Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Zolang België bestaat, moeten de partijen over de taalgrens heen samenwerken om een federale meerderheid te vormen. Die samenwerking wordt op zijn minst erg verstoord als de Franstalige Brusselse politici eensklaps 80.000 stemmen verliezen door een eenzijdige splitsing van BHV. Wat bereikt men uiteindelijk met een eenzijdige splitsing? Franstaligen zullen toch niet uit Vlaams-Brabant wegtrekken omdat ze niet meer één keer om de vier jaar voor Brusselse kandidaten kunnen stemmen? Ze kunnen dan in heel Vlaams-Brabant voor andere Franstalige kandidaten stemmen. Kan men een voor de Vlamingen aanvaardbare oplossing vinden die de Brusselse politici compenseert voor dit stemmenverlies? Door de splitsing zal er niet één Franstalige minder in Vlaams-Brabant wonen, of plots wel beginnen Nederlands spreken. Vlaanderen zal dan nog altijd een 'modus vivendi' met zijn Frans- en anderstalige 'Vlaamse' inwoners moeten vinden.
De splitsing van BHV is een symbooldossier geworden. Alle Vlaamse partijen staan achter de eis tot eenzijdige splitsing, omdat ze anders het gevaar lopen als verrader van de 'Vlaamse zaak' gebrandmerkt te worden. (Behalve Groen, dat voor een onderhandelde oplossing pleit). Voor sommige partijen moet men nu echter wellicht zeggen dat ze achter de eis stonden, maar nu niet meer. Sinds de unanieme stemming van het splitsingsvoorstel door alle Vlaamse partijen (met een onthouding van Groen) vorig jaar op 7 november in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken is de houding van de meerderheidspartijen CD&V en VLD niet meer zo duidelijk. CD&V smeekt de Franstaligen om belangenconflict na belangenconflict in te roepen om toch maar niet tot een stemming te moeten overgaan in de plenaire vergadering. Maar is die eenzijdige splitsing al de heibel, het hele opgevoerde politieke circus en het aanhoudend kiezersbedrog wel waard? Wat bereikt men met een eenzijdige splitsing van BHV? Door de splitsing woont er niet één Franstalige minder in Vlaams-Brabant. Franstaligen komen toch niet in Vlaams-Brabant wonen omdat ze voor Brusselse kandidaten kunnen stemmen. En ziet u ze verhuizen alleen maar omdat ze niet meer één keer om de vier jaar voor Brusselse kandidaten kunnen stemmen? De splitsing leidt er ook niet toe dat Franstaligen dan in Halle-Vilvoorde niet meer voor Franstalige kandidaten kunnen stemmen, want dat kunnen ze dan nog altijd, en zelfs in heel Vlaams-Brabant.
Enkele statistieken
Een van de argumenten die men hoort om BHV te splitsen is dat er dan in Halle-Vilvoorde minder Franstaligen op Franstalige lijsten zouden stemmen. De verfransing zou hiermee een halt toegeroepen worden. Daarbij haalt men aan dat bij verkiezingen voor het Vlaams parlement er slechts 43.400 voor het UF (Union des Francophones) stemden bij de laatste regionale verkiezingen (2004) in heel de kieskring Vlaams-Brabant, waar er geen band meer is met Brussel, tegen 80.000 in Halle-Vilvoorde, deel van het ongesplitste BHV, bij de federale verkiezingen vorig jaar. De helft dus, in een ongeveer dubbel zo groot kiesgebied. Door de splitsing zouden er dus volgens die redenering veel minder voor Franstalige kandidaten stemmen. Dat is echter alleen een bewijs dat een coalitielijst van Franstalige partijen voor het Vlaams parlement minder Franstaligen aantrekt dan afzonderlijke partijen voor het federaal parlement. De verdediging van de 'rechten van de Franstaligen' is dan ook vooral een thema voor het Federaal parlement en de federale regering. Men vergelijkt dus appelen met citroenen, en kan hieruit helemaal niet besluiten dat 'de verfransingsdruk' op Vlaams-Brabant zou verminderen door de splitsing. Door de splitsing woont er niet één Franstalige minder in Vlaams-Brabant. Is het niet logisch dat b.v. een Franstalige liberaal uit Vlaams-Brabant er de voorkeur aan geeft een VLD-er naar het Vlaamse parlement te sturen, eerder dan een kandidaat van een verzamellijst van het UF (met PS, MR/FDF en CdH), waarbij zijn stem tot de verkiezing van een PS-er of CdH-er zou kunnen leiden? Een stem die bovendien gaat naar een marginaal fenomeen in het Vlaams parlement.
