Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Zoals eenieder die niet op de maan woont maar in België intussen weet, is de kieswet voor de federale verkiezingen ongrondwettig. Deze werd ongrondwettig verklaard door een arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 73/2003 van 26 mei 2003 (1) dat nog steeds niet is uitgevoerd, en dat ertoe verplicht om de discriminerende kiesregeling voor Halle-Vilvoorde op te heffen. Een wetsvoorstel van de Vlaamse partijen om dit te regelen op de enige wijze die mogelijk is zonder grondwetswijziging (2), nl. door een eenvoudige splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, wordt door het illegaal (3) gebruik van belangenconflicten verhinderd. De partijen die dat voorstel ingediend hebben, maar intussen ook in de regering zetelen, doen zelf alles om hun eigen voorstel te torpederen, en hebben oud-premier Dehaene ermee belast een gedrocht uit te werken om de illegaliteit te belonen: nieuwe "rechten" voor franstaligen in ruil voor enkel maar de uitvoering van een arrest en de opheffing van een ongrondwettige discriminatie.
Het Grondwettelijk Hof had in 2003 de wetgever een legislatuur van vier jaar gegeven om het probleem op te lossen en de discriminatie op te heffen. De tweede paarse regering heeft in 2007 het federale parlement voortijdig doen ontbinden om op die wijze de uitvoering van het arrest te ontduiken. Wie het arrest correct toepast, kwam echter ook toen al tot de conclusie dat die verkiezingen buiten de termijn van vier jaar waren georganiseerd en dus duidelijk ongrondwettig (4). Geen nood, de als verkozen aangeduide parlementsleden keurden elkaars geloofsbrieven goed en verklaarden elkaar verkozen (5). Daartegen zou immers geen rechtsmiddel bestaan. Burgers die weigerden de kiesbureau's te bemannen bij die ongrondwettige verkiezingen werden vervolgd en - voor zover de zaken niet verjaard waren - veroordeeld. Daarbij beslisten de rechters dat zij niet bevoegd zijn om na te gaan of de verkiezingen grondwettig zijn verlopen en dat burgers dat niet in twijfel mogen trekken nu de parlementsleden zichzelf verkozen hadden verklaard.
Het Hof van beroep te Gent (6) verwoordde het als volgt (bemerk ook de getormenteerde stijl):
“(59) (…) Een beslissing van bevoegde instanties die, bij uitsluiting van andere organen of instanties, terzake bevoegd zijn (zie artikel 231 kieswetboek – “Alleen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat doen uitspraak, zowel wat hun leden als wat hun opvolgers betreft, over de geldigheid van de kiesverrichtingen (…) werd aan dit hof niet voorgelegd. Volledigheidshalve en louter bijkomend merkt het Hof op, wat dit onderdeel van het verweer betreft, dat een overdreven schrik in hoofde van de beklaagde voor de eventuele (on)grondwettigheid van de verkiezingen van 10/06/2007 (die enkel door andere bevoegde organen – en in ieder geval niet door de beklaagde noch door andere autoriteiten of derden of het grondwettelijk Hof – moet/kan worden vastgesteld), gelet op de feitelijke context in deze zaak, al evenmin kan worden aangenomen of weerhouden als beslissende componenten van ‘morele overmacht’ met strafuitsluitende werking”.
Na de verwerping van het verzoek door het Hof van cassatie (7) hebben de betrokken "dienstweigeraars" een klacht tegen België ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg (8). De derde en de vijfde grief van die klachten hebben betrekking op het feit dat burgers die vervolgd worden wegens gebrek aan medewerking zich tot geen enkele rechter kunnen wenden die bevoegd zou zijn te oordelen over de ongrondwettigheid van de verkiezingen.
Ook de voorbije maanden werd nog regelmatig cynisch verkondigd dat het geen enkel probleem was om "zonodig" in 2011 nogmaals ongrondwettige verkiezingen te organiseren, aangezien de als verkozen aangeduide personen achteraf zichzelf wel verkozen zouden verklaren en daar toch geen enkel rechtsmiddel tegen openstaat. Buiten de oppositie was er slechts hier en daar een constitutionalist (9) of een eenzaam parlementslid (met name senator Hugo Vandenberghe (10)) die erop wees dat deze regeling strijdig is met het Europees Verdrag inzake Mensenrechten; daartegen voerde het regime wel juristen aan die dat staalhard negeerden.
