Hooghe interpretaties kosten de Vlamingen veel

Bij mijn weten heeft collega Hooghe zich nooit bekwaamd in de kunst van het interpreteren van arresten, laat staan die van het Grondwettelijk Hof. Hij moet dan ook geen gratuite beschuldigingen rondsturen om de Vlamingen te doen betalen voor iets wat in een rechtsstaat evident moet gebeuren zonder verdere tegenprestatie. (NvdR: een stukje van Maddens toegevoegd)

In de Standaard van 26 november schrijft politoloog Marc Hooghe ('Sire geef me 500 dagen') een artikel dat er vooral moet toe dienen de Vlamingen een prijs te doen betalen voor niets anders dan de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof (1) dat een anomalie in onze wetgeving (nl. de eenzijdige taalgrensoverschrijdende kieskring BHV) ongrondwettig verklaart.

Om dit weg te moffelen schrijft hij dat "De afgelopen zes jaar heeft de Vlaamse publieke opinie stelselmatig verkeerde informatie opgelepeld gekregen over de draagwijdte van het arrest van 26 mei 2003."

Waaruit die verkeerde informatie dan zou bestaan schrijft hij wijselijk niet.

Wie desinformeert ook niet, maar als auteur van meerdere artikelen over de draagwijdte van dat arrest en als advocaat die de argumenten heeft geformuleerd die tot dat arrest hebben geleid lig ik natuurlijk in het vizier (2).

Bij mijn weten heeft collega Hooghe zich evenwel nooit bekwaamd in de kunst van het interpreteren van arresten, laat staan die van het Grondwettelijk hof. Bij mijn weten heeft hij daarover ook nooit wetenschappellijk gepubliceerd. Dat hij dan ook geen gratuite beschuldigingen rondstuurt om de Vlamingen te doen betalen voor iets wat in een rechtsstaat evident moet gebeuren zonder verdere tegenprestatie. Ik zou van mijn kant nooit durven schrijven dat een arts die gespecialiseerd is in het interpreteren van symptomen de bevolking zomaar wat oplepelt. Maar als het om arresten van het Grondwettelijk Hof gaat beschouwt iedereen zich blijkbaar als uitlegkundige.

(Tekst ingezonden naar de Standaard)

(1) GWH nr. 73/2003 van 26 mei 2003
(2) Zie "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant 26 september 2007, p. 14-15, gevolgd door:"De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.




NvdR 1: de passage over BHV in het artikel van Marc Hooghe

Nu is de Europese Unie opnieuw de beste bondgenoot van Dehaene: omwille van het voorzitterschap kan de Belgische politiek zich geen heruitgave van het rampscenario uit 2007 permitteren. Gelet op onze internationale positie is het totaal onverantwoord om nog aan te sturen op een confrontatie over BHV. Vanaf 1 januari 2011 zit onze Europese beurt er weer op, en daarna mag de regering rustig vallen, zonder dat er in Europa een haan zal naar kraaien.
Uiteraard heeft Jean-Luc Dehaene een enorme ervaring en onderhandelingscapaciteit. Toch is de vraag of hij veel meer zal kunnen doen dan het dossier van BHV in de koelkast te stoppen. De afgelopen zes jaar heeft de Vlaamse publieke opinie stelselmatig verkeerde informatie opgelepeld gekregen over de draagwijdte van het arrest van 26 mei 2003. De bocht naar het aanvaarden van een onderhandelde en evenwichtige oplossing lijkt nu wel ingezet, en zelfs de nieuwe premier had het in zijn regeringsverklaring over de noodzaak van een 'evenwichtige oplossing'. Toch zal het moeilijk blijven dat aanvaardingsproces op enkele maanden tijd tot een goed einde te brengen zonder al te groot gezichtsverlies.
Bovendien is het verkeerd om BHV nu vooraan op de agenda te plaatsen, en zo te isoleren van de overige communautaire knelpunten. De pacificatie van de communautaire tegenstellingen werkt in ons land altijd het best als je tot grote akkoorden kunt komen, waarin alle partijen wel hun gading kunnen vinden. 'De vis verdrinken', zoals men dat in het Wetstraatjargon pleegt te noemen is in België een vertrouwd en succesvol recept gebleken. De timing die is opgelegd door het Grondwettelijk Hof doorkruist die strategie. De enige manier om die impasse te omzeilen is het goedkeuren van een tijdelijke wet, die ervoor kan zorgen dat de verkiezingen van 2011 op een ordentelijke en wettelijke manier verlopen. Na 2011 ontstaat dan de nodige ruimte om een globale oplossing uit te werken, waarbij het BHV-egeltje tot zijn echte proporties kan worden herleid, namelijk een relatief klein technisch detail in de federale architectuur van ons land. De verdere staatshervorming komt er dan na 2011, en de periode 2007-2011 kan wat dat betreft beschouwd worden als een verloren tijdperk. De electorale belofte van vijf minuten politieke moed zal dan hebben geleid tot vier jaar politieke impasse.

