Christelijke partijen in Nederland willen dat de Bijbel het richtsnoer wordt van het politiek denken en handelen.
Nederland telt drie christelijke partijen. Het Christen Democratisch Appel (CDA), de ChristenUnie (CU), en de Staatkundig gereformeerde Partij (SGP).
Geen scheiding tussen politiek en godsdienst. De Bijbel is het richtsnoer, de norm, volgens de christelijke partijstatuten.
De christelijke partijen in Nederland willen geen enkele scheiding tussen godsdienst en Staat. De politieke overtuiging moet gefundeerd zijn op de Bijbel. Het Gezag van God moet absoluut zijn, en Gods woord moet als norm aanvaard worden voor het politiek en maatschappelijke leven. En waar vindt men het woord van de God? In de Bijbel. Deze gruwelijke Bijbel (Oud en Nieuw Testament) door mensen geschreven, twee of drieduizend jaar geleden, naargelang het gaat over God de Vader of God de Zoon, moeten dienen als politieke basis in de 21ste eeuw. Volgens de christelijke partijen moet de Nederlandse politiek onderworpen worden aan de Bijbelse gerechtigheid, aan Gods heerschappij. God is de overheid, de Bijbel is het richtsnoer. Het einddoel van deze partijen is dan ook onvermijdelijk een “christelijke theocratie”. Deze partijen verwerpen duidelijk de Verlichting die ons democratie en vrijheid heeft gebracht. Zij erkennen alleen het uitsluitend gezag van God en verwerpen de volkssoevereiniteit die stelt dat de overheid haar gezag ontleent aan het volk. De democratie is de Regering van het volk, door het volk en voor het volk, en niet de Regering van God door God en voor God. De democratie is menselijke gerechtigheid en niet Bijbelse gerechtigheid. Er is nergens gerechtigheid in de Bijbel te vinden, alleen onverdraagzaamheid. De ongelovigen worden noch geduld in het Oude Testament, noch in het Nieuwe. In deze partijen is God als dictator, de alleenheerser aan wie gelovigen en ongelovigen zich moeten onderwerpen en de ongelovigen hebben geen bestaansrecht. Er wordt in deze christelijke partijstatuten geen rekening gehouden met andersdenkenden, tenzij op een schijnheilige wijze bij de CDA, en helemaal niet bij de ChristenUnie en de SGP. De bewijzen daarvan vindt men in de statuten van deze partijen.
Uittreksels uit de statuten van de christelijke partijen in Nederland
CDA
De Statuten en het Huishoudelijk Reglement van de C.DA bepalen: De partij aanvaardt de Heilige Schrift als richtsnoer voor het politiek handelen (Art.2), en de partij streeft naar een maatschappij waarin de Bijbelse gerechtigheid gestalte krijgt. (Art 3)
CU
De Statuten van de ChristenUnie (CU) van 20.3.2008 bepalen: De Uniefundering luidt als volgt: De ChristenUnie erkent Gods heerschappij over het staatkundig leven, dat de overheid door God is gegeven en in zijn dienst staat en dat christenen de verantwoordelijkheid hebben actief te zijn in de samenleving. Zij fundeert haar politieke overtuiging op de Bijbel, het geïnspireerde en gezaghebbende Woord van God, die door de Drie formulieren van Eenheid wordt nagesproken en die ook voor het staatkundig leven wijsheid bevat. (art. 3)
SGP
Statuten
Grondslag
De partij stelt zich op de grondslag van Gods Woord, zoals daarvan belijdenis gedaan wordt in de artikelen 2 tot en met 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Zij onderschrijft geheel en onvoorwaardelijk de Drie Formulieren van Enigheid, zoals deze zijn vastgesteld in de Nationale Synode, gehouden te Dordrecht in de jaren zestienhonderd achttien en zestienhonderd negentien. Zij belijdt mitsdien het absoluut gezag van Gods Woord (naar de zuivere Statenvertaling) over alle terreinen van het leven en derhalve mede over het terrein van het staatkundige en maatschappelijke leven zoals nader uitgewerkt in het Program van Beginselen. (art.2).
Doel en middelen 1.
De partij stelt zich ten doel de beginselen van Gods Woord op staatkundig terrein tot meerdere erkenning te brengen in den lande overeenkomstig de in artikel 2 vermelde grondslag. Derhalve is haar streven erop gericht dat Gods Woord als norm aanvaard wordt voor het politieke en maatschappelijke leven.
Deze christelijke statuten zijn strijdig met de fundamenten van een democratische staat.
