Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
De pseudo-dialoog tussen de 'gemeenschappen', in de praktijk Vlaamse regering versus Franstalige partijafgevaardigden, heeft Kris Peeters maandag formeel begraven. Voor de CD&V beter nu, dan nog korter bij de verkiezingen een zoveelste mislukking aan te kondigen. Als Vlaanderen echt 'een grote staatshervorming' wil, zal ze zich toch moeten bezinnen over wat ze de Franstaligen hiervoor in ruil geeft. Want, schrijft journalist Claude Demelenne: "de echte motivatie van de Franstaligen om de staat te hervormen ligt dicht bij het absolute nulpunt. Ze zijn geen masochisten." Maar misschien moet de hele zaak op een totaal andere manier aangepakt worden, met actieve deelname van de burger?
In een opiniestuk in De Standaard van 18 februari '09 met de titel 'Franstaligen voeren show op, maar kunnen zij anders?' (tekst hieronder) gaat journalist Claude Demelenne in op de redenen waarom de Franstalige politieke leiders niet ernstig over een grote staatshervorming willen praten. Demelenne is hoofdredacteur van het linkse Brusselse weekblad 'Le Journal du Mardi'. In zijn opiniestuk geeft hij twee mogelijkheden aan om verder te geraken: ofwel onderhandelen over een nieuw pact tussen de Belgen, zonder taboes - en dus ook over de grenzen van Brussel, en over afwisselende Vlaamse en Franstalige premiers, ofwel praten zonder geweld en zonder rancune over het einde van België.
De rattachist Demelenne
Het is wel goed om weten dat hij eigenlijk een andere doelstelling nastreeft, die niet in het stuk uitgesproken wordt: de aansluiting van 'groter' Brussel en Wallonië bij Frankrijk, om van de 'belaging door de anti-francofone Vlamingen' af te geraken. Hij publiceerde hierover zopas een boek, 'Pour ou contre la Belgique française', dat eind januari '09 verscheen bij de Parijse uitgever Le Cherche midi.
De presentatie van zijn boek op de website van de uitgever:
"La guerre des Belges, nous y voilà ! Wallons et Flamands ne se supportent plus.
Le divorce est pour bientôt. La France est concernée. Quand leur pays éclatera, les Belges francophones choisiront-ils de devenir français ? Politique-fiction ? Scénario réaliste ? Quels sont le pour et le contre d'un rattachement à la France de la Belgique francophone ? Quel intérêt pour les Wallons, les Bruxellois et les Français ? Selon une enquête récente, environ 50 % des Wallons seraient favorables à un rattachement à la France, selon des modalités à définir.
Claude Demelenne pose les questions qui dérangent. Il décrit un pays à l'agonie, assiégé par les Flamands antifrancophones. Il explique comment l'éclatement de la Belgique pourrait redessiner les frontières dans le Nord de l'Europe et renforcer le poids de la France dans l'Union européenne."
In een interview voor de krant La Voix du Nord (hoofdzetel Rijsel, behoort tot de groep Rossel, tevens uitgever van Le Soir), n.a.v. die publicatie zegt hij meer gemeenschappelijks te zien tussen Walen en Noord-Fransen dan tussen Walen en Vlamingen: "Il y a plus de points communs entre un Français du Nord et un Wallon qu'avec un Flamand." (Interview gepubliceerd op vrijdag 13.02.09 onder de titel: "Mieux vaut se séparer avant de se détester")
Claude Demelenne woont sinds 1994 in de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem, waar hij zich een 'geadopteerde Brusselaar' voelt. ("J’habite à Wezembeek-Oppem, commune à facilités. J’y ai émigré en 1994, venant de Liège. Je m’y suis vite senti Bruxellois d’adoption. Ma maison se trouve à 20 mètres d’un arrêt de la Stib. Pratique, je n’ai ni permis ni voiture. Le bus me conduit en trois minutes au métro. Dix minutes plus tard, je suis au centre-ville. Dans ma tête, je suis Bruxellois." Demelenne in een opiniestuk in Le Soir, 11 okt '08 overgenomen bij het artikel 'Komaf maken met de grenzen van Brussel' op Nieuw Pierke).
