De haan en de iris

'Nous sommes fiers de notre Wallonie. Le monde entier admire ses enfants. Au premier rang brille son industrie. Et dans les arts on l'apprécie autant.'  Ziedaar de eerste regels van de Chant des Wallons (marsmuziek en gezwollen zang moet u er even bij denken).

Al bijna twaalf jaar geniet deze patriottische hymne, zo wordt ons ook bevestigd door het Belgisch Staatsblad van 23 juli 1998, de officiële status van Waals volkslied. Nee, het ligt niet aan u, ook weinig Walen weten dat.

De liedkeuze sproot voort uit het werk van een Waalse parlementscommissie die eind jaren 1990 op zoek ging naar de 'modes d'expression de l'identité wallonne'. Een queeste die al gauw verstrikt raakte in het voor het zuiden van dit land zo kenmerkende identiteitskluwen.

Zo waren prompt lokale tegenstellingen opgeborreld. 'Té Luiks', vonden sommigen die Chant des Wallons. Nu was de oorspronkelijke tekst wel degelijk in de Luikse variant van het Waals opgesteld ('Nos estans firs di nosse pitite patreye') en uitgerekend door de Luikse afdeling van de Ligue Wallonne in 1901 tot Waals symbool uitgeroepen na een zangwedstrijd. Even werd gedacht aan een ook vanuit artistiek oogpunt meer verantwoord alternatief, een melodie van de 18de-eeuwse componist André-Ernest-Modeste Grétry, 'Où peut-on être mieux qu'au sein de sa famille?'. Maar die bleek van iets te hoge kwaliteit om als volkslied te kunnen fungeren. Bovendien kampte het deuntje met een imagoprobleem: de RTBF-radio had de gewoonte het in lusvorm uit te zenden… Op stakingsdagen.

De keuze voor een officiële vlag stootte dan weer op de ambiguïteit tussen het Waals gewest en de Franse gemeenschap. De haan was al in 1913 door de Waalse beweging verkozen boven de eekhoorn, de leeuwerik en het everzwijn (de leeuw, nochtans door alle Waalse provincies in het wapenschild gevoerd, bleek helaas al bezet). Maar die rode haan op een gele achtergrond deed ook al sinds 1975 dienst voor de Franse Gemeenschap. Maar niet getreurd, sinds 1998 presenteren Waals Gewest en Franse Gemeenschap zich aan de wereld met dezelfde vlag.

Deze moeizame zoektocht naar symbolen was door de toenmalige Waalse regering van de regionalist Robert Collignon opgezet om een Waalse identiteit te stimuleren (en scheen geïnspireerd door soortgelijke pogingen van zijn aartsvijand Luc Van den Brande om aan de andere kant van de taalgrens een Vlaamse identiteit uit te dragen). Leek dit even een heropleving van het Wallingantisme in te luiden, uiteindelijk bleek het een zwanenzang. Met Jean-Claude Van Cauwenberghe kwam in 2000 weliswaar een regionalist pur sang aan het hoofd van de Waalse regering, maar Di Rupo had hem duidelijk ingepeperd dat de PS ondertussen een Belgische en Franstalige koers voer. Het Waalse identiteitsdiscours verdween op de achtergrond.

Tot de huidige Waals minister-president, Rudy Demotte, het vorige week van onder het stof haalde. Zo wil hij het Waals symbolenarsenaal verder uitbreiden met een officiële hoofdstad en wapenspreuk. In de schizofrene Waals-Franstalige vlag ziet hij een 'historische vergissing': de Franse Gemeenschap moet worden voorzien van een nieuw banier, dat zowel de Waalse haan als de Brusselse iris bevat. Kennelijk was het Demotte even ontglipt dat die combinatie al een andere vlag siert, die van de COCOF, de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel.

Zo verloor Demotte zich nog sneller dan zijn voorgangers in dezelfde identitaire wirwar. Het is ook bizar dat hij zich als monsieur Wallonie wil profileren, terwijl hij tegelijk minister-president is van de Franse Gemeenschap. Enkele dagen en wat badinerende reacties later was hij zich klaarblijkelijk al bewust van het wespennest waarin hij zich had begeven en klonk het dat hij het over het Waals 'imago' wou hebben, niet over identiteit.

Demottes plotse identitaire opstoot verbaasde. Ook al omdat de man zich nooit tot de regionalistische PS-vleugel bekende. Het lijkt erop dat hij zich in zijn zoektocht naar legitimiteit binnen de partij - Demotte staat niet echt vooraan in de pikorde - op het braakliggende regionalistische terrein wou profileren. En tegelijk zijn zichtbaarheid in de Waalse regering wat wou opvijzelen, waar andere sterke persoonlijkheden hem dreigen te overschaduwen.

Identiteiten zijn geconstrueerd, dat ontkende zelfs Bart De wever niet in zijn goed doordachte reactie op het essay van Verhofstadt vorige week in deze krant. Hij vergat er enkel bij te vermelden hoe die constructie vaak dient voor (partij)politiek gebruik. En hoe België daarvan een schoolvoorbeeld is.

Verscheen op 08/03/2010 in De Standaard, in het kader van de tweewekelijkse column van Dave Sinardet op maandag. Voor eerdere afleveringen, zie hier...

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.