Hoofddoek en keppeltje: geen godsdienstige verplichting

Het dragen van keppeltjes of hoofddoeken is geen verplichting om een goede jood of een goede moslim te zijn. Waar zijn we dus mee bezig? Kan men die attributen niet uit zichzelf thuis laten, in plaats van te eisen altijd en overal een levend reclamebord voor een bepaalde interpretatie van zijn godsdienst te kunnen zijn?

In het maandblad 'Joods Actueel' van donderdag 22 oktober '09 komt hoofdredacteur Michael Freilich terug op de hoofddoek, in een artikel met de titel 'Het verschil tussen keppeltje, hoofddoek en pruik'
"Het dragen van een keppeltje is geen religieus gebod uit de Thora. Deze hoofdbedekking werd ingevoerd ten tijde van de Talmoed (*), die haar beschrijft als ‘een scheiding tussen hemel en aarde’. Het keppeltje is dus een erkenning van de aanwezigheid van het Opperwezen boven ons, boven ons hoofd. Omdat het echter geen halachische verplichting is (joodse wetgeving) werd het keppeltje jarenlang enkel in de privésfeer gedragen, thuis en in de synagoge. Op het werk en in andere publieke ruimten werd dat zo typische joodse minihoedje steeds netjes in de binnenzak opgeborgen. Het is pas sinds de jaren ‘60, in een veranderende en meer open maatschappij, dat het keppeltje ook buiten de huiselijke levenssfeer werd gedragen. Maar ook vandaag nog zijn er veel mannen die thuis wel maar op het werk niet hun keppeltje opzetten. En dat met goedkeuring van de rabbijn!"

Dat is dan al duidelijk: het keppeltje is geen religieuze verplichting.

Hoe zit het dan met de zogenaamde 'islamitische hoofddoek'?

Volgens de fervente verdediger van de Palestijnen en Midden-Oostenspecialist Lucas Catherine staat er in de Koran geen enkel gebod om een sluier te dragen. Dat schreef hij in een artikel in januari 2003, te lezen op de website van 'de democratische school':'Lucas Catherine over de hoofddoek' :

"De term die men nu het vaakst hoort is hijab, en dat vinden we in de koran terug in Soera 33: 'En als gij de vrouwen van de profeet iets vraagt, vraag het dan vanachter het gordijn (hijab), dat is reiner voor uw hart en haar hart.' Je kan hier hijab moeilijk anders dan met gordijn vertalen want in tegenstelling tot de twee eerste voorbeelden staat bij het woord geen bezittelijk partikel, dus gaat het niet om iets wat de vrouwen toebehoort. Gordijn is logisch, want de term gebruikt men nu nog voor een onderdeel van een bedoeïenentent. Het voorste deel van de tent, waar gasten in komen, is met een hijab afgesloten van de rest van de tent, waar de vrouwen verblijven. In de koran gaat het dus niet om een sluier, want dat is een lapje stof dat voor het gelaat wordt gedragen." En verder: "Tijdens de klassieke islam, bijvoorbeeld in Andaloesië, schonk de religieuze autoriteit niet echt veel aandacht aan specifieke kledingsvoorschriften voor vrouwen. Averroës/Ibn Rushd was niet alleen de grootste Arabische filosoof, hij was ook Opperrechter over Andaloesië en Marokko. In deze laatste functie schreef hij een handboek voor rechters (Bidayat al Mujtahid). Mijn Engelse vertaling telt 1200 pagina’s en er staat niet één paragraaf in over de kledij van de vrouw."

Dat is dan ook duidelijk: de hoofddoek is evenmin een religieuze verplichting.

Symbool van een misogyne visie

Maar van waar komt hij dan? Uitleg van Lucas Catherine : "Er is voor het eerst sprake van kledijvoorschriften voor de vrouw bij een vijftiendeeuwse puritein Ibn Taymiya. Hij was zeer conservatief en werd omwille van zijn reactionaire ideeën uit zijn geboortestreek Syrië verbannen. Daarna trok hij naar Egypte, maar daar vloog hij dan weer in de gevangenis omdat hij de orde verstoorde door het verkondigen van een te rigide islam. De huidige fundamentalisten hebben hem dan ook met reden tot voorloper gebombardeerd. Hij verhief de hoofddoek en de sluier tot symbool voor de kuisheid van de vrouw in zijn boek Hijab al mara’a wa libasuha fi al salat (De hoofddoek van de Vrouw en de manier waarop ze tijdens het gebed gekleed moet zijn). Vijftig pagina’s lang dramt deze vijftiende-eeuwse puritein erover door. Van een vrouw mag volgens hem niets zichtbaar zijn: het gelaat niet, het haar niet, de ogen niet. Vrouwen mogen elkaar tijdens het baden niet naakt zien en een moslimse mag niet met een ongelovige vrouw naar het badhuis gaan. De hijab werd het symbool voor een bepaalde manier om de islam te interpreteren: preuts, puriteins, hard, maar ook onzeker."