Niets nieuws
Maar eigenlijk zijn de redenen die Demelenne aangeeft al veel langer bekend, en brengt hij niets nieuws (behalve wellicht dat de zeer grote naïviteit van Kris Peeters op communautair vlak hiermee meer dan duidelijk aangetoond wordt?). De bekende redenen om niet ernstig over een grote staatshervorming te willen onderhandelingen: enerzijds de angst van alle Franstaligen en hun partijen dat 'de solidariteit' met Wallonië wordt opgezegd (zeg maar: de bestaande transferts verminderen) en anderzijds, vooral voor sommige partijen, de drang naar meer 'Lebensraum' voor de Franstaligen in Vlaanderen. Demelenne zegt het alleen iets plastischer: de Walen zijn geen masochisten, ze zijn niet van plan harakiri te plegen, en zullen dus geen staatshervorming aanvaarden die hen armer maakt.
Welke partijen ook de regionale verkiezingen zullen winnen, dat verandert niets aan aan de situatie op Belgisch niveau. Ook al winnen in Vlaanderen de partijen die meer of minder separatistisch zijn (of 'confederalistisch'), of halen ze zelfs een meerderheid, de Belgische regering blijft paritair samengesteld, en voor een grondwetsherziening is een meerderheid nodig in Kamer en Senaat van zowel Vlamingen als Franstaligen, en niet in het Vlaams, Brussels of Waals parlement. Het Vlaams parlement mag zoveel resoluties goedkeuren als het maar wil over een grondwetsherziening, de macht om iets te veranderen heeft dit parlement niet.
Kris Peeters heeft in de pseudo-dialoog wel een voorstel gedaan om artikel 195 van de Grondwet te wijzigen, waardoor bij een toekomstige Grondwetswijziging ook het parlement van Vlaanderen betrokken zou zijn: de oprichting van een grondwettelijke kamer, bestaande uit alle parlementen van dit land. Peeters: "Als wij de Grondwet wijzigen, moeten niet alleen de Kamer of de Senaat, maar ook dit parlement daar mee over discussiëren en stemmen." (Plenaire zitting Vlaams parlement, 18.02.09) Maar ook dan zal een meerderheid van beide kanten nodig zijn.
Sinds 1970 is er pariteit in de Belgische regering, en werd toen de 'grendelgrondwet' ingevoerd. De Belgische grondwet kan dus nu al bijna veertig jaar nog slechts gewijzigd worden met niet alleen een tweederdemeerderheid in het parlement, maar bovenop ook nog met een meerderheid in elke taalgroep. Dat heeft niet verhinderd dat er daarna nog vier staatshervormingen doorgevoerd zijn (1980, 1988-1989, 1993, 2001-2003). Een zesde staatshervorming moet dus mogelijk zijn. Vraag is alleen: hoe?
Een nieuw pact tussen de Belgen?
Onderhandelaar Olivier Maingain (FDF) stelde als preliminaire eis bij de pseudo-dialoog, voor men over eender wat anders kan onderhandelen: de benoeming van de 3 burgemeesters in de faciliteitengemeenten. Tot voor kort kon men nog argumenteren dat dit een Vlaamse bevoegdheid is, en een overdracht van bevoegdheden van het federale naar de deelgebieden daar niets mee te maken heeft. Maar als de Vlaamse minister-president zelf de onderhandelingen gaat leiden, een voorstel doet voor een grondwettelijke kamer waarbij ook de deelstaten mee beslissen, dan legt hij toch willens nillens ook de al of niet benoeming van die drie burgemeesters, waar 'zijn' Vlaanderen voor bevoegd is, in de mand met 'te onderhandelen'.
Een andere onderhandelaar in de pseudo-dialoog: Philippe Moureaux (PS). Le Soir publiceerde op woensdag 18 juni '08 een interview met Moureaux, waarin deze de eeuwige vergrendeling van de huidige transferts eist, drie volwaardige Gewesten, waarbij Brussel een gewest met Franstalige dominantie wordt door het 'herzien' van de taalwetten die er de Vlaamse minderheid beschermen, een uitbreiding van Brussel, permanente faciliteiten tot in Aalst, Mechelen, Leuven en wellicht nog verder, geen corridortje van beukenbomen in het Zoniënwoud, maar een landverbinding van verschillende gemeenten. Eerst stelt hij wel duidelijk "dat België ons niet meer interesseert als de interpersoonlijke solidariteit wordt afgeschaft". (Zie hier... ). Kris Peeters wist dus toch al vooraf met wie hij aan tafel ging zitten!..
