Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Het artikel 'De Gucht is tegen democratie' (hier... ) lokte reacties uit tussen voor- en tegenstanders van referendums. Om het gesprek verder te zetten brengt dit artikel een ruimere situering van de plaats van referenda in het kader van meer democratie.
"Referendum is niet echt democratisch" schrijft Stef Gijssels.
Wel eerst en vooral wat is democratie? Ik geef hier een samenvatting van de eerste hoofdstukken uit het boek "Directe democratie: feiten, argumenten en ervaringen omtrent de invoering van het referendum" van Jos Verhulst en Arjen Nijeboer (hier ... te lezen)
Letterlijk betekent 'democratie' volkssoevereiniteit. Er staat niemand boven het volk. Diegenen die de wetten willen volgen maken die ook.
Wat is democratie .......
Wat is directe democratie.......
Het referendum ......
De wetten ontlenen in een democratie hun autoriteit aan het feit dat zij op een of andere manier door het volk zijn goedgekeurd. Wetten leggen verplichtingen op, niet aan het volk in zijn geheel, maar wel aan de individuele burgers. De individuele leden van de gemeenschap worden geacht de autoriteit van de wet te erkennen, omdat zij in principe ook de gelegenheid hadden om mee vorm te geven aan de wet. Zo komt men tot het begrip van het 'sociaal contract' van Jean-Jacques Rousseau: de wetten zijn het resultaat van een sociaal contract tussen gelijkwaardige en mondige burgers. Een wet is in de democratische visie enkel legitiem wanneer diegenen die geacht worden de wet te gehoorzamen, ook mee vorm kunnen geven aan die wet.
Het begrip 'sociaal contract' wordt het best in negatieve zin gedefinieerd. Indien de autoriteit van de wetten niet wordt afgeleid uit de autoriteit van God, van de adel, van bezitters van grond, geld of kennis, dan blijft het sociaal contract als enige mogelijkheid over. Wetten ontlenen hun autoriteit aan het feit dat het vrije afspraken zijn tussen de leden van de rechtsgemeenschap.
Hoe kunnen burgers samen een sociaal contract sluiten? Uiteraard moeten zij daarvoor samenkomen, overleggen en afspreken. Zo ontstaat de eerste, concrete invulling van de democratische vergadering: de volksvergadering.
De beginselen van de volksvergadering
Bepaalde principes zijn in iedere democratische volksvergadering aanwezig.
Het gelijkheidsbeginsel vormt de grondslag van de volksvergadering: alle 'mondige' (in de zin van 'toerekeningsvatbare') leden van de gemeenschap kunnen deelnemen aan de volksvergadering en krijgen evenveel gewicht bij de besluitvorming.
Het democratisch ideaal vertrekt van de grondstelling dat er geen autoriteit is boven het volk. Dit uitgangspunt betekent dwingend dat iedereen als gelijke optreedt.
Elk beleidsniveau is soeverein en bepaalt zelf zijn interne democratie. Zo moet elke gemeente zelf zijn besluitvormingsregels kunnen maken.
Het initiatiefrecht
Het initiatiefrecht betekent dat ieder lid van de volksvergadering een gelijk recht heeft om voorstellen in te dienen. De agenda van de volksvergadering wordt dus niet door een elite bepaald.
Het initiatiefrecht is niets anders dan een speciale toepassing van het gelijkheidsbeginsel.
De meerderheidsregel
Meestal zal unanimiteit niet haalbaar zijn. Daarom wordt de meerderheidsregel ingevoerd. Het meerderheidsbeginsel vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel en uit het verlangen om de onlust te minimaliseren: door toepassing van de meerderheidsregel bekomt men het geringste aantal ontevredenen. Men kan ook argumenteren dat iedere andere oplossing dan de meerderheidsregel een negatie van het gelijkheidsbeginsel meebrengt.
Het mandateringsbeginsel
Voortdurende unanimiteit is in een democratie onhaalbaar. Daarom maakt de meerderheidsregel deel uit van het democratische 'oerbeeld'. Maar er is nog een tweede probleem. Ook universele deelname bij de democratische besluitvorming zal onhaalbaar zijn. Steeds zullen er leden van de gemeenschap zijn die over bepaalde aangelegenheden niet willen meebeslissen (omdat zij geen tijd hebben, omdat zij zich niet bevoegd achten, of omwille van andere redenen). Daarom wordt naast de meerderheidsregel ook de mandateringsregel ingevoerd: wie niet deelneemt aan de volksvergadering, wordt geacht een mandaat te geven aan hen die wel deelnemen.
De mandateringsregel kan niet worden ontweken door een stemplicht of opkomstplicht op te leggen. Zelfs indien men bij wet besluit dat alle leden van de gemeenschap aan de volksvergadering moeten deelnemen, zal men nog altijd een regeling moeten treffen voor diegenen die deze verplichting niet opvolgen. De besluiten van de volksvergadering zullen ook bindend zijn voor die afwezigen.
Het mandateringsbeginsel heeft dus niets te maken met het onderscheid tussen representatieve en direct-democratische besluitvorming. Het mandateringsbeginsel is een direct gevolg van het feit dat wetten per definitie gelden voor alle leden van de gemeenschap. Met andere woorden: ik kan de toepasbaarheid van de wet op mijzelf niet verwerpen met het argument dat ik niet heb deelgenomen aan de totstandkoming van de wet. Door af te zien van deelname aan de besluitvorming omtrent die wet, word ik automatisch geacht een mandaat te geven aan diegenen die wel meebeslisten. Zonder dit beginsel zou ieder individu zich à la carte aan de toepasbaarheid van wetten kunnen onttrekken.
