Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
De laatste twintig jaar is het aantal jongeren met gehoorproblemen verdrievoudigd. O.a. door oorverdovende festivals. Een zeer ernstig probleem van volksgezondheid: gehoorschade is onomkeerbaar. Er komt nu een 'rondetafelconferentie' tussen ministeries, omdat de normen onduidelijk zijn. Maar waarom heeft het parlement niet zelf de moed om hoorzittingen te organiseren en daarna een decreet op te stellen en goed te keuren, dat duidelijk genoeg is om de uitvoerende macht te verplichten het ook uit te voeren? Dat is toch zijn kerntaak?
Permanent worden nieuwe decreten en wetten gemaakt, te veel, veel te veel. Maar een duidelijke regelgeving die een zeer ernstig probleem van volksgezondheid betreft, daar komt men blijkbaar niet aan toe. Vlaams volksvertegenwoordiger Felix Strackx (Vlaams Belang) heeft daar reeds in 1996 (!) over geïnterpelleerd. Ondertussen is het lawaai op festivals en fuiven nog (letterlijk..) oorverdovender geworden, en blijft de overheid zich verstoppen achter 'onduidelijke normen' om niet op te treden. Naar aanleiding van de zelfmoord van Dietrich Hectors en de reportages van Peter Van Tyghem in De Standaard, (zie eerder artikel: 'festival kunnen dodelijk zijn'. ) stelde Felix Strackx hierover op 6 oktober '09 opnieuw een 'Vraag om uitleg' aan Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, 'over de preventie van gehoorschade ten gevolge van te luide muziek op publieke evenementen'. (Volledig verslag hieronder).
Uit zijn vraagstelling: "Alle ORL-specialisten (oto-rhino-laryngologieartsen) zijn zeer eensluidend en formeel: een mens kan 75 decibel acht uur lang verdragen zonder problemen; 90 decibel mag men maar een kwartier ondergaan; als het boven de 100 decibel gaat, mag men maar heel kort worden blootgesteld aan dat geluid. Vanaf een voortdurende belasting van 90 decibel, is er kans op gehoorbeschadiging. Negentig decibel is trouwens ook de limiet die wordt gehanteerd op de werkvloer. Men moet hierbij goed weten dat decibel een logaritmische schaal is waarbij een verhoging van drie decibel een verdubbeling van de geluidsdruk betekent... Volgens de specialisten krijgen zij heel geregeld patiënten over de vloer die last hebben van tijdelijke en zelfs blijvende gehoorbeschadiging na het bijwonen van een rockconcert. Bij piekmomenten in de hoge frequenties – tussen 6000 en 8000 hertz – van 110 decibel, treedt er namelijk een ernstige en onomkeerbare beschadiging van het binnenoor op. Dat is niet meer te verhelpen, ook niet operatief: het binnenoor is onherroepelijk stuk. Toch kunnen de talrijke festivals, fuiven en dies meer ongestoord duizenden jongeren blijven opzadelen met ernstige gehoorproblemen."
Uit het antwoord van minister Vandeurzen: "De laatste twintig jaar is het aantal jongeren met gehoorproblemen verdrievoudigd. Jongeren maken op dit moment ongeveer 20 percent uit van de geluidsslachtoffers. De geluidsproblematiek op publieksevenementen – maar zoals gezegd ben ik het eens met de opmerking dat het een bredere thematiek is – is belangrijk genoeg om met de diensten en de betrokken middenveldspelers de ontwikkeling na te gaan van een structureel beleid, in samenwerking met de collega’s uit de Vlaamse Regering. Niet enkel minister Joke Schauvliege, bevoegd voor leefmilieu en cultuur, met wie ik hierover uiteraard al contact heb gehad, maar ook de collega bevoegd voor jeugd en onderwijs is betrokken partij. Minister Schauvliege heeft het initiatief aangekondigd tot het samenroepen van een rondetafelconferentie met de bevoegde Vlaamse instanties. Daaraan zal ik uiteraard ten volle meewerken en ik heb hiertoe al opdracht gegeven aan het Agentschap Toezicht en Volksgezondheid. Blijkbaar moeten we eerst eens op tafel leggen wat er allemaal aan normerend kader bestaat, wat beschikbaar is en wie wat kan doen, om vervolgens te kijken hoe we daaruit een omvattende strategie kunnen afleiden."