De statuten van deze christelijke partijen laten geen enkele scheiding van godsdienst en staat mogelijk. De ChristenUnie en de SGP zijn hyperfundamentalistisch.
De SGP discrimineert de vrouwen, zij kunnen geen politiek mandaat uitoefenen. Dat druist in tegen de gelijkheid van mannen en vrouwen. Vrouwen die van deze partij lid worden negeren zichzelf en erkennen hun inferioriteit, zoals de moslimvrouwen die een sluier of een boerka dragen, zichzelf depersonaliseren en onderwerpen als “slavinnen”. Deze discriminatie werd al aangeklaagd bij het gerecht.
De SGP heeft het woord “theocratie” uit de statuten verwijderd en vervangen door “Bijbels genormeerde politiek”. De integristische Van der Vlies zei dat er geen koerswijziging is, (Ref.dagblad 124.10.2008) het doel is en blijft, Nederland om te vormen tot een christelijke theocratie. Om tactische redenen was het beter te spreken van “Bijbels genormeerde politiek”, wat minder argwaan wekt. Een Godsregering blijft de norm, het uitgangspunt.
Het Reformatorisch dagblad (14.11.2008) schrijft: “Kortom: laten christenen nu eens leren dat het grote gevaar van deze tijd niet schuilt in een aantal Goudse Marokkaantjes, maar in de seculiere buurman die iedere morgen zo vriendelijk groet. (zie Acceptatie van neutrale staat maakt van de nood een Deugd)."
Dat doet mij denken aan een vers van de Koran dat zegt dat de moslim met “ongelovige buren” niet mag omgaan, maar dat hij ze moet bestrijden. Als “seculiere buurman” groet ik mijn “christelijke buurman” vriendelijk. Ik kan mij niet inbeelden dat ik dat anders zou doen. Ik kan mij ook niet voorstellen dat de christelijke buurman mij als een “vijand “zou gaan beschouwen, en omgekeerd eveneens. En wat doet men met een vijand in een christelijke theocratie? Ik veronderstel dat U dat weet. De mythische Jezus zegt: “Hebt Uw vijanden lief" (Matt. (,43-45), maar al wie in Hem niet gelooft, is een “vijand” een “ketter”, die eeuwig in de hel moet branden. Er is geen heil buiten Christus volgens het Evangelie en er is geen plaats voor de ongelovige in het Evangelie. Op deze onverdraagzame christelijke leer kan men geen verdraagzame, geen democratische en pluralistische staat bouwen.
De Bijbel als wet is even gevaarlijk als de Koran als wet
Als de “Bijbels genormeerde politiek” de doelstelling van de politieke partijen is, dan moeten de burgers vrezen dat ze aan een “theocratische staatsstructuur” zullen worden onderworpen. Deze partijen hebben onrealistische politieke doeleinden. De onmenselijke archaïsche Bijbelnormen, zijn totaal in strijd met het E.V.R.M. en de fundamenten van de Europese Unie. Beweren dat de “politiek” op de Bijbelse normen moet worden gefundeerd, is eeuwen teruggaan in de geschiedenis, naar de middeleeuwse religieuze obscurantistische praktijken. Dat is ook zo met de stapsgewijze invoering van de sharia in Europa, door de toegevingen van de Europese politici. De hedendaagse politiek steunen op de mythologie van het gruwelijke Oude en het Nieuwe testament, is totaal absurd, onmenselijk en strijdig met het Europees en Nationaal recht van beschaafde landen.
Ambtsgebed in christelijke gemeenteraden
In ongeveer 20% van de Nederlandse gemeenteraden met een christelijke meerderheid, begint en eindigt de raadszitting met een ambtsgebed. Dit is zelfs voorgeschreven door het Reglement van orde. De Verlichting is nog niet overal doorgedrongen in de Nederlandse gemeenten en van scheiding van godsdienst en staat willen de christelijke integristen niets weten. De andersdenkenden moeten de gebeden ondergaan. De gebeden worden opgelegd door de meerderheid aan de minderheid. De Nederlandse Koningin eindigde op 15.9.2009 haar troonrede met: “Op U rust een verantwoordelijke en zware taak. U mag zich daarbij gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden”. Men zou zich in de V.S. wanen. Het ambtsgebed in de gemeenteraden vindt Minister Ter Horst niet strijdig met het beginsel van scheiding van kerk en staat. Dat is de andersdenkenden als idioten beschouwen. In België zou dit niet kunnen. De statuten van de christelijke partijen in België zijn niet te vergelijken met deze in Nederland.
