers verbergen nog andere knelpuntberoepen. De regering van Gaston Eyskens kwam veertig jaar geleden toe met net geen dertig kabinetschefs. Nu zijn er minstens driemaal zoveel nodig. Het zelfde groeipercentage tekent ook het hele organigram van de parlementen: er is een verdrievoudiging van het aantal bureauleden, fractieleiders en commissievoorzitters.....
Het talent dat al deze posities optimaal kan invullen is er niet meer. De bloedarmoede is zeker niet alleen het gevolg van een falend rekruteringsbeleid in de partijen. Zij is vooral te wijten aan de ombouw die dit land in de opeenvolgende staatshervormingen heeft ondergaan. De politiek bevat hier nu minstens vijf assemblagelijnen. De honger naar bekwame politici is daardoor veel groter dan het aanbod...
Wat te doen? Minder assemblagelijnen in het politiek bedrijf en dus minder in te vullen functies? Dat vergt chirurgische ingrepen. De splitsing van België is er één van. Afschaffing van de provincies een andere. Iets eenvoudiger lijkt me weg te snijden van wat binnen elk bestaand beleidsniveau misschien toch overbodig is. Zou de Senaat nog zo hoogstnodig zijn? Moet het Brusselse Parlement echt bijna negentig leden tellen? Is de scheiding van het Waalse Gewest en de Franstalige Gemeenschap nog van deze tijd? Zijn bevoegdheidspakketten, bijvoorbeeld in de Vlaamse regering, niet veel homogener te maken, waardoor er minder kabinetschefs vereist zijn? ...
(Luc Huyse, socioloog en auteur, in De Morgen, 24.07.09)
Mark Grammens gelooft niet in de 'Maddens-doctrine'
Degenen voor wie het streven naar het al sinds de Eerste Wereldoorlog tot algemeen-Vlaamse doelstelling verheven zelfbestuur een kwestie is van (partij)politieke strategie, en niet van evidente onverzettelijkheid (de deugd die, in tegenstelling tot de Vlamingen, in hoge mate alle volkeren bezaten die in de twintigste eeuw hun zelfstandigheid hebben verworven), proberen nu de gedachte ingang te doen vinden dat men geduldig dient te wachten tot de dag dat het Belgische Francofonië weer geld nodig heeft, om dan onze eisen kenbaar te maken en ze af te dwingen in ruil voor nieuwe (de zoveelste) Vlaamse giften. Het spijt me zeer - en ik ontgoochel niet graag hen die deze opvatting te goeder trouw aanhangen -, maar ik geloof daar niets van. ...
In verband met de Vlaamse natievorming gaat dit niet op, om de goede reden dat Francofonië geen geld nodig heeft. Het heeft óók een nieuwe strategie bedacht, en pakt de centen gewoon. Minister van Financiën Daerden heeft al gezegd dat noch de Waalse noch de Franstalige Gemeenschapsregering een sluitende begroting zullen indienen vóór het jaar 2015 op z'n vroegst, en Brussel (minister van Financiën Van Hengel) gaat nog een stap verder: het gewest blijft wetens en willens in de rode cijfers voor onbepaalde tijd. Dus, Francofonië vraagt geen geld meer, maar gaat onbeperkt leningen aan. Die zal het nooit kunnen terugbetalen, maar dat hoeft ook niet: ze verzwaren de algemene Belgische staatsschuld, en als België mocht uiteenvallen, zijn het de Vlamingen die voor zeventig procent van de schuld zullen opdraven, inclusief de schulden van Wallonië, de Franstalige Gemeenschap en Brussel...
Mark Grammens, Journaal nr. 554, 16.07.09. In een artikel met de titel 'Zo komt men er niet'
SP ondermijnt Vlaamse regering (Mark Grammens)
De korrupte bende wier handen nog ruiken naar het smeergeld dat er ten tijde van de Agusta-zaak aan kleefde, - met op kop de grote socialistische voorman Willy Claes, veroordeeld wegens korruptie en de enige miserabele creatuur die ooit wegens zijn onbetamelijk gedrag ontslag heeft moeten nemen uit de funktie van NATO-sekretarisgeneraal -, ging op een vergadering in Deinze achter Gennez staan en bood haar alle medewerking aan bij het buitenwerken van eventuele konkurrentie. In een soort ooggetuigenverslag van deze bijeenkomst heeft Yves Desmet (in De Morgen, 15.6.09) beschreven hoe het daar aan toe gegaan is. De enige oud-gediende die niet was uitgenodigd, Frank Vandenbroucke, werd er eenparig veroordeeld tot zondebok, die de woestijn zou worden ingestuurd. En zo gebeurde het: Vandenbroucke mocht van Gennez geen minister meer worden in de nieuwe Vlaamse regering. "De unitaire oude garde, met Claes en Willockx op kop, heeft het lastig met de zeer federalistische koers die Vandenbroucke bepleit," aldus Desmet. "Zo hebben de inzichten van Vandenbroucke over de aktiveringsplicht voor werklozen hem geen vrienden opgeleverd." (Die aktiveringsplicht stuit op een Waals socialistisch veto.).....
