Nieuw decreet RO (4): eindelijk rust voor de zonevreemden?

Brengt het nieuw decreet RO na 10 jaar rechtsonzekerheid veroorzaakt door de decreetgever nu eindelijk rust voor de eigenaars van zonevreemde woningen? Zeker meer dan vandaag, maar net iets te weinig om elke discriminatie weg te werken.

Een persbericht van minister Van Mechelen, 5 december '08: "In het nieuwe decreet wordt komaf gemaakt met nog een aantal bestaande onzekerheden in de rechtspositie van zonevreemde constructies. Tot nu zijn de gemeenten er toe gehouden om de ‘zonevreemdheid’ via een (afzonderlijk) ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te lossen. Via het nieuwe decreet zullen de decretale basisrechten definitief van toepassing zijn in alle gebieden. Dit betekent dat aan elke zonevreemde constructie stabiliteitswerken mogen uitgevoerd worden of dat het gebouw binnen het bestaand volume mag verbouwd worden. In niet-kwetsbare gebieden mag er verbouwd, herbouwd en zelfs uitgebreid worden. Tevens worden de herstelmogelijkheden voor zonevreemde constructies, ingevolge heirkracht, uitgebreid naar ruimtelijk kwetsbare gebieden."

"Eindelijk rechtszekerheid" staat er als titel boven een paragraaf in een artikel van Van Mechelen op zijn website ('Minister Van Mechelen schept juiste kader voor bouwers'). Dat hoorden we al in 2001 toen de zonevreemde woningen zogenaamde 'basisrechten' kregen, in 2002 als hetzelfde beloofd werd aan zonevreemde bedrijven, en nogmaals hetzelfde als in 2004 een verjaring van bouwmisdrijven werd ingevoerd, behalve in ruimtelijk kwetsbare gebieden. Een groot deel van de bepalingen van het nieuwe decreet behandelen juist deze drie punten, omdat er voorheen geen of toch minstens veel te weinig rechtszekerheid bestond. Met deze twintigste wijziging aan het decreet RO in tien jaar tijd ziet het er nu inderdaad eindelijk naar uit dat er meer rechtszekerheid komt. We behandelen hier de belangrijkste wijzigingen die verband houden met zonevreemde woningen. Een overzicht van 'de lijdensweg der zonevreemden' kon u lezen in een vorig artikel.

Definitieve decretale basisrechten
In de memorie van toelichting staat dit als volgt omschreven:
"27. De bepalingen inzake zonevreemde constructies staan vandaag ingeschreven in de overgangsmaatregelen van het DRO (artikelen 145-145quater). Zij hebben slechts betrekking op door gewestplannen of algemene plannen van aanleg aangewezen gebieden. Eén en ander betekent dat gemeenten er bij de invoering van de structuur- en uitvoeringsplannen toe gehouden zijn de problematiek van de zonevreemdheid via een (afzonderlijk) RUP op te lossen ; ook bestaat er de reële mogelijkheid dat de vandaag "overgangsmatig" geldende decretale basisrechten "afgenomen" kunnen worden door middel van een RUP of een BPA. De ontwerpteksten maken de huidige bepalingen inzake zonevreemdheid evenwel "generiek". De decretale basisrechten zullen van toepassing zijn in alle gebieden, geordend door een RUP of een plan van aanleg (gewestplan, algemeen plan van aanleg, BPA). Een RUP kan de decretale basisrechten (enkel) aanvullen en uitbreiden ; een RUP kan echter wel strengere voorwaarden bepalen op het vlak van de maximaal toegelaten volumes bij herbouw."
Daar hoeven we niet veel aan toe te voegen dan: eindelijk.

De ruimtelijk kwetsbare gebieden
Er wordt nu toegegeven dat de term 'ruimtelijk kwetsbaar gebied' op verschillende plaatsen doorheen het DRO gebruikt wordt, telkens met een onderscheiden inhoud. Er wordt nu een éénduidige definitie van het begrip ingevoerd. (Zie de lijst achteraan dit artikel). De overstromingsgebieden uit artikel 18 van het Inrichtingsbesluit worden nu toegevoegd aan die lijst. Echter: alhoewel de definitie zogenaamd 'éénduidig' is, wordt ze bij welbepaalde regelingen uitdrukkelijk nog veranderd... Alhoewel een parkgebied tot de kwetsbare gebieden behoort, is herbouwen op dezelfde, op een gewijzigde plaats of ook nog uitbreiden er wel toegelaten, wat niet het geval is in andere kwetsbare gebieden. Zonevreemde functiewijzigingen zijn en blijven niet vergunbaar in ruimtelijk kwetsbare gebieden, behalve, naast de parkgebieden, ook in de agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde. Een 'éénduidige definitie', maar met nog verschillende varianten bij de toepassing... Waarom schrapt men dan de parkgebieden en de agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde niet gewoon uit de lijst met kwetsbare gebieden?

