Kort gezegd - mei '09

Een land dat nergens nog goed voor is (Mark Grammens)
Het is niet leuk, in een wereld die snakt naar goed bestuur, met een land te zitten dat nergens nog goed voor is. Waar geen enkele kiesbelofte nog gehouden wordt, waar het toppunt van staatsmanschap bestaat uit het verkwanselen van het nationaal erfgoed en het met sabelgekletter gaan bestrijden van een ver volk dat een vreemde bezetting wil afschudden, en dit te doen tot meerdere persoonlijke eer en glorie van een handvol tuinkabouters met ontoereikend denkvermogen. Hun streken zouden nog tot daar aan toe zijn, als een heel volk van Vlaanderen en zijn toekomst er niet voor werden opgegeven. Terwijl ze Vlaanderen vernietigen, kunnen ze niet eens in hun voordeel aanvoeren dat ze België redden, want dat doen ze juist niet. Hun redenering lijkt te zijn dat als ze België kapot krijgen - en daar gaat het wel om, want we staan aan de budgettaire afgrond -, Vlaanderen dan ook niet kan bestaan. Het Europese verhaal waarin ze hun vluchtgedrag verhullen, is alleen goed voor wie genezen moet worden van slapeloosheid. Sinds 2007 weten we met z'n allen dat moraal geen plaats meer heeft in de Vlaams-Belgische politiek. Het is niet omdat men voor iemand stemt, dat die ook datgene zal doen wat aanleiding heeft gegeven tot uw stemgedrag. En dus staan we nergens, ook niet met onze gedachten, want we moeten al onze voor-opstellingen afzweren en opnieuw beginnen. Zeer terecht meent Bart de Wever (N-VA), blijkens zijn uitspraken tijdens een debat in Gent (zoals weergegeven in 't Pallieterke, 29.4.09) dat "de klassieke manier van staatshervorming voorbij is". Het non van de Franstaligen "krijg je niet meer doorbroken," vindt hij, nu er immers een precedent is geschapen: de Vlamingen hebben het non geslikt, en zijn toch een Belgische regering gaan vormen. De Wever besluit: "We zullen dus het Belgische legalisme moeten doorbreken, en op eigen kracht de kondities van het samenleven veranderen". Dit betekent dat de Vlaamse verkiezingen dan toch wel een heel eigen en niet te onderschatten betekenis krijgen: het komt erop aan ervoor te zorgen dat het mogelijk wordt "het Belgisch legalisme te doorbreken". Van zijn kant speelt ook Hendrik Bogaert van CD&V (in De Standaard, 26.3.09) met dit alternatief: "ofwel stellen we vast dat er geen wil meer is om de staat te hervormen, dan komt het Vlaams parlement bijeen en legt het zelf zijn bevoegdheden vast", want "er zijn te veel onopgeloste strukturele problemen in dit land". De Franstalige partijen hebben immers, met aktieve steun van de Vlaamse vakbonden en van een Vlaamse kleinburgerlijke intelligentsia van subsidievretende kunstenaars en soortgelijken, hun oude eis tot positieve solidariteit (Vlaanderen moet hun welvaart financieren) aangevuld met een eis tot negatieve solidariteit, wat erop neerkomt dat ze van alle wettelijke middelen gebruik maken om Vlaanderen niets te gunnen, ook niet iets waar ze geen enkel nadeel van ondervinden.
Dat zijn de feiten. "Indien België niet bestond, zouden we het niet uitvinden" (Thomas Leysen, voorzitter Standaard-groep, in De Standaard, 19.9.04). Toch niet in zijn huidige situatie....
Mark Grammens, Journaal nr. 550-551, 28.05.09. Een 'Verkiezingsnummer' dat geheel gewijd is aan de verkiezingen van 7 juni, met uitsluitend een essay over de politieke toestand in dit land. Het uittreksel hierboven is een deel van het besluit ('Envoi') van zijn essay van 8 bladzijden. Uitzonderlijk kan dit nummer afzonderlijk besteld worden door overschrijving van 2,50 euro per exemplaar op rekening 000-1450583-45 van Journaal, met vermelding 'verkiezingsnummer'

