Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Als het Waals Gewest geen belangenconflictprocedure begint zouden de Vlaamse partijen een ‘juridische spitsvondigheid’ moeten vinden om BHV weer even van de Kameragenda te halen om de regering te redden. Daar blijken ze geen zin in te hebben, ten minste toch niet in een stemming uitstellen. We maken geen crisis van de consensusdemocratie mee, maar kijken naar een pokerspel. België heet een consensusdemocratie te zijn, waar men (belangrijke) beslissingen niet laat steunen op een meerderheid van politieke vertegenwoordigers (tegen een minderheid in), maar op een zo groot mogelijk aantal. Volgens de voorstanders van dit principe “is het niet-beslissen tegen de Franstalige minderheid in, geen kwestie van goodwill van de Vlamingen, maar simpelweg het institutionele kader waarin de Vlaamse politici moeten werken.” (Cfr Dave Sinardet op deze website: ‘BHV-stemming stelt consensus in vraag’. Hier te lezen... ). Dat vraagt echter minstens enige nuancering. Volgens het bestaande institutionele kader binnen die Belgische consensusdemocratie is de splitsing van BHV geen zaak van een consensus tussen een Vlaamse meerderheid en een Franstalige minderheid, maar kan ze met een gewone meerderheid goedgekeurd worden, dus door de Vlamingen alleen, ook als dat Franstalige politici niet bevalt. Dat zijn de spelregels, niet alleen voor BHV, maar voor alle wetten die zonder bijzondere meerderheid kunnen goedgekeurd worden. Wetten kunnen ook door een coalitie waarin de Franstaligen zorgen voor een meerderheid, met steun van minder dan de helft van de Vlaamse parlementsleden goedgekeurd worden, ook als dat sommige Vlaamse partijen niet bevalt. Met het inroepen van de belangenconflictprocedure kan een stemming van een wet waarvoor geen bijzondere meerderheid nodig is even uitgesteld worden voor overleg, echter niet tegengehouden. Ook bij decreten kan een ander parlement een belangenconflict inroepen. Recent voorbeeld van een dergelijke procedure was de Wooncode. Nadat de procedure zonder resultaten was afgerond, keurde het Vlaams parlement de wooncode goed, ongewijzigd. Als er voor elke wet niet alleen een politieke meerderheid, maar ook altijd een meerderheid van Franstaligen nodig is om ze goed te keuren, hebben we niet meer met een federale staat met wisselde meerderheden te maken, maar zijn we goed op weg naar een confederatie van staten. Men kan dus niet zowel met de Belgische vlag zwaaien en pleiten voor de eenheid van België met zijn solidariteitsmechanismen, en tezelfdertijd, als het electoraal voordeel biedt, de mechanismen van een confederatie willen toepassen. Men moet dus weten waar men wil uitkomen.
Bekrachtiging of niet?
Wetten die door het parlement worden goedgekeurd, treden pas in werking na bekrachtiging door de regering. Die bekrachtiging zou alleen een formaliteit mogen zijn, of hoogstens om een of andere wetgevingstechnische fout te vermijden (wat dat ook mag zijn, maar soit), en geen echte mogelijkheid van een regering om wetten die haar niet bevallen tegen te houden. Men herinnert zich wellicht nog de heisa rond het feit dat koning Boudewijn, als deel van de uitvoerende macht die de wetten bekrachtigt, de abortuswet niet wou ondertekenen. Daar werd toen veel misbaar rond gemaakt. Ook wetten die volledig legaal zijn goedgekeurd door een parlementaire wisselmeerderheid, moet de regering zonder meer bekrachtigen. Doet ze dat niet, dan zet ze de democratie volledig buiten spel. Nu zouden, toch volgens de verhalen in de pers, de Franstalige ministers in de regering, die paritair is samengesteld, weigeren de wet over de splitsing van BHV te bekrachtigen, waardoor de regering valt. Als ze dit doen, betekent het dat de Franstaligen gebruik maken van een nieuw soort veto dat ze kunnen gebruiken voor alle onderwerpen die niet aan een speciale parlementaire meerderheid onderworpen zijn. Daarmee zetten ze de principes van de federale rechtsstaat en van de spelregels afgesproken in deze