In een direct-democratische besluitvorming via een volksvergadering worden dus formeel gezien altijd twee beslissingen genomen:
ten eerste komt een mandateringsbeslissing tot stand: iedere burger besluit dat hij zelf deel zal uitmaken van het 'ad hoc parlement' dat de beslissing zal nemen, of dat hij zijn medeburgers zal mandateren (hetgeen hij doet door niet-deelname);
ten tweede neemt de volksvergadering dan de beslissing over de zaak die ter discussie staat.
Van volksvergadering tot referendum
volgende elementen maken onontkoombaar deel uit van de werking van de volksvergadering
1. het gelijkheidsbeginsel
2. het beginsel van de volkssoevereiniteit (er is geen autoriteit boven het volk)
3. de meerderheidsregel
4. het mandateringsbeginsel.
Het systeem van de volksvergadering heeft zijn grenzen. Op een bepaald ogenblik wordt het marktplein gewoon te klein. Bijgevolg moet de publieke discussie anders gebeuren: via de media, via deelvergaderingen enz. De discussie zal dus langer duren en minder direct van aard zijn. Dat is eerder een voordeel dan een nadeel. Er is meer tijd voor overleg, meer gelegenheid om valse argumenten te doorzien.
Bovendien zullen we niet meer stemmen bij handopsteking, maar in 'de beslotenheid' van het stemhokje. Zo'n geheime stemming is onmiskenbaar een groot voordeel: iedereen kan zonder sociale druk zijn oordeel uitspreken.
De representatieve democratie
Maar ook het referendum heeft zijn grenzen. We kunnen niet over alle onderwerpen referenda houden: de maatschappelijke kost voor de directe besluitvorming wordt gewoon te groot. Niet alleen kost ieder referendum geld. Belangrijker is dat ieder referendum van de burger tijd en inzet vraagt: hij moet zich naar best vermogen een oordeel vormen over de zaak die ter discussie staat, en dan stemmen.
Natuurlijk kunnen overbelaste burgers zich onthouden van deelname aan het referendum en daardoor een mandaat geven aan de gemeenschap van de stemmers. Indien er te weinig belangstellenden zijn, wordt deze procedure evenwel onbruikbaar. Het is absurd om een nationaal referendum te organiseren over een aangelegenheid waarvoor uiteindelijk slechts een handvol kiezers opdaagt. Niet alleen is de volksvergadering onwerkbaar, maar zelfs het systematisch gebruik van het referendum is ondoenbaar.
Er moet dus een andere oplossing worden gevonden. De essentiële vraag is daarbij: wanneer het referendum als methode om te beslissen niet geschikt is, wie neemt dan wél de beslissing? Normaal wordt het mandateringsprobleem bij het referendum zelf opgelost: de kiesgerechtigden die effectief stemmen, dragen het mandaat vanwege de samenleving. Omdat het iedereen vrij staat om dit mandaat al dan niet op te nemen, wordt het gelijkheidsbeginsel niet geschonden. Maar wie krijgt het mandaat indien het referendum niet plaatsvindt?
De representatieve of vertegenwoordigende democratie is in wezen een techniek om dit mandateringsprobleem op te lossen. Representatieve democratie moet worden ingevoerd zodra de burgers te weinig tijd of belangstelling hebben om mee te werken aan een besluit dat toch genomen moet worden. De maatschappelijke kosten voor een referendum over ieder afzonderlijk onderwerp worden op een gegeven ogenblik volgens de burgers zelf te groot in verhouding tot de democratische winst (rechtstreekse toegankelijkheid tot de besluitvorming voor iedere burger). Daarom besluiten de burgers om voor enkele jaren een vast parlement aan te duiden dat het mandaat krijgt om besluiten te nemen voor alle aangelegenheden waarover de burgers niet rechtstreeks wensen te beslissen. De verkiezing van het parlement is dus een speciale vorm van een direct-democratisch besluit: men beslist wie zal beslissen over de aangelegenheden waarvoor de bevolking wenst te mandateren.
Het mandaat dat het parlement krijgt is dus een speciale verschijningsvorm van het mandaat dat bij direct-democratische besluitvorming door de volledige gemeenschap aan de effectieve kiezers wordt gegeven. Bij direct-democratische besluitvorming (referendum) vormen de effectieve kiezers als het ware een reusachtig ad hoc parlement dat gemandateerd is om over het onderwerp te beslissen. Het enige verschil met de representatieve besluitvorming (stemming in het parlement) is dat het parlement zijn mandaat reeds een tijd voor de stemming kreeg. Het is duidelijk dat deze ontkoppeling tussen mandatering en beslissing niet fundamenteel is. Maar het is wel essentieel om in te zien dat het parlement en de gemeenschap van kiezers bij een referendum logisch en formeel op dezelfde voet staan.
De verhouding tussen referendum en parlementaire besluitvorming
Door de invoering van het representatieve parlement rijst een nieuw probleem. Hoe achterhaalt men voor welke aangelegenheden de burgers toch nog direct wensen te beslissen?