NvdR 2. In dezelfde krant (26.11.09) stond ook een opiniestuk van Bart Maddens. Een uittreksel:

De onderhandelingen worden gevoerd tussen regeringspartijen die noch over een tweederdemeerderheid beschikken, noch over een meerderheid in de Nederlandse taalgroep. Open VLD en CD&V hebben slechts 41 van de 88 Vlaamse zetels. Die twee partijen hebben de steun van een schamele 37,8 procent van het Vlaamse electoraat (rekening houdend met de meest recente verkiezingen van juni). Dit is nauwelijks meer dan een derde. Zo'n minderheidsregering beschikt gewoonweg niet over de nodige legitimiteit om een communautair compromis te sluiten, met de onvermijdelijke Vlaamse toegevingen. En die toegevingen zullen des te zwaarder uitvallen nu de Vlaamse onderhandelingspositie zwakker is dan ooit. Want sinds Marianne Thyssen heeft aangekondigd dat CD&V het Vlaamse splitsingsvoorstel niet langer ‘eenzijdig' wil goedkeuren, zijn de Vlamingen ook die stok achter de deur kwijt.... (NvdR: vet van ons. Zie ook NvdR 3 hieronder)
Maar ook voor de meeste eisen die de Franstaligen stellen in ruil voor de splitsing is een bijzondere meerderheid vereist. Een uitbreiding van Brussel, extraterritoriale bevoegdheden voor de Franse Gemeenschap in de rand, de nationale kieskring, een uitbreiding van de faciliteiten: niets daarvan kan met een gewone meerderheid worden geklaard. En wie zou denken in de richting van de benoeming van de drie burgemeesters of de intrekking van de omzendbrief-Peeters botst natuurlijk meteen op het ‘nee' van de N-VA in de Vlaamse regering.
De conclusie is dus duidelijk. Als Dehaene er niet in slaagt om de SP.A of Groen! mee in het onverkwikkelijke communautaire bad te trekken, dan is het meeste gereedschap in zijn loodgieterkist onbruikbaar. Met regelingen waarvoor enkel een gewone meerderheid is vereist, zal hij niet ver komen. Dan is de enige oplossing inderdaad een noodwet, waarmee het probleem over de volgende federale verkiezingen wordt getild. Maar (zoals Peter De Roover gisteren terecht argumenteerde in deze krant) ook het goedkeuren van een noodwet betekent dat er een politieke keuze moet worden gemaakt: je kunt voor één keer terugkeren naar de oude kiesarrondissementen, maar je kunt evengoed voor één keer BHV splitsen. En de kans is groot dat de ‘voorlopige' regeling van vandaag de definitieve regeling van morgen wordt.

NvdR 3. Een eenzijdige splitsing door een eenvoudig (Vlaamse) meerderheid in de Kamer zit er dus niet meer in, als CD&V niet meer meedoet - wegens te weinig stemmen. Als het tot eender welke 'onderhandelde oplossing' komt (zij het een noodwet/tijdelijke wet), is CD&V aan haar vijfde bedrog tegenover de kiezer toe sinds de verkiezingen van juni 2007. Geen partij deed ooit 'beter'. Zie 'Leterme II: CD&V-kiezer een vierde keer bedrogen'. 

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.