Codex RO: gedeeltelijk uitstel inwerkingtreding

De meldingsplicht (i.p.v. vergunningsplicht), het as-builtattest en enkele andere bepalingen uit de Codex ruimtelijke ordening zullen pas op 1 april 2010 in werking treden.

Dat blijkt uit een motie die het Vlaams parlement op woensdag 21 oktober goedkeurde (1). Het gaat niet om de Codex zelf, maar om de nodige uitvoeringsbesluiten die samenhangen met de vele wijzigingen aan het decreet RO, goedgekeurd op 18 maart 2009. Bij die goedkeuring werd als algemene datum van inwerkingstelling 1 september bepaald (met enkele decretale uitzonderingen). Niet alle uitvoeringsbesluiten werden echter nog door de vorige regering goedgekeurd. Het nieuw regeerakkoord voorzag dat de besluiten over de vrijstelling van vergunning, het declaratief attest weekendverblijven, de meldingsplicht en de projectvergaderingen naar later verschoven zouden worden: ze zouden niet in werking treden vóór 1 januari 2010. Met de goedgekeurde motie wordt de regering nu gevraagd de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de vrijstelling van vergunningsplicht, de meldingsplicht, het as-builtattest, het declaratief attest weekendverblijven en projectvergaderingen (2) in werking te laten treden op 1 april 2010.

Het wordt dus nog iets langer wachten voor men alleen kan volstaan met een meldingsplicht, en twintig dagen na de melding bij de gemeente, om te beginnen met de werken voor de bouw van een tuinhuis, houten schuttingen, het plaatsen van een hok voor dieren, een carport, serre, veranda, overdekt terras. Tot dan blijft dat allemaal vergunningsplichtig. (Er was zelfs een tijd dat men om een brievenbus te plaatsen een stedenbouwkundige vergunning nodig had ...). Voor een 'zorgwoning' werd decretaal voorzien dat vanaf 1 september '09 het maken van een zorgwoning binnen het bestaande bouwvolume en zonder constructieve werken, vrijgesteld is van de vergunningsplicht. Gaat dit gepaard met constructieve werken, dan wordt de vergunningsplicht van rechtswege omgezet in de meldingsplicht. Die bepalingen gingen dus wel in op 1 september '09.
Het 'declaratief attest weekeindverblijven' is het attest van de gemeente waarop het bestaan en het verval van het woonrecht worden vastgesteld. Die moeten dus wachten op hun definitieve rechtszekerheid.

Interpellatie Van Mechelen
De bal kwam aan het rollen door een interpellatie van ex-minister Van Mechelen in de commissie ruimtelijke ordening op 7 oktober '09. Hij was natuurlijk niet tevreden dat 'zijn' decreet nog niet volledig uitgevoerd was. Volgens de nieuwe minister waren er toch nog enkele knelpunten en een aantal tekortkomingen, die hij toen toelichtte:

"Een eerste probleem betreft de vraag wat er gebeurt met van vergunning vrijgestelde werken die strijdig zijn met stedenbouwkundige voorschriften van een verkaveling of een ruimtelijk uitvoeringsplan. De Raad van State had hier een opmerking over gemaakt. Het kan in concreto gaan over bijvoorbeeld zonnepanelen die strijdig zijn met verkavelingsvoorschriften, of een tuinhuis bij een zonevreemde woning in agrarisch gebied. In de codex heeft men iets ingeschreven over de afschaffing van de strafbaarheid van dergelijke handelingen, maar dat is niet hetzelfde als deze werken toelaatbaar maken. We moeten er dus over nadenken hoe we een en ander kunnen verduidelijken. In de ruimtelijk kwetsbare gebieden gelden de vrijstellingen waarin het ontwerp van besluit voorziet, niet. Dit betekent bijvoorbeeld dat zonnepanelen op het dak van een woning in een natuurgebied vergunningsplichtig worden, en ik denk niet dat dat de bedoeling was."

"Een tweede probleem is de relatieve complexiteit van de besluiten. Het is niet steeds voldoende precies wat vergunningsvrij, wat meldingsplichtig en wat vergunningsplichtig zou worden. We moeten de zaken dus wat scherper durven te formuleren vanuit een streven naar maximale administratieve vereenvoudiging – u hebt dit zelf aangehaald, mijnheer Van Mechelen – en duidelijkheid ten aanzien van de burger. Bijvoorbeeld ten aanzien van het verschuiven van de vergunningsplicht binnen verkavelingen naar de meldingsplicht, moeten we goed formuleren welke verkavelingen we daaronder verstaan. Het verschil tussen een verkaveling die onder de vergunningsplicht blijft vallen, en één waar de meldingsplicht kan gelden, moet voldoende duidelijk zijn. Kan een melding in alle verkavelingen, of enkel in de recente? Er moet een zo eenduidig mogelijke regeling worden opgemaakt."