Bye-bye PS... bye-bye Belgium? (Claude Demelenne)
De dagen van het rode Wallonië zijn geteld. Van één ding kunnen Elio Di Rupo en zijn vrienden zeker zijn: hun partij zal op 7 juni zeer diep wegzakken... Het meest waarschijnlijke scenario is dat de PS, na de afstraffing door de kiezer, geen andere mogelijkheid meer rest dan terug te keren naar de oppositie, zowel op regionaal als op federaal niveau. De socialisten bereiden zich voor. De revolutie die zich aankondigt, houdt net als alle revoluties grote risico's in, uiteraard in de eerste plaats voor de PS zelf. ... Maar de revolutie van 7 juni zal nóg gevaarlijker zijn voor het federale België dat een nieuwe regeringscrisis tegemoet zal gaan na het vertrek van de PS. Een staatshervorming zal weer verder af zijn. Van op de oppositiebanken zal de PS haar communautaire discours verharden. Zonder haar is er geen tweederdemeerderheid. De Belgische staat zal totaal verlamd zijn. Paradoxaal genoeg zou het einde van het rode Wallonië niet zozeer het Waalse herstel maar wel het einde van België kunnen bespoedigen. Opgejut door de oppositie voerende socialisten, zullen de liberalen en hun bondgenoot het FDF op hun harde communautaire standpunt blijven staan. Ze zullen geen toegevingen doen aan de Vlaamse partijen en zullen nog vuriger dan nu de uitbreiding van Brussel bepleiten. De confrontatie kan dan niet uitblijven. Op korte termijn zou het 'bye-bye PS' dus wel eens kunnen omslaan in 'bye-bye Belgium'.
Claude Demelenne in De Standaard, 22 mei '09. Hij wordt er gepresenteerd als 'Claude Demelenne is journalist en schreef verscheidene boeken over de PS'. Daarbij wordt vergeten het belangrijkste te vermelden: dat Demelenne een fervent voorstander is van de aansluiting van Wallonië en een 'très, très grand Bruxelles' bij Frankrijk. Zijn betoog is zo opgebouwd dat hij uitkomt waar hij vooraf al wist waar hij wou op uitkomen, en wat ook zijn laatste woorden zijn in het artikel: 'bye-bye Belgium'. Zie hiervoor het artikel 'Et maintenant?...

Federale verkiezingen afschaffen?
Structuren kunnen er wel toe bijdragen dat het systeem beter en doorzichtiger werkt. Zo zou een staatshervorming die alleen maar bevoegdheden en middelen overhevelt, geen oplossing bieden voor het gebrek aan geloofwaardigheid van de politici zolang de bevolking het systeem niet beter kan begrijpen en controleren. Tegenwoordig weten alleen maar enkele politici en politicologen hoe het stelsel werkt. Dat is allesbehalve democratisch. Het is trouwens paradoxaal dat hoe meer partijen en kandidaten er zijn, althans in Vlaanderen, hoe minder vertrouwen de publieke opinie heeft in de politiek. De VS hebben er maar twee grote en het belet hen helemaal niet om beslissende keuzes te maken. Waarschijnlijk hebben de Belgen nog nooit zoveel gestemd voor verschillende bestuursniveaus en toch hebben ze het gevoel dat er uiteindelijk geen rekening gehouden wordt met hun bekommernissen. Het samenvallen van de federale en regionale verkiezingen wordt ook als een piste naar voren gebracht om de stabiliteit van het regime te versterken. Een andere oplossing zou zijn de federale verkiezingen gewoon af te schaffen. Het lijkt separatisme, maar zou geen taboe mogen zijn. Ofwel is België een federale constructie en wordt minstens een deel van de volksvertegenwoordigers binnen een federale kieskring gekozen. Ofwel volgen we het confederale model en dan kunnen de federale verkiezingen als dusdanig afgeschaft worden. De deelstaten zouden dan een deel van hun parlementsleden naar een Confederale Raad sturen. Is dat absurd? Misschien wel, maar consequent.
(Alain Gerlache in De Standaard, 12.05.09. Hij is secretaris-generaal van de 'Communauté des Télévisions Francophones' en schrijft in eigen naam tweewekelijks op dinsdag de column 'Beste landgenoot')

