Faciliteiten afschaffen is ruim onvoldoende

De burgemeester van Ronse wil de faciliteiten afschaffen. Een van de redenen: de gemeente kan geen deel uitmaken van een grotere politiezone. Door de faciliteiten bestaat er bijvoorbeeld nog de Limburgse gemeente Herstappe, met nog geen honderd inwoners. Er zijn dus goede redenen om de faciliteiten af te schaffen, om meteen ook het aantal Belgische gemeenten te reduceren van 589 naar maximum 196. Dan zijn ook de provincies overbodig.

De burgemeester van Ronse, Luc Dupont (CD&V) schreef op 11 juli een brief naar eerste minister Leterme, met de vraag om de faciliteiten in zijn gemeente af te schaffen. Er zouden een 15% Franstaligen zijn in Ronse. De faciliteiten zijn volgens hem een dure zaak, "ze hebben de gemeente belet te fusioneren met andere gemeenten of een grote politiezone te vormen. Er is een grote instroom van Franstalige Brusselaars van allochtone afkomst die zich er vestigen, aangetrokken door het Franstalig onderwijs, dat onvoldoende voorbereidt op humaniorastudies in het Nederlands. Het gevolg is dat velen, bij gebrek aan voldoende kennis van het Nederlands geen diploma halen en hier geen werk vinden. Het werkloosheidscijfers met 11% is trouwens om die reden één van de hoogste van Vlaanderen."
(Terzijde: Twee VLD'ers uit Ronse kregen een goedkope manier om aan dorpspolitiek te doen met een opiniestuk in De Standaard van zaterdag 25 juli, als antwoord op het voorstel van de CD&V burgemeester. Ze moesten wel toegeven dat "de rooms-rode lokale minderheid een punt heeft wanneer zij de aanwezigheid van de taalfaciliteiten naar voor schuift als rem - of zelfs eerder wielklem - op de sociaal-economische ontwikkeling van onze stad." Maar, vervolgen ze: "Zij ontpopt zich hiermee echter ook tot een fervent beoefenaar van de populairste bezigheid in de huidige Belgische politiek: de zwartepiet doorschuiven... Ronse lijdt onder de faciliteiten. Kennis van het Nederlands is noodzakelijk opdat nieuwkomers hun draai hier zouden vinden." Ze doen enkele voorstellen: een lokale jobbeurs organiseren, luisteren naar de verzuchtingen van de plaatselijke ondernemers en werkzoekenden. Dat verandert natuurlijk niets aan de boodschap van de burgemeester, die op de kern van het probleem wijst: vooreerst gebrek aan schaalgrootte en ook het aanzuigen van Franstalige allochtonen die door het volgen van het Franstalig onderwijs, een van de slechtste in Europa, nu ook nog zorgen voor een grotere werkloosheid.)

De faciliteiten stammen uit 1963, een tijd waar men met overheidsgeld gooide ('the golden sixties'). Aan Waalse kant werden ze 'uiteraard' nooit ernstig toegepast, bewijze de weigering van de Franstalige Gemeenschap al heel die tijd om de enige Nederlandstalige kleuter- en lagere school in een Franstalige faciliteitengemeente, Komen-Waasten, te subsidiëren, en dus doet Vlaanderen dit dan maar.. De faciliteiten hebben hun tijd gehad. De gemeenten met faciliteiten krijgen een last op hun schouders die er alleen maar voor dient mensen in hun taal te woord te staan die nog altijd de lokale taal niet willen gebruiken. Uitdovend of niet, na meer dan 45 jaar faciliteiten zou iedereen die in zo een gemeente woont toch zijn verkiezingsbrief moeten kunnen verstaan. En als de faciliteiten nu ook nog nieuwe allochtonen aantrekken die de streektaal niet (willen) leren, schiet het toch de oorspronkelijke doelstelling helemaal voorbij: mensen de tijd geven om zich in te burgeren en een elementaire kennis van de taal verwerven. Daarom heet het toch 'faciliteiten'. 

Wat weinigen wellicht weten: met of zonder faciliteiten kan een inwoner van België overal zijn belastingsbrief in het Nederlands, Frans of Duits krijgen. Dat geldt voor elk document van de federale overheid. Dus zelfs als men de faciliteiten afschaft, kan een anderstalige nog voor een heel aantal documenten overal in zijn taal bediend worden, en corresponderen in zijn taal met de federale overheid (zover het om Nederlands, Frans of Duits gaat). Dat moet toch volstaan. "Een aantal diensten die heel België of een groot deel ervan bedienen, zijn verplicht om in hun betrekkingen met een burger of bij het opmaken van persoonlijke officiële documenten de taal te gebruiken die de burger kiest, zelfs als dat niet de taal van zijn woonplaats is. De belangrijkste zijn de centrale diensten en de uitvoeringsdiensten die heel België bestrijken. Dergelijke diensten gaan er weliswaar van uit dat wie in Antwerpen woont, Nederlands spreekt en ze sturen hun documenten naar een Antwerpenaar dus in het Nederlands op. Maar wie dat wil, mag ook een document in het Frans of Duits aanvragen." (Uit de brochure 'De taalwetwijzer - welke taal wanneer?'  zie hier ..... ).

