Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Le Soir wou de Franstalige politici weer 'bij de les' krijgen met de publicatie van kaartjes met een corridortje in Rode: hou u niet bezig met een onwaarschijnlijke corridor van beukenbomen. (Zie 'It's not the corridor, stupid' hier... ). Ga, "zonder uiteraard de faciliteiten op te geven", onderhandelen over "een mature confederatie, bestaande uit drie geëmancipeerde regio's." Dat had al meteen effect, want woensdag 18 juni publiceerde de krant een interview met Philippe Moureaux. Hij eist de eeuwige vergrendeling van de huidige transferts, drie volwaardige Gewesten, waarbij Brussel een gewest met Franstalige dominantie wordt door het 'herzien' van de taalwetten die er de Vlaamse minderheid beschermen, een uitbreiding van Brussel, permanente faciliteiten tot in Aalst, Mechelen, Leuven en wellicht nog verder, geen corridor van beukenbomen, maar een landverbinding van verschillende gemeenten. En dat noemt De Standaard een 'niet te onderschatten opening'. Hebben ze niet goed gelezen? Het lijkt eerder op een oorlogsverklaring die het nakende einde van België dichterbij brengt.
Moureaux aan het woord
Moureaux is ondervoorzitter van de PS en baas van de Brusselse PS. Hij wil over een nieuw België onderhandelen, "op een confederale basis". Dat hetgeen hij voorstelt eerder leidt tot een sterk uitgeklede Belgische federale staat dan tot een confederatie van afzonderlijke staten, is van minder belang. Belangrijk is hoe hij die 'confederatie' invult. Hij zegt bereid te zijn een grote stap te zetten naar een sterke defederalisering van bepaalde gebieden. Eerst stelt hij wel duidelijk "dat België ons niet meer interesseert als de interpersoonlijke solidariteit wordt afgeschaft". (Duidelijk: de vertaling van 'Vive la Belgique' is eigenlijk 'wij willen veel geld' - Vlaanderen en de Vlamingen interesseren hem niet, wel hun geld)
Zijn eisen:
1. "Als men de solidariteit behoudt, en ons op de huidige basis de financiering garandeert van de sociale- en de gezondheidssectoren, kunnen we open staan voor een discussie over het gebruik van deze middelen. Ik kan mij autonomievensters voorstellen in die gebieden. Bijvoorbeeld voor het kindergeld, op voorwaarde dat de bedragen die aan de deelstaten overgedragen worden altijd op dezelfde manier berekend worden als vandaag. Hetzelfde voor tewerkstelling! .. We moeten ons openstellen voor de Vlaamse eisen. En zij moeten zich openstellen voor onze eisen: elke transfert moet gepaard gaan met het geld dat hiervoor bestemd is."
2. "Het confederale België dat wij zouden bouwen, zou dat zijn vertrekkende van drie gewesten, waarvan het Brusselse."
3. "Het kiesarrondissement BHV kan gesplitst worden, als we fundamentele garanties bekomen voor het beheer van Brussel (de taalwetten herzien die de Vlaamse minderheid de mogelijkheid geeft elke beslissing te blokkeren), een verbinding tussen Brussel en Wallonië en de bescherming van de Franstalige meerderheden in de periferie".
4. "Ik denk niet dat we op de lange termijn de idee kunnen ontwikkelen dat we de Franstaligen zullen beschermen tot 50 km - ik citeer deze afstand om de zaken duidelijk te maken - van Brussel. Het is sympatiek, maar niet reëel. Ik voeg er aan toe dat als we de grenzen van de gewesten hertekenen, we de Vlamingen moeten gerust stellen over 'de olievlek'. Deze historische vrees verteert hen. We moeten een middel vinden om hen gerust te stellen. Door hen te zeggen: voorbij een bepaalde limiet die we vastleggen in onderhandelingen, zullen wij aan de Franstaligen vragen zich aan te passen aan de regio waarin ze wonen." (En vóór die limiet moeten ze dus eeuwige faciliteiten krijgen in Vlaanderen..)
5. Geen klein corridortje, maar meerdere gemeenten: "Waarom willen de Vlamingen gemeenten behouden die slechts een infiem deel van hun grondgebied uitmaken en die hen alleen maar problemen bezorgen."