En voor wie dit nog niet voldoende duidelijk is, het vervolg bij Lucas Catherine: "De eerste feministen in de Arabische wereld waren dan ook tegen niqab, hijab of hoe het ding ook mocht heten. Dat begon in Egypte, en het ging nog niet om de hoofddoek, maar om de gezichtssluier... Faris Shidjaq stelt al in 1855 dat er geen heropleving (nahda) van de Arabische cultuur mogelijk is zonder de bevrijding van de vrouw en het afleggen van de sluier. Ook Qassim Amin, die in 1899 het eerste ’feministische’ boek in het Arabisch schreef, Tahrir al Mara’a (De Bevrijding van de Vrouw) is tegen het dragen van de sluier en eist van vrouw en dochters dat ze ongesluierd de straat opgaan. In 1916 wordt in Egypte een vrouwenblad gesticht dat Al Sufur (De Ontsluiering) heet. De redactie bestaat nu wel uit vrouwen. In een beginselverklaring stelt de redactie dat de strijd op twee fronten moet worden gevoerd: de vrouwen moeten hun sluier afleggen, maar de mannen moeten ook de mentale sluier, waardoor ze naar de vrouw kijken afleggen en haar met andere ogen gaan bekijken. Dat het om een symbolische strijd ging wordt duidelijk als men weet dat Al Sufur in 1919 schrijft dat 84% van de Egyptische vrouwen ongesluierd lopen."

Geen goddelijke verplichting

Enkele uitspraken van de betogende moslima's voor het Antwerps atheneum deze zomer, volgens de kranten:
'Blijven volhouden, zusters. We doen dit voor Allah', 'Mijn hoofddoek is geen stukje stof dat je zomaar kunt wegnemen. Hij is een goddelijke verplichting', 'Een hoofddoek is een deel van onze identiteit en een goddelijke verplichting. Raak je daaraan, dan raak je onze ziel.'
Nog enkele reacties op de website van De Standaard n.a.v. het hoofddoekenverbod in Antwerpen: Siham Ettahiri: Want dan worden de vrijwillige hoofddoekdragende weer onderdrukt door de rechtsstaat - samiha atauil: ik ben moslima ik accepteer wat er in de koran staat en niemand kan mijn gedachten veranderen - Salaheddine Salaheddine: Een man die zijn vrouw niet toestaat de hijab te dragen, heeft niet veel van de Islam begrepen.

Ze dwalen, gezien er is geen enkele 'goddelijke verplichting' bestaat in de Koran, evenmin als in de Thora. In de Koran is de hijab een gordijn. Of moeten de moslima's dan wellicht met een gordijn rondlopen? Wat we bij moslima's en hun betogende moeders vandaag de dag zien is echter zelfs geen hijab meer, maar een khimar, een capevormige doek, die een heel stuk langer is dan een hoofddoek, waardoor ook nek en schouders worden bedekt, maar het gezicht wel (voorlopig?) vrij blijft, samen gedragen met een lang vormeloos eenkleurig kleed. Moesten ze nu al eens beginnen zich wat minder 'exotisch' als woestijnbewoners en zich meer zoals 'lokaal' gebruikelijk is te kleden, zou dat al niet helpen veel weerstand uit de weg te ruimen? Voorstanders van het overal en altijd mogen dragen van een hoofddoek komen dikwijls aandraven met het argument dat oma's hier ook lang een 'fichu' of een 'foulard' droegen. Alleen gingen ze er niet voor op straat, waren ze niet aggressief om te eisen die altijd en overal te mogen dragen. En toen pastoors en nonnen hier begrepen dat hun rokken en kappen geen goddelijke verplichting was, maar ze waren blijven stilstaan bij kledij die gangbaar was in de 17de of 18e eeuw, was de omslag snel gemaakt.