Bij de faciliteitengemeenten gaat het ook om 'taalgrensgemeenten'. Wie de afschaffing van de faciliteiten niet zint, kan verhuizen, en enkele kilometer verderop volledig in zijn taal bediend worden door de lokale en regionale overheid. Tijd dus om de faciliteiten overal af te schaffen, zodat ook deze gemeenten (deels 'madurodam'-gemeentjes!) kunnen fusioneren. Waar het gemiddeld aantal inwoners per gemeente in België nu 17.800 bedraagt, liggen de meeste faciliteitengemeenten daar behoorlijk onder, omdat ze, juist omwille van hun speciaal taalstatuut, niet betrokken werden bij de fusies eind jaren '70. Twaalf faciliteitengemeenten zijn kleiner tot zeer veel kleiner dan het Belgisch gemiddeld: Herstappe (100), Bever (2.000), Mesen (1.000), Spiere-Helkijn (2.000), Edingen (12.000), Voeren (4.000), Vloesberg (3.000), Linkebeek (4.700), Drogenbos (4.800), Wemmel (15.000), Kraainem (13.100) en Wezembeek-Oppem (13.500). Slechts drie gemeenten komen in de buurt van het Belgisch gemiddeld aantal inwoners: Komen-Waasten (17.500), Ronse (24.000), Sint-Genesius-Rode (18.000). Alleen Moeskroen is een 'grotere' gemeente (53.000).

Nieuwe fusieronde
Niet alleen de faciliteitengemeenten zijn aan een fusieronde toe, maar alle gemeenten. Het gemiddeld aantal inwoners per gemeente in België bedraagt nu 17.800. In Denemarken is dit 56.000, in Nederland 37.000. Het beste bewijs dat de huidige gemeenten te klein zijn voor de taken die hen nu al opgedragen worden is het bestaan van 196 politiezones voor 589 gemeenten, en van intercommunales. Van vele politiezones wordt nu al gezegd dat ze te klein zijn. Een fusie tot minder van 196 gemeenten zou dus moeten kunnen.

De impact van de overheid op het BBP is de laatste jaren vooral gegroeid door de uitbreiding van de lokale besturen, de gemeentes en de provincies. Dáár zit de voornaamste vervetting van de overheid.
Andreas Tirez, in de nieuwsbrief Liberales, 21.03.08: "In die Leuvense Economische Standpunten staan meer interessante zaken die de onderhandelaars over de staatshervorming bewust of onbewust over het hoofd zien... zoals de conclusie van professor Wim Moesen die stelt dat België 3,9% van het BBP boven zijn ideale gewicht zit qua overheidsuitgaven, rekening houdend met de gezinsgrootte en de openheid van de Belgische economie. Met andere woorden, met 3,9% minder uitgaven zou de Belgische overheid net dezelfde diensten kunnen leveren dan ze nu doet. 3,9% van het BBP is meer dan 10 miljard euro. Dus élk jaar verspilt de Belgische overheid meer dan 10 miljard euro. Het maakt ook onmiddellijk duidelijk dat de eis voor beter bestuur een zéér relevante eis is. De vraag is echter hoe dat moet ingevuld worden. Tijdens een uiteenzetting van professor Marc De Vos (Itinera Institute) voor het Centrum Emile Flamant kwam aan het licht dat de impact van de overheid op het BBP vooral gegroeid is door de uitbreiding van de lokale besturen, zeg maar de gemeentes en de provincies. Dáár zit dus de voornaamste vervetting van de overheid. In deze materie heeft Vlaanderen al meer dan voldoende bevoegdheden om efficiënter te besturen, maar ze blijkt hier onvoldoende haar bevoegdheden te gebruiken."

Een reden genoeg dus om tot fusies en rationalisatie over te gaan. Als men de 589 huidige Belgische gemeenten (308 in Vlaanderen, 262 in Wallonië, 19 in Brussel) fusioneert volgens de grenzen van de 196 bestaande politiezones, daalt het aantal gemeenteraadsleden van afgerond 14.000 naar 6.500 (-7.500) en het aantal burgemeesters plus schepenen van 3.500 naar 1.500 (-2.000). Er is dus duidelijk een mogelijkheid om het met veel minder volk te doen, en efficiënter, dankzij grotere gemeenten. (Voor de berekening van de aantallen in de nieuwe fusiegemeenten is niet het gemiddelde aantal gemeenteraadsleden en schepenen per gemeente van Vlaanderen vandaag genomen - 24 gemeenteraadsleden, 5 schepenen + 1 burgemeester -, maar het aantal werd iets verhoogd omdat de fusiegemeenten groter worden: 33 gemeenteraadsleden, 7 schepenen + 1 burgemeester. Het gaat dus om een vermindering die rekening houdt met een verhoging per gemeente, maar uiteraard met veel minder gemeenten).

