Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Met zijn opiniestuk 'De ghetto's van Brussel' (DS 30.09.09) doorbrak Luckas Vander Taelen (Groen) het cordon van weldenkend links over migratie en integratie. (Zie artikel: 'Johan Leman: alleen een slechte vertaler?'). Aan Franstalige kant is de linkse publicist (en rattachist) Claude Demelenne hiermee bezig: "Wanneer de PS in Brussel electorale allianties aangaat met de meest conservatieve elementen van sommige moskeeën - niet echt de verdedigers van vrouwenrechten - waar zijn de progressieven?" Citaat uit zijn recentste artikel hierover, in La Libre van 28 jan '10. We publiceren het hier in vertaling:
Beeldenstormend commentaar over de MR
Links is vaak Pavloviaans en sektarisch. Ik weet waar ik het over heb, ik maak deel uit van de familie. In haar midden is men van goeden huize als men de MR gelijkstelt met dom en boosaardig rechts. De beschuldiging is gratuit, maar het ritueel is onveranderlijk. De MR is de "klassevijand". Het gebeurde mij ook, in karikatuur te vervallen. Het voorbeeld komt van boven. Volgens Philippe Moureaux is de baas van de MR, Didier Reynders, "de minister van de rijke stinkerds" en belichaamt de liberale senator Alain Destexhe "het nieuwe fascisme". Wat buitensporig is, is onbenullig. Wanneer zij zwalpt tussen stofferige slogans, stalinistische methoden en daerdenmania, bereikt een zekere linkerzijde het peil van nul graden in de politiek.
Op het ogenblik dat de MR haar nieuw manifest verfijnt, is de tijd gekomen om de gelederen te verbreken. En om te stoppen met een verdwaasde demonisering. Als observator met het label "socialist", heb ik geen zin mee te huilen met de wolven. Noch in een lus te herhalen: "allen samen tegen rechts!" Intellectuele eerlijkheid eist uit dit Manicheïsme te stappen. Op het gevaar af, in de ogen van weldenkend links, het schandelijk uniform van de verrader aan te trekken, kan ik niet aan het plezier weerstaan enkele voor hen storende elementen op een rij te zetten.
Op enkele nuances na heeft de hele politieke klasse, van PS tot MR, over CDH en Ecolo, zich aangesloten bij het sociaal-liberalisme. Overal op het Europese continent regeert als meester het pragmatisme. In de sociaal-economische sfeer is er weinig meer verschil dan de dikte van een sigarettenpapier tussen de concrete acties die links en rechts ondernemen. Het gebeurt vaak dat het politieke landschap verwarrend is. Enkele voorbeelden: in Frankrijk, heeft de regering Jospin meer geprivatiseerd dan de regering Balladur. Vandaag, in de Sarkozystische republiek, er is geen "sociaal bloedbad", de president is niet minder voluntaritisch en de staat is niet minder interventionistisch dan in het Mitterand-tijdperk. In Duitsland zijn de zwaarste wetten tegen de werklozen, die de duur van werkloosheidsuitkeringen drastisch beperken, de zogenaamde "Hartz IV wetten", naar de naam van een grote baas, in dienst van links, gestemd door de regering van de sociaal-democraat Gerhard Schröder. En het Spanje van de zeer socialistische Zapatero voert geen soepeler immigratiepolitiek dan de Franse minister van Immigratie en Nationale Identiteit, Eric Besson, die aan de schandpaal genageld wordt door de hele linkerzijde.
Ook op de scène van de Franstalige Belgische politiek is de kloof tussen progressief en conservatief niet meer wat ze ooit was. Een groot deel van links toont zijn minachting voor het volk, door hun recht op veiligheid te verwaarlozen. De herhaalde rellen in verschillende Brusselse gemeenten en de aangroei van zones van wetteloosheid lijken niet ernstig genomen te worden door een rood-groen links dat vaak flirt met engelachtigheid. In het debat, zowel over veiligheid als over immigratie, zitten de regelaars bij de MR, de dereguleerders bevinden zich ter linkerzijde. Merkwaardige paradox: de PS wil - terecht - de economie en het mondiale kapitalisme reguleren. Maar in de hoofdstad van Europa, waar hun vertegenwoordigers over een echte macht beschikken, tonen ze weinig ijver om de 'moeilijk' genoemde wijken, soms in handen van drugshandelaars en kleine boefjes, onder controle te krijgen. Tegelijkertijd hekelen ze rechts, van zodra dit zijn bezorgdheid toont om de immigratie te reguleren. De Franstalige socialisten hebben zo een karikatuur gemaakt van de actie van de minister van Binnenlandse Zaken, Annemie Turtelboom, die ze schuldig verklaren haar aktie niet in te schrijven in de stappen van de militanten tegen grenzen, die voorstander zijn van een ruime regularisatie van mensen zonder papieren.
