Waarom de Gentse Sleepstraat geen ghetto is

In DS van 30 september vraagt Luckas Vander Taelen zich af of we bang moeten zijn om onze waarden op te dringen aan nieuwkomers. Hij verwijst naar de opkomst van ghetto’s in Brussel, bewoond door allochtonen die de wijk niet meer als publieke ruimte zien, maar als het privaat eigendom van hun gemeenschap. In Gent, dans la Flandre Profonde, is er echter ook een grote Turkse minderheid die zich concentreert in een aantal wijken. Hoe komt het dat de Sleepstraat geen ghetto is, en de Merodestraat wel?

Het artikel van Vander Taelen wordt algemeen onthaald als een moedige analyse. Helaas is het niet eens een analyse maar slechts de loutere vaststelling van wat we al jaren weten. Vander Taelen stelt vast, maar verklaart niet. Willen we echter goeie oplossingen bedenken dan moeten we het eerst eens zijn over de definitie van het probleem. Een lekke band repareer je niet met hamer en beitel.

Want wat is de oorzaak van de problemen die we vandaag hebben? Welke ideeën lagen aan de basis van het beleid dat nu overduidelijk aan het falen is? Een grote verklarende factor is de idee dat het concept "wij" moest afgebroken worden, ten voordele van het individu. De gemeenschap werd als bevoogdend ervaren, wij en zij bestond niet meer, het was ik en jij en vele anderen. Weg met het paternalisme van een gemeenschapsmoraal, het eigen individuele ik primeert op gelijk welke sociale institutie.

Hoewel het in vraag stellen van sociale instituties vruchtbare producten kan opleveren, leidde die stelling echter ook tot de onvermijdelijke conclusie dat, indien de gemeenschap niet meer bevoogdend mocht zijn tegenover ons, ze dat toch ook niet meer mocht zijn tegenover nieuwkomers? Elk zijn eigen private cultuur, en dan vinden we het wel.

Maar wat als die nieuwkomers die postmodernistische manier van denken niet volgen? Wat als in hun cultuur het wij-gevoel wél nog waarde heeft? Dan krijg je toestanden zoals in Anderlecht, Molenbeek en Vorst. Op al die plaatsen is de gemeenschapszin van allochtonen onvoorstelbaar groot. In hun eigen gemeenschap.

En daar wringt het schoentje in Brussel. Terwijl de Vlaamse Gemeenschap ondertussen een begrip met inhoud is, en de feitelijke Waalse Gemeenschap zich, ondanks jarenlange institutionele blokkering, stilaan aan het vormen is, is er van een Brusselse Gemeenschap in de verste verte geen sprake. Hoe sterk bewegingen zoals Aula Magna en Bruxsel Forum ook dromen van zo’n eigen Gemeenschap, die kan pas ontstaan als er een bindmiddel is dat de die gemeenschap vorm kan geven. Als dat bindmiddel “de loutere wil om samen te leven” is, dan is het failliet daarvan al meermaals bewezen. Allochtonen trekken zich terug in eigen wijken, op een eigen territorium.

En gelijk hebben ze. Want hét probleem bij uitstek in het Brusselse debat rond integratie is dat er toch geen duidelijke identiteit is om zich aan te conformeren. Hoogstens een stadsidentiteit, maar geen gemeenschap met een overkoepelende set aan normen en waarden. Wel, dan kun je maar beter jezelf zijn. Meer nog. De integratieproblemen in Brussel houden rechtstreeks verband met de uitholling van de Belgische identiteit. Die identiteit werd gaandeweg verzwakt door de democratisering en de genadeslag toegebracht door het cultiveren van de non-identiteit als reactie daarop.

Oorspronkelijk had België immers een zeer sterke identiteit. België was een duidelijk Franstalig land, centralistisch geleid naar Jacobijns model, met sterke Latijnse invloeden. Verkiezing na verkiezing werd echter duidelijker dat de Belgische identiteit, in 1830 nog bepaald door de ideëen van een mannelijke, cijnsbetalende, francofiele en royalistische elite van 30 000 stemgerechtigden, niet overeenkwam met de identiteitsinvulling die de bevolking voor zichzelf zag.