Denemarken als voorbeeld
Denemarken is vanaf 1 januari 2007 ingedeeld in 5 regio’s, die de bestuurlijke indeling in 13 provincies en 3 hiermee gelijkgestelde steden geheel vervangen. Uit de voormalige 271 gemeenten zijn er op die dag 98 nieuwe gemeenten gevormd (gemiddeld aantal inwoners per gemeente ervoor: 20.300; nu: 56.000). Denemarken heeft dus slechts één intermediair niveau tussen veel grotere gemeenten en centrale overheid, en geen twee zoals hier, met zowel provincies als Gewesten. Nederland heeft 443 gemeenten, op een 40% grotere oppervlakte en met 60% meer inwoners dan België (gemiddeld aantal inwoners per gemeente: 37.000). Het gemiddeld aantal inwoners per gemeente in België bedraagt nu 17.800. Gemiddeld heeft een Deense gemeente dus vandaag 3,6 keer meer, en een Nederlandse 2 keer meer inwoners dan een gemiddelde Belgische gemeente. Na een fusie tot 196 komt men op een Belgisch gemiddelde van 53.500 inwoners, dus nog net iets minder dan in Denemarken. Eventueel kunnen, zoals in Antwerpen, districtsraden ingevoerd worden in enkele van de grootste fusiegemeenten (maar bij gemiddeld 53.500 inwoners komt men nog niet snel op veel ‘grootsteden’ die dit zouden rechtvaardigen..).

Daar er zo grotere en sterkere gemeenten ontstaan (niet te vergeten: er bestaat hier ook het niveau van het Gewest, wat Denemarken en Nederland niet hebben), kan men de provincies afschaffen. Hun bevoegdheden worden zoveel mogelijk overgedragen naar de gemeenten, en wat niet past bij de gemeenten, kan overgedragen worden aan de Vlaamse gewestoverheid, die toch al voor de meeste zaken diensten heeft in elke provincie. Ook de intercommunales kan men afschaffen en ze gewoon in de stadsdiensten integreren. Dat spaart al een bom zitpenningen uit.. In het kielzog van de afschaffing van de provincies worden ook de 43 bestuurlijke arrondissementen met hun arrondissementscommissaris en adjunct- arrondissementscommissaris afgeschaft.

Meer democratie, efficiënter bestuur
Dit alles moet het bestuur een pak goedkoper maken, en komt bovendien de democratie ten goede, omdat dan ‘dichter bij de mensen’ regels worden bepaald. Op gemeentelijk niveau kan men gemakkelijker referendums organiseren. Sedert 1 januari 2007, door de invoering van een nieuw gemeentedecteet, kan een burger in Vlaanderen via een handtekeningenactie een punt laten inschrijven op de agenda van de gemeenteraad in zijn gemeente. Men kan dat ook zelf komen toelichten. Een dergelijk burgerinitiatief noemt men een ‘voorstel van burgers’. Dat kan al met een paar honderd handtekeningen, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Tegelijkertijd beschreef het gemeentedecreet een procedure om 'verzoekschriften ' in te dienen. Via dat kanaal kan iedereen zijn opmerkingen, alleen of met meerderen, verzoeken of suggesties voorleggen aan het lokale bestuur. Nog geen 'directe democratie', maar toch al stappen in de goede richting.

Willen ze wel?
Gemeentefusies in Vlaanderen kunnen door het Vlaams parlement beslist worden, daar is het federaal België niet meer voor bevoegd. Van de 124 Vlaamse parlementsleden zijn er echter hoogstens 20 die niet aan lokale politiek doen. De meeste zijn gemeenteraadslid of lid van de OCMW-raad (een vijfenzestigtal), maar daarnaast telt het Vlaams parlement ook nog ongeveer twintig schepenen en evenveel burgemeesters. (Met de stoelendansen tussen de parlementen en de regeringen wijzigt het cijfer regelmatig, dus geven we ongevere aantallen). Het zal dus niet eenvoudig zijn hen te overtuigen dat het met minder volk kan. Maar wellicht zijn er toch nog voldoende die het algemeen belang, en dus de kostprijs voor de burger, hoger stellen dan het behoud van zoveel mogelijk burgemeesters, schepenen en lucratieve mandaten in intercommunales?