Bij verkiezingen voor het federaal parlement heeft die Franstalige liberaal uit Vlaams-Brabant tot nu in Halle-Vilvoorde wel de mogelijkheid om op de MR te stemmen, en dat doet hij ook massaal. In het kieskanton Zaventem was de MR bij de federale verkiezingen vorig jaar de grootste partij, niet van de Franstalige partijen, maar van alle partijen 'tout court' (22% van de stemmen), voor VLD (17,6%), CD&V/NV-A (16,8%) en Vlaams Belang (11,9%). De Franstalige partijen haalden in het kieskanton Zaventem samen meer dan 32% van de stemmen. Na de splitsing zullen de Franstalige partijen die stemmen toch niet zo maar laten vallen, en dus met eigen lijsten opkomen voor het federaal parlement. Op die lijsten zullen er dan geen Brusselse FDF-ers meer staan, zoals Maingain, of MR-kopstuk Reynders, maar kandidaten uit Vlaams-Brabant. Halen die dan minder stemmen dan de Brusselse kopstukken van MR en FDF? Kunnen b.v. enkele burgemeesters van de faciliteitengemeenten zich niet ontpoppen tot grotere 'lokale' stemmentrekkers dan de Brusselse kopstukken? Bovendien kunnen de Franstalige partijen dan stemmen halen in heel Vlaams-Brabant, en niet meer alleen in Halle-Vilvoorde, dus ook in gemeenten als Tervuren, dat aan Brussel grenst (waar vandaag in de gemeenteraad de Franstalige lijst UNION al 6 zetels op 27 heeft, waar ook de enige Franstalige volksvertegenwoordiger in het Vlaams parlement, Christian Van Eycken, deel van uitmaakt. In de provicieraad heeft het UF al 6 van de 84 leden). Of de splitsing van BHV de Franstalige partijen veel stemmen zal kosten in Vlaams-Brabant voor de federale verkiezingen, daar ben ik dus echt niet zo zeker van.
In een opiniestuk in De Standaard van 24 mei '08 ('Waar BHV echt over gaat') schijft Bart Maddens: "Het is op het eerste gezicht niet zo evident dat de Franstaligen zich mordicus tegen de splitsing verzetten. Nuchter bekeken staat er voor hen niet zo heel veel op het spel in BHV. Dat zij zich met hand en tand verzetten tegen een splitsing van de sociale zekerheid is gemakkelijk te begrijpen, want hier is de welvaart van honderdduizenden Walen in het geding. Maar in Halle-Vilvoorde gaat het om hoop en al 80.000 Franstalige kiezers van wie het grootste deel voor Franstalige partijen zal blijven stemmen bij een splitsing. We mogen er immers van uit gaan dat de Franstaligen ook in een toekomstige kieskring Vlaams-Brabant zullen uitpakken met sterke kandidaten voor de federale verkiezingen en de vijfprocentdrempel bijgevolg met gemak zullen halen. Ook als BHV wordt gesplitst, zullen de Franssprekenden in de rand normaal gezien een eigen vertegenwoordiging hebben in de Kamer. Van een inbreuk op een fundamenteel democratisch grondrecht is hier met andere woorden geen sprake. Hooguit riskeren de Franstalige partijen een paar tienduizenden stemmen te verliezen. Leuk is natuurlijk anders, maar is dat de moeite om het land op de rand van de afgrond te brengen?" Of ze een paar tienduizenden stemmen zullen verliezen durf ik dus te betwijfelen..
