Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
De SERV doet voorstellen voor de versnelling van investeringsprojecten. Hij stelt ook de integratie van de bouw- en milieuvergunning voor in één volledig eengemaakte vergunning. Geïntegreerde adviezen van overheidsdiensten moeten in de plaats komen van de bestaande sectorale en soms onderling tegenstrijdige adviezen. De maatschappelijke belangenafweging in beslissingen moet steeds door politieke beleidsverantwoordelijken gebeuren. Bindende adviezen en andere vormen van eenzijdige beslissingsbevoegdheden van de administratie moeten daarom worden afgeschaft.
De SERV, de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen, met afgevaardigden van patroons en vakbonden, formuleert in een advies op eigen initiatief voorstellen om de processen en procedures voor vergunningen voor investeringsprojecten te verbeteren en te versnellen. Het advies bekijkt de voorstellen van de commissie Berx en de commissie Sauwens voor grote projecten en infrastructuurwerken (*), maar gaat ook in op maatregelen die relevant zijn voor ‘gewone’ investeringsprojecten. De SERV vraagt dat de Vlaamse Regering zijn voorstellen opneemt in een echt actieplan met een duidelijke timing, verantwoordelijkheden en opvolging.
Nog in 2010 moeten in elk geval de volgende punten worden gerealiseerd:
1. verdere uitbreiding van de lijst van meldingsplichtige werken in de ruimtelijke ordening,
2. afbakening van projectcategorieën waarvoor de milieuvergunning kan gelden als bouwvergunning,
3. oplossing van de knelpunten in de inventaris van het bouwkundig erfgoed,
4. juridische verankering en correcte uitvoering van de jaarlijkse rapportage van de reële beslissingstermijnen en doorlooptijden in procedures (met lijst maatregelen om termijnoverschrijdingen op te lossen),
5. aanpassing van de regelgeving, procedures en praktijken voor de project-MER (1e pakket vereenvoudigingen),
6. vergroting van de rechtszekerheid en gebruiksvriendelijkheid van de passende beoordeling (natuurdecreet).
De SERV gaat uitvoerig in op maatregelen voor een snellere en betere realisatie van investerings- en infrastructuurprojecten. Dit is niet alleen een kwestie van een betere organisatie van besluitvormingsprocessen en van aanpassingen aan de regelgeving, maar ook van bestuurscultuur, attitude, mensen en middelen. Op dit belangrijk hoofdstuk gaan we hier niet verder in, wel nemen we hier de tekst over van enkele punten uit het 55 blz. tellende advies, die een ruim publiek betreffen:
4.1. Integratie/coördinatie van procedures en vergunningen, uniek loket
De Commissie Berx pleit opnieuw voor integratie van de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning, met name voor specifieke projectcategorieën waarvoor het handhaven van beide stelsels weinig meerwaarde biedt. Zij stelt dat de voordelen van verdere integratie evident zijn: minder procedures zowel in eerste aanleg, in beroep als administratiefrechtelijk; slechts één openbaar onderzoek; slechts één besluitvormer (nu liggen 2 vergunningen vaak op ander bestuursniveau), betere afstemming tussen beide, verhoogde rechtszekerheid. De Commissie Sauwens beveelt aan om een “unieke vergunning” in te voeren naar analogie met Wallonië: “één aanvraag, één openbaar onderzoek, één beslissingsmoment”.
De eerste vraag, voorafgaand aan de vraag naar integratie/coördinatie van procedures en vergunningen, moet volgens de SERV zijn of er wel via het instrument vergunning moet worden gewerkt. Indirect gevolg is dat daardoor ook meer tijd vrijkomt om de echt belangrijke dossiers beter en sneller af te handelen.
De nieuwe codex ruimtelijke ordening maakt een lijst van “meldingsplichtige werken” decretaal mogelijk. Volgens de SERV kunnen sommige zaken die nu nog onderworpen zijn aan een verplichte stedenbouwkundige vergunning zonder gevaar voor de ruimtelijke ordening en de ruimtelijke draagkracht vrijgesteld worden van vergunningplicht.
De SERV pleit voor het resoluut kiezen voor een volledige integratie in één omgevingsvergunning:
Naast het oogmerk van een administratieve vereenvoudiging, is het volgens de SERV ook en vooral om inhoudelijke redenen wenselijk dat werk wordt gemaakt van een geïntegreerde vergunning: zaken die inhoudelijk samenhangen in hun geheel bekijken is efficiënter en leidt tot betere beslissingen en kwalitatief betere vergunningen dan aparte besluitvormingsprocessen.
Dit impliceert niet de loutere afstemming of coördinatie van procedurestappen tussen twee systemen die ook op zichzelf blijven bestaan, maar een volledig versmolten vergunningverlening en één integrale vergunning.