53 miljoen voor de partijen
Elk jaar vloeit 53 miljoen belastingen rechtstreeks naar de politieke partijen.
Die 53 miljoen bestaat uit :
-de federale dotatie
-de regionale dotaties (Vlaams en Waals)
-de fractietoelagen in Kamer en Senaat
-de fractietoelagen in alle deelparlementen
-de steun aan de verbonden instellingen (vormingsdiensten, enz...)
Telkens voor alle Belgische partijen in 2007.
Daar zit nog niet in:
-de kosten voor het personeel van de fracties en de parlementsleden (rechtstreeks betaald door de parlementen)
-de toelagen op provinciaal, lokaal en Europees niveau
-de mandatarisbijdragen.
Voor meer details : zie hoofdstuk twee van het boek "het geld van de partijen" van Bart Maddens en Karolien Weekers, Uitgeverij ACCO, 32 euro

Universele mensenrechten vergen Westerse daadkracht
Obama looft Turkije als een seculiere democratie die hij als een strategische partner voor de VS zeer graag in de Europese Unie zou zien. Maar elke waarnemer kent de diepe en aanhoudende spanning tussen de seculiere staatsmissie van de Turkse republiek en het religieuze DNA van een groot deel van de Turkse moslimbevolking. Turkije is een seriebeklaagde van het Europese mensenrechtentribunaal in Straatsburg. De huidige Turkse regering rijdt nationaal een parcours van zachte islamisering. Amper een week geleden werden tientallen seculiere leiders, waaronder intellectuelen en mediafiguren, opgepakt wegens vermeende samenzwering. Internationaal pleit premier Erdogan tegen verwestering van de Turkse diaspora in de Europese Unie, voor Hamas en voor een civiel kernprogramma van Iran.
Dan zijn er nog Afghanistan en Pakistan, die andere strategische moslimlanden waar de VS stabiliteit en verzoening met het Westen wil realiseren. De afgelopen weken werd in Afghanistan een wet gestemd die verkrachting in het huwelijk toelaat, terwijl de Pakistaanse regering formeel de Sharia heeft opgelegd in regio’s waar de Taliban de plak zwaait. Mensenrechten iemand?
Ik ben zeer bekommerd over het grote illusiegehalte van de diplomatieke boodschap die presidentprediker Obama verkondigt....
Respect en luisteren zijn niet hetzelfde als plooien. We zullen snel merken dat het Westen echt de daad bij het woord zal moeten voegen om een resultaat te behalen dat niet gelijk staat met de nederlaag. Maar hebben de VS en hun president wel nog voldoende daadkracht, ondanks de crisis en ondanks het trauma van Irak? Vele westerse bondgenoten, België incluis, hebben die alvast niet.
Marc De Vos, Directeur van het Itinera Institute, Docent UGent. In 'Itinera Institute Nota 3009/31'