Door de oud-gedienden in de SP werd de macht gelegd bij de voor hen betrouwbare Gennez en werd Vandenbroucke politiek opzij geschoven als te vlaamsgezind. Men heeft zeer konsekwent meteen tot opvolger van Vandenbroucke op het ministerie van Onderwijs Pascal Smet aangesteld, dat is de hedendaagse versie van het boerke uit het Waasland dat naar Brussel verhuist en daar zo luid mogelijk zijn Vlaamse roots verloochent. Smet, voor wie het in Vlaanderen niet weet, neemt in de Brusselse politiek alle standpunten van de Franstaligen over, en pleit ondermeer voor uitbreiding van het gewest tot een aantal Vlaamse randgemeenten. Bij de jongste verkiezingen haalde hij de stunt uit om op zijn socialistische lijst een verkiesbare plaats in te ruimen voor een eentalig Franse dame, die verkozen werd, zodat het aantal Vlaamse leden van het Brussels parlement, hoewel een gewaarborgd minimum, automatisch met één verminderde. Gennez steunde Smet krachtig in zijn anti-Vlaamse standpunten....
De SP vormt in de Vlaamse regering hét steunpunt van het harde Belgisch-nationalisme, en dat kon niet met een Vandenbroucke, vooral omdat zijn intelligentie en populariteit hem sterk maakten....
Het is een grote tragedie dat een nieuwe Vlaamse regering, die in een aantal opzichten beloftevol leek, van bij de aanvang ondermijnd wordt door een socialistische partij, die in de verste verte niets meer met socialisme te maken heeft..., maar zich, samen met vakbond en Waals (als socialisme verpakt) nationalisme, opstelt als de grote steunpilaar van het meest reaktionaire België.
Mark Grammens, Journaal nr. 554, 16.07.09.
Joods Actueel. Een getto van joods gelijk
In een opiniestuk reageerde ik op een poging van Joods Actueel om de geschiedenis van het Midden-Oostenconflict en de jodenuitroeiing naar hun zionistische hand te zetten - met tussenkomsten bij de uitgever van leerboeken voor het onderwijs én de minister van Onderwijs en natuurlijk scheldpartijen aan al wie probeert een historisch meer verantwoorde kijk op die vreselijke gebeurtenissen te krijgen. Dit begin juli 2009 geschreven opiniestuk werd geweigerd door De Standaard, De Morgen (na drie dagen geaarzel) en Knack. Het opiniestuk kan in Vlaanderen blijkbaar niet gepubliceerd worden, zie daarover het naschrift 'Persvrijheid' bij het stuk op mijn website, en het hele gedoe kwam me uiteindelijk zelfs op een schrijfverbod bij Knack te staan. Mogelijk vergis ik me, maar het lijkt me een zeer ernstige zaak dat de pers, ooit vierde macht genoemd, het niet meer aandurft joods wangedrag aan de kaak te stellen. Op die manier krijgen Joods Actueel en demagogie vrij spel.
Gie van den Berghe, ethicus en historicus, gastprofessor aan de Universiteit Gent. Het artikel staat hier ...
(NvdR: alhoewel de inhoud van de polemiek - n.a.v. een geschiedenisleerboek - heel ver buiten de opzet van Nieuw Pierke ligt, maar omdat er hier sprake is van het niet gepubliceerd krijgen van een opinie - wat dan weer wel met de opzet voor 'meer democratie' samenhangt - publiceren we er hier kort iets over)
Korte 11-juli toespraak van Johan Sanctorum tot het voetvolk
Er bestaat namelijk niet zoiets als een Vlaams volk, evenmin als het Belgische volk een realiteit is. We zijn allemaal individuen, via groepen en netwerken aan andere individuen gelinkt. Wél vormen de implosie van België en het afscheid van deze 19de eeuwse bufferstaat een gelegenheid om de democratie een 21ste-eeuwse opwaardering te geven in een eigen ruimte met een nieuwe constitutionele basis. Vanuit cultureel-historisch standpunt zou die ruimte perfect Vlaanderen kunnen zijn. Het valt echter te betwijfelen of de heersende politieke klasse zin heeft in dat avontuur. We verlaten dan namelijk de deelstaat-piste van het centenflamingantisme en de zgn. Maddens-doctrine (weinig meer dan een spiegelbeeld van het Franstalige chantagedenken), om het republikeinse project aan te vatten, helemaal buiten de Belgische context: een nieuwe staatsgemeenschap, als vereniging van vrije en mondige burgers die niet alleen in het stemhokje de democratie beoefenen, maar voortdurend interveniëren, als actieve aandeelhouders van de polis. De secessie, a.h.w. als breekpunt en tabula rasa met oude gebruiken, wetten, structuren....
