De hoofdzaak van de verlichting

Het hoofddoekenverbod wordt uitgebreid naar het hele gemeenschapsonderwijs en heel Antwerpen. Maar zijn enkele moslimmeisjes werkelijk een bedreiging voor de idealen van de verlichting? Integendeel, betoogt een groep (linkse) academici, het zijn juist de verlichtingsidealen die te vaak als excuus worden gebruikt voor discriminatie en onderdrukking. Hier hun opiniestuk dat op 12.09.09 in De Standaard verscheen.

In hun opiniestuk (DS 10 september) brengen Benno Barnard, Wim Van Rooy en Johan Sanctorum het hoofddoekendebat terug tot een beschavingskwestie, de hoofddoek als aanslag op onze verlichtingsidealen. (*) Hoe belangrijk deze idealen ook zijn, de verlichting heeft ook een schaduwzijde wanneer zij als rechtvaardiging dient om de ander te 'beschaven' of met geweld van bovenaf te 'emanciperen'. Dit leidde in het verleden al tot koloniale misdaden en een paternalistische houding tegenover vrouwen en de eigen arbeidersklasse.
Vandaag, in het hoofddoekendebat, vormt de verlichtingsretoriek opnieuw een middel tot onderdrukking en disciplinering van de ander, in plaats van een instrument tot bevrijding. En zoals vaker in het verleden is gebeurd, is de inzet daarbij de bevrijding en 'ontsluiering' van de 'andere' vrouw. De Franse filosoof Todorov stelt: 'De angst voor de barbaren is wat ons dreigt tot barbaar te maken. En het kwade dat wij zullen berokkenen zal veruit het kwade dat we eerst vreesden, overtreffen.' Emancipatie kun je niet opleggen, maar moet voortkomen uit een democratische strijd van onderdrukte groepen zelf.

Vormt een belaagde en vaak gediscrimineerde minderheid van de Vlaamse bevolking werkelijk een bedreiging voor de idealen van de verlichting? Wat willen de aanhangers van deze these bereiken? Waar leidt deze weg van een onverenigbaar 'zij' en 'wij' naartoe? We moeten ons dringend bezinnen over de manier waarop begrippen als secularisme, democratie en verlichting leiden tot de emancipatie, dan wel onderdrukking van bepaalde maatschappelijke groepen. De hoofddoek is geen op zichzelf staand fenomeen, los van de maatschappelijke context. Het wordt dringend tijd dat we niet de ander, maar onze gedeelde maatschappij en haar interne problemen als vertrekpunt nemen.

Als de hoofddoek een symbool van onderdrukking is dat bewust in onze vrije samenleving wordt geïntroduceerd, zoals Barnard en co. beweren, dan moeten we misschien onze zogenaamde 'vrije maatschappij' in vraag stellen. Hoeveel onderzoeken over de sociale ongelijkheid in het onderwijs, over de ongelijkmatige posities op de arbeidsmarkt en over het gebrek aan politieke kansen moeten nog de revue passeren voor we 'back to basics' gaan? En hoelang moet dergelijke prietpraat over de botsing tussen beschavingen nog aanslepen voor we gaan zeggen waar het op staat? Een verlichte maatschappij biedt iedereen, ongeacht levensbeschouwelijke overtuiging, afkomst of geslacht reële institutionele en materiële kansen voor hun collectieve en individuele emancipatie, in plaats van ze op voorhand te tackelen. Een sociaal rechtvaardige maatschappij gaat in dialoog, in plaats van groepen vast te rijden in een blokdenken waar ze niet meer uit geraken. Dit staat haaks op de intellectuele dwangbuis van de huidige verlichtingsfundamentalisten die het eindpunt en de vorm van emancipatie reeds hebben uitgestippeld. Het verlichtingsideaal is het waard om verdedigd te worden, maar wanneer zullen we beseffen dat vrijheid en gelijkheid nog altijd niet voor iedereen gegarandeerd worden? We leven nog steeds niet in een rechtvaardige maatschappij die ieders vrije rechten in gelijke levenskwaliteit omzet.

Ook zij aan de linkerzijde die religie als opium van het volk zien, hoeven niet verward te zijn over hun houding tegenover de islam. Net zoals over de huidige economische crisis, heeft Marx zeer zinnige zaken te zeggen over religie en de progressieve houding ertegenover. Al te vaak wordt Marx' religiekritiek verengd tot het adagium 'opium van het volk'. Marx zag in religie een weergave van de menselijke ellende, maar ook een protest tegen deze ellende. Religie, zo meende hij poëtisch, was de verzuchting van de onderdrukte, het opium van het volk. Godsdienst proberen op te heffen, of symbolen verbieden, is de mens de kans ontnemen het leven draaglijker te maken, maar ook het verzetspotentieel ervan te miskennen.