Wat is vergunbaar?
Aan wat vergunbaar is wijzigt er niets ten gronde. Het principe blijft dat in kwetsbare gebieden (behalve dus in parkgebied) alleen verbouwingen binnen het bestaand volume vergunbaar is. (Artikel 133/3: "In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal"). Herbouwen (binnen het bestaand volume) en uitbreiden (voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1.000 m³) blijft voorbehouden aan zonevreemden in de niet kwestsbare gebieden (plus dus in parkgebied). De teksten zijn wel helemaal herschreven en duidelijker, en kan u vinden in het artikel 133 (artikels 133/1 t/m 133/14 op blz. 999 e.v. van het ontwerpdecreet, stuk nr. 2011). Het begrip 850 m³ nuttige ruimte dat nog in sommige bepalingen staat, wordt vervangen door het uniforme begrip van 1000 m³ bouwvolume.

Afwerkingsregel
Het principe van de oude 'opvulregel' duikt in een zekere zin terug op, en heet nu 'afwerkingsregel'. Hij is wel merkelijk restrictiever dan de opvulregel. Die liet jarenlang toe te bouwen in een niet voor wonen bestemde zone in de gewestplannen op een kavel die lag 'binnen een huizengroep aan dezelfde kant van de openbare weg'. De 'afwerkingsregel' beperkt zich tot het vergunbaar maken van een nieuwe woning tegen een wachtgevel. Deze regeling maakt het mogelijk dat woningbouw kan worden vergund "op een niet voor woningbouw bestemd perceel dat grenst aan een perceel waarop zich een bestaande woning met een wachtmuur bevindt, of dat gelegen is tussen twee wachtmuren." De bedoeling is storende en landschappelijk onaantrekkelijke wachtmuren op een adequate manier weg te werken, zonder dat de hoofdbestemming van het gebied in het gedrang komt. Het moet gaan om een nieuwe eengezinswoning van het driegeveltype (aanbouw aan één wachtmuur) of van het gesloten bouwtype (bouw van een woning tussen twee wachtmuren). De nieuwe woning kan dus niet op haar beurt aanleiding geven tot toepassing van deze afwerkingsregel. De regel kan slechts worden toegepast op percelen van ten hoogste 650 m². Het bouwvolume van de nieuwe woning mag ten hoogste 1.000 m³ zijn. De afwerkingsregel geldt weer niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden, of wanneer de uitbreiding van de bestaande woning uitdrukkelijk wordt verboden door een specifiek ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg betreffende zonevreemde constructies (Onderafdeling 3. Afwerkingsregel, Art. 103). In kwetsbare gebieden zijn 'storende en landschappelijk onaantrekkelijke wachtmuren' blijkbaar geen probleem...

Heirkracht
De belangrijkste wijziging: bij heirkracht (een brand b.v. die het hele huis verwoest, of een groot deel) kan men nu ook een vergunning bekomen voor herbouw in alle kwetsbare gebieden! De bepalingen over heirkracht zijn in de tien jaar bestaan van het decreet RO al enkele keren gewijzigd. Wel constant gebleven sinds april 2000 tot nu is de regeling dat geen vergunning voor herbouwen kon gegeven worden in de kwetsbare gebieden, met uitzondering van de als kwetsbaar beschouwde recreatiegebieden, parkgebieden en agrarische gebieden met ecologische waarde of ecologisch belang. Daar kon het dus wel, maar niet voor zonevreemde woningen gelegen in: groengebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden, bosgebieden, valleigebieden en brongebieden, evenals in de beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden.  In die gebieden moest de Vlaamse overheid tot nu bij een 'plotste ramp' het perceel overnemen, en hierbij de grondwaarde vergoeden en de schadevergoeding die voor het huis uitbetaald wordt door de brandverzekeraar aanvullen tot 100 % van de totale verzekerde waarde van het huis. ('Aanvullen': omdat wettelijk is bepaald dat de brandverzekeraar bij niet herbouwen slechts 80% van de verzekerde waarde vergoedt). Er bestaat echter ook rampspoed die niet valt onder de brandverzekering (bvb. vandalisme). De verwijzing naar de toekenning van het verzekeringsbedrag als referentiepunt kan dus in die gevallen een probleem vormen om een vergunning te bekomen. Het begrip 'plotse ramp' wordt nu uitgebreid, en vervangen door 'een vernieling of beschadiging ten gevolge van een vreemde oorzaak, die de eigenaar niet kan worden toegerekend'. 