Bijbelse gerechtigheid is alleen gruwelijke barbaarsheid
In de Bijbel moet men niet zoeken naar barbaarsheid of immoraliteit, men vindt ze overal in het Oude en het Nieuwe testament. Als men beweert “politiek” op “geloof” te steunen, dan wordt het een politiek van “onverdraagzaamheid, willekeur, irrationaliteit, immoraliteit, onrechtvaardigheid en barbaarsheid”. De moslimrepublieken bewijzen dit alle dagen, door de toepassing van de Koran als Wet. In de Heilige Bijbel (Oud en Nieuw Testament), vindt men nergens de minste vorm van verdraagzaamheid, en moet de ongelovige worden gedood en eeuwig branden in de hel. Dit zegt God de Vader, maar ook God de Zoon, die de Wet van zijn vader bevestigt. (Matt. 5.17). Christelijke partijen die hun “politiek” steunen op de Bijbelse regels, laten geen plaats over aan de andersgelovigen of andersdenkenden. De Bijbelse regels zijn duidelijk: ongelovig zijn kan en mag niet. Daarop staat de doodstraf en dan naar de hel volgens de goddelijke wet.
Iets zeggen zonder 'argumenten' is niet overtuigend, daarom enige voorbeelden van deze gruwelijke heilige schriften, die volledig bevestigen dat de Heilige Boeken niet passen in de politiek.
Bijbelse barbaarsheid in het Oude en Nieuwe Testament
Het “Woord van de Bijbelse God” moet de wet zijn volgens de christelijke partijen. God had spijt de mens te hebben geschapen en hij pleegde een planetaire volksmoord, door alle mensen en dieren te verdrinken, behalve Noach. (Zondvloed Gen. 6.7 en 7.23). Hij recidiveerde snel met een andere massamoord in Sodom en Gomorra, en beval nog andere steden en mensen te vernietigen (Deut. 13, 12-18). De Bijbel staat bol van de gruwelijkheden van de jaloerse God die de schuld van de vaders zelfs wreekt, op hun kinderen, tot het in het vierde geslacht ((Ex. 20.5), en ook vol racisme, incest, en slavernij, enz. Mohammed plagieerde schaamteloos het Oude en het Nieuwe Testament, bij gebrek aan verbeelding om andere mythes uit te vinden. Volgens de Oudtestamentische God, moet de ongelovige (de godslasteraar), (Lev.24.16), de overspelige (Deut. 22.20-24), Lev.), en ook het meisje dat niet maagdelijk is (Deut. 22.21-22), worden gedood door steniging. De homoseksueel moet worden gedood, (Leviticus 20.13). Als een man een meisje verkracht, dan moet hij 50 zilverlingen aan de vader betalen, en het meisje huwen (22.28-30). Een onbesneden man wordt gedood (Gen.17.14). Wie zijn vader of moeder vervloekt of overspel pleegt wordt gedood (Lev. 20.10), tovenaars zul je niet in leven laten (Ex.22.18), wie “coïtus interruptus” pleegt wordt gedood. (Gen.38.9-10). Hij die de Sabbat niet naleeft, wordt ter dood gebracht (35.2), en de moordlus van de Bijbelse God is onverzadigbaar.
Het Nieuwe Testament bevestigt Het Oude en is even onverdraagzaam
Als de Bijbel het richtsnoer wordt van de politiek, zoals de christelijke partijen het wensen, zullen de ongelovigen ook het onverdraagzame Evangelie terug aan den lijve moeten voelen. Het Evangelie laat nergens een plaats over voor andersdenkenden. Dit zijn vijanden, zij moeten op aarde bestreden worden en zijn allemaal bestemd om eeuwig te branden in de hel. Men zoekt tevergeefs naar “verdraagzaamheid” in deze Evangelies. De (mythische ) Jezus is niet mals. Hij zegt: “Doch die vijanden van mij, die niet wilden, dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen”. Toen Hij dit gezegd had, ging Hij hun voor. (Lucas 19-27-28) (In de Fr. tekst “tuez-les en ma présence”. In de gelijkenis van de talenten is er evenveel Evangelische wreedaardigheid: Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werpt de onnuttige slaaf uit in de buitenste duisternis. (Matt. 25.26-30). Voor de armen is het Evangelie onverbiddelijk, de mens moet lijdzaam zijn slavernij ondergaan.
