De Gucht en Vanackere trakteren: een mediarondje van de zaak

Eigenaardig dat Karel De Gucht (Open VLD) ‘als mens’ zich niet kan voorstellen ‘een pint te drinken’ met Kabila, waar hem dat in het verleden, als minister van Buitenlandse Zaken, meermaals wél probleemloos lukte met bijvoorbeeld iemand als Noersoeltan Nazarbajev, de president van Kazachstan, één van de meest corrupte en totalitaire staten ter wereld.

Meer nog, tijdens een van zijn eerste grote reizen als buitenlandminister naar Centraal-Azië, vroeg een meereizende PR-reporter van de VRT - niet gehinderd door enige kennis van de geo-politieke situatie in deze regio - aan Karel De Gucht, waarom hij “zulke geprivilegieerde relaties onderhield met Nazarbajev?”. Volgens De Gucht was dat toen “omdat Kazachstan model zou kunnen staan voor de democratische ontwikkeling in de regio.” Nu hoeven de presidenten van de onafhankelijke staten in Centraal-Azië niet bepaald voor elkaar onder te doen qua totalitaire en corrupte neigingen, maar er zijn toch zekere gradaties. En dan staan Nazarbajev en Karimov (Uzbekistan) onbetwistbaar met stip bovenaan de lijst. Ach, weet men veel? Er was dan ook geen meereizende journalist in de buurt die zich afvroeg of er behalve naïviteit of onwetendheid, misschien nog een andere agenda schuilging, achter al het democratisch krediet dat Nazarbajev schijnbaar argeloos van de buitenlandminister in de schoot kreeg geworpen?

Ontsmetting

Ook De Gucht’s gelegenheidswoordvoerder, ghostwriter én politiek commentator bij De Morgen, Yves Desmet, liet toen geen krimp over zoveel antidemocratische tollerantie en relativeringsvermogen. Het loont nochtans de moeite om bijvoorbeeld even door de Human Right Watch-rapporten van de laatste jaren over Kazachstan te bladeren.

In schril contrast met toen, putte de politiek commentator zich dit keer in zijn krant (DM, 25 januari 2010, p. 2) wel uit om De Gucht in verontwaardiging over de diplomatieke aanpak en stijl van Vanackere, zelfs voorbij te steken. Onder de titel ‘ontguchting’ deed Desmet met andere woorden wat fellow travelers nu eenmaal onderling betamen.

De authenticiteit en geloofwaardigheid van iemands verontwaardiging en kritiek valt of staat echter met de selectiviteit waarmee ze al dan niet wordt uitgeoefend. Als verontwaardiging blijkbaar hoofdzakelijk moet dienen om in Vlaanderen mediatiek te scoren, dan balanceert de kritiek van De Gucht op het Congolese regime, zelfs gevaarlijk op de rand van het onethische. Over de situatie in Kazachstan zal immers niemand wakker liggen, temeer daar de regio hier nauwelijks bekend is. Voor Congo ligt dat uiteraard een stuk gevoeliger.

Gebeten

Dat betekent overigens niet dat buitenlandminister Steven Vanackere (CD&V) in zijn publieke verklaringen over zijn onderhoud met Kabila geen buitengewoon slappe en meegaande indruk maakte. Een camera-indruk welteverstaan, maar ook niet meer dan dat. Het betekent evenmin dat Karel De Gucht met zijn uithaal geen punt heeft (hij heeft er zelfs meerdere, maar anderzijds is hij noch de architect, noch de monopoliehouder van de Congo-kritiek), alleen ontbreekt in dit geval de geloofwaardigheid van de bron. Wat we wel met zekerheid kunnen stellen is dat noch het luidruchtig weerwerk van De Gucht - ondertussen zijn handelsmerk, journalistiek steevast geserveerd onder het etiket ‘koppige eruditie’ - noch de vermeende fluwelen diplomatie van Vanackere, de Congolese bevolking tot dusverre een meter vooruit hebben geholpen. Onmogelijk trouwens, gezien de onmetelijke complexiteit van de toestand ginder, die meteen zou moeten aanmanen tot het temperen van hoogdravende, stoere verklaringen in welke richting dan ook. Dat laatste zou immers betekenen dat de Belgische diplomatie überhaubt weegt op de situatie in Congo, en dat valt ernstig te betwijfelen.

Wat de gebeten reactie van Vanackere daarbij vooral helpt verklaren, is de roet die De Gucht met deze kunstmatige rel in het bier van Vanackere gooit bij de voorbereiding van de viering van een halve eeuw Congolese onafhankelijkheid. Het is nu al voorspelbaar dat in de aanloop van die festiviteiten op 30 juni e.k., de discussie over de symboliek en betekenis van de aanwezigheid van de koning, meer speculatieve inkt doet vloeien, dan de analyse over de noodlottige situatie onder de Congolese bevolking.

Profileringshonger

Wat deze kunstmatige aanvaring ondertussen daarentegen wél heeft opgeleverd is de journalistieke verzadiging van de profileringshonger van welgeteld één Vlaams politicus, met uitlopers in zowat alle nieuws- en duidingsprogramma’s van de VRT én smeuïg uitgesmeerd voorpagina-relnieuws in de kranten waarbij lezers, luisteraars en kijkers snel kamp konden kiezen: ‘Rel over Congoreis’ (De Morgen, 25/01), ‘De Gucht torpedeert Vanackere’ (Het Nieuwsblad, 25/01), ‘De Gucht haalt uit’ (De Standaard) ...

Het was opvallend hoe ‘de media’ zich daarbij verkneukelden in de berekende uithaal van De Gucht naar Vanackere. In plaats van dit hoofdzakelijk overbodige en irrelevante showoptreden te ontmaskeren, werd de doorzichtige rel nog wat kunstmatig opgeklopt en uitvergroot in de vorm van ‘lekkere’, gepersonaliseerde conflictjournalistiek. Ondertussen leverde nauwelijks een journalist een inspanning om de producenten van dit verbale kunstje met hoog politiek entertainmentgehalte genadeloos door te prikken.

Van het vlak na Kerstmis door een aantal journalisten en hoofdredacteuren nogal opzichtige, me(di)a clupa met betrekking tot de gestage verpaupering van de journalistiek, het daarop volgende mediakritische publieke debat en de ostentatieve oproep tot journalistiek verbetermanagement, blijft enkele weken na de lancering nauwelijks nog een spoor achter (zie ook: 'In dienst van de democratie ... Mediakritiek: hoe heilzaam is de me(di)a culpa?' ). Ondertussen is het immers weer newsbusiness as usual met alle voorspelbare gevolgen vandien.

Eerder (27.01.10) als Vrije Tribune gepubliceerd op Knack Blogt

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.