De voorstanders van het zuiver representatieve systeem hebben hun antwoord klaar. Zij bepleiten de almacht van het parlement en verwerpen het referendum. Hierdoor wordt de volkssoevereiniteit, zoals uitgedrukt in het oerbeeld van de democratie, zwaar geschonden. In het zuiver representatieve systeem wordt het opnieuw mogelijk om wetten in te voeren die door een elite worden gewild, maar die door de meerderheid worden afgewezen. Zodra het parlement is geïnstalleerd, kan het vrij tegen de meerderheidswil ingaan. Het initiatiefrecht, dat direct voortvloeit uit het gelijkheidsbeginsel, wordt afgeschaft.
De verdedigers van het 'zuiver representatief systeem' verantwoorden dit stelsel met twee hoofdargumenten:
Een gedwongen mandaat is er geen
Ten eerste stellen de verdedigers van het 'zuiver representatief systeem' dat de burgers een mandaat geven aan de verkozenen en dat deze laatsten bijgevolg beslissingsrecht bezitten.
Daarbij wordt over het hoofd gezien dat zo'n gedwongen mandatering een contradictio in terminis vormt. Een authentiek mandaat kan, net als een authentiek geschenk, alleen vrijwillig worden gegeven. Deze vrijwilligheid brengt mee dat de burger vrij moet zijn om het mandaat eventueel niet te geven, maar te kiezen voor rechtstreekse besluitvorming via een referendum.
Het zuiver representatief stelsel kan dus niet als echt democratisch worden beschouwd. Dit stelsel verplicht a priori tot de aanstelling van een beslissende elite en opent de mogelijkheid om wetten in te voeren die flagrant ingaan tegen de volkswil.
Toch kan het representatief stelsel redelijk functioneren in één bijzondere situatie. Wanneer de grote meerderheid van de kiezers akkoord gaat met een zuiver representatief systeem en wanneer de meeste burgers zich bovendien grotendeels identificeren met één van de bestaande politieke partijen, dan is het zuiver vertegenwoordigend stelsel tamelijk legitiem (omdat het door de burgers wordt gewenst). Wellicht deed deze situatie zich bij benadering voor tot pakweg de jaren zestig.
Maar de tijden zijn veranderd. De meerderheid van de burgers wil wel degelijk referenda en de meeste mensen identificeren zich niet langer eenduidig met een of andere politieke partij. Het systeem van politieke besluitvorming blijft ongewijzigd, maar toch neemt het democratisch deficit drastisch toe omdat de mensen hun maatschappelijke overtuiging steeds slechter via dit systeem kunnen uitdrukken.
Dit kan alleen worden opgelost door het invoeren van het beslissend referendum op volksinitiatief. In samenhang met het representatief systeem kan het beslissend referendum op volksinitiatief een systeem opleveren dat enerzijds de essentiële kenmerken van de volksvergadering bevat (gelijkheid, initiatiefrecht, meerderheidsregel, mandateringsbeginsel) en anderzijds toch bruikbaar is in een moderne samenleving. Men moet dan wel enkele nieuwe principes invoeren die bepalen hoe representatieve en direct-democratische besluitvorming op elkaar inspelen. Indien men het onmisbare voordeel van de representatieve democratie (geen volksstemming over iedere aangelegenheid) wil behouden, moet met name van de burgers worden geëist dat zij actief hun belangstelling voor directe besluitvorming kenbaar maken. De volksvertegenwoordiging wordt geacht een mandaat te bezitten voor alle aangelegenheden waaromtrent de burgers hun wens tot directe besluitvorming niet actief kenbaar maken.
Indien een groep burgers over een bepaalde aangelegenheid een referendum wil bekomen, moeten zij dus bewijzen dat bij de bevolking inderdaad een duidelijk verlangen naar directe besluitvorming aanwezig is. In de praktijk wordt dit bewijs geleverd door de verzameling van handtekeningen onder een aanvraag voor referendum. In Zwitserland bijvoorbeeld komt er op federaal niveau een referendum indien 2% van de kiesgerechtigden daarom vraagt.
Hiërarchie der wetten
Een wet die via een referendum is goedgekeurd, moet in de wettelijke hiërarchie boven de wetten staan die via het parlement tot stand komen. Meer bepaald is het ontoelaatbaar dat een door het volk rechtstreeks goedgekeurde wet onmiddellijk daarna door het parlement weer wordt afgeschaft. Indien een referendum tot stand komt, betekent dit immers dat het volk zich over de betrokken aangelegenheid zelf wenst uit te spreken. Het democratisch mandaat werd bijgevolg in handen gelegd van de kiezers bij het referendum en niet van de leden van het parlement.
Deelnamequorums
Gezien het mandateringsprincipe is het absurd om bij directe besluitvorming deelnamequorums in te voeren. De burgers die niet aan een stemming deelnemen, worden geacht een mandaat te verlenen aan de stemmers. Indien men deelnamequorums invoert, opent men de deur voor boycotacties vanwege minderheden. Veronderstel bijvoorbeeld dat een deelnamedrempel van 40% bestaat en dat 60% van de kiesgerechtigden wenst te stemmen. Van de stemlustigen is 35% voorstander van het voorstel ter stemming, en 25% is tegenstander. De tegenstanders kunnen dan de stemming boycotten, zodat de drempel van 40% niet wordt gehaald en het voorstel wordt verworpen, tegen de meerderheidswil in.