Het is dus niet nodig een hoofddoek (hijab), laat staan een khimar, te dragen om een 'echte' moslim te zijn. Koning Hassan II van Marokko zegde al twintig jaar geleden dat de hoofddoek geen verplichting is volgens de Koran, dat de wetten van het gastland gelden voor de jonge moslims en hun families, en school lopen belangrijker is dan een hoofddoek dragen. Vandaag zegt de Marokkaanse ambassadeur in België hetzelfde in Le Vif/L'Express van vrijdag 25 september '09. Edouard Delruelle, de Franstalige (adjunct)directeur van het CGKR, in La Libre Belgique (21.09.09): "Het dragen van een hoofddoek is trouwens geen religieus voorschrift." Een hoofddoeken- of keppelverbod op specifieke plaatsen kan geen schending zijn van de 'vrijheid van godsdienst', gezien noch de joodse noch de islamitische godsdienst dit opleggen.

Moet daar nog een tekeningetje bij gemaakt worden? Er bestaat gewoon geen 'islamitische kledij' die zich op de Koran kan beroepen. Waarom blijven sommigen dan doordrammen en eisen toch altijd en overal een hijab te mogen dragen? Kunnen in deze de moslims en moslima's de strijdbijl niet begraven? Het zou een mooi teken zijn dat ze geen fundamentalisten zijn, en een geste willen doen om te tonen dat ze wel degelijk hier thuis willen zijn, en niet naar een islamitische staat streven. Wat zegt directrice Karin Heremans: "De hoofddoek is steeds meer een politiek symbool geworden, en niet religieus. Het is steeds meer de uiting van een groep mensen die zich afzetten tegen de rest van de samenleving." (DS 5.09.09).

Vrouwonvriendelijke praktijken

Terug naar hoofdredacteur Michael Freilich:
"Maar nu naar de kern van de zaak. In dit debat dient men niemand iets wijs te maken, de recente vragen om religieuze symbolen te weren in onze maatschappij, eerst bij de overheiddiensten, dan bij de rechtbanken, nu op scholen, en straks misschien op elke publieke locatie, hebben niets te maken met het neutraliteitsprincipe of een plotse afkeer van religieuze symbolen. Neen, het draait allemaal om de discriminatie van de vrouw in de islam. Toen Patrick Dewael, in navolging van een rits lekenmaatregelen in Frankrijk bij ons het debat aanzwengelde in 2001 (hij was toen minister van Binnenlandse Zaken), was er maar één aanklacht in zijn discours en die betrof de schrijnende taferelen van onderdrukte moslima’s die verbaal of zelfs fysiek aangevallen werden omdat ze zich niet plooiden naar de wens van islamitische mannen. “Vrouwen als lustobjecten en meisjes die op steeds jongere leeftijd gedwongen worden een hoofddoek te dragen”, dáár draait het debat om. Wat men nu doet, door alle religieuze uitingen te verbannen, is het kind met het badwater weggooien. Dat is trouwens ook ongrondwettelijk en druist in tegen één van onze basiswaarden, te weten de vrijheid van religie. Noem een kat een kat, zeg ik dan, zeg ‘ja’ tegen religieuze symbolen in het openbaar – er is heus niets mis met een kerststal op de Meir – en zeg tegelijkertijd krachtig ‘neen’ tegen middeleeuwse, discriminerende en vrouwonvriendelijke praktijken."

Ongrondwettelijk, want tegen de vrijheid van religie? Mijnheer Freilich, niet overdrijven.. De politie kan een parcours opleggen aan een katholieke processie. Is zoiets ook tegen de vrijheid van religie? Gezien hoofddoeken of keppeltjes geen noodzakelijk religieus attribuut zijn, hoeft het dragen dus niet verboden te worden omdat het een religieus teken is, maar kan het gewoon verboden worden zoals alle andere, ook 'ludieke' hoofddeksels: piratenpetjes, vergieten, lampenkappen en trechters. Waarom moet men zoiets eigenlijk verbieden? Kan men die attributen niet uit zichzelf thuis laten, in plaats van een levend reclamebord voor een bepaalde interpretatie van zijn godsdienst te willen zijn? Dan zou er geen enkel probleem ontstaan zijn.

Respect waarvoor?