Nu is dus overal herbouw mogelijk in alle gebieden, bij heirkracht wel te verstaan. Bij de heirkrachtregeling moet men vandaag een vergunningaanvraag indienen binnen het jaar na het toekennen van het verzekeringsbedrag. Deze termijn wordt opgetrokken tot 3 jaar. Voor gevallen van heirkracht die niet onder de brandverzekering vallen wil de decreetgever nu "in een redelijke termijn voorzien om voldoende middelen te vergaren voor de herstelwerken (bvb. middels een burgerrechtelijke schadevergoeding bij vandalismegevallen) en wordt hier gewerkt met een termijn van 5 jaar om de vergunningsaanvraag in te dienen."
Het bouwvolume van de herstelde woning blijft beperkt tot :
a) het vergunde of vergund geachte bouwvolume, met een maximum van 1.000 m³, indien de woning gelegen is in een ruimtelijk
kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebieden en agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde;
b) 1.000 m³, indien de woning gelegen is in een ruimtelijk niet kwetsbaar gebied, in een parkgebied of in een agrarisch gebied met ecologisch belang of ecologische waarde.
Het aantal woongelegenheden moet beperkt blijven tot het voor de vernietiging of de beschadiging bestaande aantal.

Volgens de memorie van toelichting (punt 28) is het "vanuit rechtvaardigheidsoogpunt echter moeilijk verdedigbaar dat rampspoed gevolgd wordt door een weigering tot heropbouw van een behoorlijk (hoofdzakelijk) vergunde constructie," om te motiveren waarom de heirkrachtregeling voor zonevreemden nu uitgebreid wordt naar alle gebieden. In de ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden, is 'gewoon' herbouwen binnen het bestaande volume nog altijd niet vergunbaar, wel dus na een ramp. Dat vinden wij 'vanuit rechtvaardigingsoogpunt' niet verdedigbaar.

Planbaten
De planbaten zouden eindelijk 'operationeel' worden, en in geen enkel geval zouden nog planbaten verschuldigd zijn als een zonevreemde woning zone-eigen wordt gemaakt.
Memorie van toelichting: "175. Aansluitend bij de bestaande regeling bevestigt de ontwerptekst ook dat geen planbatenheffing verschuldigd is wanneer het plan een perceel met daarop een bestaande zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte woning 'zone-eigen' maakt (nieuw artikel 88, 4°, DRO). De huidige complexe en in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel weinig pertinente afwijkingen op de uitzonderingsregel voor het zone-eigen maken van woningen (huidig artikel 88, §2, tweede en vijfde lid, DRO) worden geschrapt, hetgeen de operationalisering van de regeling ten goede komt."

Die 'afwijkingen' op de 'uitzonderingsregel' van de planbaten (uitzonderingsregel = geen planbaten verschuldigd bij het zone-eigen maken) was een ideetje van Stevaert. Er zouden geen planbaten verschuldigd zijn bij het zone-eigen maken van zonevreemde woningen, maar voor woningen met een kadastraal inkomen hoger dan 750 EUR, zouden later toch planbaten verschuldigd zijn in één van volgende gevallen (= de 'afwijking' op de 'uitzondering'...):
a) als het aantal woongelegenheden op het perceel wordt verhoogd
b) als er een gehele of gedeeltelijke wijziging van de hoofdfunctie van de woning naar een andere dan de woonfunctie wordt toegestaan
c) als de volumenormen, vervat in de huidige artikel 145bis en 195bis eerste lid, 1°) DRO met méér dan 25% worden overschreden.
Dat 'ideetje' van Stevaert wordt nu bestempeld als weinig pertinent 'in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel' en definitief naar de prullenmand verwezen, vanwege ook te complex voor de administratie om zoiets te kunnen opvolgen.

Goed uitgeruste weg
Er hoeft niet altijd meer een 'goed uitgeruste weg' te zijn om als zonevreemde een vergunning te bekomen.
Memorie van toelichting: "422. Het nieuwe artikel 121 §4, 3° DRO houdt in dat de afwezigheid van een voldoende uitgeruste weg geen weigeringsmotief kan zijn wanneer de aanvraag betrekking heeft op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies, uitgezonderd wanneer anders is bepaald in een uitvoeringsplan of een verordening. In zekere zin is die bepaling een verduidelijking en geen echte afwijking, nu de eis betreffende de ligging aan een voldoende uitgeruste weg traditioneel slechts geldt voor het 'bouwen' van een gebouw. Men zal nog opmerken dat deze verduidelijking inhoudt dat de ligging aan een voldoende uitgeruste weg geen vereiste vormt voor het vergunnen van de verbouw, herbouw, of uitbreiding van zonevreemde constructies conform de regelingen van de nieuwe artikelen 133/1 e.v. DRO."

Zorgwonen
Tot nu mogen zonevreemden hun ouders niet laten inwonen met een zeker comfort en privacy. Het inrichten van een afzonderlijk toilet/badkamer of keuken voor nieuwe bewoners wordt tot nu zelfs al beschouwd als 'het verhogen van het aantal woongelegenheden', en dat laatste is zonevreemden verboden, zowel in kwetsbare als in niet-kwetsbare gebieden. (De medewerking van een architect is welliswaar niet verplicht "om in een gebouw het aantal woongelegenheden te wijzigen die bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eensgezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer, voorzover deze wijziging noch de oplossing van een constructieprobleem met zich meebrengt, noch de stabiliteit van het gebouw wijzigt" Besluit 23.05.03).