Als goede leerling die de oproep van Le soir begrepen heeft, krijgt Moureaux op woensdag 18 juni natuurlijk de hoofdtitel van de krant op bladzijde 1: "Moureaux, 'oser le confédéralisme" , met als ondertitel "De socialist schetst voor Le Soir wat veel Franstaligen vandaag overwegen: een nieuw België." Het editoriaal van die dag wordt geschreven door hoofdredactrice Beatrice Delvaux, die uiteraard juicht dat haar boodschap aangekomen is (Franse tekst en de vertaling die in DS gepubliceerd werd staan onderaan dit artikel): "Moureaux heeft zijn verantwoordelijkheid opgenomen als politicus." .. "Er valt geen tijd meer te verliezen om een nieuwe vorm van samenleven te verzinnen waarin de gemeenschappen hun waardigheid terugvinden,.."... "Er moet ruim maar krachtig onderhandeld worden, diepgaand maar degelijk, hard maar evenwichtig."
De Standaard heeft er niets van begrepen
Bart Sturtewagen heeft met zijn commentaarstuk op 19 juni in De Standaard onder de titel 'Opening niet onderschatten' blijkbaar niet begrepen dat Moureaux geen 'opening' maakt, maar integendeel nog meer onaanvaardbare eisen voorstelt dan ooit tevoren. Heeft hij het stuk van Moureaux wel gelezen, of gaat hij alleen voort op het artikel in de binnenlandbladzijden van zijn eigen krant, dat de essentiële eisen van Moreaux verzwijgt? Sturtewagen: "Moureaux zegt nu: we moeten met de Vlamingen over confederalisme spreken als we nog iets van België willen overhouden. 'Laten we onderhandelen over een nieuw België.' Helemaal van harte is het natuurlijk niet. De analyse van Moureaux is dat de Vlaamse staat in wording is en dat het been stijf houden alleen het moment vervroegt waarop dat Vlaanderen zijn eigen weg gaat. Moureaux stelt onomwonden dat het in de huidige omstandigheden verstandiger is met de Vlamingen een deal te maken over een verregaande splitsing van bevoegdheden, op voorwaarde dat er aan de geldstromen niet wordt geraakt. Want het alternatief is nog erger. Dat is gewiekst en mercantiel. Maar het is een opening die niet mag worden onderschat. Het steriele Franstalige afwijzingsfront wordt niet elke dag op zulke spectaculaire wijze doorbroken. Vanzelfsprekend geeft Moureaux niet alle Franstalige stellingen op. Voor Brussel en BHV legt hij de lat nog steeds zeer hoog, al vraagt hij begrip voor de Vlaamse vrees voor de Brusselse olievlek. Het belang van zijn uitspraken is dat zich de contouren beginnen af te tekenen van een herstichting van België. Gelijk welk compromis tussen Noord en Zuid in dit land heeft slechts kans op slagen als de contracterende partijen het gevoel kunnen hebben dat ze iets historisch tot stand brengen. Alleen in die context kunnen oude symbolische tegenstellingen in een nieuw licht worden geplaatst."
In het binnenlandartikel kan men lezen dat Moureaux gezegd heeft: "Dat betekent ook dat bij elke bevoegdheidsoverdracht het bijhorende geld wordt overgeheveld...." Dat is echter pas de afgeleide van wat hij eerder in het interview zegt, en DS niet overneemt: "als de solidariteit bewaard wordt, kan, op basis van de huidige verdeling, onderhandeld worden over het gebruik van deze middelen door de gewesten." Dat is wel even heel iets anders.. Nog volgens het artikel in DS heeft Moureaux gezegd: "Ook de splitsing van BHV moet bij zo'n onderhandeling worden betrokken. Hij wil de Vlamingen geruststellen over de 'olievlek' Brussel. 'We moeten hen zeggen: voorbij een bepaalde limiet die we vastleggen in onderhandelingen, zullen wij aan de Franstaligen vragen zich aan te passen aan de regio waarin ze wonen." Geen vermelding in dat artikel dat Moureaux aanhaalt dat een de straal van 50 km wel iets te veel zou zijn.., maar er dus wel in een hele ruime straal rond Brussel nog meer faciliteiten moeten komen. Dat noemt Moureaux 'de Vlamingen geruststellen', en DS een niet te onderschatten opening...
