Ontvang de nieuwsbrief op regelmatige basis
Nog meer dan vorige ministers van onderwijs lijkt de huidige ernstige verschijnselen van ADHD te vertonen. Kunnen we niet zonder minister?
Pas in 1878 wordt er een Belgisch Ministerie van Onderwijs opgericht. Eeuwen kon het dus zonder. Waarom zou het nu niet terug zonder kunnen? De regeldrift van deze minister is zo groot geworden dat de scholen die zich abonneren op ‘Edulex’ vanaf 1 oktober 2007 in principe dagelijks overzichtsmails krijgen met alle recente aanpassingen in het luik 'wetgeving' – wetten, decreten, besluiten … - binnen een specifiek deel (basisonderwijs, personeel, deeltijds kunstonderwijs …). Alle wijzigingen zijn dus voortaan gegroepeerd per onderwijsniveau.
Regelgevingslawine
In principe dagelijks... "Deze minister lanceert zoveel ‘vernieuwingen’ tegelijk, dat het zelfs de grote koepels naar lucht doet happen," zegt ons een betrokkene. Op de website van het ministerie kan men zelf nagaan dat de wijzigingen niet ophouden. Zelfs tijdens de zomervakantie 2007 werden er opnieuw heel wat wetteksten en omzendbrieven aangepast aan nieuwe regelgeving. Er werden ook dan enkele nieuwe besluiten en omzendbrieven gepubliceerd. Een overzicht per onderwijsniveau van al wat er veranderd is tijdens de tweede helft van de maand juli en de eerste helft van de maand augustus 2007 staat hier.. Een andere bladzijde op de website geeft een antwoord op wat de nieuwe beleidsmaatregelen voor het schooljaar 2007-2008 inhouden. Lees ze hier... zoals ze staan in het blad Schooldirect, en in een zeer uitgebreid persbericht van de minister, hier...
Keizer-Koster Vandenbroucke houdt niet van de democratie
Een verzameldecreet van 54 bladzijden, Onderwijsdecreet XVII, (stuk 1220 (2006-2007) nr 1-4) werd op 11 mei 2007 ingediend in het Vlaams parlement. Dit noopt tot de aanpassing van een heel aantal omzendbrieven. Lang voor de goedkeuring van dit verzameldecreet door het parlement, op 13 juni 2007, staan de wijzigingen aan de omzendbrieven reeds online om door de scholen toegepast te worden: sinds midden mei. Zie alleen al hier... wat er wijzigt in het secundair onderwijs.
Minister Vandenbroucke verstopt zich voor het laattijdig indienen achter het feit dat de Raad van State vooreerst geen spoedavies wou geven, en pas na aandringen en uitvoerige motivatie van de spoedredenen toch een advies binnen een termijn van 5 dagen gaf. De Raad merkt in zijn advies op hij "aldus in de onmogelijkheid werd gesteld aan het ontwerp voldoende aandacht te besteden en kan dus geen werk leveren dat overeenstemt met de kwaliteitsvereisten die de Regering of het Parlement mogen verwachten van de afdeling wetgeving. Deze juridische bijdrage is nochtans een factor die de harmonieuze werking van de rechtsstaat bevorderd." Ook de Vlaamse Onderwijsraad kreeg slechts 10 dagen om zijn advies uit te brengen. Ook deze is natuurlijk ontvreden, en merkt op dat hij slechts een zeer beperkte termijn kreeg om het advies voor te bereiden. "Daardoor heeft hij moeten werken op voorlopige teksten waaraan naar aanleiding van goedkeuring in de Vlaamse regering nog grondige wijzigingen werden aangebracht. Zo werden bijvoorbeeld alle bepalingen over zorg voor het basisonderwijs, die afgesproken waren in CAO VIII, uit het voorontwerp geschrapt. In een recent verleden werd de Vlaamse Onderwijsraad met verschillende voorontwerpen van decreet door een irreëel tijdsschema gevat: het voorontwerp van het decreet volwassenonderwijs, het voorontwerp van decreet betreffende dringende maatregelen in het onderwijs, het voorontwerp van decreet over kostenloosheid in het basisonderwijs en het voorontwerp van decreet tot oprichting van het Vlaams onderhandelingscomité bevoegd voor basiseducatie."
Deze manier van handelen van de minister is zoveel als aan beide adviesorganen zeggen ‘dat ze de pot op kunnen’, en hij toch doet waar hij zin in heeft. Deze miskenning van decretaal voorziene nuttige adviezen wordt nog benadrukt door het feit dat de meerderheid 23 amendementen indiende bij het Parlement op Onderwijsdecreet XVII, na die adviezen. De bekende truk: de administratie en/of het kabinet van de minister brengen nog snel een hoop wijzigingen aan, die dan slaafs overgenomen worden als amendementen van parlementsleden, en zo aan elke adviesverplichting ontsnappen. De fractie van het Vlaams Belang vond het dit keer zo gortig, dat ze de bespreking niet wenste bij te wonen. An Michiels: "Het korte tijdsbestek om dit en andere ontwerpen door te nemen maakt degelijk parlementair werk onmogelijk. Doordat het parlement nu snel en hard moet werken, zal het zeker een aantal zaken over het hoofd zien. Voor de meerderheid is dat geen probleem, ze doet toch wat de minister zegt en herstelt eventuele fouten met reparatiedecreten. Een dergelijke werkwijze maakt een ernstig en degelijk debat onmogelijk. Daarom heeft de Vlaams Belangfractie besloten aan deze gang van zaken niet deel te nemen. Onze fractie wil de schijn van een debat niet ophouden. De beperkte aanwezigheid van de leden van de meerderheidsfracties bewijst volgens ons ook dat het hier om een schijndebat gaat. De Vlaams Belangfractie verlaat daarop de vergadering." Jef Tavernier (Groen) was het eens met de kritiek van An Michiels en diende een amendement in om tegemoet te komen aan de wens van de VLOR om minstens 30 dagen te krijgen voor een advies. De minister antwoordde niet geneigd te zijn om in te gaan op het amendement over de adviestermijn van de VLOR: "Net een van de oorzaken waarom de ontwerpen soms laat bij het parlement ingediend worden, is het uitputten van adviestermijnen. Dat is niet nuttig."