Erik Tack (Vlaams belang, huisarts), kwam eveneens tussen: "De jeugd sensibiliseren is één zaak, maar erin slagen is iets anders. Het is belangrijk dat er een wetgevend kader komt dat zegt dat bepaalde normen niet mogen overschreden worden. Het zou strafrechtelijk moeten beteugeld worden. En daarmee uit. Ik hoop dat deze minister dat ook zal doen."
Nu maar hopen dat Felix Strackx zich in dit thema vastbijt, en de overheid blijft achtervolgen tot er eindelijk een degelijke regelgeving uit de bus komt. Maar waarom heeft het parlement niet zelf de moed om hoorzittingen te organiseren en daarna een decreet op te stellen en goed te keuren, dat duidelijk genoeg is om de uitvoerende macht te verplichten het ook uit te voeren? Op het werk is meer dan 90 dB verboden, omdat het permanente oorbeschadiging kan veroorzaken. Waarom mogen festivals dan ongestraft hoger gaan?
De commissie voor Volksgezondheid maakt er zich toch iets te gemakkelijk van af. Ook zij is mede verantwoordelijk voor de opgelopen schade, als ze alleen maar passief wacht op de uitslag van een 'rondetafelconferentie', die kan verzanden in palavers zonder resultaat. In deze materie zijn wettelijke normen even noodzakelijk als regels voor het verkeer. Kan men niet spreken van schuldig verzuim en het niet helpen van mensen in gevaar, als het parlement niet snel die slagen en verwondingen doet stoppen? In deze materie zijn wettelijke normen even noodzakelijk als regels voor het verkeer. Is dat niet een kerntaak van het parlement?
Uit het verslag (volledige tekst van de vraag om uitleg)
Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid
Commissievergadering nr. C6 – WEL1 (2009-2010) – 6 oktober 2009
Vraag om uitleg van de heer Felix Strackx tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de preventie van gehoorschade ten gevolge van te luide muziek op publieke evenementen
Felix Strackx (Vlaams Belang, tandarts): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het steeds toenemende geluidsvolume bij muziekfestivals, maar ook bij fuiven, in discotheken, bioscopen, theaters en dergelijke meer, is een van de heilige huisjes waarin blijkbaar in de loop van de jaren geen enkele minister zijn verantwoordelijkheid durfde en durft te nemen. Ook de volksvertegenwoordigers voelen schroom om hierover een standpunt in te nemen en de minister te bevragen. Men is bang om de stempel van ‘oude en conservatieve zak’ te krijgen. Dat kan in mijn geval gedeeltelijk waar zijn, althans wat het ‘oud’ en ‘conservatief’ betreft. Ik kan u verzekeren, mijnheer de minister, mijn vraag is enkel ingegeven door de bekommernis om de volksgezondheid. In 1996 diende ik al een interpellatie in deze zin in. Toen was ik alleen nog maar conservatief. “Mijnheer de minister, op het einde van de jaren vijftig trad de legendarische Buddy Holly op met een gitaarversterkertje van hoogstens 50 watt en een akoestische contrabas. Zijn fans werden daar zo wild van dat ze de tent bijna afbraken. De geluidsinstallatie waarmee The Beatles in de jaren zestig hun publiek tot hysterische toestanden brachten, zou tegenwoordig zelfs niet meer voldoen in een modale parochiezaal. De PA die in augustus 1969 ” – the summer of love – “ in Woodstock 400.000 toehoorders in vervoering bracht, zou men nog niet meer gratis willen voor een optreden van een plaatselijke garagerockgroep op de Vismarkt in Leuven. De kleinste PA, het strikte minimum waarmee men tegenwoordig uitpakt, heeft een vermogen van 10.000 watt. Het totale vermogen aan geluidsversterking waarop men dit jaar op de weide van Werchter een beroep kon doen, bedroeg 220.000 watt. Voor het hoofdpodium alleen al was er 130.000 watt beschikbaar. Daarmee kan – kon toen, in 1996 – op honderd meter een voortdurende geluidsdruk van maar liefst 138 decibel worden geproduceerd.”