consensusdemocratie volledig buiten spel. De belangen van de Brusselse MR/FDF, die bij een splitsing zonder compensaties riskeert het meest kiezers te verliezen, primeren dan boven de meest elementaire principes van de Belgische democratie. Men mag niet vergeten dat ook na de splitsing Franstalige lijsten voor de Kamer in Halle-Vilvoorde perfect legaal zijn, alleen staat daar dan niet meer Maingain & Co op, maar lokale kandidaten, zoals dat al het geval is bij de regionale verkiezingen. RTBF journalist Christophe Deborsu meldde (DS, 23.04.08) dat in een recente peiling 99 procent van de Waalse ondervraagden zich niet betrokken voelt bij wat er in de Rand gebeurt. BHV al of niet splitsen is dus geen kwestie van al of niet in consensus tussen Vlamingen en Franstaligen tot een akkoord over de staatsinrichting komen, maar een puur elektoraal Brussels Franstalig thema. (Dit is wellicht de achterliggende reden waarom het Waals Gewest niet meedoet in het circus van het indienen van een belangenconflict: de Walen malen erom, en een mogelijke concessie van de Vlamingen bij een onderhandelde splitsing van BHV in de vorm van een inschrijvingsrecht van de Franstaligen van Vlaams-Brabant in Brussel om voor Brusselse politici te stemmen, komen niet de PS maar MR/FDF ten goede, het kartel dat momenteel in geen enkele Franstalige regering zit). Dat er veertig jaar geen onderhandelde oplossing kwam, ligt juist daaraan dat die Franstalige Brusselse politici eisen stellen, die ingaan tegen het eveneens bij consensus aanvaardde principe van de indeling van het land in een Vlaams, Waals en een Brussels Hoofdstedelijk Gewest: een inschrijvingsrecht van de Franstaligen uit het Vlaams Gewest (Halle-Vilvoorde) om voor kandidaten uit een ander Gewest te kiezen. Dat heeft dus allemaal niets te maken met mogelijke vermeende ‘verworven rechten’ van Franstaligen in Vlaams-Brabant, maar alles met het aantal stemmen van Brusselse Franstalige politici. We haalden reeds in een eerder artikel aan dat prof. Philippe Van Parijs, professor aan de UCL en Harvard, ook woordvoerder van de Pavia groep, begin dit jaar in De Morgen en Le Soir schreef, "dat de Franstaligen ermee moeten ophouden Vlaams-Brabant te beschouwen als een koloniaal uitbreidingsgebied voor diegenen die zich benepen voelen binnen de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest… De oplegging van de taal van de Regio in de administratie en het onderwijs is geen uiting van een belachelijk droit du sol, noch van een onhandig gecamoufleerd streven naar etnische homogeniteit. Het is een implicatie van wederzijds respect op de achtergrond van de zeer asymmetrische tweetaligheid die we in België kennen." Zie hier…
Barst België bij een niet-bekrachtiging?
Het is evident dat een onderhandelde oplossing van BHV de voorkeur geniet, wanneer ze zo verschillende hangende communautaire problemen kan omvatten en gelijktijdig oplossen (zie afzonderlijk artikel "BHV: de politieke bom ontmijnen en het Brussels bestuur rationaliseren" hier ...). Echter: een niet-onderhandelde oplossing is nog geen reden om de stekker uit de democratie te trekken, en zelfs het parlement op non-actief te plaatsen. Als de spelregels niet meer voldoen, moet men onderhandelen om ze te wijzigen, en geen chantage plegen door ze omwille van het mogelijk electoraal nadeel van één partij weigeren toe te passen. Stel dat de wet goedgekeurd wordt, en de Franstalige ministers de wet weigeren te bekrachtigen, laten ze dus de belangen op korte termijn van één Brussels kartel primeren boven het respect voor de democratisch gemaakte afspraken. Dan waren ze misschien lid van de laatste Belgische regering, en valt België dan in de kortste keren uiteen in een losse confederatie van twee (deel)staten die twisten over Brussel, of in drie deelstaten met Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Sturen ze daar op aan? Het gaat dus vermoedelijk om blufpoker, en het valt dus nog te bezien of ze het zover laten komen en de wet niet bekrachtigen.