Als de Bijbelse gerechtigheid moet toegepast worden in de politiek volgens de christelijke partijen, gaat men dan ook de slavernij door God ingesteld terug invoeren, zoals deze is beschreven, in Het Oud Testament, (Ex21.1-11, 7-11,12.44, 21.2, 21.20-21, 21,27-32, 25.44)Deut.15,12-15)? Je mag zelfs van God de Vader, je eigen dochter als slaaf verkopen.( Ex. 21.7)
In het Nieuwe Testament zegt God de Zoon, de (mythische) Jezus, dat hij de Wet komt vervullen en er geen jota aan wijzigt. God de Vader en God de Zoon vonden de slavernij goed. God de Vader en God de Zoon, waren toen nog niet beschaafd, zij wisten nog niet wat menselijke rechten en waarden betekenen. De “Drievuldigheid” wist niet dat de mensen de goddelijke slavernij zouden afschaffen, door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door het E.V.R.M. Tot nu toe heeft God het E.V.R.M, nog niet gelezen, daardoor blijft hij “onbeschaafd”, en de christelijke partijen verkiezen de Goddelijke rechten boven de menselijke rechten. Weg dus met het E.V.R.M., dat niet strookt met de 'Bijbelse Gerechtigheid'.
De slavernij werd door Jezus en Paulus in het Nieuwe Testament, en door de katholieke regelgeving van het Vaticaan, als volkomen normaal beschouwd. Het Vaticaan zelf heeft slaven gebruikt tijdens eeuwen.
Het Nieuwe Testament is overduidelijk: : Wij zijn onnuttige slaven; wij hebben slechts gedaan, wat wij moeten doen.’(Lucas 17:7-10). Wie het slavenjuk draagt moet zijn meester hoog achten, zodat Gods naam en de leer niet worden bespot.(1 Tim 6,1-4). Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid. (Ef. 6:5) Het negende Concilie van Toledo veroordeelde de kinderen van priesters in 650 na Chr. tot slavernij. De legitimiteit van slavernij werd vastgelegd in het officiële Corpus Iuris Canonici, gebaseerd op het Decretum Gratiani, dat sinds Paus Gregorius IX de officiële wet van de Kerk werd in 1226.
Het Vaticaan heeft zolang mogelijk de slavernij uitgebuit, en slaven in dienst gehouden. De Heilige Officie in Rome 20 juni 1866, verklaarde: "Slavernij als zodanig is in het geheel niet strijdig met de natuurwet en de goddelijke wet, en er kunnen verschillende terechte gronden voor slavernij zijn en hiernaar wordt verwezen door erkende theologen en commentatoren van de gewijde canons. Het is niet in strijd met de natuurwet en de goddelijke wet dat een slaaf wordt verkocht, gekocht, uitgewisseld of weggegeven". ( www.womenprieststs.org ).
Het 1ste Vaticaans Concilie (1870) formuleerde het dogma van de onfeilbaarheid van de Paus. Gelukkig dat hij nog niet onfeilbaar was in 1226 noch in 1866, toen de slavernij als natuurlijk werd gelegitimeerd door het Vaticaan.
Menselijke wetten ja, goddelijke wetten neen
Geen enkele God schreef ooit een woord. Goddelijke wetten bestaan dus niet. Weinig mensen hebben de Bijbel gelezen, daarom was het nodig te bewijzen hoe onzinnig, hoe absurd het is, de gruwelijke, onmenselijke Bijbelteksten te willen gebruiken als norm om in onze maatschappij de rechten en plichten te bepalen van de burgers. Dat is niet beter dan wat de imams en Ayatollahs doen in Iran, Pakistan, Afghanistan, enz., waar ze de Koran (sharia) als wet toepassen. Geen sharia en geen Bijbel als rechtssysteem. Hoe durven deze christelijke partijen beweren dat we ons terug zouden moeten onderwerpen aan de barbaarse Bijbel van 2 à 3 duizend jaar geleden? De gekken van God, willen ons terugsturen naar het religieus obscurantisme van de middeleeuwen. Het wordt tijd dat alle mensen met gezond verstand bewust worden dat alleen een scheiding van godsdienst en staat, van godsdienst en politiek, aan iedereen vrijheid biedt, wat men ook denkt of gelooft. Wij willen geen slaaf zijn van mythische wezens, God of Jezus, Allah en Mohammed en zij die beweren ze te vertegenwoordiger op aarde: pastoors, predikanten, imams, rabbijnen, enz. De godsdienst is geloof en bijgeloof gesteund op dogma’s. De politiek moet eerlijk, rationeel, en democratisch zijn. Politiek steunt men niet op mythes, fabels, of dogma’s. Politiek en godsdienst moeten gescheiden blijven, anders verliezen we allemaal onze vrijheid in de 21ste eeuw.