In die zin is de SERV vragende partij voor een daadwerkelijke integratie van de bouw- en milieuvergunning in één volledig geïntegreerde, eengemaakte vergunning naar het voorbeeld van de Nederlandse omgevingsvergunning die alle vroeger bestaande vergunningen in verband met milieu, ruimte en wonen vervangt, en waardoor sprake is van daadwerkelijke integratie op alle niveaus, van de aanvraag via het één loket, tot en met beroep en handhaving. Dit gaat dus veel verder dan de integratie van enkel de stedenbouwkundige vergunning- en de milieuvergunning, en enkel voor specifieke projectcategorieën.
4.2. Advisering en beroep door overheidsdiensten
4.2.1 Geïntegreerde adviezen realiseren
De beide Commissies vragen om werk te maken van geïntegreerde adviezen van overheidsdiensten, in plaats van de bestaande sectorale en soms onderling tegenstrijdige adviezen waarbij telkens vanuit één specifieke invalshoek naar een bepaald project wordt gekeken.
Ook de SERV vraagt dat op korte termijn prioritair werk wordt gemaakt van de voorgestelde “geïntegreerde adviezen (“geïntegreerde, constructieve en oplossingsgedreven adviezen van overheidsdiensten”). Zoals de Commissie Berx schrijft, dragen afzonderlijke, soms tegenstrijdige adviezen van de diverse Vlaamse overheidsdiensten en departementen niet bij tot een snelle en adequate besluitvorming. “Eén enkel negatief advies vanuit een bepaald beleidsdomein kan een project al tegenhouden. Omdat er geen afwegingskader bestaat, zal de vergunningverlenende overheid voorzichtigheidshalve geneigd zijn omwille van dit ene negatieve advies het project over de ganse lijn af te keuren. Heel wat projecten geraken hierdoor geblokkeerd.”
4.2.2 Bindende adviezen afschaffen
De Commissie Berx vraagt de afschaffing van bindende adviezen, machtigingen en andere vormen van eenzijdige beslissingsbevoegdheden van departementen, agentschappen en ambtenaren (bv. onroerend erfgoed). In de zeer uitzonderlijke gevallen dat ze mogelijks worden behouden, moet worden voorzien in de mogelijkheid om er gemotiveerd van af te wijken. Zij vraagt om zeker geen nieuwe vormen van bindende adviezen en andere vormen van eenzijdige beslissingsbevoegdheid op bestuurlijk niveau in te voeren. De Commissie stelt verder dat het streven naar een “geïntegreerd advies” (cf. supra) er niet mag toe leiden dat de uiteindelijke belangenafweging volledig binnen de administratie gebeurt ipv door het daartoe democratisch gelegitimeerd politiek niveau. Ook de Commissie Sauwens meent dat zulke adviezen niet bindend mogen zijn en het primaat van de politiek moeten volgen.
Volgens de SERV is het nuttig om eerst af te wegen in welke gevallen beslissingen moeten worden genomen door politieke overheden en in welke gevallen door administratieve administratieve entiteiten (bv. Mer-cel, privacycommissie, administratieve handhaving… waarbij het normaliter gaat om de toetsing aan vastgelegde rechtsregels). In elk geval moet de maatschappelijke belangenafweging in beslissingen steeds door politieke beleidsverantwoordelijken kunnen gebeuren. Dat impliceert inderdaad dat bindende adviezen worden afgeschaft.
Bindende adviezen zijn niet enkel een probleem voor onroerend erfgoed. Voor veel bouwaanvragen is er in praktijk bijvoorbeeld nog steeds bindend advies van de gemachtigde ambtenaar stedenbouw. De SERV onderschrijft dus de visie van de Commissie Berx dat het concept van het “bindend advies” achterhaald is en niet past in de visie van een oplossingsgerichte, onderling goed samenwerkende administratieve diensten en departementen.
De focus moet liggen op goede beslissingen en een goed onderbouwde motivering van deze beslissingen, waarin het geïntegreerde advies van alle relevante overheidsdiensten (met eventueel minderheidsstandpunten) uiteraard een belangrijk element is.
Nu is het wachten op de invoering van dergelijke maatregelen. Benieuwd of Vlaamse parlementsleden hieraan actief zullen meewerken, zelfs het voortouw nemen, of ze braafjes zullen wachten op de resultaten van een of andere 'interkabinettenwerkgroep'?
(*) Een extra commissie in het Vlaams parlement boog zich recent over de 'versnelling van maatschappelijke investeringsprojecten'. Een commissie Berx onderzocht parallel hetzelfde thema, op vraag van de Vlaamse regering. Zie hierover het artikel 'Ze dronken een glas...?'
Het SERV-advies: 'Versnelling investeringsprojecten'