Dat zou pas getuigen van 'sociale cohesie, ondanks de religieuze verschillen', waar Patrick Loobuyck en een hele sliert ondertekenaars voor pleitten in hun opiniestuk in De Standaard van 26 september 'Het respect moet terugkeren'. (Tekst hieronder). Het opiniestuk begint met de woorden: 'Met groeiende bezorgdheid hebben wij....'. Loobuyck is niet alleen doctor in de moraalfilosofie (2004), maar studeerde eerst godsdienstwetenschappen (1992-96) aan de KULeuven. Het vermoeden kan dus terecht zijn dat hij hiermee alludeert op de beginwoorden van een encycliek van paus Pius XI van 1937. Dit is een van de weinige encyclieken ooit die niet in het Latijn zijn geschreven, maar uitsluitend in het Duits, om aan alle Duitse bisschoppen bezorgd te worden. De Duitse titel, tevens de aanvangswoorden: 'Mit brennender Sorge..' Daarin wordt het nationaal-socialisme en racisme veroordeeld. Een subliminale boodschap van Loobuyck om wie het niet met hem eens is in die stromingen te stoppen? Daarom wellicht ook wordt op het einde van de 'encycliek' van Loobuyck het hoofddoekenverbod een 'ontsporing' genoemd.

Loobuyck vindt dat we "nood hebben aan politieke verantwoordelijken die duidelijk het signaal geven dat de medeburgers met een moslimachtergrond er voor eens en voor altijd bijhoren". Is de eis om altijd en overal een hoofddoek te mogen dragen niet eerder 'een ontsporing'? En kunnen medeburgers met een moslimachtergrond niet het duidelijk signaal geven dat ze er voor eens en voor altijd bijhoren, door die doek thuis te laten? Of is die sluier dan toch iets anders dan een - ik herhaal het nog eens voor u: een niet door de Koran opgelegd - 'religieus teken', mijnheer Loobuyck? Een uitdrukking van, zoals u ze noemt, "gevaarlijke tendensen binnen de islam, die niet mogen verzwegen worden". Tendensen die juist niet willen aanvaarden wat u noemt "een aantal verworvenheden waarop niet kan worden toegegeven"? Als daar zijn, de door u opgesomde verworvenheden: "de mensenrechten (ook de godsdienstvrijheid, die de vrijheid inhoudt om die in het openbaar te beleven, om géén godsdienst te hebben of om van levensbeschouwing te veranderen); de vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw, hetero en homo), de autonomie van de wetenschap (geen creationisme in de biologieles), de autonomie van de democratische rechtsstaat." Gevaarlijke achterliggende tendensen die juist leiden tot de ook door u erkende "veelgenoemde en niet goed te keuren sociale druk om een hoofddoek te dragen"?

(*) De Talmoed is na de Tenach (Wet of Thora, plus Profeten en Geschriften) het belangrijkste boek binnen het jodendom. Het bevat de commentaren van belangrijke rabbijnen en andere schriftgeleerden op de Tenach, veelal in de vorm van discussies tussen voor- en tegenstanders van een bepaald standpunt. De Talmoed heeft zowel een wetgevend als een verhalend karakter en beslaat alle facetten van het menselijk leven. De tekst van dit omvangrijke werk heeft zich tussen ca. 200 en ca. 500 ontwikkeld in de joodse leerscholen in Babylonië en Palestina, vandaar dat er zowel een Talmoed Bawli (uit Babylonië) als een Talmoed Jeroesjalmi (uit Palestina) is.




Opiniestuk
Het respect moet terugkeren

Met groeiende bezorgdheid hebben wij het hoofddoekendebat van de afgelopen weken gevolgd. We betreuren dat de gebeurtenissen wonden hebben geslagen in onze samenleving.

Het goedbedoelde hoofddoekenverbod in twee Antwerpse athenea heeft verontrustende gevolgen gekend. Opgejaagd door een advies van de auditeur van de Raad van State werd op 11 september een algemeen verbod voor het hele gemeenschapsonderwijs (GO!) goedgekeurd. In Antwerpen is er een netoverschrijdende overeenkomst die de hoofddoek op school verbiedt. Het is pijnlijk dat dergelijke beslissingen in overweging genomen werden zonder overleg met en inspraak van de betrokkenen. Op deze manier dreigt de beslissing bij te dragen aan datgene wat men wilde vermijden: radicalisering en polarisering, zowel bij moslims als niet-moslims. Dit verhaal staat haaks op waardevolle Belgische en Vlaamse politieke tradities, zoals het levensbeschouwelijke pluralisme en het overlegmodel. België heeft een eigen manier om de kerk-staat-verhouding in te vullen en verschilt daarin van landen als Frankrijk of Turkije. In België krijgen levensbeschouwelijke uitingen en initiatieven in het openbare leven relatief veel ruimte. Denk aan de erkenning en ondersteuning van verschillende levensbeschouwingen, de subsidiëring van het confessionele onderwijs, de financiering van lessen in één bepaalde levensbeschouwing en de mediazendtijd. Dat in deze context de hoofddoek voorwerp wordt van zo'n grimmig debat, roept vragen op. We mogen niet in de val trappen om het principe van de radicale lekenstaat nu vooral op één levensbeschouwing toe te passen. Dan is het niet verwonderlijk dat de moslims zich geviseerd en ongelijk behandeld voelen.