De grote verliezers bij de splitsing
Wat Bart Maddens hierbij niet in overweging neemt is dat, los van het aantal stemmen op Franstalige lijsten, de grote verliezers bij een splitsing zonder compensaties de Brusselse kopstukken zijn, die hierdoor eensklaps allen samen ca. 80.000 minder stemmen kunnen halen, en hun politiek 'soortelijk gewicht' fors zien dalen. Alleen al de Brusselse MR zou 44.000 van die 80.000 stemmen zien verloren gaan voor zijn Brusselse kandidaten. Dat betekent ongeveer een vierde van het aantal stemmen voor de MR/FDF, en ongeveer een op vijf voor de CdH. (Voor de PS gaat het slechts om ongeveer een op de tien stemmen). Kan u zich één politicus voorstellen die dit zonder slag of stoot zou aanvaarden, en er niet alles zou voor doen om zijn stemmenpotentieël niet eensklaps met tienduizenden te zien dalen? Vanuit hun standpunt is het dus begrijpelijk dat ze een 'onderhandelde oplossing' willen, met een of ander inschrijvingsrecht om verder op hen te kunnen stemmen, of andere compensaties die hen populairder maken in Brussel en hen daar compenserende stemmen kunnen opleveren.
Vlaams-Brabant "een provincie zoals alle andere Vlaamse provincies"?
Bij de splitsing van BHV zou HV samengevoegd worden met het kiesarrondissement Leuven, en zo een provinciale kieskring worden, zoals de andere provincies. Het 'Halle-Vilvoorde Komitee' zegt dat een van de argumenten ten voordele van de splitsing is dat Vlaams-Brabant, waar het vanaf zijn oprichting voor ijvert, de erkenning en verdere ontwikkeling van Halle-Vilvoorde betekent als een volwaardige Vlaamse regio en niet als de rand van een ander gebied, in casu het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. "Wij willen dat Vlaams-Brabant een provincie wordt zoals alle andere Vlaamse provincies." Maar dat willen de voorstanders van de splitsing eigenlijk niet. Als Vlaams-Brabant een provincie wordt 'zoals alle andere', met een volledige splitsing in drie kieskringen: Vlaams-Brabant, Brussel en Waals-Brabant, nekken ze de Vlaamse partijen in Brussel. Alle Vlaamse partijen in Brussel zouden een eenheidslijst moeten indienen, zoniet behalen ze geen enkele zetel. Deze oplossing is grondwettelijk in orde, maar politiek gezien onrealistisch. Ziet u b.v. de SP en Groen op één lijst staan samen met Vlaams Belangers? En zelfs als dit zou lukken, hoeveel kiezers kan die dan bekoren? Zolang BHV niet gesplitst is, profiteren de Vlaamse partijen in Brussel van stemmen buiten het Brussels gewest. Dit voordeel zou dan wegvallen. Daarom vragen de voorstanders van de splitsing niet alleen de splitsing, maar het behoud van de apparentering met Brussel. Iets wat tussen de andere provinciale kieskringen niet bestaat.
Vlaanderen wil apparentering met Brussel behouden
Toen de kieskringen nog niet de hele provincie dekten, bestond er een systeem van lijstenverbinding of apparentering. De kandidaten konden een verklaring afleggen waarmee zij zich engageerden om, voor de verdeling van de zetels, een lijstenverbinding te vormen met kandidaten van andere lijsten die opkwamen in andere kieskringen van dezelfde provincie. Na de verdeling van de zetels die door de lijsten in elke kieskring rechtstreeks behaald waren, werd een deel van de zetels in een tweede fase vervolgens verdeeld op het niveau van de provincie. Er werd dan rekening gehouden met het totaal aantal stemmen dat door de verbonden lijsten in de hele provincie behaald werd. Sinds de wetgevende verkiezingen vanaf 18 mei 2003 in provinciale kieskringen gebeuren, werd uiteraard de apparentering afgeschaft. De mogelijkheid om een lijstenverbinding aan te gaan bestaat alleen nog in de niet-provinciale kieskringen: Brussel-Halle-Vilvoorde met enerzijds Nijvel, en anderzijds met Leuven. De Vlaamse wetsvoorstellen voorzien dus niet alleen de splitsing van BHV, maar het behoud van de apparentering.