Men lijkt nu toch eindelijk de idiotie van een dergelijke verbodsmaatregel in te zien.
Memorie, punt 301: "Het moet duidelijk zijn dat het feit dat ouders komen inwonen of dat het gezin kinderen krijgt, het aantal woongelegenheden niet vermeerdert. Er is ook geen sprake van een vermeerdering van woongelegenheden (en dus ook niet van een splitsing van de woning) indien de ouders een aparte brievenbus en/of huisnummer krijgen. Er is wel sprake van een woningsplitsing indien door fysische ingrepen (bvb. bijmaken van inkomdeur of dichtmetselen van inwendige verbindingen) aparte entiteiten binnen de woning worden gemaakt, die volledig zelfstandig door een persoon of gezin benut kunnen worden."
Het blijft dus wel zo dat zonevreemden nooit het aantal woongelegenheden mogen verhogen, maar ouders die komen inwonen niet meer beschouwd wordt als een verhoging. Hiervoor wordt de term 'zorgwonen' ingevoerd. Het gaat daarbij specifiek om het huisvesten van ten hoogste twee hulpbehoevende personen of ouderen door middel van de creatie van een ondergeschikte wooneenheid. Bij zorgwonen is één woongelegenheid steeds ondergeschikt doordat een functie wordt gedeeld met de hoofdwoongelegenheid, vb keuken of badkamer.
Voor de creatie van vormen van zorgwonen binnen het bestaande bouwvolume wordt nu principieel geopteerd voor een meldingsplicht in plaats van een vergunningsplicht. Een vergunningsplicht ontstaat wel indien de zorgsituatie beëindigd wordt en het de bedoeling is de zorgwoning te splitsten in aparte woningen. Voor de zonevreemden wijzigt het verbod tot inwonen met enige privacy nu dus in een situatie dat niet eens een vergunning moet worden aangevraagd, en een melding aan de gemeente volstaat (behalve alweer: in kwetsbare gebieden. Daar kan het nu ook, maar mits vergunning)...

Meldingsplicht
Memorie van toelichting:
304. "Het afleveren van een vergunning gaat meestal gepaard met een zekere discretionaire bevoegdheid c.q. beleidsruimte ; de overheid maakt een bepaalde afweging omtrent de verenigbaarheid van het aangevraagde met de goede ruimtelijke ordening, wat uiteraard een bepaalde beleidsmatige invulling vergt. In een aantal gevallen zal deze discretionaire ruimte echter tot (quasi) nul worden herleid, ofwel omdat het voorschriftencorpus dermate dwingend en nauwkeurig is, ofwel omdat het gaat om gebruikelijke werken aan of in de omgeving van een bestaande constructie."
305. "Het nieuw voorgestelde artikel 94 DRO voorziet nu in de mogelijkheid dat in dergelijke gevallen wordt volstaan met een melding van de voorgenomen handelingen. De Vlaamse Regering dient de meldingsplichtige gevallen duidelijk aan te wijzen in een besluit, zulks na een zorgvuldige toetsing aan bovenvermeld criterium (d.w.z. dat het moet gaan om gevallen waarin de beoordelingsruimte van het vergunningverlenend bestuursorgaan effectief minimaal is). Zij kan ondermeer onderzoeken in welke gevallen en onder welke voorwaarden volgende handelingen onder de meldingsplicht zouden kunnen worden gebracht :
1° 'evidente' handelingen van geringe omvang, die vrijgesteld zijn van de medewerking van een architect (of waarbij die medewerking sowieso niet is vereist120), maar die niet gevat zijn door het 'kleinewerkenbesluit' (dat de handelingen aanwijst waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is)
2° handelingen die beantwoorden aan precieze criteria, uitgetekend in stedenbouwkundige verordeningen of in 'integrale ruimtelijke voorwaarden' in de zin van het nieuwe artikel 117, §2, tweede lid, DRO ;
3° handelingen binnen een verkaveling waarvoor duidelijke, onmiddellijk uitvoerbare (d.w.z. zonder dat nog een ruimtelijke toets vereist is) voorschriften voorhanden zijn.
Het regeringsbesluit zal vooral bestaan uit de omzetting van vergunningsplichtige handelingen naar meldingsplichtige handelingen. Het is echter ook mogelijk om handelingen die vandaag vrijgesteld zijn van de stedenbouwkundige vergunning, meldingsplichtig te maken."

Voor alle duidelijkheid: de meldingspicht zal pas in voege treden nadat de Vlaamse Regering de meldingsplichtige gevallen duidelijk aangewezen heeft in een besluit. De meldingsplicht wordt alweer niet van toepassing in kwetsbare gebieden. Handelingen die in principe meldingsplichtig zijn, moeten in ruimtelijk kwetsbare gebieden toch worden vergund. Dat wordt verantwoordt "door de hoge beschermingsgraad die in ruimtelijk kwetsbare gebieden de regel moet zijn, waardoor een actieve overheidstoets aangewezen is."