Een centraal opgelegd verbod is een nederlaag voor het GO!, dat sinds 2006 het actief pluralisme in zijn vaandel draagt. In het pedagogische project van het GO! lezen we dat mensen van alle overtuigingen welkom zijn en dat hun eigenheid er gerespecteerd wordt. Het GO! beschouwt het actief omgaan met diversiteit 'als een meerwaarde en als een pijler van zijn onderwijs'. Het is onduidelijk hoe dit strookt met hun recente beslissing. Een verbod is niet niks en zou eerder de uitzondering moeten zijn dan regel. De vrijheid van mensen moet pas beknot worden als de vrijheid van anderen in het gedrang komt. Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen bovendien niet op een drafje genomen worden. Ze vergen op zijn minst uitgebreid overleg met alle betrokkenen.

Clash of civilizations

Wat we nu hebben, is een onrechtvaardige vorm van collectieve bestraffing. Nu wordt de veelgenoemde en niet goed te keuren sociale druk om een hoofddoek te dragen vervangen door een systeemdwang om er geen te dragen. De neveneffecten zijn niet min: wat met het volwassenenonderwijs van het GO! waar heel wat allochtone vrouwen met hoofddoek onderwijs genieten? Hoe reageren op de initiatieven om werk te maken van islamscholen die minder bevorderlijk zijn voor de integratie en haaks staan op de zinvolle tendens tot ontzuiling? Wij roepen het GO! en de Antwerpse scholennetten op hun beslissingen te herzien en in overleg te treden met leerlingen, ouders en organisaties. Zo zou nagegaan moeten worden of op die sociale druk geen ander antwoord mogelijk is, namelijk een beleid dat degenen die druk uitoefenen, aanpakt. Hierbij zullen ook de allochtone jongens en ouders geresponsabiliseerd moeten worden.

Wij hebben ook bedenkingen bij de rol van de Staatsveiligheid. Het is vreemd dat een veiligheidsdienst in een maatschappelijke discussie wordt ingezet, laat staan uit individuele dossiers voorleest. Het hoofddoekendebat heeft op zich niets met de veiligheid van de staat te maken. Ook dit incident heeft wonden geslagen en het vertrouwen van mensen geschokt, en niet alleen bij de vrouw van imam Taouil.

De kwestie heeft ook de discussie over de plaats van de islam in onze samenleving op de spits gedreven. Het discours van de clash of civilizations haalt het steeds meer op een discours van overleg en dialoog. Al te vaak wordt de hele moslimbevolking zonder onderscheid voorgesteld als ondemocratisch en onwillig om zich te 'integreren', en dit terwijl de meesten onder hen een normaal leven willen leiden in onze moderne democratische samenleving. Deze veralgemening is niet meer het monopolie van extreemrechts. Dergelijk discours voedt de verbittering en het radicalisme aan alle kanten en bemoeilijkt het interne debat, zowel binnen de moslimgemeenschap als in de bredere samenleving. Wij roepen alle maatschappelijke verantwoordelijken op zich hiertegen veel uitdrukkelijker uit te spreken.

Door te focussen op de hoofddoek dreigt ook het echte inhoudelijke debat niet gevoerd te worden. Religies dreigen immers wel op meer punten op gespannen voet te staan met de erfenis van de Verlichting en ook die discussie moet gevoerd worden. Het moet echter gaan om een debat met elkaar, niet over elkaar. En het is duidelijk dat op een aantal verworvenheden niet kan worden toegegeven: de mensenrechten (ook de godsdienstvrijheid, die de vrijheid inhoudt om die in het openbaar te beleven, om géén godsdienst te hebben of om van levensbeschouwing te veranderen; de vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw, hetero en homo), de autonomie van de wetenschap (geen creationisme in de biologieles), de autonomie van de democratische rechtsstaat. Maar tegelijk moet duidelijk worden dat de islam in deze een gesprekspartner is en dat de islam een plaats heeft in onze samenleving.