Dergelijke eisen van Maingain en Moureaux stuiten bij de Vlaamse partijen op een onverzettelijk 'NON'. Van Franstalig standpunt uit bekeken, kan men dus gemakkelijk stellen dat het de Vlamingen zijn die een nieuw pact onmogelijk maken, omdat er geen enkele van HUN eisen bespreekbaar is. Geraakt men hier uit? Een oud Duits (ik denk oorspronkelijk jiddisch?) gezegde voert een handelaar op die aan zijn handelpartner vraagt: "Was kannst du mir bieten, damit ich Freude habe am Geschäft?" Enig plezier hebben aan het zaken doen, is dit geen insteek voor nieuwe onderhandelingen? Men kan inderdaad toch niet verwachten dat de Franstaligen zich als masochisten gedragen? Wat bieden de Vlaamse partijen in ruil aan de Franstaligen om Vlaamse eisen te aanvaarden? Wat willen de Vlaamse partijen bekomen van de Franstaligen in ruil voor de benoeming van drie burgemeesters? Wat voor de uitbreiding van het Brussels Gewest met enkele gemeenten? Welke compensatie krijgen de Franstalige Brusselse politici voor hun stemmenverlies in Halle-Vilvoorde als BHV gesplitst wordt? Ofwel onderhandelt men in een Belgisch kader, en zijn compromissen nu zoals in het verleden nodig om een oplossing te vinden waar beide partijen tevreden mee zijn ('Freude haben am Geschäft..'), of men stapt uit het Belgisch kader en roept eenzijdig de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit. Zolang men dit laatste niet ernstig meent, heeft het dreigen hiermee geen enkel nut. Het zal de Franstalige politici niet tot meer eenzijdige toegevingen aanzetten als ze weten dat het alleen om een schijndreiging gaat. Dus blijft er niets anders over dan onderhandelen en compromissen sluiten. En als men geen compromissen wil, dan moet men er zich bij neerleggen dat alles blijft zoals het is. Of men dit nu graag heeft of niet: veertig jaar geleden heeft Vlaanderen zijn meerderheidspositie opgegeven in ruil voor meer bevoegdheden op het vlak van taal en cultuur. Probeer dat maar eens terug te draaien...
Totaal anders aanpakken?
Maar wellicht lukt het oude geven en nemen echt niet meer, en moet de hele kwestie op een totaal andere manier aangepakt worden. Eric Verhulst, van de onafhankelijke socio-economische denktank WorkForAll, samen met een vijfentwintigtal andere ondertekenaars, hield onlangs een pleidooi voor directe democratie 'naar Zwitsers model' om te ontsnappen aan de Belgische particratie en het onbestuurbaar kluwen aan instellingen: 'Zwitserse meta-democratie voor een toekomstig democratisch België'. Hierbij moet men eerder spreken over een democratiseringsproces dan over een staatshervorming. Een langere versie verscheen onder de titel 'Zwitserse meta-democratie, een beter alternatief voor een toekomstig democratisch België en Europa'
Volgens de Zwitserse politicoloog Nenad Stojanovic is directe democratie een van de belangrijke redenen waarom Zwitserland er beter in slaagt zijn meertaligheid te beheren dan België: 'Directe Democratie als remedie voor België?'
Een driestapsprocedure?
Senator Alain Destexhe (MR) stelde recent voor een buitenlandse specialist bij de communautaire onderhandelingen te betrekken, en Jong CD&V stelde de aanstelling van experts buiten de Belgische politiek voor. Wellicht moeten we inderdaad een dergelijke weg bewandelen. Een voorstel in die zin zou in drie fasen kunnen uitgevoerd worden. Vooreerst vragen voldoende burgers in een petitie dat een expertengroep voor hen verschillende varianten van een staatshervorming onderzoekt. Uit hun voorstellen wordt bij algemeen referendum een keuze gemaakt, die de Kamer vooraf heeft beloofd te zullen uitvoeren.