De vraag luidt dan of het nodig is om het religieuze symbool dat de hoofddoek is te verbieden? Is het niet veel belangrijker om in dialoog de sociaal-politieke en religieuze redenen voor deze keuze te begrijpen? Het is niet de religie die bepaalt wat we doen en laten maar de mensen zelf. Veel moslimvrouwen willen zich emanciperen via onderwijs en een eigen inkomen dat onafhankelijkheid garandeert. Hun recht op onderwijs wordt echter geplet tussen hamer en aambeeld. Enerzijds wordt hen verweten dat ze de 'neutrale', publieke ruimte van de gemeenschapsscholen met religieuze symbolen willen veroveren, maar anderzijds is het kot te klein wanneer ook maar de idee van aparte islamscholen - in principe gegarandeerd door de grondwettelijke vrijheid van onderwijs - wordt geopperd. Ook moslima's worden geconfronteerd met onderdrukkende rollenpatronen en huiselijk geweld. De hoofdzaak van de Verlichting is het steunen van hun strijd om hun grondrechten, of ze die nu voeren mét of zonder hoofddoek, binnen of buiten hun religie. En hoe meer we het hoofddoekendebat opblazen en essentialiseren, hoe meer meisjes die hoofddoek zullen dragen. Emancipatie kun je niet met dwang bekomen; je kunt ze wel dwangmatig tegenhouden.

Karel Arnaut (UGent), Koenraad Bogaert (UGent), Sarah Bracke (KU Leuven), Marlies Casier (UGent), Noel Clycq (UA), Eric Corijn (VUB), Pascal Debruyne (UGent), Herman De Ley (UGent), Brecht De Smet (UGent), Aleidis Devillé (KU Leuven), Ignaas Devisch (UGent, Arteveldehogeschool), Ruddy Doom (UGent), Nadia Fadil (KU Leuven), Fouad Gandoul (politicoloog), Dirk Jacobs (ULB), Eva Jaspaert (KU Leuven), Meryem Kanmaz (UGent), Els Lecoutere (UGent), Chia Longman (UGent), Maarten Loopmans (Erasmus Hogeschool Brussel), Rilke Mahieu (UA), Ico Maly (UGent), Johan Mertens (UGent), Dany Neudt (historicus), Stijn Oosterlynck (KU Leuven), Jan Orbie (UGent), Christopher Parker (UGent), Rik Pinxten (UGent), Edith Piqueray (Centrum voor migratie en Interculturele Studies), Omar Salamanca Jabary (UGent), Jan Teurlings (Universiteit Amsterdam), Barbara Van Dyck (UA), Annemie Vermaelen (UGent), Jef Verschueren (UA), Koen Vlassenroot (UGent), Anne Walraet (UGent), Karim Zahidi (UA/UGent), Sami Zemni (UGent), Jan Zienkowski (UA).

(Gepubliceerd op zaterdag 12 september 2009 in De Standaard)

Negen ondertekenaars van deze tekst ondertekenden ook het 'Vooruitmanifest', en stelden zich daar voor als de 'internationalistische linkerzijde'.
Voor de140 reacties op de website van De Standaard:

(*) 'Zomaar een lapje stof?' In verkorte vorm gepubliceerd in De Standaard van 10/9/09
Volledige tekst hier.....