In toelichting van het wetsvoorstel tot wijziging van de kieswetgeving met het oog op de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (Doc 52 - 0037/01) van CD&V staat dat duidelijk onder punt 6:
"... voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt als bijzondere modaliteit de apparentering behouden, op dezelfde wijze als deze thans bestaat: de Brusselse lijsten kunnen apparenteren, hetzij met Vlaams-Brabant, hetzij met Waals-Brabant (nooit met beide, zoals nu ook hetzij met Leuven, hetzij met Nijvel geapparenteerd kan worden, maar nooit met beide tegelijk). Hieruit volgt dat de zetelverdeling met de nieuwe indeling, niet wezenlijk zal verschillen van de huidige. Het voordeel van het behoud van de apparentering is dat, met volledig respect van artikel 63 van de Grondwet, de zetelverdeling gebeurt op basis van de stemmenverdeling op het niveau van de oude provincie Brabant. Vooral voor de kleinere partijen is dit belangrijk: zo kunnen de stemoverschotten tussen geapparenteerde lijsten gevaloriseerd worden. Dit zal in de praktijk vooral belangrijk zijn voor de Nederlandstalige lijsten te Brussel. Zonder apparentering zouden de Vlaamse lijsten in Brussel niet aan bod komen, tenzij via gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming van de stemmen per taalgroep. Zelfs met gewaarborgde vertegenwoordiging of poolvorming zou het aantal zetels dat de Nederlandstaligen te Brussel zouden verkrijgen, waarschijnlijk nog te klein zijn om de «traditionele» Vlaamse partijen aan bod te laten komen, waardoor bepaalde van die partijen te Brussel steeds stemmen verloren zouden zien gaan, en dus verplicht zouden worden om een kartel te sluiten. Met apparentering worden die stemoverschotten steeds in de andere kieskring gevaloriseerd."
Waar nu in BHV voor Franstalige partijen de stemmen in Halle-Vilvoorde volledig meetellen voor parlementaire zitjes, zouden ze na de splitsing niet kunnen profiteren van een apparentering tussen Brussel en Vlaams-Brabant, terwijl de Vlaamse stemmen in heel Vlaams-Brabant er door apparentering met Brussel wel voor zouden zorgen dat Vlamingen nog zetels kunnen krijgen in Brussel. Dat is een tweede argument voor Franstalige politici om tegen DEZE splitsing te zijn. De baten zijn voor de Vlaamse Brusselse politici, de lasten alweer uitsluitend voor de Franstalige Brusselse politici. Dus moet men opnieuw de vraag stellen: al één politicus geweten die zoiets zonder slag of stoot zou aanvaarden? (Tenzij de Franstalige Brusselse lijsten zouden kiezen voor apparentering met Franstalige lijsten in Vlaams-Brabant, i.p.v. met Nijvel, als ze daar meer baat zouden bij kunnen hebben?)
Toch een onderhandelde oplossing?