Iets langer geformuleerd, maar uiteraard nog verder uit te werken:
1. in een petitie, getekend door zoveel mogelijk mensen, vragen deze dat stap 2 en 3 uitgevoerd wordt (gewenst: honderdduizenden handtekeningen, zodat het 'incontournable' wordt als boodschap en als eis)
2. daarop geeft de Kamer de opdracht aan een expertengroep om een aantal varianten van een staatshervorming uit te werken. Hiertoe stelt een bureau (bv van alle rechtsfaculteiten van de Belgische universiteiten) eerst de criteria op om de expertengroep te selecteren, en ook van twee groepen voor een 'peer review', die het rapport van experten aan een kritisch onderzoek moeten onderwerpen voor het definitief wordt. (Peer review of collegiale toetsing: een methode om de kwaliteit van een werk te verbeteren door het te onderwerpen aan de kritische blik van een aantal gelijken van de auteur.) Het bureau kiest op basis van offertes de expertengroep en de twee groepen voor de 'peer review'. De Senaat wordt ondertussen op non-actief geplaatst (niemand zal daar iets van merken..). De experten kunnen dan in de Senaat werken, lokalen gebruiken, vertalers, documentatie, enz. De geselecteerde expertengroep kan bestaan uit b.v. een consortium van medewerkers van verschillende internationale bureau's, gespecialiseerd in internationaal recht, economie, staatsrecht, etc... Dezen onderzoeken verschillende varianten van een staatshervorming, met de voor- en nadelen, de overgang van het huidige naar het toekomstige bestel. De varianten die ze minstens moeten onderzoeken liggen vooraf vast, en maken deel uit van de eis in de petitie:
- terug een unitaire staat
- afwerken van de federale staat, met uitvoering van art 35 van de grondwet (waarbij de deelgebieden exclusief bevoegd worden voor alles wat niet expliciet federaal behouden blijft, door politici ook verkeerdelijk een 'confederaal model' genoemd)
- een echte confederatie van onafhankelijke staten
- een België naar Zwitsers model, met directe democratie.
Indien de expertengroep er gemotiveerd andere wil aan toevoegen, zou dit moeten kunnen.
3. De resultaten beschrijven de voor- en nadelen van de verschillende varianten. Desnoods in een dik boek, met samenvattingen. Er is een ruim budget voor informatie van alle burgers, die met een bindend referendum hun keuze hieruit maken. Dat hoeft niet één enkel en eenvoudig ja/neen te zijn, er kunnen ook subvragen of andere keuzes ingebouwd worden. Zoals bijvoorbeeld de al of niet verdere volwaardige deelname aan de EU versus een losser associatieverband. De Kamer heeft vooraf toegezegd, b.v. in een wet, dat ze de keuze zal respecteren en uitvoeren.
De burgers moeten het woord nemen
Het groeiend kiezers- en verkiezingsbedrog van alle partijen vervreemdt hen steeds meer van de burgers. Welke waarde heeft onze stem nog, als alles gebeurt in functie van de carrièreplanning van enkele geselecteerde partijgetrouwen, en programma's alleen dienen om aan de macht te komen en nadien in de prullenmand verdwijnen? Wellicht kan bijvoorbeeld het Itinera Institute als 'onafhankelijke denk- en doetank' de motor zijn voor de beschreven drietrapsprocedure? Het formuleert als zijn Missie: "Aanreiken, verdedigen en bouwen van wegen voor beleidshervorming naar duurzame economische groei en sociale bescherming, voor België en zijn regio’s."
Zonder een grondige verbouwing van de huidige niet meer functionerende federale staat ziet het er naar uit dat we niet moeten hopen op een begroting in evenwicht of een efficiënte administratie, laat staan op enige 'duurzame economische groei'.