Reacties

Antwoord aan de ondertekenaars van de tekst

Dat deze tekst ondertkend is door de heer De Ley, verbaast mij niet. In deze tekst wordt gesproken van "de ander te beschaven of met geweld van bovenaf te emanciperen, en ook "vandaag vormt de verlichtingsretoriek opnieuw een middel tot onderdrukking en disciplinering van de ander. Deze tekst verdraait volledig de waarheid. Men doet alsof het hoofddoekverbod "overal toepasselijk" is, wat totaal onjuist is. Het hoofddoekverbod geldt alleen in de "openbare scholen", en is niet alleen toepasselijk op de hoofddoeken, maar op alle filosofische, politieke of religieuze symbolen. Dat ook wordt verzwegen. De vraag die zich stelt is de volgende: moet de staat of de "overheid" zich onderwerpen aan alle eisen van de sjariakledij in de openbare scholen en besturen? Moet de overheid haar reglementen of decreten toepasselijk op openbare instellingen of scholen, aanpassen aan de sjariakledij voor vrouwen, omdat de moslims dit eisen, of is het aan de moslims om zich te onderwerpen aan de wetten van dit land? De taak van deze moslimsmeisjes met hun "politiek-religieuze hoofddoek of sluier", is bewijzen dat ze tot de "ouma - de moslimgemeensdchap" behoren, dat ze "puur zijn", en "goede moslims", tegenover de andere moslimmeisjes die dan niet "puur" zijn, en tegenover de niet-moslimmeisjes die men direct erkent vermits ze geen sluier of hoofddoek dragen. Deze moslimmeisjes herhalen maar steeds wat hun werd ingeprent "de politiek-religieuze" hoofddoek of sluier is hun "identiteit en hun vrijheid". Dat is om mee te lachen. Iedereen dezelfde kledij doen dragen, zou leidden tot het bezitten van een "identiteit" en “vrijheid” van de moslimvrouw. Deze kledij die eenvormig is voor alle meisjes, is juist het symbool van : onderwerping, depersonalisering, communautarising, afscheiding van de "anderen" die geen moslim zijn. De moslimmeisjes met een sluier mogen louter niet tonen dat ze "vrouwelijke attributen" hebben, die moeten weggemoffeld worden alsof dit een schande zou zijn. Hebben de ondertekenaars van deze tekst ooit gelezen wat Ayaan Hirsi Ali, Talisma Nasreen, Waf Sultan, Chahdortt Djavann, enz. die de sluier hebben gedragen, enz., denken van het "islamkostuum" voor alle moslimmeisjes? De sluier is een gevangenis voor de vrouw, die nooit de mode kan volgen, maar altijd in haar moslimkostuum aan vrouwelijkheid moet wegstoppen. Deze ondertekenaars doen alsof deze jonge meisjes zelf deze sluier of hoofddoek willen dragen, alhoewel iedereen weet dat ze binnenshuis worden opgeleid in de "onderwerping aan de mannen, vader, broers, enz., als minderwaardige wezens zoals de Koran het duidelijk bepaalt. Niemand verbiedt deze moslimmeisjes de lessen te volgen, zoals men beweert. Men vraagt alleen aan deze meisjes die aan het schoolreglement te onderwerpen, dat niet overeenkomst met de islamitische schariakledij, maar wij zijn hier niet in een moslimland. Deze shariakledij willen opleggen in strijd met het reglement en zeggen dat ze slachtoffers zijn, en niet naar school mogen gaan is een "grote leugen". Zij moeten zich alleen schikken naar de Belgische wetgeving, zoals alle Belgen dit doen. Een jongen neemt ook zijn pet af in de klas. Dit hoofddoekverbod is een bescherming van de moslimmeisjes, die zo even gewend kunnen worden aan het niet dragen van een "moslimkostuum" dat ze collectiviseert, en in werkelijkheid het gevolg is van hun indoctrinatie thuis. De openbare school is geen "moskee". Zij dient om onderwijs te geven, kennis te verwerven, niet om "er moslimpropaganda" te verspreiden, en leerlingen in religieuze groepen op te sluiten. Zoals Talisma Nasreen zegt, als de mannen tot zoveel houden van de sluiter en de hoofddoek, dat ze er dan zelf een dragen. Over de onderdrukking van de vrouwen in alle moslimstaten zal de heer De Ley nooit schrijven op "Islam voor Europa", ook geen kwaad woord over de Koran en de "totalitaire doctrine" erin vervat. Als een moslimmeisje de school beëindigt en zich dan aanbiedt volledig gesluierd in een bedrijf, dan kan ze niet aangeworven worden, door haar eigen integristische vermomming. Is dat de moslimmeisjes emanciperen? Dat is ze door de sluier onttrekken aan de maatschappij, aan de mogelijkheid werk te vinden, opdat ze zou moeten thuisblijven. Dat is ook het doel van de islam, beletten dat de moslimmeisjes zich emanciperen. Daarna beweren dat ze slachtoffer zijn, is een schande, zijzelf hebben zich slachtoffer gemaakt van hun integrisme, door zich niet te willen aanpassen aan de maatschappij waarin ze leven, door het reglement niet te aanvaarden en moslimwetgeving in de plaats te willen stellen. De imam Nordin zegt zelfs dat dit verbod dictatoriaal is. Als dit dictatuur is, kunnen ze toch in Afghanistan, of Pakistan in een democratie gaan leven, waar de sluier en de burka opgelegd worden, daar zullen ze niet moeten protesteren omdat ze deze kledij hier niet mogen dragen in de openbare scholen. Dit verbod is totaal beperkt tot de openbare scholen, en belet deze moslimmeisjes niet hun sluier te dragen buiten de school en te tonen dat ze niet willen behoren tot de "Europese gemeenschap" of de "Belgische gemeenschap" maar alleen tot de "Moslimgemeenschap, de ouma".