De eisen van Moureaux, zo geformuleerd dat de journalisten van De Standaard ze wellicht wel verstaan:
1. Overdracht van sectoren naar de gewesten kan alleen op voorwaarde dat de bedragen die overgedragen worden altijd op dezelfde manier berekend worden als vandaag. De transferts blijven dus eeuwig voortbestaan.
2. België bestaat uit drie volwaardige gewesten, waarvan het Brusselse.
3. Alleen over de splitsing van het kiesarrondissement BHV kan onderhandeld worden, voor zover de taalwetten herzien worden en de Vlaamse minderheid in Brussel geen enkele Franstalige beslissing meer kan blokkeren. Over de blokkering op federaal vlak spreekt hij niet, dus wil hij die wel behouden. En het gerechtelijk arrondissement BHV moet dus ook blijven bestaan, waardoor de Franstaligen verder in Vlaanderen in het Frans kunnen bediend worden bij justitie. Naast een corridor voor een verbinding tussen Brussel en Wallonië moeten de faciliteiten voor de Franstaligen in de faciliteitengemeenten eeuwigdurend blijven.
4. De Franstaligen faciliteiten toekennen tot 50 km van Brussel is niet reëel, maar het moet toch ruim meer zijn dan vandaag. Het moet een heel ruim gebied zijn dat we vastleggen in onderhandelingen. De Franstaligen buiten dat gebied moeten zich daar niet bij neerleggen, wij zullen hen alleen vragen of ze zich willen aanpassen aan de regio waarin ze wonen.
5. Geen klein corridortje, maar meerdere gemeenten moeten bij Brussel aangehecht worden.
Ziet u daar enige 'opening' in? Het is nog meer van hetzelfde. Als dat op tafel komt, kan elke Vlaamse partij toch niets anders doen dan de onderhandelingstafel verlaten, en onverwijld de eenzijdige splitsing van BHV stemmen. Dat kan met een gewone meerderheid. Als de Franstalige ministers in de regering weigeren de wet over de splitsing van BHV te bekrachtigen betekent het dat de Franstaligen gebruik maken van een nieuw soort - niet bij consensus afgesproken - veto. Daarmee zetten zij de afgesproken principes van de federale staat en van de spelregels in deze consensusdemocratie volledig buiten spel. (Zie ook het artikel 'Nog meer voorstellen voor gebiedsroof'' hier ... ) . Maar wellicht nemen ze dit risico niet, en komt er dan pas een opening, en geen dictaat zoals dit van Moureaux?
De Vlamingen proberen nu reeds 40 jaar een 'onderhandelde' oplossing voor BHV te krijgen, maar de tegeneisen worden steeds hoger, zoals weer blijkt met Moureaux. Onderhandelen heeft geen enkele zin meer. Stemmen dus..
Het interview met Moureaux
Moureaux : « Négocions une nouvelle Belgique ! » « Oser le confédéralisme »
DAVID COPPI
mercredi 18 juin 2008
Le socialiste évoque pour « Le Soir » ce que beaucoup de francophones envisagent désormais : une nouvelle Belgique.
Le Bruxellois Philippe Moureaux semble s’être fait une raison. Dans un entretien au Soir, le vice-président du PS déclare: « Essayons de négocier une nouvelle Belgique, sur une base confédérale. »
Et quand il s’attarde sur ce dernier mot, il enchaîne : « Il n’y a plus un seul domaine où les Flamands n’envisagent pas soit de régionaliser totalement, soit de le faire partiellement. Il faut donc leur dire que nous sommes prêts à faire des pas dans le sens d’une défédéralisation forte de certaines matières. Mais qu’eux doivent faire des pas vers nous et nos revendications. » Moureaux y va d’une formule forte : « Seul le confédéralisme peut encore sauver la Belgique ! » Les francophones partageraient-ils tous ce point de vue alors que le climat de crise s’éternise ? « L’idée a fait son chemin », dit-on au Sud. « Il faudrait être fou pour ne pas envisager ce scénario, l’étudier. » Avant de s’y résoudre ?
Entretien
Blocages Nord-Sud à tous les étages de la maison Belgique ? Philippe Moureaux, vice-président du PS et patron des socialistes bruxellois, secoue l’édifice un bon coup. Accrochez-vous.