"Dat is niet nuttig"...
Noodgedwongen, bij decreet geregeld, moet hij wel adviezen inwinnen, maar daar ligt hij dus niet van wakker. We kunnen de zaak ook gewoon omdraaien: net een van de oorzaken waarom de ontwerpen soms laat bij het parlement ingediend worden, is dat het ministerie en het kabinet niet tijdig klaar komen met hun lawine aan wijzigingen om de adviesinstanties de nodige tijd te geven de tekst te bestuderen. Kunnen de meeste van die wijzigingen dan niet een jaar later in voege treden?
Minister(ie) van onderwijs afschaffen
Een minister van onderwijs kan het niet laten het onderwijs permanent te hervormen. Men moet zich de vraag stellen of dit allemaal zo nodig moet, en in die massieve omvang. Volgens ons kan de onderwijswereld zelf beter het roer helemaal in handen nemen, zonder minister. "Weg met alle Collards" dus. Laat het parlement het wettelijk kader scheppen waarbinnen de onderwijswereld autonoom kan functioneren, en al de rest is hun zaak. In de cultuurwereld organiseert een minister geen Festival van Vlaanderen, of een Europalia, bepaalt hij niet wat De Singel moet programmeren. Het onderwijs is wel grootschaliger dan dergelijke activiteiten, maar bedrijven kunnen zich wereldwijd organiseren zonder een minister. Waarom zou het onderwijs dit niet kunnen op het (kleine) Vlaamse niveau?
Uit de ‘Vaderlandse’ geschiedenis
"Weg met Collard"
Bij de verkiezingen van 26 juni 1950, die geheel in het teken van de koningskwestie stonden, verloren de liberalen 1/3 van hun aantal kamerzetels. De C.V.P. behaalde de absolute meerderheid in Kamer en Senaat en van 1950 tot 1954 volgden drie homogene C.V.P.-regeringen elkaar op, telkens met P. Harmel als onderwijsminister. Het beleid van Harmel, dat enerzijds zorgde voor een forse verhoging van de subsidiëring van het vrij onderwijs en anderzijds het openbaar onderwijs in een suppletieve rol terugdrong, stelde andermaal de schoolkwestie centraal.
De daaropvolgende socialistisch-liberale regering Van Acker-Liebaert (april 1954 - juni 1958) maakte de C.V.P.-onderwijswetgeving grotendeels ongedaan en verving deze door een nieuwe wet waardoor prioriteit werd gegeven aan het openbaar onderwijs. De wet-COLLARD beperkte de betoelaging van het vrij onderwijs, legde beduidend hogere schoolbevolkingsnormen vast voor het vrij onderwijs dan voor het staatsonderwijs. Dit leidde tot de tweede schoolstrijd. Een woelige tijd, waarbij een petitie aan de koning ten gunste van het katholiek onderwijs meer dan 2,1 miljoen handtekeningen verzamelde (meer dan er stemmen waren voor de katholieken), betogingen meer dan 200.000 mensen op de been brachten in Brussel, naast menige betogingen en autokaravanen in een hele reeks steden, waarbij uit volle borst werd geroepen ‘weg met Collard’. De katolieke zuil riep de katholieken op geen producten meer te kopen van bedrijven geleid door bekende liberalen (geen suiker Tienen of confituur Materne op de tafel van katolieken), en dreigden alle spaarboekjes leeg te halen om het land financiëel te destabiliseren. De verkiezingen van 1 juni 1958, die geheel in het teken stonden van de schoolkwestie, veroorzaakte een politieke pat-situatie: de katholieken veroverden de meerderheid in de Senaat, socialisten en liberalen bezaten samen de meerderheid in de Kamer. Het afsluiten van een compromis was dus onvermijdelijk. Aldus kwam het Schoolpact tot stand.
De schoolpactwet verengde de vrije schoolkeuze tot een keuze tussen confessioneel en niet-confessioneel onderwijs. De wet bepaalde dat het recht van de ouders om de aard van de opvoeding van hun kind te kiezen, beperkt dus tot confessioneel of niet-confessioneel, de mogelijkheid inhield om over een school naar ‘hun’ keuze binnen een redelijke afstand te beschikken. De Staat diende kleuter- en lager onderwijs in te richten "waar de behoefte ontstond" en zij was verplicht in het kader van die vrije keuze een rijksschool te openen, vervoer te verzekeren, of een niet-confessionele school in de subsidieregeling op te nemen. Overal in het land werden in eiltempo prefab-Rijksscholen neergezet (containers), die zelfs aan enkele leerlingen genoeg hadden om te mogen blijven bestaan, volledig op kosten van de belastingsbetaler.