We hebben gezien dat het mandaat van het parlement slechts een afgeleide vorm is van het mandaat dat de effectieve kiezers krijgen bij direct-democratische besluitvorming. Het parlement omvat slechts ongeveer 0,003% van de bevolking en kan toch beslissen. Het heeft dus geen zin om voor het ad hoc parlement dat bij een referendum wordt gevormd, plots deelnamequorums van 20% of 40% in te voeren.
Soms wordt geargumenteerd voor een laag quorum, zodat boycotacties worden vermeden. Dit was bijvoorbeeld het standpunt van VLD-voorzitter Verhofstadt op een studiedag van zijn partij (De Morgen, 9 februari 1998). Verhofstadt verdedigde een quorum van 25-30% en veronderstelde dat deze drempel laag genoeg is om boycotacties te voorkomen. Dit standpunt is echter onlogisch. Ofwel is een drempel zo laag dat hij gegarandeerd wordt gehaald. Dan zijn boycotacties weliswaar onmogelijk maar tegelijk is de drempel zelf zinloos. Ofwel is de drempel zo hoog dat hij niet vanzelfsprekend wordt gehaald en dan zijn boycotacties mogelijk. Een derde mogelijkheid is er niet.
Verder moet men ook bedenken dat deelnamequorums principieel onmogelijk zijn voor de verkiezing van parlement of gemeenteraad. Indien zo'n quorum niet zou gehaald worden, zou het wetgevend en besturend werk immers gewoon stilvallen. Er zijn geen goede argumenten om voor deze verkiezingen geen quorum te hanteren en voor referendums wel een quorum te eisen. Indien men eist dat de groep die bij een referendum beslist 'voldoende representatief' is, dan moet men deze eis a fortiori ook voor parlementaire verkiezingen stellen. Veronderstel dat men voor een referendum een deelnamequorum van 25% eist en tegelijk geen quorum instelt voor de parlementsverkiezingen. Een referendum waarbij 20% van de kiesgerechtigden gaat stemmen, wordt dus ongeldig verklaard. Maar een parlement dat door 5% van de kiesgerechtigden is gekozen, kan wel geldige besluiten nemen. Toch steunen die besluiten slechts op een onrechtstreekse burgerparticipatie van 5%, terwijl de verworpen referendumuitslag op een rechtstreekse burgerparticipatie van 20% kan bogen. Dat is onlogisch.
Ten slotte wijzen sommige voorstanders van een deelnamequorum op het zogenaamde gevaar van 'verkokering'. Daarmee wordt bedoeld dat burgers enkel zouden stemmen voor de aangelegenheden die de eigen groep aanbelangen. Bij een referendum over een mestactieplan bijvoorbeeld, zou enkel de kleine bevolkingsgroep der veetelers gaan stemmen.
Dit bezwaar berust op de valse veronderstelling dat de mensen alleen gaan stemmen om het eigen groepsbelang te verdedigen. De werkelijkheid is anders. In landen of deelstaten zonder deelnamequorums, zoals Zwitserland en Californië, is van 'verkokering' geen sprake. Het praktische verloop van direct-democratische verkiezingen maakt enig 'verkokeringseffect' a priori onwaarschijnlijk. Zo wordt in Zwitserland op een stemdag bijna altijd over verscheidene referenda tegelijk gestemd. Die referenda gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen en betreffen zowel het federaal, het kantonnaal als het gemeentelijk niveau. Men trekt dus niet ter stembus omwille van één enkele gespecialiseerde aangelegenheid.
Het is integendeel het parlementair systeem dat in hoge mate aan de verkokeringsbekoring blootstaat. Interessante voorbeelden zijn precies het mestactieplan of het verbod op tabaksreclame in België. Economische belangengroepen kunnen, via hun contacten met een select groepje 'gespecialiseerde' parlementsleden, een ongehoorde invloed op de besluitvorming uitoefenen. Via direct-democratische besluitvorming zouden die belangengroepen veel moeilijker hun slag kunnen thuis halen.
Het quorum in het parlement
Soms wordt het deelnamequorum bij referendums verdedigd door een vergelijking te maken met het parlementaire quorum. Stemmingen in het parlement zijn maar geldig indien minstens 50% van de parlementsleden meestemt. Naar analogie zou een volksstemming dan maar geldig mogen zijn indien minstens 50% van het volk meestemt.
De analogie is echter vals. We hebben gezien dat het parlement logisch op gelijke voet staat met de kiezers bij een referendum, niet met het totaal van de kiesgerechtigden. Een parlementslid heeft met de burgers een contract lopen: hij heeft zich ertoe verbonden om zich voor een gegeven periode bezig te houden met de maatschappelijke besluitvorming, in zoverre de burgers niet zelf willen beslissen. Het parlementslid moet dus theoretisch altijd aanwezig zijn bij de stemmingen in het parlement. Indien hij welbewust afwezig blijft, verbreekt hij eigenlijk zijn contract met de kiezers. Het 50%-quorum in het parlement is een zwakke afspiegeling van deze verplichting. Het is geen gelukkige regeling, want zij werkt in het parlement de polarisatie tussen meerderheid en minderheid in de hand. Deze polarisatie is op haar beurt onverenigbaar met het contract dat bestaat tussen parlementsleden van de minderheid en hun kiezers. Indien die parlementsleden voortdurend in de minderheid worden gesteld, kunnen ze terecht betogen dat hun aanwezigheid in het parlement zinloos is: ze kunnen de beslissingen toch nooit beïnvloeden. Deze parlementsleden kunnen dus hun contract met de kiezer niet honoreren, niet door hun eigen schuld, maar door de blokvorming vanwege hun collega's uit de meerderheid. Beter zou zijn om het 50%-quorum in het parlement te vervangen door een regel waarbij het absenteïsme van een parlementslid drastisch wordt gesanctioneerd via afzetting en vervanging door een niet verkozen kandidaat van een andere lijst.