VS-overheid oorzaak crisis
Andrew Cuomo, Staatssecretaris voor Huisvesting en Stadsontwikkeling onder Clinton, gaf Fannie Mae en Freddie Mac de directe opdracht om de ‘underserved minorities’ te voorzien van kredieten, en dit uit zogenaamde economische rechtvaardigheid. Tot overmaat van ramp wou Cuomo snel resultaten. Niet gehinderd door ervaring in de financiële of vastgoedmarkten, beval Cuomo dat 50% van alle leningen zou gaan naar mensen in achtergestelde woongebieden en met een laag inkomen. De subprime kredieten van Fannie stegen hierdoor van 1.2 miljard $ in 2000 naar 15 miljard $ in 2002. Om de grote risico’s van wanbetaling te beheersen, werden deze producten versneden en doorverkocht aan de rest van de wereld. Financiële spitstechnologie ter ondersteuning van het goede doel.. Iedereen verdiende veel geld en niemand stelde zich intussen de vraag of het uitdelen van krediet op termijn wel in het belang is van deze minderheden. Er zijn immers andere mogelijkheden om de lage inkomens te helpen. Cuomo gebruikte ook zijn macht als regulator om de subprime-activiteiten van Fannie en Freddie mogelijk te maken. Hij schrapte enkele rapportageverplichtingen waardoor het voor buitenstaanders alsmaar moeilijker werd om de juiste risico’s bij Fannie en Freddie in te schatten. We kennen intussen de desastreuze gevolgen van dit als nobel verpakt initiatief ter correctie van de boze markt. Akerlof en Shiller stellen zich de vraag of het geven van een lening die wellicht niet terugbetaald wordt, al dan niet corrupt is. Corruptie is een te sterk woord maar het marktmechanisme werd gecorrumpeerd en dit loopt altijd slecht af. De lagere inkomens verloren hun huis eerst. Johan Albrecht, Senior Fellow, Itinera Institute Nota 2009/26 'Crisis door vastgoedherverdeling?'

Maar Herman Daems komt binnen...
Herman Daems (62) zal door BNP Paribas worden voorgedragen als voorzitter van de nieuwe raad van bestuur van Fortis Bank. Herman Daems werd in 1999 voorzitter van de investeringsmaatschappij Gimv. Zijn benoeming tot voorzitter van Fortis Bank is volgens een persbericht van BNP 'in lijn met de afspraak van BNP Paribas om Fortis Bank, als eerste bank van het land, te behouden als een echte Belgische bank'. (De kranten, 8.05.09).
Herman Daems maakte deel uit van de stuurgroep van de regering die in september-oktober '08 het bankendossier moest beredderen, en was een tijd de Belgische onderhandelaar in het Fortisdossier. "Gisteren omschreven premier Yves Leterme en minister van Financiën Didier Reynders Herman Daems als 'de verbindingsman tussen de overheid en Fortis Bank'." (DS 4 okt '08). Is het toch niet wat vreemd dat de man die de belangen van de Belgische staat moest behartigen, nadien - door de 'tegenpartij' - benoemd wordt tot bestuurder van de aan de Fransen verkochte bank? 

Fortis is weg (Mark Grammens)
Nu zegt zelfs een regeringslid, Karel de Gucht (VLD, op VRT, 29.4.09, en in De Standaard, 30.4.09) dat de zogenaamde verkoop van Fortis, in werkelijkheid veeleer een soort cadeau aan de koper, een "vergissing" is geweest, een "paniekverkoop", en dat andere oplossingen beter waren geweest maar dat die geen kans kregen, noch op de ministerraad noch daarbuiten. "Ik ben ervan overtuigd dat als we vijf jaar verder staan, iedereen zal zeggen dat het (de verkoop) geen goede beslissing was," aldus De Gucht, die er spottend aan toevoegt dat we moeten opletten dat de huidige grote voorstanders van de verkoop er zich straks proberen uit te praten door zélf te gaan zeggen dat destijds een verkeerde beslissing is genomen.
We moeten blijven zoeken naar antwoorden, want dat die er ooit zullen komen, is wel zeker, al zal het waarschijnlijk niet meer zijn vóór de verkiezingen van dit jaar, want zelfs tegenstanders van een verkoop die er nauwelijks een was, durven de konfrontatie niet aan met een wraakgierige burger die, als hij de waarheid leert kennen, daar een blijvende afkeer van de Belgische politieke klasse aan dreigt over te houden. Waarom, zo vraagt ook de Gentse ekonomie-professor Koen Schoors zich af (in Knack, 22.4.09), "moest het coûte que coûte BNP Paribas zijn?", en hij ziet maar één mogelijke verklaring daarvoor: "er moeten op topniveau politieke afspraken zijn gemaakt tussen de Belgische en de Franse regering". Dat is ook onze mening.
(Mark Grammens in Journaal nr. 549, 7 mei '09)