Hoe meer mensen mochten gaan stemmen, hoe sterker het duidelijk werd dat dit land uit twee naties bestaat: de onze en die van onze Waalse broeders. Zolang grote lagen van de bevolking niet mochten stemmen, kwam de identiteit België niet in de problemen. Vanaf de democratisering was er geen houden meer aan: het oorspronkelijk België was op sterven na dood.

Omdat het onmogelijk bleek om die oorspronkelijke Belgische identiteit te revitaliseren, koos men dan maar voor de vlucht vooruit. Kon België niet meer bestaan, dan zou het niet-bestaan van een Belgische identiteit haar nieuwe identiteit worden. Belgicistisch links in Vlaanderen vluchtte in een identitair nihilisme, dat bovendien nog goed paste bij een al te lichtzinnige invulling van de multiculturele samenleving. Het feit dat België geen identiteit had, leek de ideale voedingsbodem om allerlei culturen te verwelkomen, zonder onderscheid.

De plaats bij uitstek daarvoor was het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de Belgische identiteit zich door de federalisering noodgedwongen in teruggetrokken heeft. Enkel daar kon het experiment verder gezet worden. De blijde intrede van het ware humanisme in Brussel, werd in sterk contrast geplaatst met de vermeende kerktorenmentaliteit van de Vlaamse Gemeenschap. Men deed triomfantelijk over het nieuwe experiment.

Belg zijn werd verheven tot een soort kunstvorm, de kunst om zichzelf weg te cijferen. Surrealisme bleek daar goed bij te passen. Onlangs werd in Brussel nog het Magrittemuseum geopend, met als embleem een logo dat verdacht veel op een kroontje lijkt. Het surrealisme, ooit een anti-establishmentbeweging, wordt nu ingeschakeld ter legitimering van de non-identiteit. Te pas en te onpas wordt gedeclameerd dat België het samenlevingsmodel bij uitstek is, een uniek project in de wereld, post-nationaal en post-identitair.

Maar hoe mooi de dromen en de kunst van Magritte ook waren, non-identiteit is onhoudbaar. Wat niet wil bestaan, bestaat wél in zijn poging om niet te bestaan. Ook Magritte ging zijn verf kopen in een gewone winkel, die onderdeel was van een gewone gemeenschap. De non-identiteit is inconsistent met zichzelf. Wat Belgicistisch links dus niet voorzag, is dat het cultureel vacuüm dat zij België heetten en zij ten volle meenden te beleven in Brussel, al spoedig opgevuld zou worden door nieuwe identiteiten. Dát is wat gebeurd is in Brussel.

De probleemwijken van Brussel waar men dacht multiculturele experimenten te zien ontstaan, blijken bij nader inzicht monoculturele uitingen te zijn van een samenhorigheid waar zelfs de meest radicale conservatieven nog niet van durven te dromen. In die wijken is geen veelheid aan culturen aanwezig. Er is slechts één dominante cultuur, en dat is de hunne. De andere worden getolereerd. Nog net.

Het verschil met Gent kan niet duidelijker zijn. Wie de taxi neemt aan het Sint-Pietersstation maakt meteen kennis met Gentenaars van Turkse origine. Maar het zijn wel Gentenaars. Zij vragen in een sappig dialect, gekleurd door de vocaalharmonie die de Altaïsche talen zo eigen is, waar u heen wil. En als Galatasaray nog maar eens landskampioen geworden is, dan zal heel Gent het geweten hebben. Rode vlaggen met halve manen sieren het straatbeeld.

Maar zijn er in Gent no-go-zones? Trekken in Gent mensen van buitenlandse origine zich terug op een eigen territorium? Voelen Gentenaars van Vlaamse oorsprong zich niet meer thuis in hun eigen stad? Helemaal niet. De enige no-go-zone in Gent is tegenwoordig de Korenmarkt, en wel omdat die open ligt voor rioleringswerkzaamheden. Hoewel ook Gent zijn samenlevingsproblemen heeft, is er wel degelijk een common ground, een wens tot samenleven. De Gents-Turkse cultuur is wel degelijk een subcultuur in een Vlaamse spectrum, de subcultuur van de jongeren uit Molenbeek is dat niet: het is hun cultuur die er de Belgische non-identiteit opgevuld heeft. Zonder compromis, zonder common ground.