Dertien jaar later zal dat veel meer zijn. Ik vind het spijtig dat de heren Schuermans en Mahassine hier niet zijn. Ik had hen graag eens aan het woord gehoord hierover. Zij dragen een verpletterende verantwoordelijkheid, want organisatoren beweren dat het publiek dit eist. Maar ik vraag me af voor wie de uitgevoerde muziek nog te genieten valt. We zijn in een absurde situatie terecht gekomen. Het is bijna een must om oordopjes te dragen op muziekevenementen. In mei van dit jaar was er zelfs een theatervoorstelling in deSingel, waar de toeschouwers oordopjes kregen om zich te beschermen tegen het lawaai. Waar zit hier het gezonde verstand? In plaats van het geluid te verlagen tot een niveau dat genietbaar is en geen lichamelijke letsels veroorzaakt, deelt men oordopjes uit, waardoor het geluidsvolume dan weer kan toenemen enzovoort. Waar zal dit eindigen?
Alle ORL-specialisten (oto-rhino-laryngologieartsen) zijn zeer eensluidend en formeel: een mens kan 75 decibel acht uur lang verdragen zonder problemen; 90 decibel mag men maar een kwartier ondergaan; als het boven de 100 decibel gaat, mag men maar heel kort worden blootgesteld aan dat geluid. Vanaf een voortdurende belasting van 90 decibel, is er kans op gehoorbeschadiging. Negentig decibel is trouwens ook de limiet die wordt gehanteerd op de werkvloer. Men moet hierbij goed weten dat decibel een logaritmische schaal is waarbij een verhoging van drie decibel een verdubbeling van de geluidsdruk betekent.
Volgens de specialisten krijgen zij heel geregeld patiënten over de vloer die last hebben van tijdelijke en zelfs blijvende gehoorbeschadiging na het bijwonen van een rockconcert. Bij piekmomenten in de hoge frequenties – tussen 6000 en 8000 hertz – van 110 decibel, treedt er namelijk een ernstige en onomkeerbare beschadiging van het binnenoor op. Dat is niet meer te verhelpen, ook niet operatief: het binnenoor is onherroepelijk stuk. Toch kunnen de talrijke festivals, fuiven en dies meer ongestoord duizenden jongeren blijven opzadelen met ernstige gehoorproblemen.
In Het Laatste Nieuws van 20 juli 2009 stond het verhaal van Dietrich Hectors, die op 29-jarige leeftijd zelfmoord pleegde vanwege ernstige gehoorbeschadigingen. “Die kwaal beheerst mijn hele leven: elk woord doet pijn.” Dietrich Hectors had een gehoortrauma opgelopen door blootstelling aan te veel lawaai. Nochtans was hij maar twee keer in zijn leven onbeschermd blootgesteld geweest aan te luide muziek. Daardoor liep hij een ernstige vorm van tinnitus en hyperacousis op, een beschadiging die onder meer bekend geworden is door het vorig jaar gepubliceerde boek ‘Oorlog in het hoofd’ van mediaman Michel Follet, die – naast heel wat andere muziekvedetten en mensen uit de amusementswereld – ook erg te lijden heeft onder beide aandoeningen. Door hyperacousis, zoals Hectors het beschrijft, heeft men zelfs pijn door zijn eigen stem. In zijn afscheidsbrief zegt Dietrich Hectors onder meer het volgende. “Waarom moet de muziek overal zo luid staan? Waarom is er zoveel lawaai in deze wereld? Waarom is luid gelijk aan goed? (...) Dit is ook een schreeuw om aandacht. Ik wil niet dat iemand hetzelfde overkomt als mij.”