Zowel het door rechts geclaimde volksnationalisme als de linkse multicul-utopie miskennen de republikeinse dynamiek die op een gesofistikeerde cultuurtaal drijft. Rechts ziet het publiek debat als pure chaos en een verlies van homogeniteit, links huldigt het cultuurrelativisme van het lappendeken en vlucht vooruit in (koningsgezinde!) Belgavox-orgasmen. Rechts wil niet, links kan niet: de republiek is een witte vlek in Vlaanderen. In beide gevallen ligt het ideaal van de natie als actieve burgervereniging (civil society), drijvend op participatie en rechtstreekse democratie, nog lichtjaren ver. Zolang komen we ook nooit tot de pointe van het emancipatieverhaal, namelijk de publieke discussie rond een nieuw grondwettelijk kader dat afstand neemt van het Belgisch democratisch deficit, via bijvoorbeeld een systeem van bindende referenda, een verkozen president, een parlement met spreekrecht voor alle burgers, en zelfs de afschaffing van politieke partijen die ons toch alleen maar het woord ontnemen en vandaag puur marktstrategisch functioneren. Er is dus weinig reden tot feestvieren op 11 juli. ... De arrogantie van de macht is dezelfde als deze in het Belgische bestel. Monkelend groeten de kersverse Vlaamse ridders via de camera het plebs. Geruisloos schuiven de schaakstukken op het bord, in de richting van een semi-autonome vazalstaat die geen schijn van aanstalten maakt tot een eigen constitutioneel proces, hooguit tot het klassieke knip-en-plakwerk binnen de grenzen van de Belgische constructie.
De bezorgdheid van ons, republikeinen, dat Vlaanderen een verkleinde uitgave wordt van het Belgique à papa, een in wezen behoudsgezinde maatschappij van de elites, gekenmerkt door een democratisch minimalisme, bestuurlijke intransparantie en een grote mate van publieke apathie, lijkt gewettigd.
Volledige tekst hier...
Het hoofddoekendebat illustreert de mislukking van de multiculturele droom
De eerste huizenhoge vaststelling is dat de Antwerpse Moslima’s vurig betoogden voor het dragen van de hoofddoek, of voor hun recht daarop. Contrasteer dat met de beklijvende protestscènes in Iran, waar Moslima’s van dezelfde generatie er niet alleen Westers uitzien maar daarenboven betogen voor de Westerse idealen van vrouwenemancipatie en vrijere klederdracht. Ik herhaal: de adolescente meisjes uit de fundamentalistische theocratie Iran betogen eigenlijk tegen de hoofddoek, die in Antwerpen betogen openlijk voor de hoofddoek. Ik gun en respecteer eenieders waarheid. Maar de essentie is dat goed opgeleide en mondig Nederlands kijvende Moslima’s van de tweede of derde generatie in België een Islamitisch wereldbeeld verdedigen dat op een conservatievere lijn zit dan dat van hun rebellerende generatiegenoten in de Islamitische Republiek Iran.
Van de jonge generatie zou je een opstandige en vrijgevochten attitude verwachten, die zich afzet tegen de religieuze tradities en dogma’s. In België maken we dus het omgekeerde mee, als de Antwerpse scène representatief is. Dat is geen nieuwe vaststelling. Sociologen hebben beschreven hoe een tussengeneratie “nieuwe Belgen” terug keert naar religieuze tradities uit een vervlogen herkomstland, om de identiteitsleemte te vullen die ze ervaren in het afstandelijke land van aankomst. Zo wordt de hoofddoek een belangrijke demarcatielijn. In plaats van graduele osmose zien we onderscheid dat ook afscheidt. De teneur van de Antwerpse betoging staat dus symbool voor het failliet van een integratieparcours dat ondertussen twee tot drie generaties lang aansleept.