Nawoord: Wat een aanhechting bij Frankrijk betreft
Thierry de Montbrial, de stichter en directeur van het Institut Français des Relations Internationales (Ifri), een onderzoekscentrum over internationale vraagstukken met een dertigtal medewerkers, was te gast op de redactie van Le Soir op woensdag 28 januari '09. Hem werd de vraag gesteld, wat hij dacht van een aansluiting van francofoon België bij Frankrijk. Zijn antwoord: "Puur op het feitelijk vlak kan ik u antwoorden dat het geen kwestie is die in Frankrijk besproken wordt in de cirkels die betrokken zijn bij de Europese en internationale poltiek. Ik heb nooit iemand gehoord die zegde daar belangstelling voor te hebben. Zelfs als het rattachisme de wending van een volksopwelling in Wallonië zou krijgen, zou men er zich eerst moeten van vergewissen dat deze wens niet op een misverstand gebaseerd is - om m.... aan de Vlamingen te zeggen - en goede redenen moeten hebben om te denken dat deze enting ook duurzaam zou kunnen zijn. Maar ik vraag mij af of jullie zo enthousiast zouden kunnen worden voor het voluntarisme van Sarkozy of voor de structuren van de Franse staat, gezien jullie gewoon zijn aan een eerder zwakke staat. In de praktijk wed ik erop dat een aansluiting in een voorzienbare toekomst niet zal plaats hebben. Het echte gevaar is een risico van implosie van uw land. Maar het zou zeer complex zijn; de verdeling zou zeer moeilijk door te voeren zijn, ondermeer door Brussel. Daarom denk ik dat jullie de middelen zullen vinden om uw structuren te vernieuwen en het land niet uiteen zal spatten. Ondertussen is België wel verzwakt op buitenlands vlak." (Le Soir, 29.01.09)
Et maintenant..
Zinspeling op een lied van Gilbert Bécaud, met als eerste strofe:
Et maintenant, que vais-je faire ?
De tout ce temps, que sera ma vie ?
De tous ces gens qui m'indiffèrent
Maintenant que tu es partie.
(Tekst en Nederlandse vertaling )
Franstaligen voeren show op, maar kunnen zij anders?
De houding van de Walen in de communautaire onderhandelingen is niets om trots op te zijn: een voetbalploeg die te veel op de verdediging speelt, zal haar fans nooit enthousiast maken, vindt CLAUDE DEMELENNE. 'Maar die houding is wel begrijpelijk, want de Walen zijn geen masochisten.'
Mijnheer de minister-president, u hebt gelijk. De Franstalige politieke leiders willen niet ernstig met u over een grote staatshervorming praten. Ze doen maar alsof. Al maanden houden ze u aan het lijntje. In voetbaltermen zouden we zeggen dat de Walen 'tegen de klok spelen'. Ze proberen de eisen van de flaminganten op alle mogelijke manieren af te remmen. Ze willen tijd winnen.
De houding van de Walen is niets om trots op te zijn: een voetbalploeg die te veel op de verdediging speelt, zal haar fans nooit enthousiast maken. Maar die houding is wel begrijpelijk, want de Walen zijn geen masochisten. Ze zullen geen 'grote staatshervorming' aanvaarden die hen armer maakt. En die bovendien nadelig zou zijn voor de Franstaligen in Brussel. De houding van die laatsten is nog onverzettelijker: tactisch zeggen de meesten, ja, mijnheer de minister-president, wij willen onderhandelen. Maar in de praktijk is het nee. Een onvoorwaardelijk nee. Ze zullen geen duimbreed wijken, want ook zij zijn geen masochisten.
Ze hebben vooral belangstelling voor twee dossiers: de uitbreiding van de grenzen van Brussel, als enige manier om een consequente structurele financiering van het derde gewest te verzekeren. En de benoeming van de Franstalige burgemeesters die door minister Marino Keulen wordt geblokkeerd, als enige manier om de democratie te respecteren. De Vlaamse politieke klasse weigert unaniem om over die twee dossiers te praten. En dus antwoorden de Franstaligen op hun manier: door de communautaire dialoog te boycotten. Op een schijnheilige manier, want de boycot wordt nooit duidelijk verwoord.
U bent niet dom, mijnheer de minister-president. U hebt dan ook besloten om een punt te zetten achter deze slechte komedie. De communautaire dialoog die er geen was, dreigde in een klucht te veranderen. Alle acteurs, Franstaligen zowel als Vlamingen, maakten zichzelf belachelijk. Over de grond van de zaak, uw analyse van het gedrag van de Franstaligen, hebt u gelijk. Ik zal u vertellen wat de Franstalige politieke leiders buiten beeld zeggen, als er geen microfoons in de buurt zijn: 'De Vlamingen zullen niets meer krijgen. Slechts enkele kruimels. Als wij het confederalisme aanvaarden, wordt België een lege doos. Een uitstalraam. Voor de schijn. En vooral om ervoor te zorgen dat Vlaanderen Brussel behoudt.'