Naar aanleiding van Pukkelpop verscheen in De Standaard een reportage van Peter Van Tyghem die er – met door Laperre op maat gemaakte oordoppen – met een decibelmeter een geluidsdruk heeft gemeten van 109 decibel. Dat is vergelijkbaar met het lawaai van twee straaljagers; niet twee straaljagers die even voorbijkomen, maar een lawaai dat urenlang zo luid klinkt. Op de website van De Standaard verschenen heel wat reacties op dat artikel. Mensen schreven onder meer: “Ik heb oordoppen in om mijn laatste restje gehoor te beschermen, de rest van mijn gehoor is in de New Beattijd en diverse concertbezoeken verloren gegaan.” Over oordoppen: “Koop de goede, anders denkt u dat u beschermd bent en dat is helemaal funest.” Ook nog: “Zelf was ik gisteren op Pukkelpop en mijn oren deden gewoon pijn.” Minister van Milieu en Cultuur Schauvliege reageerde al op het artikel in De Standaard. “Het is inderdaad een verwarde situatie met die metingen. Wanneer professor Bart Vinck zegt dat we moeten werken met realistische metingen, die de lage tonen onder de 200 hertz meetellen, volg ik hem volledig. Maar qua bevoegdheid zit dit bij mijn collega Vandeurzen. Daarom precies is het belangrijk eerst alle betrokken partijen samen te brengen. Afhangend van de uitkomst van het overleg moet dan blijken of er een charter kan opgesteld worden, of dat er een voorstel van decreet komt. Maar het gaat ook om sensibilisatie. Ik denk niet dat we deze kwestie meteen manu militari moeten beslechten.” U merkt wat ik bedoelde in mijn eerste deel.
Men heeft het voortdurend over verouderde normen. Dat vind ik echt flauwekul. Mensenoren zijn niet verouderd. Ze worden nog altijd beschadigd bij dezelfde geluidsvolumes als honderd jaar geleden. Organisatoren moeten gewoon verplicht worden om alle mogelijke maatregelen te nemen om de fysieke gezondheid van hun bezoekers te vrijwaren, punt aan de lijn.
Philippe Van den Abeele schrijft in zijn nieuwsbrief ‘Nieuw Pierke’ onder de titel ‘Festivals kunnen dodelijk zijn’: “Het tegenovergestelde is niets meer en niets minder dan het bewust toebrengen van slagen en verwondingen aan tienduizenden mensen.” Hij heeft mij gisteren nog gemaild met de vraag of de milieu-inspectie, zelfs met de zogenaamd verouderde normen, geen dossiers kan opmaken en aan het gerecht kan overmaken voor slagen en verwondingen. Sommige mensen gaan hier dus fel in op.
Mijnheer de minister, ik vraag u om de zaak niet te minimaliseren. Erkent u dat het hier om een ernstig en gevaarlijk fenomeen gaat? Ik heb gelezen dat er binnen enkele dagen een rondetafel komt met de ministers Crevits en Schauvliege. Welk standpunt gaat u daar verdedigen? Welke maatregelen hebt u reeds getroffen om gehoorschade door te luide muziek op publieke evenementen te voorkomen? Het gaat niet alleen om festivals maar ook theater, cinemazalen enzovoort.
Vera Van der Borght (VLD, laborante scheikunde): Ik wil het belang van deze vraag om uitleg onderschrijven. Mijnheer Strackx, ik betreur wel dat u de heer Schueremans verantwoordelijk stelt voor heel dit probleem. Dat is erover. U kunt hem toch niet verantwoordelijk stellen voor alle gevolgen van alle festiviteiten die steden en gemeenten en dancings inrichten, mp3-spelers die door individuen worden gebruikt, dat is wat kort door de bocht. De heer Schueremans is vernoemd, dat komt in het verslag, iemand verantwoordelijk stellen voor zoiets hoort niet. Niettemin sluit ik me aan bij deze vraag. Ik hoop dat de heer Strackx morgen in de plenaire vergadering uitlegt aan de heer Schueremans wat hij bedoelt met zijn uitlating.