Ook Vlaamse partijen spelen een pokerspel met de democratie
Het is wel geen excuus, maar de Vlaamse partijen hebben het natuurlijk uitgelokt, door eind vorig jaar in de commissie de splitsingswet goed te keuren. Daarmee hebben ze een mechanisme in gang gezet, waarbij ze nu afhankelijk zijn van een beslissing van het Waals parlement (belangenconflict) en van de Franstalige ministers of de regering al of niet valt. De regering kan (tijdelijk toch) gered worden als de Franstaligen toch nog een belangenconflictprocedure opstarten. De wereld op zijn kop: de Franstaligen zouden de Vlamingen te hulp moeten komen om de niet gewenste consequenties van hun daden tegen te houden: de val van de regering. Want als de regering valt zonder de splitsing te bekrachtigen, is er nog altijd geen splitsing. Dat ook Vlaamse partijen het parlement voor een nutteloos circus houden blijkt uit de uitspraak van Kamervoorzitter Herman Van Rompuy in het nieuws op Radio 1 op 1 mei ’08: deze regering zou niet tot stand gekomen zijn als we geweten hadden dat de afspraak die gemaakt was om drie keer een belangenconflict in te roepen bij de stemming van de splitsing van BHV niet zou worden nagekomen. In het parlement duwt men dan wel op de groene knop voor de splitsing (het Vlaams kiesvolk applaudiceert..), maar achter de schermen is men overeengekomen dat die stemming van geen enkel belang is. Cynisme alom. De splitsing is een symbooldossier geworden, dat zijn eigen leven is gaan leiden, maar in de grond al die heibel niet waard is. Er zijn belangrijker zaken te regelen in dit land dan het opkomen van of Maingain & Co of van een andere FDF-er in Vlaams-Brabant. De splitsing zorgt er niet voor dat er één Franstalige minder in Vlaams-Brabant woont, en Franstaligen kunnen na de splitsing met eigen lijsten opkomen. Een splitsing is geen ‘grote Vlaamse overwinning’, maar het afwerken van een symbooldossier. Als het Brussels FDF de niet-splitsing echter zo belangrijk vindt dat ze het er voor over heeft de democratie op te blazen omdat ze de principes van het federale België nog altijd niet wil aanvaarden en geen vrede wil sluiten met de Vlamingen, maar nog steeds op koloniale uitbreiding uit is, en het MR zich daaraan vastkoppelt, zit er wellicht niets anders op dan het huidige België op te doeken. Of moet men tot het besluit komen dat een partij als het FDF minstens de Belgische staatsstructuur ondergraaft, misschien zelfs het democratisch en vreedzaam samenleven in dit land, en ze derhalve geen recht heeft op partijfinanciering met onze centen? Als men met de spelregels niet meer akkoord gaat, moet men onderhandelen om ze te wijzigen, en geen chantage plegen.
Aanvulling, 07.05.08: enkele dagen nadat bovenstaande tekst hier op de website werd geplaatst, publiceerde prof. Bart Maddens (politicoloog aan de KU Leuven) over hetzelfde onderwerp een opiniestuk in De Standaard en De Morgen (maandag 5 mei '08). Tekst is in bijlage gevoegd. Zijn benadering komt erg in de buurt van wat hierboven staat. Maddens is lid van de Gravensteengroep, Sinardet van de Pavia groep.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| maddens.doc | 30 KB |
Reacties
BHV
Zeer juiste analyse. In het besluit had ik het nog drastischer gesteld : de minderheid in dit land regeert en domineert; de Vlaamse politieke kaste laat zich steeds vastrijden door de Belgische Francofonie en toont geen moed en assertiviteit om gewoon toe te passen wat dit land nodig heeft om voort te bestaan. Men moet eens de verantwoordelijkheden leggen waar ze zijn. Ook de media moeten kleur bekennen en de huidige situatie (nu impasse) juister duiden : het zijn de Franstaligen die de democratie uithollen en het Vlaamse separatisme aanwakkeren en uitlokken. Al te gemakkelijk wordt de N-VA met de vinger gewezen, hoewel hun inbreng en aanpak een democratische - zij het radicale - logica volgt voor meer en beter Vlaanderen. En nu de CD&V zwaarder begint te wegen dan de oude CVP, wordt hen en hun leider Leterme gebrek aan staatsmanskunst verweten. Willen de commentatoren wat minder sullig doen met die naïeve dualistiek?