Discriminatie blijft
Zonevreemden worden nog steeds gediscrimineerd, ondanks de verbeteringen met het huidig ontwerp van decreet.

1. de discriminatie van alle zonevreemden in alle gebieden
Waarom moeten ze een openbaar onderzoek ondergaan voor ze eender welke vergunning kunnen bekomen, zelfs wanneer ze willen verbouwen binnen het bestaand vergund volume, terwijl zone-eigen gebouwen dit nooit hoeven?

2. discriminatie van alle zonevreemden in ‘stedenbouwkundig kwetsbare gebieden’
Waarom mag men een gebouw dat beschermd is als monument in kwetsbare gebieden herbouwen op dezelfde plaats binnen het bestaande bouwvolume, het volume zelfs uitbreiden, het bovendien ook nog een andere functie geven, terwijl dit voor de niet beschermde zonevreemden in kwetsbaar gebied allemaal uitgesloten wordt? Die mogen straks ook verder alleen het bestaande gebouw met de bestaande functie verbouwen binnen het bestaande volume, met behoud van het bestaand aantal woongelegenheden.
Zie de Memorie, 453. "De bepaling dat een afwijking op de plannen voor wat betreft het uitbreiden van beschermde monumenten slechts mogelijk is indien de uitbreiding ten hoogste 20% van het bestaande bouwvolume inhoudt, wordt geschrapt. De toelaatbaarheid van de uitbreiding van monumenten is eerder een zaak vanuit de sector van de monumentenbescherming, die de afstemming van de voorgenomen uitbreiding op de beschermingsdoeleinden en –voorschriften moet kunnen nagaan."
Wordt ‘de draagkracht’ van een gebied meer of minder aangetast, afhankelijk of het gebouw beschermd is of niet?

3. de discriminatie van zonevreemden bij heirkracht
Waarom moet bij heirkracht het bouwvolume van de nieuwe woning beperkt worden tot 1 000 m3, en mag het niet herbouwd worden, met het volume dat het had? Er verandert toch niets aan 'de draagkracht' van het gebied, gezien de woning (wellicht al vele generaties langer dan de gewestplannen) er al stond? Die regeling zal vermoedelijk meteen gewijzigd worden als een oud kasteeltje in de vlammen opgaat, en er groot protest komt uit de omgeving om dat kasteeltje in zijn oude glorie te herstellen.. Waarom het dan niet meteen zo regelen?
(Zie nieuw artikel 133/12:
3° het bouwvolume van de herstelde woning blijft beperkt tot :
a) het vergunde of vergund geachte bouwvolume, met een maximum van 1.000 m³, indien de woning gelegen is in een ruimtelijk
kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebieden en agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde,
b) 1.000 m³, indien de woning gelegen is in een ruimtelijk niet kwetsbaar gebied, in een parkgebied of in een agrarisch gebied met ecologisch belang of ecologische waarde.)


De ruimtelijk kwetsbare gebieden

Artikel 2, §1, 16° ruimtelijk kwetsbare gebieden :
a) de volgende gebieden, aangewezen op plannen van aanleg :
1) agrarische gebieden met ecologisch belang,
2) agrarische gebieden met ecologische waarde,
3) bosgebieden,
4) brongebieden,
5) groengebieden,
6) natuurgebieden,
7) natuurgebieden met wetenschappelijke waarde,
8) natuurontwikkelingsgebieden,
9) natuurreservaten,
10) overstromingsgebieden,
11) parkgebieden,
12) valleigebieden,
b) gebieden, aangewezen op ruimtelijke uitvoeringsplannen, en sorterend onder één van volgende categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding :
1) bos,
2) parkgebied,
3) reservaat en natuur,
c) het Vlaams Ecologisch Netwerk, bestaande uit de gebiedscategorieën Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu,
d) de beschermde duingebieden en de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens artikel 52, §1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud.

Reacties

Zorgwonen

Bent u zeker van de laatste zin in onderstaande tekst?;

Voor de zonevreemden wijzigt het verbod tot inwonen met enige privacy nu dus in een situatie dat niet eens een vergunning moet worden aangevraagd, en een melding aan de gemeente volstaat (behalve alweer: in kwetsbare gebieden. Daar kan het nu ook, maar mits vergunning)...

Mij werd door de gemeente vertelt dat in kwetsbare gebieden zorgwonen NOOIT mogelijk is.

zorgwonen in kwetsbaar gebied

Geachte,
De codex ruimtelijke ordening stelt alleen dat een meldingsplicht nooit kan ingevoerd worden in kwetsbare gebieden (cfr tekst hieronder), maar bepaalt nergens dat in die gebieden er hiervoor, of voor andere werken waar men buiten kwetsbare gebieden volstaat met een melding, geen vergunning kan gegeven worden. Het verwondert mij dus dat u “door de gemeente vertelt werd dat in kwetsbare gebieden zorgwonen NOOIT mogelijk is.” Dat is volgens mij een verkeerde interpretatie van de regelgeving. Wellicht in een gemeente met een ‘fundi-stedenbouwkundige ambtenaar’? Dan zou hij zijn bewering wel moeten staven, wat hij volgens mij niet kan. Hoe kan men beweren dat men NOOIT een vergunning kan bekomen voor zorgwonen, wat verbouwen is binnen het bestaande volume, ook buiten kwetsbare gebieden, als zelfs herbouwen tot een volume van maximum van 1.000 m³ kan vergund worden in kwetsbare gebieden?