< L’imbroglio belgo-belge. Quid ?
Je sonne le tocsin pour les francophones. Car maintenant, la menace est multiforme. Je vois une radicalisation flamingante de l’appareil d’Etat : une Région flamande qui ne respecte pas réellement les facilités ; un Conseil d’Etat qui, dans ses chambres flamandes, depuis plusieurs années, ne décide plus en fonction de la loi mais des intérêts militants flamands lorsqu’il s’agit de contentieux linguistiques ; une cour d’appel de Bruxelles qui blanchit les personnes qui ont refusé de siéger comme assesseurs aux élections – on parle de magistrats assis de très haut niveau !
On voit donc se créer un Etat flamand à l’intérieur de l’Etat belge, s’appuyant, je l’ai dit, sur la Région-Communauté flamande, le Conseil d’Etat, les tribunaux…
< Pourtant, il y a comme une valse-hésitation au Nord : Marianne Thyssen, présidente du CD&V, menace les francophones, puis se rétracte…
C’est la procession d’Echternach : on avance de trois pas, on recule de deux… Reste un pas. Vous citez le cas de Mme Thyssen, qui s’est lancée dans la menace, avant de remettre son maquillage et son rouge à lèvre pour dire que ce n’était pas méchant. Même chose pour la scission des soins de santé (Le Soir de mardi, NDLR) : le CD&V attaque, puis dément à moitié. Egalement : on apprend que CD&V et VLD préparent un programme de scission de la fiscalité… mais ce n’est pas grave, disent-ils. Overijse : la commune organise la dénonciation de ceux qui écrivent ou qui parlent français, le gouvernement flamand prend une position apaisante mais ne met pas en cause les politiques menées par ailleurs dans cette municipalité, comme dans d’autres dans les environs de Bruxelles, comme la vente de terrains à bâtir aux seuls Flamands.
< Comment cohabiter dans ces conditions ?
Je ne sombre pas dans le pessimisme absolu. Je lance un appel à ce que chacun essaie de comprendre l’autre, malgré tout.
< « Comprendre » ?
Essayons de négocier une nouvelle Belgique, sur une base confédérale.
< « Confédérale ?
Il n’y a plus un seul domaine où les Flamands n’envisagent pas soit de régionaliser totalement, soit de le faire partiellement. Il faut donc leur dire que nous sommes prêts à faire des pas dans le sens d’une défédéralisation forte de certaines matières. Mais qu’eux doivent faire des pas vers nous et nos revendications. A commencer par ceci : la Belgique ne nous intéresse plus si on supprime la solidarité interpersonnelle. Mais je reviens à mon ouverture : si on maintient cette solidarité, et que l’on garantit, sur les bases actuelles, le financement des matières sociales et de santé, ouvrons-nous alors à la discussion pour l’utilisation de ces moyens. Je peux imaginer des fenêtres d’autonomie dans ce domaine. Par exemple pour les allocations familiales, à condition que les sommes dévolues aux entités fédérées soient toujours calculées de la même manière qu’aujourd’hui. Même chose pour l’Emploi : on peut imaginer qu’en fonction des problèmes de chaque Région, il y ait aussi des fenêtres d’autonomie. Je pense à d’autres matières, dont la justice de paix.
Je brise un tabou, je sais. Mais je pense qu’il faut s’ouvrir aux revendications flamandes. Et qu’eux doivent s’ouvrir à nos exigences : tout transfert de matière doit s’accompagner de l’argent afférent à cette matière ; et la Belgique confédérale que nous bâtirions le serait au départ des trois Régions, dont la bruxelloise.
Globalement, la grande négociation communautaire débuterait sur ce large donnant-donnant. Cela signifie que les francophones doivent bouger de leur ligne.
< Cette négociation est possible avant le 15 juillet ?
On peut avancer pour le 15 juillet, montrer qu’il y a une volonté de négocier. Même si c’est difficile : beaucoup d’acteurs sont constipés, ils pensent aux urnes. On peut tout renvoyer à 2009, mais je crains qu’alors il soit trop tard pour la Belgique, ou que ce sera beaucoup plus difficile de trouver une entente.