Nawoord
Wanneer er naar Zwitserland verwezen wordt dan is dat omdat deze confederatie het meest het democratisch ideaal benaderd. Beseffende dat deze nog verre van het optimum is. Het potentieel is veel groter. Dus niet omdat er bergen zijn, chocolade geproduceerd wordt of er een bankgeheim is. In tegenstelling tot andere staten kan het volk net wél rechtstreeks ingrijpen en de maatschappelijke problemen aanpakken. Dit is bvb ivm de afschaffing van het leger gebeurt. (Zie hier ....)
Tegenstanders van het bindend referendum op volksinitiatief verwijzen graag naar de late invoering van het vrouwenstemrecht in Zwitserland. Het vrouwenstemrecht werd in Zwitserland 22 jaar later ingevoerd dan in België. Dezelfde bronnen verzwijgen echter, dat het vrouwenstemrecht in verschillende Amerikaanse deelstaten ( Colorado, Oregon, Arizona en Wyoming) reeds voor de eerste wereldoorlog werd ingevoerd... via het referendum op volksinitiatief. (ziehier.... )
Men kan smalend over het bindend referendum op volksinitiatief spreken door te vergelijken met abstracte, onhaalbare ideaaltoestanden, maar wat de particratie er van bakt, maar wel de realiteit is, is toch schrijnend:
Nog steeds een staatsschuld van rond de 100% van het BNP, een mislopen van efficiënte van het bestuur van ongeveer 15% van de belastingen (hierboven al aangehaald), telt daar nog eens de kost van het verbeterpotentieel voor Vlaanderen van 15% (voor Wallonië ligt dat nog hoger) tov de Europese best presterende landen (OESO, rapport zie hier .... ) en we mogen stellen dat 1/3 van de Vlaamse belastingen ten gevolge van een gebrek aan democratie verkwist wordt.
zonder referendum geen www.democratie.nu
Reacties
Referendum en democratie
Dank voor de lange uitleg, en mijn korte reactie zo net voor het werk doet hier niet veel eer aan.
Mijn bekommernis is hiermee niet opgeheven.
Welk soort vragen komt aan bod? Wie mag stemmen over wie?
Wat als bij referendum wordt beslist over een minderheid?
- het recht van homo's om te trouwen?
- het dragen van een hoofddoek in het openbaar ?
- het recht op euthanasie?
- het niet-terugbetalen van medische ingrepen bij rokers?
....
Stel dat er meer Franstaligen in België zouden wonen dan Vlamingen, zou je dan een referendum aanvaarden over faciliteiten in alle kustgemeenten, omdat dat Nederlands toch wel wat hinderlijk is voor wie ginder een (buiten)verblijf heeft?
Wat met stemmingen rond complexe materies zoals
- de Europese Dienstenrichtlijn
- het generatiepact
- opheffen van migratiestop
....
Wat met complexe wetenschappelijke onderwerpen
- het gebruik van dierproeven
- het gebruik van GGO's
- ...
Mijn vrees is dat voor al deze onderwerpen de "emocratie", of het debat gevoerd door de luidste, meest dogmatische, best georganiseerde het haalt. Elementen zoals "waarheid", "rechten van het individu", "rechten van de minderheden", "maatschappelijke noodzaak", komen dan onvoldoende aan bod. En ja, ik ben ervan overtuigd dat "de bevolking" niet altijd alle elementen kent om een juiste beslissing te kunnen nemen. De korte termijn en het onmiddellijk eigenbelang, zullen het samen met de behoudsgezinde reflex vaak winnen van de lange-termijn noodzaak. Maar ook het feit dat geen mens over alle onderwerpen iets zinnigs kan zeggen. Ik ben geen expert in al die materies. Ik heb onvoldoende kennis om over alles een mening te hebben. En een mening hebben zonder kennis, dat is soms wel grappig, maar dat als basis voor democratische besluitvorming gebruiken is nogal mager. En ik spreek hier wel degelijk over kennis, niet over intellectuele mogelijkheden, "de mensen" zijn natuurlijk niet dom.
Ik geef maar enkele voorbeelden, je kan er zelf nog tientallen bedenken.
En toegegeven, een referendum zou de overheden verplichten om meer en beter te communiceren over deze onderwerpen naar de burger dan nu het geval is, maar je zal nooit in dit debat van soundbites, straatlawaai en graffitti de noodzakelijke en genuanceerde elementen kunnen aanbrengen die wel aan bod kunnen worden gebracht tijdens een parlementair debat, dat vandaag ook vaak wordt aangevuld met voorafgaande consultaties met de nodige deskundigen.