Helga Stevens (NV-A, licentie rechten): Ik sluit me ook aan bij deze vraag. In mei 2005 heb ik een vraag gesteld aan toenmalig minister van Cultuur, de heer Anciaux, over het probleem van geluidsoverlast op festiviteiten, festivals, in cinema’s enzovoort. Hij erkende dat het een reëel probleem is in de sector. Hij heeft toen een aantal initiatieven aangekondigd, die ik hier niet zal herhalen. Ik wil wel één citaat uit zijn antwoord aanhalen: “Een wezenlijke opdracht in deze problematiek waarbij we geen nuances kunnen plaatsen, is beter voorkomen dan genezen. Want genezen is in deze niet aan de orde. Het is dus van essentieel belang dat jongeren, maar ook alle opvoeders in hun buurt, weet hebben van de onherstelbare gevolgen van lawaai op hun gehoor en hun sociaal leven. We moeten de jeugd er inderdaad van bewust maken dat ze verstandig moet omgaan met blootstelling aan lawaai.”
Mijn nicht heeft enkele jaren geleden een gewone caféfuif bezocht en daar heeft zij hoorproblemen gekregen. Dat is een zaak voor de milieu-inspectie. Als minister van Welzijn vraag ik u om een coördinerende rol op te nemen om die zaak aan te kaarten, samen met de minister van Leefmilieu voor de milieunormen, en de minister van Cultuur voor de sensibilisering, en samen aan hetzelfde zeel te trekken. Het wordt tijd dat er iets gebeurt in die sector. Eenmaal men gehoorschade heeft, kan men niet meer terug.
John Crombez (SP.a, doctor economie): Ik kom niet tussen omdat ik oud of conservatief ben. Ik ben al vaak blootgesteld aan lawaai van concerten. De vraag naar preventie bij gehoorschade is evident. De laatste weken was er heel veel over te doen met enkele heel erge getuigenissen. De vraag zoals ze hier werd gesteld, is absoluut niet evident. De vraag gaat over preventie van gehoorschade bij publieke evenementen. Als het gaat over preventie van gehoorschade, moet het gaan over alles wat bedreigend is. Dan gaat het over alle omstandigheden van luide muziek, ook bijvoorbeeld de iPods, die evenzeer in de discussie betrokken zijn. Als het hier in Welzijn aan bod komt, dan gaat het over preventie bij gehoorschade, punt aan de lijn. Ik betwist de manier waarop de vraag werd gesteld. Als er wordt gezegd dat er installaties worden gebruikt die gaan tot 138 decibel, dan zegt de vraagsteller daarna dat het allemaal begrensd is. Het is niet omdat je een auto hebt die 180 kilometer per uur kan rijden, dat je er ook 180 per uur mee rijdt. Het tendentieuze dat het gaat om publieke evenementen en zeker de twee voorbeelden die werden aangehaald, zijn te beperkend. Er moet wel een discussie zijn, maar dan heel grondig en met kennis van zaken over welke preventie van gehoorschade tout court.
Mijnheer de minister, bent u het ermee eens dat dit moet worden uitgebreid naar het hele palet in deze commissie? Welke moeten de begrenzingen en veiligheidsmaatregelen zijn op publieke evenementen? Bent u het ermee eens dat dit in de commissie gebeurt die de publieke evenementen reguleert? Dat lijkt me vanzelfsprekend.