Codex
HOOFDSTUK II. Vergunningsplicht
AFDELING 1. Soorten
Onderafdeling 1. Stedenbouwkundige vergunningsplicht
.....
Sectie 2. Afwijkingen van de vergunningsplicht
Subsectie 1. Meldingsplichtige en vrijgestelde handelingen

Art. 4.2.2. §1. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de vergunningsplicht vervangen wordt door een verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen. De meldingsplicht betreft gevallen waarin de beoordelingsruimte van het bestuur minimaal is omwille van het eenvoudige en gangbare karakter van de betrokken handelingen, of de onderworpenheid van de handelingen aan nauwkeurige stedenbouwkundige voorschriften, verkavelingsvoorschriften of integrale ruimtelijke voorwaarden, vermeld in artikel 4.3.1, §2, tweede lid.
De Vlaamse Regering kan tevens de van de vergunningsplicht vrijgestelde werken, vermeld in artikel 4.2.1, 5°, c), aan de meldingsplicht onderwerpen.
De meldingsplichten, vermeld in het eerste en het tweede lid, kunnen nooit worden ingevoerd voor handelingen die gelegen zijn in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.

kwestbare gebieden

Geachte Heer, Hartelijke dank voor uw vorig antwoord. Wat me niet helemaal duidelijk is, is de stelling die u aangeeft : "Handelingen die in principe meldingsplichtig zijn, moeten in ruimtelijk kwetsbare gebieden toch worden vergund. Dat wordt verantwoordt "door de hoge beschermingsgraad die in ruimtelijk kwetsbare gebieden de regel moet zijn, waardoor een actieve overheidstoets aangewezen is." Is dit een stelling die u verdedigt of is dit zowaar binnen de CODEX opgenomen ? Indien deze stelling opgaat, betekent dat dan ook dat een overdekte constructie van max. 40m² (die voldoet aan de eisen om binnen een straal van 30m van de woning, met de voorgeschreven afstand tot de perceelsgrens, nokhoogte van 3m, enz....) dan toch zou mogen opgetrokken worden in parkgebied mits een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen en het openbaar onderzoek te doorlopen hebben ? Hartelijke dank voor uw antwoord, Dirk

kwestbare gebieden

Dat van die hoge beschemingsgraad komt zeker niet van mij, maar staat in de memorie van toelichting, als verklaring waarom in 'kwetsbare gebieden' geen meldingsplicht ingevoerd wordt

Uw vraag bevat eigenlijk al het antwoord: alles kan daar, NADAT men er een vergunning voor gekregen heeft, en na een openbaar onderzoek

Vrijstelling vergunning

Geachte Heer Van den Abeele, Sinds 1 december 2010 is er binnen de stedenbouwkundige wet verandering opgetreden voor wat betreft "kleine constructies". Zo kan een losstaande constructie van maximaal 40m² en een maximale hoogte van 3m, binnen een straal van 30m van de woning en voldoende afstand van de perceelsgrens, gebouwd worden op basis van een vrijstelling. Echter, deze vrijstelling is niet van toepassing in ruimltelijk kwetsbaar gebied. Indien men er de CODEX op naslaat, bemerk je dat Parkgebieden voor het ver- en herbouwen buiten de ruimtelijk kwetsbare gebieden worden geplaatst. In concreto, mag een constructie die vrijgesteld is van vergunning voor zone-eigen woningen tevens zonder vergunning opgetrokken worden binnen Parkgebied, of behoort dat nu plots weer tot RKG ? Hartelijke dank, Dirk

Parkgebieden

geachte heer Ceuterick

Volgens Art. 1.1.2. 10° van de Codex RO behoren parkgebieden tot de kwetsbare gebieden. Ze worden voor het ver- en herbouwen niet buiten de kwetsbare gebieden geplaatst: ze blijven kwetsbare gebieden, maar er mag daar uitzonderlijk ver- en herbouwd worden. Dat moet met een vergunning, en ook nog eens met een openbaar onderzoek. Vervangen van de vergunningsplicht door een meldingsplicht kan niet in kwetsbare gebieden, en daar is geen uitzondering op voorzien voor parkgebieden. Art. 4.2.2, §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de meldingsplicht niet kan worden ingevoerd voor handelingen gelegen in ruimtelijk kwetsbaar gebied.