Een referendum, en daar blijf ik bij, leidt tot vereenvoudiging en polarisering, los van het feit dat er in de voorafgaande publieke debatten vaak zaken bij worden gehaald die er niets mee te maken hebben en het risico op desinformatie zeer groot is.
een minderheid kan een meerderheid worden en omgekeerd
"Welk soort vragen komt bij een referendum aan bod? "
--> zie http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/286
"Wat als bij referendum wordt beslist over een minderheid? ... Een referendum, en daar blijf ik bij, leidt tot vereenvoudiging en polarisering."
--> Nog een voordeel van het referendum tov de particratie is dat het de samenwerking van de leden van de gemeenschap bevordert. Immers bij het ene referendum zullen andere initiatiefnemers elkaar vinden en bij het andere referendum zijn het misschiens tegenstanders. Dit is werkelijk integratie- en interessebevorderend. Mensen zullen elkaar zo veel beter leren kennen en begrijpen. Dit zien we nu al bij de gelegenheidsdemocraten voor het referendum over een verdrag van Lissabon. Voornamelijk klein links en het Vlaams Belang zijn voor het referendum te vinden. Welliswaar om andere redenen maar zo ontstaat er communicatie en begrip voor elkaar. Dus juist het referendum gaat de polarisering de verkokering en het meerderheid, minderheidsdenken tegen. Immers een minderheid rond een thema kan later een meerderheid worden en omgekeerd.
"Politiek betrokken mensen halen het referendum aan als een methode om meer democratisch aan politiek te doen, maar vinden het niet erg dat mensen die geen kaas van politiek hebben gegeten niet meedoen. Die mogen desgewenst thuisblijven"
--> Deze opmerking is in feite hierboven al weerlegd als men het principe van de mandatering doordenkt.
Ik vraag me dan af waarom er een VOLKSraadpleging nodig is?
--> een volksraadpleging is een dure enquête dat door machthebbers ingesteld wordt maar niets met directe democratie te maken heeft.
"Leidt dat systeem in wezen niet tot hetzelfde dat we nu hebben? Dat nog evengoed, en misschien ook even goed, een beperkte groep 'wijzen' gaat beslissen voor de rest."
--> wie bepaalt dat er iemand "wijs" genoeg is? De wijze smurf of god of zo? Het parlement wordt, zoals hierboven uitgelegd, niet afgeschaft. Maar democratie impliceert wél dat er geen enkele autoriteit boven het volk is.
zonder referendum geen www.democratie.nu
expert in 'zwart-wit'
Heb je mijn antwoord gelezen op je vorige reactie onder het artikel over De Gucht, met de titel 'de eeuwige twijfelaar' ? Daar heb ik al op een aantal van je bedenkingen geantwoord. Je ontpopt je blijkbaar als een expert in zwart-wit voorstellingen. Alle mogelijke fantaisistische bezwaren tegen referenda, en anderzijds het ophemelen van het stemmen door parlementairen. Op de vragen in het eerste deel van je reactie ga ik niet in (vragen rond welke thema's een referendum), dat laat ik aan iemand anders over. Een kort wederwoord over de rest:
- "Ik ben geen expert in al die materies. Ik heb onvoldoende kennis om over alles een mening te hebben."
Dan blijft je thuis, en doe je niet mee aan een referendum.. Dat sluit niet uit dat ik wel graag zou mee beslissen over belangrijke zaken, en mij zou informeren.
- "Mijn vrees is dat voor al deze onderwerpen de "emocratie", of het debat gevoerd door de luidste, meest dogmatische, best georganiseerde het haalt." Nogmaals, een vrees die de praktijk van referenda in allerhande landen tegenspreekt. Je zegt dus maar wat, zonder voldoende kennis.. Nu zijn het goed georganiseerde drukkingsgroepen die op de besluitvorming weten (Greenpeace, BBL, vakbonden...), en niet bang zijn van 'emocratie' of betogingen die uit de hand lopen
- "maar je zal nooit in dit debat van soundbites, straatlawaai en graffitti de noodzakelijke en genuanceerde elementen kunnen aanbrengen die wel aan bod kunnen worden gebracht tijdens een parlementair debat, dat vandaag ook vaak wordt aangevuld met voorafgaande consultaties met de nodige deskundigen." Dat is idealisering, om niet te zeggen dat het een leugen is, want de werkelijkheid is heel dikwijls helemaal het tegengestelde van wat je beweert. Veel decreten worden in commissies goedgekeurd met slechts een handvol aanwezigen, zonder veel discussie. Die gebeurt achter de schermen in 'intercabinettenwerkgroepen', ver weg van het publieke forum, met 'deals' tussen de partijen. Van 'lange-termijn' noodzaak is daar geen sprake, wel integendeel. Drie voorbeelden:
1. De regering kocht in 1999/2000 Zon en Zee, Hengelhoef en Les Dolimars aan om er asielzoekers in onder te brengen. Na een hele reeks procedures van omwonenden en gemeenten die zich tegen die inplanting verzetten, besliste de Vlaamse regering op 26 april 2002 dat geen stedenbouwkundige vergunning meer is vereist als men de hoofdfunctie van een gebouw wijzigt (van eender welke functie) naar de hoofdfunctie gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Zo kan men vanaf dan asielcentra oprichten zonder vergunning, zonder openbaar onderzoek, zonder dat eender welke rechter kan tussenkomen, zonder dat zelfs dus de gemeenten iets te zeggen hebben over wat er op hun grondgebied gebeurt. Zelfs de verkozen gemeenteraadsleden worden buiten spel gezet, de 'parlementaire' democratie dus op gemeenteniveau. Elk democratisch middel om bij een dergelijke beslissing zijn mening te formuleren wordt uitgeschakeld, zelfs het niet-bindend openbaar onderzoek. Waarom daarover geen referendum organiseren? Dat is toch een thema waar ook jij voldoende kennis kan voor hebben..