Lijst met faciliteitengemeenten
In Vlaanderen
- Herstappe, provincie Limburg. De gemeente telt nog geen 100 inwoners, de gemeente met het kleinste aantal inwoners van België. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 had het slechts 70 kiesgerechtigden.
- Bever (Frans: Biévène), in het Pajottenland, provincie Vlaams-Brabant. De gemeente telt ca. 2.000 inwoners.
- Mesen (Frans: Messines), stad in de Westhoek van West-Vlaanderen. De stad telt bijna 1.000 inwoners en is daarmee de kleinste stad van België.
- Ronse (Frans: Renaix), stad in de Vlaamse Ardennen, provincie Oost-Vlaanderen. De stad telt ruim 24.000 inwoners.
- Spiere-Helkijn (Frans: Espierres-Helchin), provincie West-Vlaanderen, tegen de grens met Henegouwen, aan de Schelde. De gemeente telt ruim 2.000 inwoners.
- Voeren (Limburgs en Platdiets: Voere; Frans: Fourons; Waals: Foron), provincie Limburg. De gemeente grenst in het noorden aan Nederland en in het zuiden aan de Waalse provincie Luik, maar nergens aan de rest van Vlaanderen. De gemeente Voeren is in 1977 door de gemeentelijke herindeling ontstaan. Ze telt ruim 4.000 inwoners, waarvan ruim 25% buitenlanders, bijna allemaal mensen met de Nederlandse nationaliteit.

In Wallonië
- Edingen (oorspronkelijk Ingen, Frans: Enghien), provincie Henegouwen. De stad telt ruim 12.000 inwoners. Het stadje ligt in het noorden van de provincie; de stadskern ligt vlak tegen de grens met Vlaanderen.
- Komen-Waasten (Frans: Comines-Warneton), provincie Henegouwen. De stad telt ruim 17.500 inwoners. Zij vormt een Henegouwse exclave aan de zuidgrens van de provincie West-Vlaanderen. Vóór de vaststelling van de taalgrens in 1963 behoorde de fusiegemeente tot de provincie West-Vlaanderen, evenals het naburige Moeskroen. Sindsdien is de stad, die sinds de 19de eeuw al sterk verfranst was, zo goed als volledig Franssprekend geworden: zowat 7 à 8 procent van de inwoners heeft thans een Nederlandstalige identiteitskaart. De Franstalige gemeenschap weigert al die tijd de enige Nederlandstalige kleuter- en lagere school in een Franstalige faciliteitengemeente te subsidiëren, en dus doet Vlaanderen dit dan maar..
- Moeskroen (Frans: Mouscron), provincie Henegouwen. De stad telt ruim 53.000 inwoners. Voor de officiële vaststelling van de taalgrens (in 1963) behoorde de stad bij de provincie West-Vlaanderen.
- Vloesberg (Frans: Flobecq), provincie Henegouwen. De gemeente telt ruim 3.000 inwoners. Vloesberg ligt in het noorden van de provincie, tegen de grens met Oost-Vlaanderen.

Vlaamse Rand rond Brussel
Sint-Genesius-Rode (18.000 inwoners), Wemmel (15.000 inwoners), Linkebeek (4.700 inw), Kraainem (13.100 inw.), Wezembeek-Oppem (13.500 inw.) en Drogenbos (4.800 inw.).

Reacties

gemeentes aan grootsteden hechten

Tja, we kunnen misschien de gemeentes allemaal aan grootsteden hechten (één of twee per provincie) dan hebben we nog minder verkozenen. Ik zou enkele gemeentes fusioneren en ze enkel als administratieve hub behouden zonder politiek bestuur en meer macht overhevelen naar de provincies en Gewest regering. Voor de veiligheidsdiensten zou ik per zone een veiligheidscoördinator laten verkiezen, apolitiek persoon die zich om de x jaar moet verantwoorden bij de burger en afhankelijk is van de provincie. Uiteindelijk komt de doorsnee burger niet veel in contact met de gemeente, enkel met de administratie (identiteitskaart, bouwaanvraag,...die papierwinkel benodigt geen lokaal politiek bestuur om mee te konkelfoezelen). En de Duitstalige gemeentes? Die mankeren in het lijstje.

een niveau minder

uw voorstel is een variante, waarbij er toch ook een niveau afgeschaft wordt. Te overwegen. De Duitstalige gemeentes zijn niet vergeten, ze horen bij de som van het Waals gewest.

voor fusies!

Beste PvdA, als christen-democraat kan ik mij vinden in uw pleidooi om de gemeenten te fusioneren, ze meer bevoegdheden te geven door de provincies af te schaffen en om de faciliteiten af te schaffen, hier zou een basis liggen om een rooms-blauwe meerderheid te vormen (wat door de wanconstructie Belgie bijna onmogelijk is)!  Wel is het zo dat de rooms-rode lokale coalitie wel een meerderheid heeft, immers elk 8 zetels waardoor ze 16 van de 27 zetels hebben mvg Emile Desimpel