Wat de vrijstelling van vergunning in kwetsbare gebieden betreft, inclusief dus parkgebieden, kunnen sommige zaken wel en andere niet zonder vergunning gebeuren. Het voorbeeld dat u aangeeft kan NIET zonder vergunning in kwetsbare gebieden, inclusief dus parkgebieden, gezien er voor parkgebieden geen expliciete uitzondering is opgenomen in de vrijstelling van vergunning. Binnenverbouwingen zonder stabiliteitswerken in een hoofdzakelijk vergund of vergund geachte woning kunnen wel, de bouw van vrijstaande bijgebouwen bij een woning daar kan niet

Niet vrij van vergunning zijn in ruimtelijk kwetsbaar gebied.
8° niet-overdekte constructies tot maximaal 80 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies, in zijtuin en achtertuin, tot op 1 meter van de perceelsgrenzen;
11° van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. De hoogte is beperkt tot 3 meter;
12° het opslaan van allerhande bij de woning horende materialen en materieel met een totaal maximaal volume van 10 kubieke meter, niet zichtbaar vanaf de openbare weg;
13° het plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt, zoals één woonwagen, kampeerwagen of tent, niet zichtbaar vanaf de openbare weg, zonder er effectief te wonen.

Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor de volgende handelingen, ook niet in kwetsbare gebieden:
1° gebruikelijke ondergrondse constructies als ze niet voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook liggen;
2° handelingen zonder stabiliteitswerken en zonder wijziging van het fysiek bouwvolume aan zijgevels, achtergevels en daken;
3° zonnepanelen of zonneboilers op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand, en zonnepanelen of zonneboilers die geïntegreerd zijn in het hellende dakvlak;
4° binnenverbouwingen zonder stabiliteitswerken;
5° afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin;
6° open afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de voortuin;
7° gesloten afsluitingen tot een hoogte van 1 meter in de voortuin;
9° de strikt noodzakelijke toegangen tot en opritten naar het gebouw of de gebouwen;
10° de plaatsing van allerhande kleine tuinconstructies zoals tuinornamenten, brievenbussen, barbecues en speeltoestellen;

RO - opvulregel

Mijn vader had een stuk bouwgrond gekocht in 1984 bij notariële akte, door een ongeluk is hij gestorven in 1992, na betaling van successierechten, ook op deze bouwgrond, en alle andere dingen, hadden we willen bouwen in 1995, toen bleek dat het stuk bouwgrond verleent was op basis van een stedebouwkundig attest en de opvulregel die niet meer van kracht was. Door omstandigheden waren wij niet op de hoogte van deze wijziging aangezien het niet in de akte vermeld is, noch zijn wij door enig iemand op de hoogte gebracht, en het eigenlijk in een bebouwde straat ligt waar alle percelen bebouwd zijn. De bouwgrond staat nog steeds gekadastreerd als bouwgrond bij het kadaster, wat moet ik doen als mijn moeder komt te overlijden, hoe verloopt de successie ? De overheid voerde een regelrechte diefstal uit op de burger zonder deze op de hoogte te brengen, anderzijds worden nu nog steeds grote kavels door grote projectbeheerders in open gebieden opgestart en opgevuld door nieuwbouw en verdwijnen grote stukken landbouwgrond, en moet infrastructuur er rond aangelegd worden, daartegenover werden door de afschaffing van de opvulregel kleine stukken bestaande en verkochte bouwgrond van de gewone kleine burger afgenomen met weinig waarde voor de landbouw of voor het behoud van open vlakten. De afschaffing van de opvulregel was de reinste onzin en mist alle rede als men ziet wat er aan open ruimte en landbouwgrond verloren gaat door projecten en open verkavelingen. Ik kan dit alleen maar aan de kaak stellen, en heren politici en raadgevers ervan verdenken ondoordachtzaam te handelen, en een aanslag te hebben gepleegd op verworven goederen van kleine burgers en de deuren te hebben geopend voor bijna onbetaalbare bouwgronden en winstbejag van grote projectbeheerders. Is er uitzicht op een regelgeving die deze notariële verworven kleine stukken bouwgronden binnen woonkernen, verworven voor 1992 op basis van een stedebouwkundig attest (opvulregel) in zijn waarde kan herstellen? Wie komt er op voor de kleine burger... de richting die Carl Decaluwe en Patrick Lachaert namen in hun voorstel van resolutie 336 van 25 mei 2005, betreffende het opnieuw toepassen van de opvulregel was zeker een bemoediging dat er hoop is op een goede oplossing, ik hoop dat dit nog vervolgd wordt en er uiteindelijk toch een oplossing komt voor deze problematiek. Er is werk aan de winkel voor rechtvaardigheid.