Seul le confédéralisme peut encore sauver la Belgique. Il faut un sursaut d’effort de chaque côté. D’où ce cadre possible pour une négociation, proposé ici.
< Et BHV ?
Même principe… Les francophones doivent faire le pas, dire que l’on peut aboutir à une scission de l’arrondissement électoral si l’on obtient des garanties fondamentales pour la gestion de Bruxelles (revoir les lois linguistiques qui permettent à la minorité flamande de bloquer toute décision), un lien territorial entre la Wallonie et Bruxelles, et la préservation des majorités francophones de la périphérie.
Je ne pense pas qu’on puisse développer à long terme l’idée que nous allons protéger les francophones jusqu’à 50 km – je cite cette distance pour la compréhension des choses – de Bruxelles. C’est sympathique, mais ce n’est pas réel.
J’ajoute que si nous souhaitons vivement redessiner les frontières des Régions, il faut pouvoir rassurer les Flamands sur la « tache d’huile ». Cette crainte historique les mine. Il faut trouver un moyen de les rassurer à ce sujet. En leur disant : au-delà d’une limite fixée en négociation, nous demanderons aux francophones de s’adapter à la Région dans laquelle ils vivent.
< Un lien territorial Wallonie-Bruxelles, est-ce réaliste ?
Il s’impose dans la mesure où l’on ne peut pas exclure le scénario de la fin de la Belgique : on n’est pas loin en Flandre d’une majorité de partis qui demandent la scission.
< Un « couloir » ?
Pourquoi les Flamands veulent-ils conserver des communes qui ne représentent qu’une infime partie de leur territoire et qui ne leur créent que des problèmes ?
< A côté d’Yves Leterme, les ministres des Réformes institutionnelles, Jo Vandeurzen et Didier Reynders, ont-ils un rôle à tenir ?
Il ne faudrait pas qu’ils soient les derniers à se mouiller.
Editoriaal van Beatrice Delvaux, rédactrice en chef, mercredi 18 juin 2008
L’heure n’est plus au romantisme
On dira que les Flamands ont obtenu ce qu’ils veulent. On dira que les francophones capitulent. On dira qu’on a lâché le morceau belge.
On aura raison sur tout cela, mais on aura surtout tort. Car aujourd’hui dans nos colonnes, en appelant à redessiner la Belgique, en osant le confédéralisme, Philippe Moureaux (un an après Reynders, soyons justes) prend ses responsabilités d’homme politique. Il a raison de dire que le temps n’est plus, pour les partis francophones, à regarder le résultat des urnes. Mais que l’heure est à gérer un nouveau dessein pour la Belgique. Sous peine, si les francophones ne bougent pas fortement, s’ils n’assument pas de façon proactive ce destin qu’ils ne veulent pas mais que la Flandre impose, de voir ce pays sombrer dans un chaos dangereux, pour éventuellement y disparaître d’un coup sec, sans amortisseur.
Sous peine surtout de voir les rapports entre les « gens », flamands et francophones, s’envenimer et pourrir. Les méthodes pratiquées, les mots utilisés font craindre une dégradation nauséabonde. Voyez l’appel innommable à la délation linguistique d’Overijse. Désavoué par un Premier ministre au nom de son illégalité, mais non de son indignité et toujours revendiqué par son auteur. Cet appel est la partie visible d’un contexte plus large : un parti séparatiste a liberté d’expression sans être jamais clairement remis à l’ordre ; les frustrations flamandes ne trouvent plus d’exutoire. Un climat dans lequel le CD&V, désormais relayé par le VLD, alterne grandes déclarations non séparatistes, menaces ouvertes et exigences de régionalisation toujours plus larges. Cette douche chaude et froide rend toute sérénité et toute confiance impossibles. Avec la spirale qui s’ensuit : les francophones parlent désormais de territoire, d’épuration linguistique, de corridor, du port… d’une étoile bleue !
Il n’y a pas de temps à perdre pour recréer un vivre ensemble où les communautés retrouvent leur dignité, à défaut de leur unité. Il faut négocier très large mais très ferme, profond mais solide, dur mais équilibré. L’heure n’est plus au romantisme d’une Belgique rêvée. L’urgence est au pragmatisme.