Het wordt tijd dat links erkent dat geen enkel ideaal, of het nu multiculturalisme, interculturalisme of transculturalisme is, de werkelijkheid kan verbergen dat er steeds een hoofdcultuur moet zijn waarin elementen van nieuwe culturen geabsorbeerd kunnen worden. Daar is trouwens helemaal niets mis mee. Meer nog. Multiculturaliteit zonder interactie is apartheid. En waar culturen interageren met elkaar, moet er een hoofdcultuur zijn die als substraat kan dienen voor de andere.

Dat de crux van het probleem zich in Brussel bevindt is dan ook geen toeval. Brussel is het enige territorium in België waar men is blijven vasthouden aan de Belgische identiteit, die hol geworden is. Terwijl nieuwkomers in Vlaanderen en Wallonië een identiteit aantreffen waar zij zich wel degelijk naar kúnnen integreren is men in Brussel overgeleverd is aan het identitair vacuüm dat men als reactie op die voortschrijdende uitholling gecreëerd heeft.

Het enige wat we nochtans moeten doen, is het voorbeeld van de Brusselse Franstaligen volgen. Paradoxaal genoeg zijn zij de enigen die zichzelf nooit inschreven in dat identitair nihilisme. Ze gebruikten het wel te pas en te onpas om de eigenheid van de Vlamingen in Brussel te kunnen negeren. Terwijl Vlamingen in Brussel onder elkaar aan het debatteren zijn of ze nu Brusselse Vlaming dan wel Vlaamse Brusselaar zijn, is de Franse Gemeenschap in Brussel de enige die nog identiteit genoeg toont om zonder vrees inderdaad zijn waarden en normen op te leggen.

Brecht Arnaert

6/10/2009

Reacties

Brecht: te simplistisch

"Terwijl nieuwkomers in Vlaanderen en Wallonië een identiteit aantreffen waar zij zich wel degelijk naar kúnnen integreren is men in Brussel overgeleverd aan het identitair vacuüm dat men als reactie op die voortschrijdende uitholling gecreëerd heeft."

Dat is echt te simplistisch! Niet alle problemen in de wereld kan men terugvoeren tot een Vlaams-Belgische tegenstelling. Hoe graag een Vlaams-nationalistische NV-A-er als Brecht Arnaert dit ook graag zou willen. Als er in Molenbeek no-go zones en getto's zijn, ligt dat niet aan een Belgisch 'identitair vacuüm', maar aan een (voornamelijk) Marokkaanse gemeenschap die geen andere identiteit aanvaardt dan de islamitisch-marokkaanse. Zet diezelfde gemeenschap in de Sleepstraat, en het zal van hetzelfde zijn als in Molenbeek. En is de cultuur van veel moslims in Borgerhout een 'subcultuur in een Vlaamse spectrum'? De banlieu's rond Parijs en andere Franse steden: een 'subcultuur in een Frans spectrum'? Ook Berlijn heeft zijn no-go zones waar een patrouille van de verkeerspolitie zich niet zomaar in waagt. Daar ook een 'subcultuur in een Duits spectrum'? En Amsterdam? Zie artikel hieronder van Afshin Ellian in Elsevier van 2 okt '09. Ook daar een 'subcultuur in een Nederlands spectrum'? Het is op geen enkele manier een Vlaams-Belgische tegenstelling, sommigen haten het hele Westen.