En als ze echt de achterkant van hun tong laten zien, voegen ze er dit aan toe: 'Als de Vlamingen meer autonomie willen, zullen ze die heel duur betalen. Duidelijk gezegd: vroeg of laat zullen ze de Belgische staat doen wankelen. En in dat scenario zullen ze Brussel verliezen.' De Franstaligen weten dat het verlies van Brussel - 'het enige Belgische merk dat heel de wereld kent', zoals Jean-Marie Dedecker zegt - een prijs is die Vlaanderen niet wil betalen. En zo komt het, mijnheer de minister-president, dat de Franstaligen zich in de schijndialoog, waaraan u een einde hebt gemaakt, paradoxaal genoeg sterker voelen dan de Vlamingen. Zij zijn vrijwel zeker van hun zaak: ze kunnen de stand nog lang op 0-0 houden. Door niets te doen. En door hun commedia dell'arte op te voeren: met de hand op het hart zweren dat zij bereid zijn om met u over een 'grote staatshervorming' te praten, terwijl ze daar geen woord van menen.
Alle Franstaligen zijn het met elkaar eens, zowel de haviken als zij die doen alsof er nog een dialoog mogelijk is. Op enkele piepkleine nuances na delen alle Franstalige leiders de standpunten van Olivier Maingain. Sommigen doen alsof ze soepeler zijn en veinzen dat ze 'vooruitgang willen boeken, bijvoorbeeld op het vlak van de werkgelegenheid'. Geloof er geen woord van, mijnheer de minister-president. Het is show, pure show. Dat is niet glorierijk. Dat is niet erg ambitieus. Maar kunnen zij echt anders, als ze geen harakiri willen plegen...?
Ik heb het gevoel dat de Franstaligen zich in een vrij vernederende positie bevinden: ze liggen dwars omdat ze te weinig zelfvertrouwen bezitten om het hoofd te bieden aan de realiteit van de Vlaamse eisen. Ze voeren een show op en liegen over hun echte motivatie om de staat te hervormen. Die motivatie, u snapt het al, ligt dicht bij het absolute nulpunt. In de ogen van de Franstaligen leiden de 'Vlaamse' hervormingen naar een België extra light dat zij niet wensen. De Franstaligen zijn ervan overtuigd dat de Vlamingen de federale staat niet willen hervormen, maar stap voor stap ontmantelen. Als België niet langer een gemeenschappelijk project is, als de solidariteit wordt afgebroken, als ze alleen nog dient om de Vlamingen in staat te stellen Brussel te behouden - een stad waar zij nauwelijks 10 procent van de bevolking vertegenwoordigen - zien de Franstaligen niet in waarom ze het spel nog langer zouden meespelen. U hebt dat allemaal begrepen, mijnheer de minister-president.
Wat gaat u nu doen? Wat gaan wij doen? Ik zie twee mogelijkheden. Ofwel onderhandelen we over een nieuw pact tussen de Belgen, zonder taboes - en wordt er dus ook over de grenzen van Brussel gepraat, en over afwisselende Vlaamse en Franstalige premiers (sinds 1974 hebben we geen Waalse premier meer gehad). Ofwel praten we zonder geweld en zonder rancune over het einde van België. U moet weten, mijnheer de minister-president, dat veel Franstalige politieke leiders, als er geen microfoons in de buurt zijn, steeds pessimistischer zijn over de overlevingskansen van dit land op lange termijn. Zult u hen ongelijk geven? De bal ligt in uw kamp. Want bij gebrek aan beter zullen de Franstaligen nog vele jaren tevreden zijn met een 0-0-stand.
Claude Demelenne is journalist en schrijver.
'Pour ou contre la Belgique française', uitgeverij Le Cherche midi, Parijs, januari 2009.