Ik heb eerder reeds herhaaldelijk gesteld dat een eenzijdige splitsing van BHV door een uitsluitend Vlaamse meerderheid perfect legaal is. (Zie b.v. "BHV gesplitst = België gesplitst?" hier .... ). Als de Franstalige ministers in de regering, die paritair is samengesteld, weigeren een dergelijke wet over de splitsing van BHV te bekrachtigen, betekent het dat de Franstaligen gebruik maken van een nieuw soort veto, voor een onderwerp dat niet aan een speciale parlementaire meerderheid onderworpen is. Daarmee zetten ze de principes van de federale rechtsstaat en van de spelregels, afgesproken in deze consensusdemocratie, volledig buiten spel. Zolang België echter bestaat, moeten de partijen over de taalgrens heen samenwerken om een federale meerderheid te vormen. Die samenwerking wordt op zijn minst erg verstoord als de Vlamingen de Franstalige Brusselse politici eensklaps 80.000 stemmen afnemen door een eenzijdige splitsing van BHV. De vraag is dus: kan en wil men een oplossing vinden die deze politici compenseert voor dit verlies? Allerhande eisen die de Franstalige partijen stellen om tot een 'onderhandelde' oplossing te komen compenseren dit stemmenverlies niet: of het nu om een 'corridortje' gaat, benoeming van drie burgemeesters in de faciliteitengemeenten, een bestendiging van de faciliteiten, meer gemeenten met faciliteiten, enz.. Zelfs de overheveling van (enkele) faciliteitengemeenten compenseert dit niet, want het is niet in die meestal kleine gemeenten dat de Franstalige partijen de meeste van hun 80.000 stemmen halen, maar vooral in de andere, grotere gemeenten van Halle-Vilvoorde. Op al die Franstalige eisen moeten de Vlaamse partijen dus niet ingaan als het gaat om een compensatie voor de splitsing, want ze zijn irrelevant voor de oplossing van de kern van het probleem: het stemmenverlies van Brusselse politici.
Waarom ze geen federale kieskring aanbieden?
Niet zomaar natuurlijk, maar in het kader van een ruimere onderhandeling over grotere en duidelijkere bevoegdheden voor de deelstaten en van de afschaffing van de Senaat in zijn huidige vorm. Vandaag staan de kopstukken van de partijen op de Senaatslijst om zoveel mogelijk stemmen te halen, en er dan niet te zetelen. Kan men dit kiezersbedrog dus niet beter vervangen door een federale kieskring voor de Kamer, waar de kopstukken hun zucht naar heel veel stemmen kunnen uitleven? Volgens Boudewijn Bouckaert en Piet Deslé "holt een federale kieskring, van Aarlen tot Turnhout, alle kieswetten en alle verworvenheden van de taalwetgeving uit. Wat zouden de Franstaligen zich dan nog zorgen maken over faciliteiten in de rand van Brussel? De taalgrens verschuift gewoon tot aan de Noordzee en de Nederlandse grens." (De Standaard, 6.11.07: 'Over de federale kieskring: het paard van Troje'). Die bewering is helemaal niet juist. Met een federale kieskring verschuift de taalgrens geen millimeter, net zo min als hij een millimeter verschuift wanneer er Franstalige partijen opkomen in Halle-Vilvoorde na de splitsing van BHV. Toch sluiten Bouckaert en Deslé een federale kieskring blijkbaar niet helemaal uit, want in hetzelfde opiniestuk schrijven ze: "De belangrijkste vraag in onze communautaire verhoudingen is de bevoegdheidsverdeling: wat houden we federaal, wat schuiven we door naar de deelstaten. Pas daarna kan gekeken worden of het federale (of confederale) niveau voldoende substantie biedt om er een federale kieskring aan te besteden."
Een onderhandelde oplossing zou dus kunnen zijn:
- de voltooiing van België tot een volwaardige federale staat, waarbij de residuele bevoegdheden bij de deelgebieden liggen (waarbij allerhande alarmbelprocedures en belangenconflicten tot het verleden behoren)
- 'vrede' sluiten tussen Vlamingen en Franstaligen, waarbij deze laatsten de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden eindelijk aanvaarden, en ophouden met hun eisen tot territoriale uitbreiding van het Franstalig gebied. (Wat ook betekent dat b.v. een Maingain geen eisen te stellen heeft over de al of niet benoeming van een burgemeester in Vlaanderen..)
(Zie ook het artikel: "Walter van Gerven: voltooi de staatshervorming van België tot een federale staat", hier ....).