"Marokkaanse jongeren worden crimineel omdat ze daarmee kunnen opvallen. Een aanzienlijk deel van de Marokkaanse jongeren vertoont crimineel gedrag. Na uitvoerig onderzoek schreef Paul Andersson Toussaint een zeer inzichtgevend boek hierover: Staatssecretaris of seriecrimineel.... Wat is de omvang van het ‘Marokkanenprobleem’? Andersson Toussaint schrijft: ‘Conservatief geschat word ik gemiddeld twee keer per week fysiek en verbaal bedreigd, geïntimideerd of op een andere manier onbeschoft of (extreem) agressief bejegend door allochtone jongens en mannen. De overgrote meerderheid van die groep is van Marokkaanse afkomst. Er is vrijwel nooit een rechtvaardiging voor het buitensporige gedrag van deze jongens. Hun gedrag heeft zonder enige twijfel een deels racistische oorsprong. Het feit dat ik een autochtone Nederlander ben is voldoende. Er lopen duizenden van die haatkoppen in Amsterdam rond.’.... ‘Uit mijn onderzoek en vele omzwervingen in Amsterdamse wijken blijkt dat het om een veel breder fenomeen gaat. Er is geen etnische gemeenschap waar het wij-zij-denken zo sterk is ontwikkeld als juist in de Marokkaanse. Er leeft een grote groep Marokkanen in Amsterdam, die zich helemaal geen Nederlander, maar Marokkaan voelt. En die Nederlanders, de Nederlandse samenleving en het Westen vijandig gezind is. Marokkanen die hun best doen, hard werk of studeren en leuk meedraaien met de Nederlandse samenleving worden door deze groep al snel verkaast genoemd en nog veel vaker als verrader bestempeld.’ Dit zijn gewoon ‘haat-Marokkanen’.

Philippe: analyse houdt stand

"Dat is echt te simplistisch! Niet alle problemen in de wereld kan men terugvoeren tot een Vlaams-Belgische tegenstelling."

Dat klopt. In het artikel heb ik er wegens plaatsgebrek (schrijven is schrappen) er niet voldoende de nadruk op kunnen leggen dat wat in Brussel gebeurt, inderdaad ook in de andere grote Europese steden aan de gang is. Maar dat wil niet zeggen dat mijn analyse niet stand houdt. De verklaring voor wat gebeurt in die andere steden is krak dezelfde als wat in Brussel gebeurt: waar de identiteit van het gastland zwak is, krijg je dergelijke problemen. Het verschil in appreciatie is wel dat België daar de exponent van is, niet de uitzondering en Brussel op zijn beurt de exponent van de lege Belgische identiteit.

In feite is heel West-Europa de laatste decennia in een soort culturele winterslaap beland. Men dacht dat de Verlichting een verworvenheid was waar niet meer voor gevochten moest worden. Radicale elementen, inderdaad vaak politiek-islamitisch, werden vaak toegelaten als een zoveelste expressie van vrije meningsuiting naast alle andere. Het werd gezien als een contingentiesysteem dat zich naast andere binnen het kader van de Verlichting kon bewegen. Maar het probleem is dat het politiek islamisme zich niet ziet als een contingentiesysteem, "een mogelijke waarheid", maar "DE waarheid". Politiek islamisme is er dus niet op gericht om zich binnen het Europese waardensysteem te ontwikkelen, maar het hele Europese waardensysteem (en bij uitbreiding het Westerse) te kwalificeren als immoreel, omver te werpen, en te vervangen door het eigen moreel systeem.

Dat is de algemene vaststelling. De toepassing daarvan die ik voor België gemaakt heb is de verbinding te maken tussen de problematische Belgische identiteit, die door voortschrijdende democratisering uitgehold is en de reactie daarop door Belgicisten in Vlaanderen: het verlies aan identiteit is geen probleem, maar net de oplossing: enkel op een plaats waar geen identiteit is, kan de multiculturele samenleving gedijen. (Ziet u het ongewild cynisme van dat betoog: alleen wanneer één identeit vernietigd wordt, kan een andere zich installeren)

Waar in België zijn nu de plaatsen waar de identiteit het zwakst staat? In Vlaanderen? Nee. Vlaanderen is een puber, die met vallen en opstaan zijn weg vindt naar een eigen identiteit. In Wallonië? Nee. Wallonië werd jarenlang institutioneel geblokkeerd door de Franse Gemeenschap om haar eigen identiteit ten volle te beleven, maar ontrekt zich nu stilaan aan dat juk (art 137 GW: grote afzwakking van bevoegdheden Franse Gemeenschap richting enerzijds COCOF in Brussel die nu decreetgevend geworden is en richting Waals Gewest in Wallonië, die zo meer en meer een Gemeenschap aan het worden is.)

