Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Eva Brems pleit terecht (DS 9 september) om niet van Karin, schoolhoofd van het Antwerpse atheneum, het probleem te maken. Het probleem zou de houding zijn van de scholen die eerder de hoofddoek verboden. Vrijheid van godsdienst zou de vrijheid omvatten om in het openbaar de "uiterlijke kenmerken van een godsdienst" te dragen. Voor mij is echter de hoofddoek zelf, als zogenaamd uiterlijk kenmerk van een godsdienst, het probleem.
Zoals rond vele andere zaken is de Koran over de hoofddoek niet exact vastleggend maar eerder omschrijvend. Een verplichting tot de hoofddoek vind ik er nergens in. Sura 24,31 vraagt aan de gelovige vrouwen hun blik neer te slaan, hun kuisheid te bewaren, met hun schoonheid niet te koop te lopen behalve wat gewoon al zichtbaar is, en hun sluiers over hun boezem te slaan. Ook moeten ze niet met hun voeten slaan om hun verborgen sieraad niet te onthullen. Sura 33,59 vraagt aan de vrouwen van de gelovigen, hun kledij over zich heen naar beneden te laten hangen, opdat zij als respectabel erkend worden. Beide sura's stammen uit de Medina-tijd, de periode waarin Mohammed de maatschappij waarvan hij de leider was ordende. Volgens Taha (zie elders in dit Pierke) zijn de Medinese verzen in tegenstelling tot de Mekkaanse niet op te vatten als een openbaring van hogerhand. Vertalingen van deze (en andere) sura’s lopen trouwens erg uiteen (zie bv. www.clay.smith.name/). Moslimvrouwen kùnnen eruit afleiden dat een hoofddoek moet. Maar zijn er niet nog vele andere mogelijkheden, ook zonder hoofddoek, om aan deze oproep tot reinheid te voldoen en een goede moslima te zijn?
Als "uiterlijk kenmerk van een godsdienst" is de hoofddoek dus allerminst een gegeven. Moslimmeisjes bepalen individueel of zij hem als kenmerk van hun godsdienst willen dragen. Het is niet aan "ons" om de hoofddoek als kenmerk van de islam te definiëren, en van daaruit te menen hem te moeten tolereren.
Vlaamse scholen verbieden àlle hoofddeksels in de klas. Daar horen logischerwijze ook hoofddoeken bij. Voorzover meisjes hiermee hun identiteit willen beklemtonen mag een school daar grenzen aan stellen, zoals ze dat ook met overdadige piercings of tatoeages kan. Hoe zouden we omgaan met een groep oerkatholieke jongeren die zich met grote kruisbeelden gaat tooien?
Wie pleit tegen het hoofddoekenverbod bevordert geen emancipatie, maar enkel een starre, maximale interpretatie van een godsdienstige - of eerder: een oeroude wetgevende - tekst, groepsegoïsme en segregatie van een aantal meisjes dat het zo al moeilijk genoeg heeft om gelijke kansen te krijgen.