De juridische houdbaarheid van die stelling is even groot als die van het verhaal van Baron von Münchhausen waarin hij zichzelf met zijn paard bij zijn eigen haren uit het moeras trok en zichzelf zo redde:
"Met krachtige greep pakte ik de staart van mijn pruik beet en trok mij en mijn paard daaraan uit het moeras. Het was wel een hele hijs, dat moet ik toegeven, maar we kwamen toch beiden weer op de vaste grond terecht" (11).
Enkele dagen geleden is de stelling van Muylle en Vandenberghe nu ook toegepast door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een arrest waarin Roemenië wordt veroordeeld wegens schending van art. 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens omdat er geen rechtsmiddel bestond tegen de goedkeuring van de verkiezingsuitslag door de Roemeense verkiezingscommissie (die in meerderheid uit politici bestaat): het arrest Grosaru t. Roemenië van 2 maart 2010 (12). Het arrest werd unaniem geveld door de 7 rechters van de derde kamer van het Hof. Uit het arrest blijkt ook dat het feit dat er in België geen rechtsmiddel bestaat tegen de goedkeuring van de geloofsbrieven en daarmee de verkiezingsuitslag door de parlementsleden zelf, een schending inhoudt van art. 3 van het Eerste Protocol bij het EVRM (over verkiezingen) en van art. 13 EVRM (recht op effectief rechtsmiddel). In het arrest wordt eerst vrij uitvoerig ingegaan op het recht van de verschillende Europese landen in deze materie. Na de rechtsvergelijkende analyse stelt het arrest vast dat er enkel in België, Italië en Luxemburg er geen rechterlijke controle bestaat op de goedkeuring van de verkiezingsuitslag (en in Roemenië slechts een betwistbare vorm ervan) en wordt uitvoerig ingegaan op de aanbevelingen van de Commissie van Venetië (Commissie Democratie door recht), die door de parlementaire vergadering van de Raad van Europa zijn goedgekeurd, in het bijzonder de Gedragscode inzake verkiezingen uit 2002 (13).
Het arrest argumenteert onder meer het volgende om Roemenië te veroordelen:
"(47) S'il est vrai que les États disposent d'une grande marge d'appréciation pour établir des règles électorales in abstracto, le principe d'effectivité des droits exige que les décisions prises en application de ces règles soient conformes à un certain nombre de critères permettant d'éviter l'arbitraire. En particulier, ces décisions doivent être prises par un organe présentant un minimum de garanties d'impartialité. De même, le pouvoir autonome d'appréciation de cet organe ne doit pas être exorbitant ; il doit être, à un niveau suffisant de précision, circonscrit par les dispositions du droit interne.
(54) Un individu dont la nomination à une fonction de député a été refusée a des raisons légitimes de craindre que la grande majorité des membres de l'organe ayant examiné la légalité des élections, plus concrètement les membres représentant les autres partis politiques du bureau central, aient un intérêt contraire au sien. Les règles de composition de cet organe constitué d'un grand nombre de membres représentant des partis politiques ne paraissent donc pas de nature à fournir un gage suffisant d'impartialité. La même conclusion vaut a fortiori pour la commission de validation de la Chambre des députés".
Hieruit blijkt duidelijk dat de opvatting in de Belgische rechtspraak op basis waarvan de dienstweigeraars van 2007 veroordeeld werden door het Hof van beroep te Gent strijdig is met het EVRM. Er is dus een grote kans dat hun klacht tegen België gegrond zal worden bevonden door het Hof in Straatsburg.
Hieruit volgt dat mocht de meerderheid het in zijn hoofd halen in 2011 nogmaals ongrondwettige federale verkiezingen te organiseren, daar wel degelijk rechtsmiddelen tegen moeten bestaan, en mocht dat niet het geval zijn, België een veroordeling wacht door het EHRM.
Ik ben allicht de laatste om te menen dat aan de rechtspraak van het EHRM in Straatsburg een absoluut waarheidsgehalte toekomt - zeker niet, maar men zal toch moeten kiezen: ofwel de Grondwet aanpassen (of herinterpreteren) om een effectief rechtsmiddel inzake verkiezingen in te voeren, ofwel het EVRM opzeggen en uit de Raad van Europa stappen. En intussen toch maar geen ongrondwettige verkiezingen meer organiseren.