Dé plaats bij uitstek waar die lege identiteit zich in terugtrekt is Brussel, en niet in Gent of Antwerpen, waar wel nog een basisidentiteit is die als substraat voor de absorptie van nieuwe elementen kan dienen. Ik ga dus niet akkoord met deze zin:

"Zet diezelfde gemeenschap in de Sleepstraat, en het zal van hetzelfde zijn als in Molenbeek."

Dat klopt niet. In Brussel is er geen aanwezige identiteit die nieuwe elementen kan absorberen (jawel, de Belgische, maar die is uitgehold), in Gent is dat wel zo: daar heb je een Vlaamse identiteit, passief beleefd door de Gentenaars, en actief aangemoedigd door het onthaal en integratiebeleid van de Vlaamse Gemeenschap. In Brussel is er geen enkele inburgeringsverplichting, want de vraag is: naar wát moet een nieuwkomer zich daar schikken? Naar de oude Belgische identiteit (Franstalig, elitair, royalistisch, jacobijns) die nu niet meer bestaat? In Brussel is er is geen énkele inburgeringsvereiste omdat je begot niet zou weten waar naartoe men moet inburgeren. Wat is een Belg?

Ook in andere Europese steden is het fundamentele probleem een identiteitsprobleem: op een gegeven moment vond men het immoreel om zichzelf te zijn, immoreel om aan nieuwkomers de eigen waarden op te leggen. In Nederland heerste lange tijd een soort permissiviteit ten aanzien van allochtonen: ze zijn nu eenmaal anders, we moeten daar respect voor hebben. Sinds Pim Fortuyn en zeker sinds de dood van Theo Van Gogh is het debat in Nederland daarover aan het keren. Het vastleggen van de Nederlandse Canon is daar een uiting van.

In Frankrijk surft Sarkozy op diezelfde golf: “We gaan het gespuis uit de straten jagen mevrouwtje”, natuurlijk niet gespeend van enig populisme. Maar het debat is hetzelfde, zelfs Ségolène Royal riep op aan de jongeren in de banlieues om zich “zonen van Frankrijk” te voelen, iets wat in de jaren daarvoor nog als navelstaarderij beschouwd werd. Naar mijn kennis zijn de identitaire debatten in Europa nog zeldzaam, maar zullen die meer en meer naar boven komen.

Mijn conclusie is dus dat je tegenwerpingen in feite aanvullingen zijn van hetzelfde fenomeen: overal waar de identiteit van het gastland verzwakt is, krijg je dergelijke problemen. In België (dus in Brussel) is dat probleem acuut: daar heb geen verzwakte identiteit meer, maar eenvoudig weg géén meer (of nog 0,001 % van wat ze bij oorsprong was). In dat vacuüm nestelen zich dan nieuwe groepen die zich niet meer willen integreren.

De reden dat het in Antwerpen misgelopen is, vloeit voort uit dezelfde filosofie van de non-identiteit. Jarenlang werden mensen die klaagden over de overlast van allochtone aanwezigheid in de buurt afgedaan als halve racisten. Geculpabiliseerd, geminimaliseerd, geridiculiseerd. Het verschil met Brussel is dat in Antwerpen er nog hoop is: allochtonen kunnen nog discussiëren vanuit hun identiteit naar de Vlaamse, die daar dikwijls al voor een stuk mee samenvalt (discussies in het Nederlands). In Brussel daarentegen discussieert men met de leegte. Dus niet.