Reacties
antwoord
In "De Morgen" van 28.3.2009 verklaart miniser Vanden Broucke, dat het federaal gewest en en de drie andere gewesten tegen elkaar werken en dat het federaal systeem dus vast zit. Volgens hem zijn er protocolakkoorden nodig tussen al die regeringen die tegen elkaar regeren om toch maar een "beetje" uit de anarchistische toestand te geraken. Dat op zichzelf is al belachelijk. Men splits eerst en dan wordt men ervan bewust dat er meer uniformiteit nodig is. Dit is eens te meer het bewijs dat de regionalisering van een land van 30.000 km2, totaal verbrokkeld en bestuurd door 6 regeringen met 7 parlementen een onwerkbare staatshervorming is. Vermits niemand nog de gewesten wil afschaffen, kan dit federaal systeem nog alleen werken als men het herleidt tot een federale regering met één parlement, een Vlaamse regering met één parlement, en een Waalse regering met één parlement, dat wil zeggen dus maximum drie regeringen en drie parlementen in plaats van 6 regeringen en 7 parlementen. In dit systeem wordt de Brusselse regio een hoofdstad regio, met gefusioneerde gemeenten en moeten parlement met 89 parlementsleden voor 19 gemeenten verdwijnen, dan eerst blijft Brussel echt ook de hoofdstad van de Vlaamse gemeensdchap en dit geldt ook voor het Duitstalig gewest, het moet gedaan zijn om aan 7O.000 inwoners die bijna allemaal Frans spreken een Regering en een parlement te schenken, zij moeten zich integreren in het Waals gewest. België zal denk ik niet verdwijnen (en ik wens het ook niet) tenzij door (totale financiële ondergang), omdat de schuldenberg verhoogt met 120 miljoen Bef per uur of 800 euro's per seconde, zoals berekend, door de Tijd. Binnenkort staat België onder voogdij van het IMF. Om België te doen verdwijnen moeten Kamer en Senaat dit stemmen. Het wordt dus tijd dat men eens een opiniepeiling doet bij de Senatoren en de Volksvertegenwoordigers om te weten wie bereid is het einde van België te stemmen en zijn lucratief mandaat op te geven, en idem voor de federale regering. Misschien de VB mandatarissen, maar wie kan er zeker van zijn, daar ze hun politiek progamme dan kwijt geraken en verdwijnen. Zij ook hebben meer mandaten in dit federaal systeem dan in een onafhankelijk Vlaanderen. Ik zou zeggen dat federaal systeem hun bestaan verzekert, bij een onafhankelijk Vlaanderen verdwijnt die partij automatisch. Als België toch zou uiteenvallen, dan is het zeker dat Brussel met Wallonië gaat. Al wat de Vlamingen zich inbeelden in dat geval om Brussel te behouden is utopie. Bij s
plitsing van België is dan ook de beste oplossing voor het kleine Vlaanderen zich totaal te integreren in Nederland, en dan is hun hoofstad Amsterdam, dan hebben ze Brussel niet meer nodig. Alleen het kleine overbevolkte Vlaanderen eventueel nog met verlies van de verfranste gemeenten rond Brussel (referendum dan onvermijdelijke in die gemeenten), is geen echt toekomstbeeld voor de Vlamingen. Neem nu de onnodige arrondissementscommissariaten. Enige jaren geleden zei een jonge arrondissementscommissaris dat hij goed betaald was om weinig te doen. Die commissariaten zijn overbodig, onnuttig, en hebben nooit tot iets gediend. Waarom worden ze niet afgeschaft. Nu op 28.3.2009 krijgt men daarop nog eens een antwoord in de dagbladen: de dochter van Wilfried Martens, Anne Martens wordt tot arrondissementscommissaris benoemd op 15.7.2009, en ze kiest daarvoor omdat ze zich dan kan bezig houden met haar kinderen. Zij weet dus dat dit "une bonne planque" is. Zij is echter ook kandidaat Euro-parlementslid en dit is ook een "bonne planque" waar men niet veel moet verrichten en niemand zich bekommert om afwezigheden. Men tekent zelfs 's morgens bij de aankomst en gaat terug, maar men wordt geacht aanwezig te zijn, niemand bekommert zich daarover. Het is een praktijk. Dus zal Anne Margtens de post wel nemen als ze verkozen wordt. Omdat ze dan nog drie keer zoveel verdient. Wat de Vlaamse politici doen, doen ze zogezegd beter dan de Walen,nu zijn ze ook al slimmer dan de Walen in het "politiek nepotisme", anders gezegd benoemingen van zonen en dochters, vrienden en vriendinnen, minnaars en minnaressen. Ook in gesjoemel doen ze niet meer onder voor de Walen, Rudy Aernoudt heeft dit al uitgelegd.