Erik Tack (Vlaams belang, huisarts): Het feit dat veel mensen het woord nemen over deze vraag toont aan dat men dit belangrijk vindt. Ik hoor verschillende invalshoeken. Ik wil even een vergelijking maken over het belang hiervan. Een paar maand geleden is iemand zijn oog kwijtgeraakt door en laserstraal op een concert. Dat gebeurde zelfs bij twee mensen, kort na elkaar. Iedereen sprak daar schande over. Men had het over het toebrengen van slagen en verwondingen. Dat is ook zo. We hebben vijf zintuigen, waaronder het gehoor. Als het over het gehoor gaat, dan blijkt men dit minder belangrijk te vinden dan het oog, zeker als blijkt dat dit probleem hier al in 1996 werd behandeld en er tot nu toe nog maar weinig tegen ondernomen is. Hoewel een oor even belangrijk is. Steeds meer ORL-specialisten melden dat steeds meer jonge mensen belangrijke hoorschade hebben. Mijnheer de minister, ik wil een oproep doen om daar in deze legislatuur werk van te maken. Jonge mensen zijn onbesuisd en vinden dat niet zo belangrijk tot het te laat is en de gehoorschade definitief is. De jeugd sensibiliseren is één zaak, maar erin slagen is iets anders. Het is belangrijk dat er een wetgevend kader komt dat zegt dat bepaalde normen niet mogen overschreden worden. Het zou strafrechtelijk moeten beteugeld worden. En daarmee uit. Ik hoop dat deze minister dat ook zal doen.
Tinne Rombouts (CD&V, industrieel ingenieur landbouw en biotechniek): Ik wil ook enkele nuances aan deze vraag om uitleg toevoegen. Het is wat simplistisch om te spreken over sensibilisering en te zeggen dat geen enkele minister of parlementslid een verantwoordelijkheid wil nemen in deze zaak. De zaak is wat complexer dan ze wordt voorgesteld. Er komt al een overleg met verschillende ministers, onder andere de ministers Schauvliege en Vandeurzen. De vraag is gesteld om ook de minister van Jeugd hierbij te betrekken. Als we willen sensibiliseren, is het heel belangrijk dat we de mensen die we willen bereiken, betrekken in ons verhaal. We moeten ook vaststellen dat sensibiliseren niet eenvoudig is als de norm niet duidelijk is. We kunnen wel zeggen dat we die discussie beu zijn, maar we stellen toch vast dat de Vlarem-regelgeving geldt voor ingedeelde muziekactiviteiten en het koninklijk besluit (KB) voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten. Voor beide bestaat de mogelijkheid om afwijkingen te maken. Bij de ingedeelde activiteiten wordt aan de gemeenten overgelaten hoe daarmee om te gaan. In de gemeenten wordt er geacht dat er wordt gehandhaafd. Daarvoor moeten er mensen opgeleid zijn. Maar de nodige meettoestellen zijn niet altijd voorhanden in de politiezones. Het probleem is dus veel complexer, er zijn veel meer actoren bij betrokken dan één minister die wordt gevraagd om acties te ondernemen.
Mijnheer de minister, er wordt een rondetafelconferentie georganiseerd met de ministers van Jeugd en Leefmilieu, maar is er ook duidelijkheid of de federale ministers daarbij worden betrokken? Voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten spreken we over de kaderwet, en dat is een federaal thema. Eventueel is ook de gemeentepolitie daarbij betrokken.
Minister Jo Vandeurzen: Met twee kinderen die fanatiek alle concerten bezoeken, ben ik een ervaringsdeskundige. Het luisteren naar luide muziek is helaas de laatste decennia aanzienlijk toegenomen. Blootstelling aan hoge geluidsniveaus geeft zonder de minste twijfel gehoorschade. Net die hoge niveaus zijn vooral bij jongeren bijzonder geliefd, niet enkel op popconcerten en in discotheken maar ook op mp3-spelers en dergelijke. Gehoorschade is het best gedocumenteerde en een belangrijk ongunstig effect op de volksgezondheid. Geschat wordt dat op de lange duur 15 percent van onze jongeren blijvend gehoorverlies kunnen hebben van 2 tot 3 decibel door het bijwonen van concerten en het bezoeken van discotheken en 5 percent een gehoorverlies van 10 tot 15 decibel door het gebruik van koptelefoons. De laatste twintig jaar is het aantal jongeren met gehoorproblemen verdrievoudigd. Jongeren maken op dit moment ongeveer 20 percent uit van de geluidsslachtoffers. De geluidsproblematiek op publieksevenementen – maar zoals gezegd ben ik het eens met de opmerking dat het een bredere thematiek is – is belangrijk genoeg om met de diensten en de betrokken middenveldspelers de ontwikkeling na te gaan van een structureel beleid, in samenwerking met de collega’s uit de Vlaamse Regering. Niet enkel minister Joke Schauvliege, bevoegd voor leefmilieu en cultuur, met wie ik hierover uiteraard al contact heb gehad, maar ook de collega bevoegd voor jeugd en onderwijs is betrokken partij. Minister Schauvliege heeft het initiatief aangekondigd tot het samenroepen van een rondetafelconferentie met de bevoegde Vlaamse instanties. Daaraan zal ik uiteraard ten volle meewerken en ik heb hiertoe al opdracht gegeven aan het Agentschap Toezicht en Volksgezondheid. Blijkbaar moeten we eerst eens op tafel leggen wat er allemaal aan normerend kader bestaat, wat beschikbaar is en wie wat kan doen, om vervolgens te kijken hoe we daaruit een omvattende strategie kunnen afleiden.