2. De Sociale huisvestingsmaatschappijen(SHM) hebben parlementsleden die hun belangen behoorlijk verdedigen en er voor zorgen dat de SHM regels mogen toepassen die voor de gewone burger strafbaar zijn, omdat er nogal wat zelf betrokken zijn bij een SHM. Zo hebben zes Vlaamse parlementsleden onlangs een decreet geschreven en laten goedkeuren over het voorkooprecht, uitsluitend in het voordeel van de SHM. Onder de indieners: een OCMW-voorzitter, een OCMW-ondervoorzitster, een adjuncte van de directeur van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. Nieks parlementair debat, zelfs geen advies van de Raad van State. Alleen eigenbelang, op de kap van de burger. (Zie het artikel 'Voorkooprecht: permanente stalking van burgers en notarissen' hier ... <http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/153> )
3. Enkele weken geleden diende onderwijsminister Vandenbroucke een decreet in over belangrijke onderwijsvernieuwingen. Rechtstreeks in de plenaire vergadering van het Vlaams parlement. Geen debat vooraf in de commissie, geen hoorzittingen, geen bevraging van experts. Wel was er vooraf onderhandeld met.. de vakbonden. De meerderheid keurde het 'met de krawats' dezelfde namiddag goed, ondanks bezwaren die adviesraden eerder hierop formuleerden. Groen en Vlaams Belang verlieten de zaal, omdat ze aan een dergelijk circus niet wouden meedoen.
Ik geef maar enkele voorbeelden, er zijn er nog tientallen te geven. Dat is de parlementaire 'democratische' praktijk waar jij zoveel lof over hebt. Geef mij dan maar referenda! Maar een verstokte tegenstander zal wel niet te overtuigen zijn, ook al gebruikt hij niet ter zake doende argumenten, en neemt hij geen kennis van de praktijk in de VS, Zwitserland. etc, die al zijn drogredenen tegenspreken.. Bij deze geef ik het dus op om er verder over te debatteren.
Referenda - laatste reactie
Ik heb nooit beweerd dat onze parlementaire democratie feilloos was - integendeel : we moeten terecht heel kritisch zijn voor wat er gebeurt en zaken die foutlopen aan de kaak durven stellen. Zonder enige twijfel.
Ik heb wel gezegd dat dit op dit moment wel het best werkende systeem is.
En ik denk ook niet dat ik lieg. Ik kan fout zijn, dat wel, maar bewust liegen niet. Dus bespaar je een intentie-oordeel. Ik heb ook geschreven : "die KUNNEN worden gebracht tijdens een parlementair debat, dat VANDAAG ook VAAK wordt aangevuld met voorafgaande consultaties met deskundigen". Dat is geen leugen, dat is een realiteit.
Het goede aan deze site is dat er geen intentieproces werd gemaakt van de deelnemers. En dat het debat op rationele gronden plaatsvindt. Dat blijkt nu anders te zijn. Dat vind ik echt jammer.
Parlement idealiseren
Ik heb niet gezegd noch bedoeld te zeggen dat je liegt. Het was een stijlfiguur. Je stelde 'het parlementair debat' veel idealistischer voor dan het in werkelijkheid is (cfr de praktijk met van Vandenbroucke). Zo totaal irreëel en ver van de echte praktijk, dat het niet meer juist is, niet meer waarheidsgetrouw. Dat noemde ik idealiseren, "om niet te zeggen dat het een leugen is". Nogmaals: een stijlfiguur! Je bleef het hele debat met mij en anderen je mantrams herhalen van 'emocratie' e.d., zonder één keer echt in te gaan op de argumenten die anderen aanbrachten: dat de praktijk van honderden referenda je vrees tegenspreekt, ik stelde twee voorstellen van een mogelijk referendum voor die wellicht de huidige crisis hadden kunnen vermijden, waarop je ook helemaal niet inging, enz.. Je bleef polariseren door referenda te diaboliseren en de parlementaire democratie op te hemelen, als twee tegengestelde zaken, terwijl ik en anderen herhaaldelijk stelden dat beide complementair zijn.