Stigmatiserend

De islam zal hoe dan ook deel blijven uitmaken van onze samenleving. We erkennen dat immigratie en multiculturaliteit tot spanningen kunnen leiden en dat samenleven in die context niet altijd een gemakkelijke oefening is. Deze moeilijkheden moeten openlijk aangekaart worden, maar tegelijk moeten we bruggen bouwen. Elke vorm van emancipatorisch denken binnen de islam moet worden ondersteund. In plaats van alle moslims over één stigmatiserende kam te scheren, moeten we zorgvuldig onze gesprekspartners kiezen binnen de moslimgemeenschap en samen aan de slag gaan. De gevaarlijke tendensen binnen de islam mogen niet verzwegen worden. In een sfeer van respect moeten alle discussiepunten op tafel kunnen komen.

De huidige hoofddoekendiscussie dreigt alleen maar verliezers op te leveren. Het vertrouwen van mensen in de overheid en de samenleving is geschaad. Dit is niet voor herhaling vatbaar. Afgelopen woensdag vond in Brussel op initiatief van minister Joëlle Milquet (CDH) de evaluatie plaats van wat er met de aanbevelingen is gebeurd van de Commissie voor de Interculturele Dialoog (mei 2005). Hoewel deze Commissie inzake de hoofddoek geen eenduidige aanbevelingen formuleerde, is het wel duidelijk dat wat we op dit moment in Vlaanderen meemaken, radicaal indruist tegen de intentie en het opzet van de Interculturele Dialoog. Die is er namelijk op uit om meer sociale cohesie tot stand te brengen, ondanks de religieuze en culturele verschillen die er nu zijn en zullen blijven. In plaats van dergelijke ontsporingen, hebben we nood aan politieke verantwoordelijken die duidelijk het signaal geven dat medeburgers met een moslimachtergrond er voor eens en voor altijd bij horen. In onze diverse samenleving en mondialiserende wereld is dat de enige duurzame weg.

Woordvoerder: Patrick Loobuyck. Ondertekenaars: Johan Ackaert (UHasselt), Herman Balthazar (Eregouverneur O-Vlaanderen, voorz .Stichting G. Kreveld), Frank Beke (Ereburgemeester Gent), Eva Brems (UGent), Mohamed Chakkar (Voorzitter Federatie voor Marokkaanse Verenigingen), Rik Coolsaet (UGent), Jean-Luc Dehaene (Europarlementslid), Paul De Hert (VUB), Henk de Smaele (UA), Patrick Develtere (KU Leuven, HIVA), Carl Devos (UGent), Jan De Volder (Tertio), Mark Elchardus (VUB), Mark Eyskens (Minister van Staat), Jos Geysels (Minister van Staat), Gie Goris (Hoofdredacteur Mo*), Rosalie Heens (Motief vzw), Marleen Heysse (Dir. Vlaams Minderhedencentrum), Dirk Holemans (Hoofdredacteur Oikos), Meryem Kaçar (Gewezen senator en gemeenteraadslid Gent), Ceylan Kara (Voorzitter van FZO-Vl, Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen), Herman Lauwers (Voorzitter Stichting Lodewijk de Raet), Johan Leman (KU Leuven), Dries Lesage (UGent), Guy Liagre (Synodevoorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk), Dany Neudt (Kif Kif), Ides Nicaise (KU Leuven, HIVA), Walter Nonneman (Associatievoorzitter Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA)), Rik Pinxten (UGent), Patrick Vander Weyden (UGent/hoofdredacteur Samenleving en Politiek), Bruno Vanobbergen (Kinderrechtencommissaris), Jan Renders (Algemeen Voorzitter ACW), Dave Sinardet (UA), Daniël Termont (Burgemeester Gent), Guido Vanheeswijck (UA, voorzitter Centrum Pieter Gillis), Walter Van Herck (UA), Marc Vervenne (ererector KU Leuven), Sami Zemni (UGent), Walter Zinzen (Journalist), Steve Stevaert (Eregouverneur Limburg), Ann Demeulemeester (algemeen secretaris ACW).