Spreidstand over BHV

En we zijn weer vertrokken. Afgelopen week publiceerde Le Soir opnieuw kaartjes waarop Brussel en Wallonië met corridors worden verbonden en gisterenmiddag was het op de communautair getinte Franstalige tv-debatten al aanval, agressie en kaakslag wat de klok sloeg. Vlaanderen gijzelt 3.000 Franstalige kindertjes met zijn decreet op de schoolinspectie, analyseerde FDF'er Didier Gosuin.

Op hetzelfde moment was op de VRT een eucharistieviering te volgen. Aan Vlaamse kant heerst voorlopig relatieve rust. Geen stoere politieke verklaringen. Die bemoeilijken enkel de zoektocht naar een compromis over BHV. En een compromis is de enige weg naar een oplossing. Want, zo doceerde CD&V-voorzitster Marianne Thyssen onlangs voor een Gents studentenpubliek: 'Bij een stemming starten de Franstaligen de alarmbelprocedure, komt het dossier op de tafel van de federale regering en is dat het einde van Van Rompuy I. Er zit dus maar één ding op: onderhandelen.' Voilà, zo simpel is dat. België is een consensusdemocratie, waar een simpele meerderheid in één taalgroep niet volstaat om een dossier als BHV op te lossen. Voor of tegen, zo werkt het nu eenmaal.

Niemand beweerde ooit iets anders, valt dezer dagen bij menig CD&V'er te horen. Tiens, dan liep er toch wat mis in de communicatie. Of heeft de partij de voorbije vijf jaar uit haar collectief geheugen gewist?

Decennialang was het voor de CVP en andere Vlaamse regeringspartijen inderdaad evident: BHV moest gesplitst worden, dat wel, maar daar was een communautair compromis voor nodig. Zoals het Egmontakkoord uit 1977. Dat splitste BHV in ruil voor Franstalige compensaties, maar kapseisde onder druk van de Vlaamse beweging - die toen nog iets betekende - en een deel van de CVP. Daarna volgden vier staatshervormingen waarin BHV nooit een prioriteit of breekpunt werd. Men wou de na het Egmont-debacle zeer moeizaam gesloten doos van Pandora niet opnieuw openen.

De regionale verkiezingscampagne van 2004 bracht echter een kentering. Na 40 jaar omzichtig omspringen met de kieskring, bleken voor toenmalig CD&V-oppositieleider Leterme 'vijf minuten politieke moed' plots toereikend om het ding te splitsen. De opgejaagde socialisten en liberalen gingen vrolijk mee in deze nieuwe lezing van het Belgische institutionele systeem. Het was nochtans hun opportunistische kieshervorming die het dossier terug op tafel had gebracht.

Dat het discours veranderde toen de verkiezingen voor de eerste keer enkel Vlaams waren is geen toeval. Vroeger waren al te onhoudbare beloften uit den boze, want na de verkiezingen zat een bestuurspartij met de gebakken peren. Enkel het Vlaams Blok, dat nooit verantwoordelijkheid moest dragen, kon duchtig de hemel beloven. Wel, door de gescheiden verkiezingen gold dat in 2004 ook deels voor CD&V/N-VA: zou men regeren, dan enkel op Vlaams niveau. En BHV is een federaal dossier. Er stond dus geen rem meer op communautaire radicaliteit.

Integendeel. Het was dé manier om de vijandige paarse coalitie op federaal niveau een peer te stoven. Die lijn werd voortgezet in het Vlaamse regeerakkoord, dat opdroeg om BHV 'onverwijld' te splitsen. Mede ondertekend door de paarse coalitiepartners, die zo vrolijk verder hun eigen coalitie ondermijnden. Volgt een jaar federale hoogspanning, uitmondend in een bijna-akkoord. Dat splitste BHV, in ruil voor Franstalige compensaties, maar kapseisde onder druk van Spirit (dat nooit iets betekende, maar toen wel in kartel zat met de SP.A).

En zo werd het 2007 en kwamen de federale verkiezingen. Oeps, zover vooruit had kandidaat-premier Leterme drie jaar eerder niet gedacht. Hij klonk veel gematigder over BHV dan in 2004, maar de dynamiek was onstuitbaar geworden. Na de verkiezingen gleed hij alsnog uit over zijn eigen bananenschil. De 'vijf minuten politieke moed' achtervolgen hem nog steeds.

Twee jaar ellende later kapittelde Marianne Thyssen dus deze strategie van likmevestje: 'Vijf minuten politieke moed? Wie heeft dat ook alweer gezegd? Ah, den Yves.' Het duurt even lang om uit te leggen dat politiek uit compromissen bestaat, voegde ze er nog aan toe. De analyse dat gescheiden verkiezingen en daaruitvolgende incongruente coalities mee aan de oorzaak lagen, maakte ze blijkbaar niet: CD&V blijft tegen samenvallende verkiezingen (overigens tegen het standpunt van al haar ex-premiers in). Maar misschien mogen we uit het christendemocratisch mea culpa afleiden dat er leergeld werd betaald en aparte verkiezingsdata niet meer tot gelijkaardige scenario's zullen leiden?

Misschien. Maar laat ons eerst afwachten op de afloop van de nieuwe spreidstand waarin CD&V zich manoeuvreerde. Want wie in de ene regering met de N-VA zit en in de andere met het FDF, kan wel wat politieke moed gebruiken.

Verscheen op 02/11/2009 in De Standaard, in het kader van ‘Bruggen bouwen’, de tweewekelijkse column van Dave Sinardet op maandag. Voor eerdere afleveringen, zie hier... )

Reacties

Spirit en BHV

In de bijdrage " Spreidstand over BHV" lezen we "Spirit (dat nooit iets betekende, maar toen wel in kartel zat met de SP.A)". Het lijkt mij correcter te schrijven "Spirit (de enige keer dat het iets betekende, in het kartel met de SP.A)". Door het njet van de Spirit tegen de 'onderhandelde' oplossing van Verhofstadt was er geen tweederde meerderheid in het federale parlement om ze goed te keuren. Daardoor heeft Spirit gelukkig verhinderd dat de Franstaligen van Brussel tot Knokke Zoute hun cultureel imperialisme konden legaliseren.

te verklaren

De heer Sinardet heeft meer dan één gezicht.
Het is echter te betreuren dat een professor zich niet schaart achter de vlag van de "objectiviteit".
Als hij dat niet kan of wil, kunnen de diverse redacties hem in 't vervolg beter in de woestijn laten preken, letterlijk wel te verstaan
In Franstalig België is zijn broodje trouwens dubbel gebakken.