Mijn voorganger sensibiliseerde al wel over gehoorschade via het Lokaal Gezondheidsoverleg (LOGO), vooral bij jongeren. Zo heeft LOGO Meetjesland begin dit jaar in het kader van de preventiecampagne ‘Hart om horen’ flyers en oordopjes uitgedeeld. In twee secundaire scholen in Eeklo kregen de leerlingen de kans om de geluidssterkte van hun mp3-speler te testen met een decibelmeter. Alle scholen konden ook een gastles boeken over dit onderwerp. We moeten iets ondernemen op dit vlak. We zullen reageren. We spitsen het niet toe op één situatie maar maken er een bredere zaak van met alle betrokken collega’s. We investeren in de rondetafelconferentie met alle actoren en zullen dan beslissen welke maatregelen het meest aangewezen zijn. Intussen heb ik een kennismakend bezoek gehad van de Vlaamse Jeugdraad. Ik heb al gezegd dat ik een advies zal vragen over hoe zij er tegenover staan. Binnenkort zullen zij van mij deze vraag ook officieel ontvangen.
Felix Strackx: Mijnheer de minister, ik wil u danken voor uw antwoord. Ik had deze vraag kunnen opentrekken naar privésituaties, zoals iPods en koptelefoons. Dat speelt in de privésfeer. Er zijn technische maatregelen mogelijk om het geluidsvolume van dergelijke dingen te begrenzen, maar je kunt moeilijk zeggen dat iemand in zijn woonkamer zijn stereo niet te hard mag zetten. Ik heb duidelijk een vraag willen stellen over publieke evenementen. Ik vind dat de overheid daarin een verantwoordelijkheid heeft, samen met de organisatoren. Ik hoor u graag zeggen, mijnheer de minister, dat u de jeugd wilt sensibiliseren, maar u moet in de eerste plaats de organisatoren sensibiliseren. Oordopjes uitdelen vind ik de omgekeerde wereld. Degenen die de muziek produceren moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid. Niet: doe maar en wij zullen wel oordopjes en nog dikkere oordopjes uitdelen. Maar het doet me plezier, mijnheer de minister, dat u de ernst van de situatie erkent. Ik ben benieuwd naar het resultaat van de rondetafel.
John Crombez: Het is een belangrijk debat. Het mag niet worden geridiculiseerd. Dat er sinds 1996 niets gebeurd zou zijn, is gewoon niet waar. Het is belangrijk dat er met kennis van zaken gesproken wordt. Voor de organisatie van evenementen bestaan er al begrenzers. Maar die zijn niet overal beschikbaar. Als er een grotere problematiek van luide muziek is op kleine evenementen dan op grote, is het belangrijk dat de commissie die bevoegd is voor de reglementering en het begrenzen van dat lawaai, zich daar ook over buigt en niet enkel deze commissie.
Tinne Rombouts: Mijnheer de minister, ik dank u van harte voor uw antwoord. Ik herhaal even dat u net gezegd hebt dat alle partners betrokken worden. Veel mensen organiseren een openluchtactiviteit. Het is dus belangrijk om alle actoren te betrekken. We moeten het debat op een serene manier kunnen voeren.