"Een derde probleem dat mij werd gesignaleerd, komt van de leidingenbeheerders. Ondergrondse huisaansluitingen op nutsvoorzieningen werden in het ontwerp van besluit meldingsplichtig gemaakt, nu zijn ze vrijgesteld van vergunning. Dat betekent concreet dat als u nog geen telefoonaansluiting of kabeldistributie heeft, u eerst een melding zal moeten doen alvorens u die in uw woning mag aansluiten. Dit lijkt mij een onnodige administratieve overlast."

Nog even geduld dus, er wordt (weer al eens) aan gewerkt...


(1) Met redenen omklede motie

van de heer Wilfried Vandaele, de dames Liesbeth Homans en Valerie Taeldeman, de heren Lode Ceyssens en Bart Martens en mevrouw Michèle Hostekint tot besluit van de op 7 oktober 2009 door de heer Dirk Van Mechelen in commissie gehouden interpellatie tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de verdere uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de verdere afhandeling van de uitvoeringsbesluiten

Het Vlaams Parlement,

– gehoord de interpellatie van de heer Dirk Van Mechelen en de repliek van diverse commissieleden;
– gehoord het antwoord van Vlaams minister Philippe Muyters;
– overwegende dat:

1° de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in werking is getreden op 1 september 2009;
2° bij de inwerkingtreding van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening door de lokale besturen een aantal anomalieën zijn vastgesteld in de decretale bepalingen zoals:
a) de van vergunning vrijgestelde werken die strijdig zijn met stedenbouwkundige voorschriften van een verkaveling of een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) versus het enkel opheffen van de strafbaarheid van deze handelingen;
b) de regeling inzake aanplakking van de vergunning;
c) de interpretaties inzake artikel 4.4.9, in het bijzonder de concordantie tussen de typevoorschriften voor gewestelijke RUP’s en de diversiteit aan zoneringen in gemeentelijke plannen van aanleg;
3° in het regeerakkoord is opgenomen dat de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gefaseerd in werking treedt en dat de door de Vlaamse Regering voor 1 september 2009 goedgekeurde uitvoeringsbesluiten bij belangrijke nieuwe onderdelen van de codex (meldingsplicht, vrijstelling van vergunning, declaratief attest weekendverblijven, projectvergaderingen enzovoort) bepalen dat die niet in werking treden voor 1 januari 2010;

– vraagt de Vlaamse Regering:

1° de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot de vrijstelling van vergunningsplicht, de meldingsplicht, het as-builtattest, het declaratief attest weekendverblijven en projectvergaderingen in werking te laten treden op 1 april 2010;
2° tegelijkertijd te voorzien in de reparatie van de desbetreffende goedgekeurde besluiten om juridisch-technische problemen, anomalieën en contradicties weg te werken en te verduidelijken met het oog op de rechtszekerheid;
3° de definitieve besluiten tijdig te communiceren aan alle belanghebbenden, zeker aan de decentrale besturen en hun softwareleveranciers maar ook aan de bouwsector, de architecten, de burgers, de actoren in de handhaving enzovoort;
4° voldoende te voorzien in ruime vorming, opleiding en informatie en voldoende mensen en middelen ter beschikking te stellen om het volledige werkveld op tijd en voldoende grondig te informeren.

(2) Projectvergadering
Art. 5.3.2. §1. Personen die instaan voor de ontwikkeling en verwezenlijking van belangrijke bouw- of verkavelingsprojecten kunnen, eens een realistische projectstudie voorhanden is, verzoeken om een projectvergadering met het bevoegde vergunningverlenende bestuursorgaan en de adviesverlenende instanties, aangewezen krachtens artikel 4.7.16, 1, eerste lid, respectievelijk artikel 4.7.26, §4, 2°.
Indien de vergunningsaanvraag ingediend zal worden bij het college van burgemeester en schepenen van een niet-ontvoogde gemeente, wordt ook de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar bij de projectvergadering betrokken. De projectvergadering beoogt de procedurele afstemming tussen de betrokken organen en instanties, de bespreking van de eventueel nodig of nuttig geachte projectbijsturingen en de eventuele toepassing van artikel 5.3.1.
In het geval het project zal leiden tot een aanvraag voor zowel een stedenbouwkundige vergunning als een milieuvergunning, dan worden bij de projectvergadering tevens volgende instanties betrokken:
1° het bestuursorgaan dat bevoegd is voor het verlenen van de milieuvergunning;
2° de in het kader van de milieuvergunningsaanvraag adviesverlenende instanties.
§2. Het verzoek tot organisatie van een projectvergadering kan niet worden geweigerd.
§3. De Vlaamse Regering omschrijft de projecten die als belangrijke bouw- of verkavelingsprojecten in de zin van §1, eerste lid, moeten worden beschouwd.
Zij kan tevens nadere materiële, methodologische en procedurele regelen bepalen voor de toepassing van dit artikel.

(3) Interpellatie Van Mechelen e.a.: Commissievergadering nr. C10 – LEE2 (2009-2010) – 7 oktober 2009

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.