De VRT gaat de elektorale toer op (Mark Grammens)
De VRT maakt zich op om de leiding te nemen van de komende kiesstrijd in Vlaanderen. Als de twee hoogtepunten van de programmatie worden voorgesteld een debat tussen de dames Vogels (Groen) en Morel (Vlaams Belang), en een tussen Jean-Marie Dedecker (LDD) en Karel de Gucht (VLD). Die zijn gekozen wegens hun hoge amusementswaarde, want zowel de betrokken dames als de heren politici staan bekend als doodsvijanden van elkaar, en er moet bloed vloeien. Dat is immers de meerwaarde van de televisie. Let the beast go!
Het was Joëlle Milquet die ooit zei (in De Morgen, 23.2.08) dat op de televisie politici "worden tot attrakties," en dat dit "het politieke debat naar omlaag haalt". De vaak ontstellende arrogantie van de ondervragers of debatleiders (wacht maar als we straks weer eens Bracke in aktie zullen zien!) draagt daar vervolgens nog toe bij, want "in de VRT-studio's worden politici op een betweterige manier ondervraagd over onbelangrijke zaken. Het dédain van de interviewers walmt de op informatie beluste kijker tegemoet," aldus een kenner bij uitstek, Walter Zinzen (in De Standaard, 16.5.07). Op de Nederlandse tv is het al normaal de gespreksleider te horen verklaren: "u bakt er weer helemaal niets van, meneer de minister, wordt het niet tijd dat u opstapt?"
Al heel lang beschouwen de dames en heren van de politieke redaktie van de niet-commerciële omroepen in Vlaanderen en Nederland zich als de bestuurders van het land. De kijker beschouwen zij als een randdebiel aan wie op autoritaire toon wordt verteld hoe hij moet denken en stemmen, want de neerbuigende toon die ze aannemen tegenover politici geldt ook voor hun kijkers.
(Mark Grammens in Journaal nr. 549, 7 mei '09)

Verhofstadt, een brutale vlegel (Mark Grammens)
Guy Verhofstadt is in wezen een brutale vlegel, die behoort tot een coterie van soortgenoten. Het is normaal dat van deze ongewone brutaliteit in de menselijke verhoudingen iets afstraalt op de partij die hij nog steeds stevig in handen heeft, de VLD. Men beseft het niet altijd, maar er is iets grondig verkeerd met een groep ambitieuze figuren die samenklitten met geen ander doel dan macht (en geld? en vrouwen?) te veroveren of te behouden, en die voorts alle idealen en ideeën die ze eventueel zouden bezitten, uitsluitend aanwenden als instrumenten in de machtsstrijd waar ze permanent mee bezig zijn. Men kan dit niet anders dan een korrumpering van het openbaar leven noemen, en die leidt haast noodzakelijk tot persoonlijke korruptie....
De memoires die Leo Goovaerts, gewezen senator-penningmeester van de VLD, zopas heeft uitgegeven onder de titel "Wat ik zag was ontnuchterend" (uitg. Van Halewyck), komen precies op tijd om de hype die rond Verhofstadt wordt gebrouwen in de aanloop naar de Europese verkiezingen, te ontmaskeren...
Verhofstadt, Dewael, De Gucht zijn geen aangename mensen. Hun agressieve wijze van politiek bedrijven heeft alleen sukses als ze niet ontmaskerd wordt voor wat ze is: ruwe, naakte machtspolitiek met vooropstelling van het eigenbelang. Die ontmaskering is door het boek van Leo Goovaerts ingezet.
(Mark Grammens in Journaal nr. 549, 7 mei '09) 