opvulregel

beste Hans Van Den Berghe,

Mijn echtgenote verkeert in dezelfde situatie, zei het dat zij reeds grond geërfd heeft van haar vader maar waar haar moeder er nog vruchtgebruik op heeft. Wij proberen hier ook klaarheid in de zaak te krijgen en ondernemen diverse inspanningen (o.a. bij de gemeente) om te kunnen bouwen op dat perceel. Kan u mij contacteren om informatie uit te wisselen? Wij denken dat dit interessant kan zijn om zo van elkaar te kunnen leren want de materie is zeer ingewikkeld ! Bart Teirlynck tel: 0475/437.437 teirlynck@pandora.be

afwerkingsregel

@ Hans Van Den Berghe
Zoals hierboven in het artikel vermeld, is de vroegere 'opvulregel', die dan later weer werd afgeschaft, in de nieuwste decreetversie weer van toepassing, onder de naam 'afwerkingsregel'. Zie de huidige decreettekst over de 'afwerkingsregel' hierna. U heeft natuurlijk gelijk dat het afschaffen van de opvulregel een vorm van gelegaliseerde diefstal was, omwille van de ideologie van de 'open ruimte,' waar dit niets mee te maken heeft.

Deze regel geldt dus nu terug in niet-woongebieden, b.v. in landbouwgebied, waar het bouwen van een nieuwe woning normaal niet toegelaten is, en alleen regels bestaan voor daar 'zonevreemde' reeds bestaande woningen, om te verbouwen of herbouwen. Die regel is niet van toepassing - niet nodig - in woongebied, gezien men daar normaal een vergunning krijgt om aan te bouwen aan een bestaande zijgevel/wachtmuur, zonder een uitzonderingsregel nodig te hebben.
Het eenvoudigste lijkt mij dat u eerst eens bij de dienst stedenbouw op de gemeente gaat horen hoe het juist zit met uw perceel, en of dat in aanmerking komt voor de 'afwerkingsregel'. Als het groter is dan 650 m2, heeft u wel een probleem. Misschien is dat dan op te lossen door een deel als landbouwgrond te verkopen? Daar zou een notaris u bij moeten kunnen helpen, want meer advies kan ik u hier niet geven.
-------------------------------------------------------------
HOOFDSTUK IV. Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften

AFDELING 1. Afwijkingsmogelijkheden

Onderafdeling 3. Afwerkingsregel
Art. 4.4.3. Voor een perceel dat niet voor woningbouw bestemd is, kan desalniettemin een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning worden afgegeven, indien voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:
1° de nieuwe woning is van:
a) hetzij het driegeveltype, in welk geval zij aangebouwd wordt bij een wachtmuur van een bestaande woning op een belendend perceel,
b) hetzij het gesloten bouwtype, in welk geval zij gebouwd wordt op een perceel dat gelegen is tussen twee wachtmuren;
2° het perceel waarop de nieuwe woning opgericht wordt, heeft een oppervlakte van ten hoogste 650 m²;
3° het bouwvolume van de nieuwe woning bedraagt ten hoogste 1.000 m³;
4° de aanpalende bestaande woning of woningen is of zijn per 1 september 2009 op het ogenblik van de vergunningsaanvraag voor de nieuwe woning hoofdzakelijk vergund en niet verkrot.
De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, gelden niet in ruimtelijk kwetsbare gebieden. Zij gelden evenmin in het geval waarin een aanbouw bij de bestaande woning of woningen uitdrukkelijk verboden wordt door een specifiek ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg betreffende zonevreemde constructies.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt onder “wachtmuur” verstaan:
1° een wand die op 1 september 2009 deel uitmaakt van een dubbele wand, opgetrokken op de perceelsgrens;
2° een enkele wand die reeds op 1 september 2009 is opgetrokken tot tegen de perceelsgrens, en die beschermd is door een tijdelijke waterafstotende bekleding.

afwerkingsregel

Beste,
ik heb een perceeltje landbouwgrond in agrarisch gebied. naast mijn grond staat tot op de perceelsgrens een betonnen hangaar. Kan de gevel van deze hangaar beschouwd worden als wachtgevel en zou bijgevolg de mogelijkheid bestaan om een woning te bouwen op deze grond?
dank bij voorbaat
Bart

afwerkingsregel (2)

de wachtgevel moet deze zijn van een aanpalende bestaande woning of woningen - ik vermoed dus niet dat u een hangaar als woning zal kunnen laten doorgaan om er een nieuwe woning tegenaan te bouwen - eenvoudigste is na te vragen op de dienst stedenbouw van de gemeente waar die hangaar staat

1000m3

Wij kunnen niet begrijpen dat het maximale volume van onze zonevreemde woning 1000m3 bedraagt, ook in het nieuwe decreet. Onze hoeve was 1.400 m3 en we hebben dit moeten terugbrengen naar 1.000m3. Nu we een garage van 35m2 willen aanbouwen komt men ons vertellen dat dit niet mag omdat we boven de 1000m3 uitgaan. We vragen ons ook af waarom dit niet meteen veranderd wordt

1000m3 - zonder reden

beste,

ik heb in al de jaren dat ik RO volg, nog nooit een zinnige reden gehoord voor die beperking tot 1.000 m3, voor een eerder vergunde constructie dan nog.