In zijn boek "Pour la Nation" (ed. Grasset), analyseert Eric Besson, met een koele helderheid, de contradicties van links "die een ideologie heeft gecreëerd gebaseerd op engelachtigheid, die elke krachtige politiek van vastberadenheid op het gebied van veiligheid en openbare rust en elke poging om de migratiestromen te reguleren contesteert." Deze voormalige adviseur van Segolène Royal, die zich achter Nicolas Sarkozy schaarde, slaat de nagel dieper en noteert dat "op een verrassende manier, de hevigste vijanden van het vrij verkeer van kapitaal, goederen en diensten, de meest extremistische aanhangers van het vrije verkeer van personen zijn geworden. Er zou meer regelgeving moeten zijn voor alle aspecten van de globalisering, behalve op het gebied van migratie." Een groot deel van links - met uitzondering van de linkse Chevènementisten in Frankrijk - verdedigt het "laisser-faire, laisser-aller" inzake immigratie. Een positie die mild wil overkomen, maar vooral onverantwoord is. Minimaal de immigratie reguleren leidt ertoe de wet van de jungle te versterken, een neerwaartse druk op de lonen uit te oefenen en de levensvoorwaarden van de volksklassen te ondermijnen, daarin uiteraard inbegrepen de migranten zelf, die links beweert te verdedigen. De MR als regulator verdedigt beter de zaak van de minder gegoeden dan de linkse bobo's.
Uit het manicheïstische schema stappen leidt tot enkele besluiten die storend zijn voor het intellectuele comfort van de linkse denkers. Provocerende vraag: in een aantal gevoelige dossiers, zoals veiligheid, immigratie, maar ook de gelijkheid van man en vrouw en de sociale actie, verdedigt de MR niet meer progressieve stellingen dan deze van oud links? Wanneer de PS in Brussel electorale allianties aangaat met de meest conservatieve elementen van sommige moskeeën - niet echt de verdedigers van vrouwenrechten - waar zijn de progressieven? Wanneer Philippe Moureaux roerend de omstreden islamitische prediker Tariq Ramadan looft, kampioen van het dubbel discours, waar zijn de progressieven? Wanneer links verhindert dat een wet het dragen van hoofddoeken in scholen regelt, waar zijn de progressieven? Is de MR niet de enige Franstalige Brusselse partij die het communautarisme weigert en kortzichtige concessies aan de islamitische geestelijken?
De MR bekritiseert de ondersteuningspolitiek die links toepast, die van haar kant dan weer de MR ongevoeligheid voor de sociale kwestie aanwrijft. Maar dit dure ondersteuningsbeleid is een patente mislukking, vooral in Brussel, waar de ongelijkheden versterkt worden en hele buurten een kwijnend bestaan lijden, tussen jongeren die afhaken op school, kleine criminaliteit en een ondergrondse economie. De inconsistenties en ontkenningen van links openen een boulevard voor een gerenoveerde MR. Op één voorwaarde, waarvan de formulering met de pen van een waarnemer "van links" zal verbazen: de MR moet een ongecomplexeerde positie van centrum-rechts innemen. Haar verschil duidelijk maken, in een politiek Franstalig landschap waar de olijfboompartijen steeds meer op drie klonen lijken, karikaturen van bobo-links, en conformistisch.
(Claude Demelenne, La Libre Belgique, 28 januari 2010. Eigen vertaling. Originele tekst 'Propos iconoclastes sur le MR' )
We bespraken hier eerder een opiniestuk van Claude Demelenne in La Libre Belgique van 3 september '09, 'Les couacs de la gauche' , (bespreking in het artikel op Nieuw Pierke, 07.09.09, 'De struisvogels van weldenkend links') waarin deze een deel van links 'struisvogels' noemt omdat links de rellen in Molenbeek en omgeving blijft minimaliseren: "Als de oproerstokers van de stadsrazia's nagenoeg uitsluitend van araabs-islamitische oorsprong zijn, voelt het doctrinair links zich niet op zijn gemak". In oktober '09 publiceerde hij samen met Alian Destexhe (MR) het boek «Lettre aux progressistes qui flirtent avec l'islam réac». (Editions du Cerisier, 8,5 euro, 124 blz.). Bespreking van het boek in Knack: "Druk op moslimmeisjes neemt toe".
Demelenne is hoofdredacteur van het linkse Brusselse weekblad 'Le Journal du Mardi'. In een eerder opiniestuk in De Standaard (18.02.09) met de titel 'Franstaligen voeren show op, maar kunnen zij anders?' (Zie artikel hierover op Nieuw Pierke: 'Et maintenant? ...' ) gaf hij twee mogelijkheden aan om verder te geraken in de communautaire onderhandelingen: ofwel onderhandelen over een nieuw pact tussen de Belgen, zonder taboes - en dus ook over de grenzen van Brussel, en over afwisselende Vlaamse en Franstalige premiers, ofwel praten zonder geweld en zonder rancune over het einde van België. Demelenne is 'rattachist', voorstander van de aansluiting van een 'groter' Brussel en Wallonië bij Frankrijk, om van de 'belaging door de anti-francofone Vlamingen' af te geraken. Hij publiceerde hierover een boek, 'Pour ou contre la Belgique française', dat in januari '09 verscheen bij de Parijse uitgever Le Cherche midi.