Tot slot, ik wens het je zeker niet toe, maar stel dat je woning onteigend wordt 'voor algemeen nut', volgens de meest gebruikte procedure 'bij hoogdringendheid'. De vrederechter kent je een voorlopige vergoeding toe. Daarna neemt de onteigenende overheid bezit van je huis, en zet ze je buiten. Binnen de twee maanden vraagt de administratie echter de herziening aan van de voorlopige vergoeding die je toegekend werd, bij de gewone rechtbank. Je wordt willens nillens meegesleurd in een procedure die 30 jaar duurt, en op het einde moet je meer terugbetalen dan je initiëel is toegekend. (Dit is geen verzonnen voorbeeld, meerdere duizenden overkwam het!). En de parlementaire democratie in dit verhaal? Een wetsvoorstel van enkele VLD’ers om deze praktijk te verbieden werd begin 2004 op de agenda van de Kamercommissie Justitie geplaatst. (Kamer: DOC 51 0589/001, 51e zittingsperiode, 2003-004, 16 december 2003). Het werd in de lente van 2005 echter weer afgevoerd. Geen akkoord tussen de regeringspartijen hierover... Dit wetsvoorstel was al een herneming van de tekst van een eerder voorstel (DOC 50 1015/001) van Coveliers en Moermans, dat het ook niet gehaald had. Met zoiets haal je als politicus 'De Laatste Show' niet, of een ander 'emo'-programma waar alle politici voor in de rij staan. Dus is het de allerlaagste prioriteit van de 'parlementaire democratie'. Wedden dat je dan al de bezwaren die je hier tegen referenda formuleerde in de prullenbak gooit, en mee een referendum organiseert om dergelijke praktijken onmogelijk te maken? Met een eenvoudige keuzevraag, met 'ja of neen' te beantwoorden, die op twee verschillende manieren zou geformuleerd kunnen worden:
- enkel de onteigende kan een herziening vragen van de onteigening nadat de vergoeding aan de onteigende werd toegekend, nadat de onteigenaar bezit heeft genomen van het onteigende goed,
- de onteigeningsvergoeding kan onder geen enkel voorwendsel nog verminderd worden nadat de onteigenaar bezit heeft genomen van het onteigende goed.
Stel dat je dat dus overkomt, denk je dat je dan nog altijd van mening zou zijn dat referenda "tot vereenvoudiging en polarisering leiden" of "het risico op desinformatie zeer groot is", of nog dat "de uiteindelijke beslissing genomen moet worden door democratisch verkozen regeringen"?
onwetende thuisblijvers
Philippe,
Ik vraag me iets af na het lezen van het onderstaande citaat.
'SG zegt - "Ik ben geen expert in al die materies. Ik heb onvoldoende kennis om over alles een mening te hebben.
Jij zegt: ''Dan blijft je thuis, en doe je niet mee aan een referendum.. Dat sluit niet uit dat ik wel graag zou mee beslissen over belangrijke zaken, en mij zou informeren. ''
Dit citaat toont volgens mij een van de zwakke punten van het referendum. Politiek betrokken mensen halen het referendum aan als een methode om meer democratisch aan politiek te doen, maar vinden het niet erg dat mensen die geen kaas van politiek hebben gegeten niet meedoen. Die mogen desgewenst thuisblijven; Ik vraag me dan af waarom er een VOLKSraadpleging nodig is? Leidt dat systeem in wezen niet tot hetzelfde dat we nu hebben? Dat nog evengoed, en misschien ook even goed, een beperkte groep 'wijzen' gaat beslissen voor de rest.
Wordt zo de democratie niet helemaal een zaak van alleen de politiek betrokken en intellectuele elite?
of wetende thuisblijvers
Dit is helemaal geen zwak punt van het referendum: je argument kan evengoed gebruikt worden tegen het verkiezen van afgevaardigden voor een parlement, gemeenteraad, etc.. Ongeveer behalve in België is er nergens een opkomstplicht voor verkiezingen, en kunnen dus evenzeer mensen thuis blijven. In andere landen stelt men hierbij toch een opkomst van veel ruimer dan de helft van het aantal mogelijke kiezers vast, dus van een beperkte 'intellectuele elite' is daar geen sprake. (En in België uit zich het gebrek aan interesse in blanco stemmen, en in mensen die ook hier niet komen opdagen. Niet te vermijden dus). Hetzelfde geldt voor een referendum: zelfs als aan aantal mensen thuis blijven moet er nog een meerderheid voor of tegen een voorgesteld punt zijn. Het gaat dus niet om een zeer beperkte groep van 'wijzen' of een of ander spook van een 'intellectuele elite', maar wel degelijk om de raadpleging van een groot deel van het VOLK. En dat zullen er altijd een veelvoud zijn van b.v. 150 parlementsleden, die zich wel wijs genoeg vinden om over alles en nog wat te stemmen.
referendum: brede burgerbasis
De betrokkenheid van de burger bij een bindend referendum is zoveel malen groter dan bij de huidige partij- en schijndemocratie. Het huidig politiek systeem dient enkel het belang van een elitaire groep zonder brede burgerbasis. Feit is het enorme wantrouwen van de burger tegenover het systeem en haar vertegenwoordigers, dat zegt genoeg! Het huidig systeem zou iets democratischer kunnen indien het bestuur zou uitgemaakt worden door de partij met de meeste stemmen aangevuld met de partij met de 2de meest stemmen, etc. Zaken als kartelvorming die in het bedrijfsleven verboden zijn, kunnen voor partijbelangen blijkbaar allemaal wel. De doorsnee burger is zeker niet dom, maar moet wel machteloos toekijken hoe het vuile politieke spel de democratie keer op keer verkracht. Referendum met stemplicht is de enige oprechte manier om belangrijke krijtlijnen uit te tekenen en ervoor een brede ondersteunende burgerbasis te verkrijgen.