(Wat mij verder nog interesseert in dit debat is de differentiatie naar Marrokaanse jongeren, die blijkbaar een aparte factor zijn. De bronnen die je vermeldt moet ik verder checken.)

fout besluit

ik ga geen lang betoog houden, maar ik blijf erbij dat het een Europees fenomeen is, wat je trouwens zelf aangeeft. Jij 'smokkelt' er een "ontbrekende Belgische identiteit" in, om het in een Vlaams-Belgische tegenstelling te kunnen stoppen.  Ook in Antwerpen loopt het de verkeerde kant op en weigert de volgende generatie van ex-migranten meer dan te vorige te integreren, en de fundamentalisten zeggen het daar in vloeiend Antwerps.

Het is zeker een Europees

Het is zeker een Europees fenomeen, in die zin dat het in de geografische ruimte Europa voorkomt. Maar de invulling daarvan is in elk land anders. Er is een fijne laag Europese identiteit, maar het gros is nog steeds nationaal. Het is net mijn stelling dat de Belgische situatie uniek is in die zin dat de nationale identiteit hier sterk verzwakt is. Overal waar die identiteit verzwakt is, of het nu in de Parijse banlieues is waar de politie niet meer komt (dus buiten bereik van de aanwezige civiele samenleving), dan wel in de Bijlmermeer: ghetto's kunnen pas ontstaan als een bepaalde nieuwe bevolkingsgroep kan ontsnappen aan het acculturatieproces.

Wat de situatie in Antwerpen betreft behoeft het geen commentaar dat taal niet het enige aspect is. Als ik denk aan eremoorden bijvoorbeeld, dan hebben we het vooral over een andere moraliteit. Ook de houding tegenover ongelovigen (Kafirs) is daar een illustratie van. Dat heeft niets te maken met taal. Ik meen in mijn artikel ook niet de nadruk op taal gelegd te hebben, dan wel op cultuur in zijn algemeenheid.

Turkse bakker..

Brecht Arnaert: "Hoewel ook Gent zijn samenlevingsproblemen heeft, is er wel degelijk een common ground, een wens tot samenleven. De Gents-Turkse cultuur is wel degelijk een subcultuur in een Vlaamse spectrum"

Burgemeester van Gent, Daniël Termont: "Omdat wij een grote Turkse gemeenschap hebben, trekken wij bijvoorbeeld veel Turkssprekende Bulgaren aan. Die grotere groepen beginnen zich op de duur zo te organiseren dat ze in Gent kunnen leven zonder ooit een woord Nederlands te spreken. Ze hebben een Turkse bakker, beenhouwer en kruidenier, ze ontvangen de Turkse televisie met de schotelantenne. Dat is echter niet de maatschappij die wij voorstaan. Je kan van je stad geen aangename samenleving maken als de mensen elkaar niet eens verstaan. De taal kennen, is een basisvoorwaarde voor gemeenschapsvorming."

In het tijdschrift Sampol (Samenleving en Politiek), nr 08/09, oktober '09

Vlaamse omgeving ...

Philippe,

Wat Termont zegt is nog geen bewijs tegen mijn stelling, maar net een illustratie ervan: als wij niet meer durven onze eigen identiteit als model voor te houden waarnaar men zich moet integreren, dan krijg je ghetto's. Ik heb nooit beweerd dat wat in Brussel nu gebeurt in Gent niet mogelijk is. Dé bepalende factor zal zijn of men genoeg zal durven de Vlaamse identiteit als model naar voren te schuiven, net zoals het in Brussel dé bepalende factor is dat geen enkele identiteit naar voor geschoven wordt. Het verschil is dat in Gent alles aanwezig is om het niet zover te laten komen, als men maar de moed heeft. Er is een Vlaams inburgeringsbeleid, in Brussel is er niets.

Groeten,

Brecht

getto sleepstraat

volgens Termont is de Sleepstraat een getto van Turken. Als je wil dat je stelling overeind blijft, moet je wel je artikel wat anders schrijven.... ipv 'waarom de Sleepstraat geen getto is'....

sleepstraat

Wij gaan reeds meer dan 20 jaar naar de sleepstraat om stoffen; groenten; brood; restaurant, slager,en de kapper altijd goed ontvangen zou het moeilijk kunnen missen

Wij voelen ons veilig in de sleepstraat