De meest absurde claim over de Antwerpse hetze is dan ook dat de mondigheid en assertiviteit van de betogers een symbool van integratie zou zijn. Het is precies het omgekeerde. We moeten ontnuchterd constateren dat opleiding en taal noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarden zijn voor een werkelijke integratie in het nieuwe vaderland....
De fase van ontwijken en gedogen is definitief voorbij gehold door de demografische realiteit. Confrontatie dwingt ons tot zelfreflectie en zelfdefinitie. Dat hebben we lang genegeerd, zelfs kapot gerelativeerd. We moeten op korte termijn expliciet maken wat de historische overlevering in het Westen impliciet heeft gemaakt. Dat moet gekoppeld worden aan een breed offensief om de schrijnende sociale en economische achterstand van grote groepen migranten in te halen. Het falen van de integratie is een collectief falen en kan alleen met een grote collectieve inspanning verbeteren. Geen enkel immigratieland groeit rimpelloos. We mogen vertrouwen dat na de confrontatie uiteindelijk wederzijdse aanvaarding zal volgen. Maar we moeten tevens de durf hebben om de termen van de aanvaarding ook zelf te bepalen.
Marc De Vos, Directeur van het Itinera Institute, Docent UGent, in 'ITINERA INSTITUTE NOTA' nr. 2009/46, 03.07.09
Deficit spending mag beleidshervorming niet verdringen (Marc Devos)
De staat van de Belgische overheidsfinanciën is desastreus. De vraag is dus niet of we in het rood moeten gaan, maar of we nog dieper in het donkerrood moeten gaan dan nu. Vlaanderen is geen schuldenvrij eiland. De Belgische staatsschuld is ook die van de Vlaamse belastingbetaler. De vergrijzing is ook onze last. Wie moeten dus niet doen alsof onze neus bloedt en we ons perfect een Vlaamse schuld kunnen veroorloven. Als exportregio is ons lot in eerste instantie gebonden aan de internationale economie. Die economie is de crisis ingetuimeld door een overmaat aan krediet en schuld. Nu moeten we de crisis dus oplossen met nog meer schuld. Dat kan gewoon niet blijven duren. Ooit komt de rekening......
Bovenal mogen we de crisis niet weg spenderen op de kap van de volgende generatie. Als we nu tekorten willen maken om de economie te stimuleren, dan moeten we ze straks ook zelf weer afbouwen, anders leven we opnieuw boven onze stand en maken we een nieuwe molensteen voor de toekomst. Indien de Vlaamse regering de weg van de schuld kiest, dan moet er een meerjarig traject volgen waarin diezelfde regering de gemaakte schuld aflost.
De ervaring van de Belgische staatsschuld leert dat België – anders dan de Verenigde Staten bijvoorbeeld – er maar zeer moeilijk in slaagt om tekorten uit crisisperiodes later weg te groeien in periodes van hoogconjunctuur. En dus blijft ook hier de boodschap dat Vlaanderen en België prioritair moeten inzetten op meer economisch potentieel voor na de crisis.
Dat vergt structurele veranderingen in economie, fiscaliteit, arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Schulden maken, mag niet de gemaksoplossing zijn om de noodzaak van fundamentele hervormingen nog maar eens te ontkennen of uit te stellen.
Marc De Vos, Directeur van het Itinera Institute, Docent UGent, in 'ITINERA INSTITUTE NOTA' nr. 2009/44, 26.06.09
Oppositiekuur is beter voor de sp.a (Carl Devos)
De sp.a staat dus voor enorme uitdagingen. De inhoudelijke synthese moet weldra worden gemaakt. Zowel inhoudelijk als organisatorisch moeten de neuzen in dezelfde richting. De verkiezingsuitslag creëert een verdeeld partijpolitiek landschap en de roep om verantwoordelijkheid op te nemen is groot.
Nochtans is de verkiezingsuitslag niet van die aard om deze verantwoordelijkheid ook met een grote legitimiteit op te nemen. Een oppositiekuur lijkt zowel electoraal, inhoudelijk als organisatorisch wenselijk. De continuïteit die door een versterkte voorzitter kan worden gegarandeerd, betekent dat voor het eerst in jaren de sp.a structureel kan bouwen. Met een regeringsdeelname zou die kans kunnen verloren gaan.
Patrick Vander Weyden, hoofdredacteur Samenleving en politiek
De sp.a mist profiel. Ze worstelt te veel met zichzelf.