Dit is natuurlijk maar een ruwe schets, enkele basisprincipes, die meer in detail zouden moeten uitgewerkt worden. Als een dergelijk akkoord tot stand komt, waarom dan geen federale kieskring inrichten, waarbij alle kopstukken, ook de Franstalige kopstukken uit Brussel, over heel het land stemmen kunnen halen? Dat is geen compensatie voor de splitsing van BHV, geen invoering van een BHV over heel België, maar past in een ruimer kader van het 'vrede sluiten'. Als de Franstaligen deze vrede niet willen sluiten, moet de eenzijdige splitsing van BHV dan maar gestemd worden. En dan zien we wel verder...
Heeft iemand een beter voorstel?
Gastvrij Vlaanderen?
We komen echter nog even terug op het begin van het artikel: Door de splitsing van BHV woont er niet één Franstalige minder in Vlaams-Brabant. Vlaanderen zal dus een 'modus vivendi' met zijn 'Vlaamse', maar Franstalige (en anderstalige) inwoners moeten vinden. Dus ook met hen 'vrede' sluiten. Zie hierover het artikel "Een fascistisch volk ? (3- deel 2). Imago: Vlaanderen tolerant?" hier .... met enkele kritische bedenkingen en verbetervoorstellen.
(Dit artikel is een vervolg op "BHV: het aanhoudend kiezersbedrog",hier .....)
Kleine nabeschouwing
Het Egmontpact voorzag in 1977 een inschrijvingsrecht voor Franstaligen in de zes randgemeenten, stukken van zeven bijkomende gemeenten en nog drie wijken in andere gemeenten. Al bij al een relatief beperkt gebied (in ongeveer 14 gemeenten) in de onmiddellijke omgeving van Brussel. Het inschrijvingsrecht omvatte slechts een fractie van het territorium van BHV. Die inwoners konden zich laten inschrijven in een Brusselse gemeente. Het Egmont-inschrijvingsrecht was eeuwigdurend in de zes faciliteitengemeenten, maar bleef slechts beperkt tot een periode van 20 jaar in de andere gemeenten. Was dat akkoord niet door sterk Vlaams protest gekelderd, dan was BHV nu al dertig jaar gesplitst, en het inschrijvingsrecht buiten de faciliteitengemeenten nu al tien jaar afgeschaft... De moraal: 'de Vlaamse zaak', met een grotere autonomie tot gevolg, kan soms meer gediend zijn met een compromis dan stoer en koppig 'op zijn rechten' te staan.
Reacties
BHV
Deze tekst raakt dan toch - vooral in de latere delen - het allerbelangrijkste feit aan: de kwestie BHV gaat niet om een aantal zeteljes meer of minder in dit of geen parlement, maar staat symbool voor de definitieve vastlegging van de Belgische deelstaatgrenzen. BHV is gewoon een onderdeel van een territoriaal geschil tussen Vlaanderen en Franstalig Belgie, tussen Germaans en Romaans Europa. Onze deelstaatgrenzen zijn voor (pakweg) 90 % gebetonneerd (taalgebieden, gewesten, provincies) maar inzake gerecht en verkiezingsmateries bestaat nog die flou artistique van een très grand Bruxelles tot aan de Oost-Vlaamse grens. Dat is de echte inzet. En in het licht van allerlei post-Belgische scenario's, mag ik gerust beweren dat deze zaak historische en geopolitiek dimensies heeft.
Door BHv te splitsen
Door BHv te splitsen krijgen de muur starende francophonen in Brussel een groot sein dat Brussel nooit bij Walonie zal horen wanneer Belgie ten onder gaat.De taalgrens is de landgrens .Dat moet de verkiezings oproep zijn tijdens de volgende ronde van de verkiezingen .En verbindingen met wallonie .Vergeet het maar.Wanner Brussel echt afgesneden is van Wallonie zal ze wel nederlands willen leren ,anders gene boterham...