Een premie voor 'echte' werklozen - een premie voor falend beleid?

Vlaanderen wil tot elke prijs een gedeelte van de arbeidsmarkt regionaliseren, maar het blijkt daarbij aan goede ideeën te ontbreken. Getuige het voorstel van Kris Peeters om een premie toe te kennen aan de werklozen die aantonen dat ze werkelijk werk zoeken. De minister-president schijnt daarbij niet gehinderd te zijn door de basisregels van het beleid inzake werkgelegenheid, zoals gestuurd vanuit Europa. De werkloosheidsuitkering is gereserveerd voor de werklozen. Een werkloze is in overeenstemming met de Europese definitie een persoon op actieve leeftijd die gelijktijdig aan drie voorwaarden beantwoordt: werkloos zijn, beschikbaar zijn om een betrekking binnen de 15 dagen op te nemen en actief een job zoeken. Het voorstel van Kris Peeters is dus een openbare bekentenis dat het beleid inzake activering niet werkt en dat een aantal werklozen geen echte werklozen zijn. Het falen van het beleid wordt dan gecompenseerd door een premie. Bovendien schijnt dit vooral het geval te zijn in Vlaanderen dat een premie wil toekennen aan de werklozen die echte werklozen zijn. Dat zal echter niets veranderen aan deze vaststelling. Integendeel. De werkgelegenheidsval vergroot en de maatregel spoort aan tot onregelmatigheden. De sluwe werkloze zal echt werk zoeken zonder dit ooit te vinden.

België, het enige land in Europa waar de werkloosheidsuitkeringen niet beperkt zijn in duur, zou zijn statuut van 'sociaal paradijs' versterken voor zij die weten hoe met de regels voor het spel om te gaan. Het voorstel is evenmin in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Raad die België vraagt om de allocatiesystemen te herzien teneinde de huidige werkloosheidsvallen in te dijken en om maatregelen te treffen die het actieve zoeken naar werk bevordert, met name door de aanpassing van de toekenningsvoorwaarden van de werkloosheidsuitkeringen. De beste manier om de werklozen te activeren, zoals experimenten in het buitenland aantonen, is de werkloosheidsuitkeringen in de duur te beperken. Deze maatregel, waarvoor trouwens ook 60 procent van de Walen zich gunstig uitlaat in peilingen, in combinatie met een vermindering van de werkgelegenheidsval die tot gevolg zou hebben dat werken meer loont dan niet-werken, zal het aantal mensen die onder de armoedegrens leven niet verhogen. Bovendien zou zij de werklozen ertoe aanzetten echt te zoeken zonder dat men een administratief instrument moet opstellen om het onderscheid te maken tussen diegenen die echt werk zoeken en degenen die doen alsof.

Trouwens, zouden wij niet beter de premiemanie vervangen door het veel efficiënter en administratief vriendelijker fiscaal instrument. Verminder de fiscale lasten op arbeid tot het Europees gemiddelde. De loonkloof (verschil tussen bruto- en nettoloon) is in België het hoogste van de Europese unie. En wat stellen wij voor: een premie voor het aanwerven van 55-plussers, een 'terug naar school'-premie en nu een premie voor werklozen die corresponderen aan de definitie van werklozen. Met een dergelijke kruideniersmentaliteit zal noch België, noch Vlaanderen haar verloren competitiviteitspositie herwinnen. Eerder dan maatregelen te zoeken die op termijn dreigen, of zelfs beogen, dat de Waalse en Brusselse werkloze minder ontvangt dan een Vlaamse werkloze - en zo de interregionale solidariteit op de helling plaatst - zouden we beter proberen nog meer de samenwerking tussen de verschillende instanties voor de werkgelegenheid te verbeteren teneinde de mobiliteit tussen regio's te bevorderen. Dergelijke benadering is in overeenstemming met de Europese aanbevelingen en in het belang van alle regio's. Vlaanderen en bepaalde subregio's in Wallonië schreeuwen om arbeidskrachten, terwijl ander subregio's een leger werklozen huisvesten. Als men absoluut nieuwe premies wil uitvinden, laat ons dan een eenmalige premie geven om de interregionale mobiliteit aan te moedigen.

In plaats van premies uit te vinden, laat ons niet langer werkgelegenheidsbeleid verwarren met sociaal beleid. Wie niet conform de Europese definitie werkloos is, heeft ook geen recht op werkloosheidsuitkeringen, maar kan terugvallen op de sociale instellingen. Vlamingen hadden het daarbij vaak, terecht, over de laksheid van de Walen inzake sanctierecht. Maar daar kwam onlangs, onder meer in het kader van de Europese coördinatiemethode, verandering in. Jaarlijks worden nu heel wat Walen geschrapt, proportioneel zelfs meer dan Vlamingen. In 2007 werden 7.458 werklozen geschorst, waarvan 4.896 tijdelijk en 2.562 definitief. De Vlamingen vertegenwoordigden 25 procent, de Walen 58 procent en de Brusselaars 17 procent van de schorsingen. In deze context dienen wij ook controle op zwartwerk te verscherpen. Fiscale druk verlagen, werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd en zwartwerk aanpakken zou de arbeidsmarkt de zuurstof geven die de Vlaamse ondernemingen broodnodig hebben.

(Gepubliceerd als opiniestuk in De Standaard van woensdag 02 april 2008)