De sp.a moet fundamenteel bijgestuurd worden. Dat zou best resulteren in een nieuwe naam en baseline. Deze zijn door wijde interpretaties en herstelwerken versleten en besmeurd met verlies. De naamsverandering komt op het einde van een lang proces. Dat trouwens gemakkelijker vanuit de oppositie dan vanuit de meerderheid te organiseren valt. Welke uitkomst die denkoefening ook kan hebben, vaak zullen sp.a-ministers vanuit de regering vragen om te dimmen, of zullen ze in de verleiding komen om in interviews het belang van de nieuwe koerswendingen in hun partij te minimaliseren. Om de regering en hun eigen stoel maar niet in gevaar te brengen. Een regeringskuur is misschien beter voor Vlaanderen, een oppositiekuur is beter voor de sp.a.
Carl Devos, GhIPS - Vakgroep Politieke Wetenschappen UG
(Beide in het maandblad Sampol, Samenleving en politiek, nr. 6/09, artikels geschreven kort na de verkiezingen van 7 juni '09, het nummer via de post ontvangen begin juli)
Het vechtfederalisme
Hoe anders dan vechtfederalisme kan men de houding noemen van de Franstalige politieke klasse, alle partijen bijeen, die sinds de verkiezingen van 2007 geen andere doelstelling meer nastreeft dan door een fors non te verhinderen dat Vlaanderen ook maar enige bevoegdheid van betekenis méér verwerft? Is groter, openlijker vijandschap denkbaar? Het Waals-nationalisme (op perfide wijze "socialisme" genoemd) wil buiten het handhaven van de voor Wallonië uiterst voordelige status quo niets voor zichzelf, en leidt daaruit af dat Vlaanderen ook niets meer mag krijgen....
Derhalve wil Vlaanderen zoveel mogelijk beleid gewoon in eigen handen nemen (en niet krijgen), door zich, zoals in de regeringsnota van minister-president Peeters staat, in België zo "assertief" mogelijk op te stellen. Of dit zal lukken, is zeer de vraag, maar de intentie is er wel. En die moét er ook zijn, want België gaat langzamerhand ten onder aan het anti-Vlaamse vechtimperialisme....
Wat is België eigenlijk nog? Welnu, België is het land met proportioneel de hoogste staatsschuld van Europa. België is in Europa het land met de hoogste belastingen per inwoner. België is ook het land met de laagste pensioenen voor niet-ambtenaren.... En nog méér: België is ook het land waar het minste gedaan wordt om straks de vergrijzing van de bevolking op te vangen, en het land waar wegens Waals verzet de pensioenleeftijd niet kan worden opgetrokken (terwijl Nederland die leeftijd nog sneller dan reeds voorzien op 67 jaar wil brengen, cfr. De Tijd, 10.6.09). België is het enige land in Europa waar het aantal ambtenaren de jongste tien jaar aangroeide met 87.000 mensen ofwel 12,2 procent (volgens de Europese Kommissie, gecit. in De Tijd, 11.6.09). De plaag van de politieke benoemingen wordt erger met de dag. Niets wordt in gereedheid gebracht om het te verwachten grote jobsverlies van het jaar 2010 op te vangen. Verdient een land waarop al deze hierboven genoemde eigenschappen van toepassing zijn, niet bevochten te worden door wie er onder gebukt gaat?
Van een grondwetsherziening, eventueel leidend tot een grotere mogelijkheid voor Vlaanderen om zijn welvaart veilig te stellen, komt er niets in huis. Dat zeggen alle bronnen, en Le Soir neemt met de dag een gelukzaliger toon aan, want in de Belgische regering is men het erover eens, aldus het blad (bijv. 25.6.09) dat er een rangorde komt: le budget puis la réforme d'état. Dat budget mag dan al een ramp zijn, het is nog wel een goed voorwendsel om een staatshervorming af te wijzen.
Een Vlaamse vechtregering? Het zou de enige zijn die aan de dringende noden van de Vlaamse samenleving beantwoordt. Want vergeet niet: zo'n regering zou alleen maar een antwoord zijn op de tegen Vlaanderen en zijn welvaart gerichte Belgische bestuurloosheid, op een Belgisch status quo, op de veel te hoge Belgische belastingen ook (die, tussen haakjes, meer dan alle andere faktoren het vreemde kapitaal en zelfs de eigen bedrijven op de vlucht doen slaan), op een land dat in Europa zelfs geen geloofwaardige begroting meer kan opstellen, op een land gekenmerkt door "aanhoudend budgettair wanbeleid" (De Morgen, 27.6.09). Vlaanderen moet niet noodzakelijk volledig onafhankelijk worden, wel moet het dringend zijn ekonomische lot en zijn welvaartsbevordering in eigen handen nemen, als antwoord op het vechtfederalisme van de Belgische staat.
Mark Grammens, Journaal nr. 553, 2.07.09.