Vertaling gepubliceerd in De Standaard van 19 juni
De tijd van de romantiek is voorbij
Men zal zeggen dat de Vlamingen hun zin krijgen. Men zal zeggen dat de Franstaligen capituleren. Men zal zeggen dat België in de steek gelaten wordt. En men zal gelijk hebben, maar ook, en vooral, ongelijk. Want wanneer Philippe Moureaux (PS) oproept om België te hertekenen (Le Soir 18 juni), wanneer hij het confederalisme aandurft, neemt hij (een jaar na Reynders (MR), laten we eerlijk zijn) zijn verantwoordelijkheid op als politicus. Hij heeft gelijk wanneer hij zegt dat de Franstaligen zich niet langer moeten blindstaren op de verkiezingsuitslagen. Dat het tijd is om een nieuw Belgisch model te bedenken. Want als de Franstaligen niet krachtig optreden, als ze niet proactief het lot aanpakken dat zij niet wensen maar dat Vlaanderen hen oplegt, dreigt het land in een gevaarlijke chaos weg te zinken en uiteindelijk bruusk uiteen te vallen. Het grootste gevaar is dat de betrekkingen tussen de Vlaamse en Franstalige mensen vergiftigd worden. De methoden die men hanteert en de woorden die men gebruikt, doen een weerzinwekkende achteruitgang vrezen. Kijk naar de onnoemelijke oproep tot taalverklikking in Overijse. De premier heeft hem veroordeeld - maar niet uit verontwaardiging, wel omdat hij in strijd is met de wet. En zijn auteur houdt voet bij stuk. Deze oproep is het zichtbare deel van een veel ruimere context: een separatistische partij kan vrijuit spreken zonder ooit duidelijk tot de orde te worden geroepen; de Vlaamse frustraties vinden geen uitlaatklep meer. Een klimaat waarin de CD&V, afgelost door de VLD, grote niet-separatistische verklaringen afwisselt met onverholen dreigementen en voortdurend verregaandere eisen tot regionalisering. Deze wisseldouche maakt elke sereniteit en elk vertrouwen onmogelijk, met de daaruit voortvloeiende spiraal als gevolg: de Franstaligen hebben het nu al over grondgebied, taalzuivering, een corridor, het dragen van een blauwe ster! Er valt geen tijd meer te verliezen om een nieuwe vorm van samenleven te verzinnen waarin de gemeenschappen hun waardigheid terugvinden, ook al is hun eenheid zoek. Er moet ruim maar krachtig onderhandeld worden, diepgaand maar degelijk, hard maar evenwichtig. De tijd van de romantiek van een utopisch België is voorbij. We hebben dringend nood aan pragmatisme.
Reacties
Na meer dan 40 jaar opnieuw hetzelfde ...
De zogezegde opening van Moureaux is gebaseerd op wat begin jaren '60 al was toegezegd. Zijn gevleugelde woorden uit het Le Soir interview worden gezien als een teken van toegeeflijkheid, maar vergis u niet.
"J’ajoute que si nous souhaitons vivement redessiner les frontières des Régions, il faut pouvoir rassurer les Flamands sur la « tache d’huile ». Cette crainte historique les mine. Il faut trouver un moyen de les rassurer à ce sujet. En leur disant : au-delà d’une limite fixée en négociation, nous demanderons aux francophones de s’adapter à la Région dans laquelle ils vivent"
Dit is wat indertijd met het vastleggen van de taalgrens precies was bedoeld. Leg nu voor eens en altijd de grens vast, en richt faciliteiten in voor de Franstaligen om hun aanpassing naar het Nederlandstalige grondgebied te kunnen vergemakkelijken. Om de paar jaar de verdragen anpassen met dezelfde smoes lukte misschien wel bij de blanke bezetters met de Noord-Amerikaanse indianen, maar we hebben hier dus al een verdrag over. Geen reden meer tot aanpassing dus.
Dus dat "rassurer les Flamands" zou ik dus maar wantrouwen. Toon ons dat u te vertrouwen bent, mijnheer Moureaux, en respecteer wat vandaag bestaat : een taalgrens, uitdovende faciliteiten, een Vlaamse regelgeving die geen Franstalige kiesbrieven toelaat, enz.
Uw vertrouwen zal u herwinnen door de verdragen van het verleden te respecteren.