25 procent van de in 2004 verkozen Vlaamse parlementsleden haakte af
Yves Leterme (CD&V) was 5 jaar geleden het grote boegbeeld van het Vlaams kartel. Met hem zou het anders worden: gedaan met het overstappen van Vlaams naar federaal niveau, zoals voormalig minister-president Patrick Dewael (VLD) had gedaan. De werkelijkheid zou er enigszins anders uitzien. Van de 124 leden die het Vlaams Parlement telt, hebben er 34 andere oorden opgezocht. (VRT, deredactie.be, 6.05.09).
Daarvan een veertiental die verkozen werden, niet eens aan hun mandaat begonnen, en meteen door een opvolger werden vervangen. Bij CD&V bleef Hendrik Bogaert Kamerlid; bij de VLD bleef Vincent Van Quickenborne federaal minister, Karel De Gucht federaal minister, Guy Verhofstadt federaal premier, Patrick Dewael federaal minister, Dirk Sterckx Europees parlementslid; bij SP.A-Spirit bleef Johan Vande Lanotte federaal minister, Freya Van den Bossche federaal minister, Els Van Weert federaal staatssecretaris, Maya Detiège Kamerlid; bij Vlaams Belang koos Frank Vanhecke voor het Europees Parlement, bleef Filip Deman Kamerlid, en ook Francis Van Den Eynde en Gerolf Annemans bleven Kamerlid.
De namen van de 34 staan op de website van 'deredactie' van de VRT

Wat de soap rond Dirk Vijnck ons leert
Als partijen waardeloze kandidaten kunnen verleiden met vetbetaalde kabinets- of partijbanen, bevestigt dit alleen maar dat de partijen te veel overheidsgeld krijgen en dat de regeringspartijen te veel kabinetsbanen krijgen. De partijfinanciering en de kabinetten moeten dringend afgeslankt worden.
(Guy Tegenbos, editoriaal van De Standaard, 6.05.09)
Wat bijblijft, is stilaan een gênante verloedering van het parlement en vooral van het politieke engagement van de volksvertegenwoordiging. Of de partijen grijpen snel zelf in, of de Kamer verwordt tot een parkeerstrook van een paar zonen en dochters van, aangevuld met wat verwaaide idealisten, gebuisde of in de oppositie verzeilde kandidaat-ministers, en hoe langer hoe meer nobody's. Daarin is Vijnck een icoon - opzoeken in Van Dale, Dirk, bij de 'i' - voor deze tijd. Hij symboliseert de nietszeggendheid, het betekenisloze, het amorele en zelfs groeiend apolitieke karakter van dit parlement.
(Walter Pauli in De Morgen, 5.05.09)
Dat Dirk Vijnck zich met dit onverwacht manoeuvre hopeloos belachelijk maakt, is het minste van onze zorgen. Als hij voor clown in het circus wil spelen, moet hij dat zelf weten. Dat Jean-Marie Dedecker niet meer dan een pyrrusoverwinning behaalt in zijn open oorlog met de Open Vld, zal ons ook worst wezen. Hoe kan je als partijvoorzitter nu blij zijn met de thuiskomst van iemand die je een goede week geleden nog belachelijk maakte? Soit.
Wat we wél een probleem vinden, is het beeld dat van ’de politiek’ achterblijft door dergelijke intrieste spektakels. Poen en postjes zijn voor een aantal politici blijkbaar belangrijker dan geloofwaardigheid. Op de duur werkt zo’n imago natuurlijk nefast bij het grote publiek. Hoe wil je dat de burger de Wetstraat nog ernstig neemt, als de politici er zélf een spelletje van maken?
(Paul Geudens in Gazet van Antwerpen, 5.05.09)
En nog ter illustratie van de kabinettenpraktijken: "Een kabinetsmedewerker van minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt (Open VLD) verdient veel meer dan toegelaten. Een hoofdcommissaris van de federale politie die gedetacheerd is op het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt, krijgt nog altijd dezelfde premie als waar hij recht op had toen hij nog bij de federale politie werkte met daarboven op een kabinetsvergoeding. De politievakbonden zijn niet te spreken over die praktijk." (DS 6.05.09)