Van mystiek concubinaat naar olijk duo?

Tijd voor een strategische heroriëntatie en nieuwe beeldvorming

 Met de aanstelling van senaatsvoorzitter Danny Pieters (N-VA) en kamervoorzitter André Flahaut (PS) tot bemiddelaars, heeft het behendig surplacen van het Koninkrijk België een nieuwe fase bereikt. Ik neem hier graag de draad op van de uitstekende analyse van Filip van Laenen (Artikel 'Wie wil nog sterven voor België?' op de website Res Publica). Men mag van Caroline Gennez veel zeggen, maar niet dat ze geen gevoel voor ironie en sarcasme zou hebben. Want de nickname “het olijke duo” is die twee zonder meer op het lijf geschreven. Ik wil het dan zelfs niet hebben over de hilarische carrière van de corrupte Flahaut als aanvoerder van het Belgische operetteleger, in dienst van de Waalse werkgelegenheid en zijn eigen kiespubliek. En evenmin over het bekakte TV-optreden van Danny Pieters, die op zijn eigenste terrein, de sociale zekerheid, afging als een gieter tegenover Frank Vandenbroucke. Veeleer gaat het om de actuele poppenkastdimensie van het tweetal zelf, dat als een hengst en een merrie wordt op stal gezet, in de hoop dat er na enig besnuffelen tot de actie wordt overgegaan.  

Met zijn kenmerkende aanleg voor symboliek heeft het Paleis de twee hoofden van de federale parlementaire instellingen, kamer en senaat, uit de kast gehaald om de federatie te depanneren. Beiden zitten gevangen in hun functie, verbonden aan die Belgische constructie. Als bemiddelaar heeft Pieters geen enkele speelruimte, behalve deze die hem door zijn status van senaatsvoorzitter is toegemeten. De senaat, hét belegen symbool van de Belgische eenheid… Het lijkt meer en meer op een soap, waarbij iedereen zich afvraagt wat de volgende aflevering in petto houdt. Men kan morgen misschien nog eens de hond van Bart De Wever en de poes van Elio Di Rupo een rondje laten maken. Maar dreigt de N-VA hier haar zelfrespect niet te verliezen? Hoe diep kunnen we nog zakken in het moeras? Het lijkt er immers op dat ze haar republikeinse missie langzaam maar zeker moet inslikken, ten voordele van de zogenaamde redelijkheid en de “staatszin”. Ik vraag me stilaan toch wel af wat de Vlaams-republikeinen in deze partij ervan denken. En ik kan me daarbij niet van de indruk ontdoen dat onderhandelaar Bart De Wever, rond wie uiteindelijk alles draait (“Doet hij het of doet hij het niet?”), in zijn achterhoofd vooral bezig is met de vraag hoe hij die 25% kiezers, in het geval van een eventuele nieuwe stembusgang, allemaal opnieuw voor zijn partij kan laten stemmen. Zoals elke analist ondertussen heeft uitgemaakt, bestaat die 25% namelijk uit vogels van allerlei pluimage: radicale republikeinen (deels uit het Vlaams Belang gemigreerd, maar dat kan ook terug in omgekeerde richting gebeuren), naast zeer gematigde flaminganten (ex CD&V, met dezelfde opmerking), ethisch-conservatieven, de economisch liberaal-denkende middenklasse van ondernemers, zelfstandigen en vrije beroepen (de N-VA als “dokterspartij”!), naast een hoop Vlamingen die het gekonkel en het wanbeleid op het Belgische bestuursniveau (migratie, justitie, verkeer…) hartsgrondig beu zijn, tot en met een flinke portie jong geweld en de klassieke foertstemmen. Maar hoe hou je die bonte verzameling aan de praat? Niet met straffe taal over een Vlaamse staat in Europa, wel met een materialistisch Lamme Goedzak-motto: “Het gaat om uw centen”, met dank aan LDD.

Meteen verschuift het discours van Bart De Wever, en heel de onderhandelingsstrategie, naar het sociaal-economische en financiële zwaartepunt, in de hoop om zijn electoraat solidair te houden. Een verregaande staatshervorming, zonder financiële kado’s aan Brussel, zou m.n. onze eigen Vlaamse welstand moeten veilig stellen. Natuurlijk trekt De Wever hier de kaart van de middenklasse en spreekt hij pure VOKA-taal. Het is een vorm van centenflamingantisme waar op zich natuurlijk wel iets voor te zeggen valt (Wallonië wil niet verarmen, maar Vlaanderen is ook de status van melkkoe beu). Anderzijds gaat autonomie nog over iets meer dan over centen, namelijk over zelfredzaamheid, democratie, levenskwaliteit, en het besturen van de Res Publica op basis van een eigen identiteit. Dat heeft niets met xenofobie of racisme te maken, maar alles met het Kostbare Weefsel waaruit een gemeenschap organisch is opgebouwd, om een term van De Wever himself te gebruiken.

De “emo-waarde” van zelfbestuur, de positieve gevoelsfactor verbonden aan autonomie, en de afkeer van het Belgische wanbeleid, worden momenteel compleet opgeofferd aan de boekhouderslogica. Dat houdt een gevaar in: op een zeker moment zal men vaststellen dat de Vlaming mentaal gewoon niet klaar is om zijn eigen boontjes te doppen. Vanmorgen trok VRT-Radio 1 naar de markt van Dendermonde om mensen naar hun mening te vragen omtrent de huidige politieke situatie. Sommigen stelden duidelijk: “Splitsen die boel!” (dat moeten dan VB-ers of N–VA-ers van de harde lijn geweest zijn). De meerderheid verviel echter weer in het oude geweeklaag over de “politiekers” die meer met zichzelf bezig zijn dan met de mensen die hen kozen. Dat is een veeg teken: de 70 dagen aan de onderhandelingstafel hebben wel een dappere N-VA getoond, maar leveren ook een publieke perceptie op dat het niet vooruit gaat en iedereen maar zijn nummertje opvoert. De volgende stap zou dan wel eens de restauratie kunnen zijn, uit vermoeidheid en afkeer van het politiek theater: als duiveltjes uit hun doosjes zullen dan de traditionele, “staatsdragende” partijen als herboren tevoorschijn komen, te weten CD&V, VLD en SPA, naast het onvermijdelijke aanhangsel Groen! Bij de CD&V is dat ongetwijfeld nu al een stuk van de binnenskamerse strategie: publiek de concurrent N-VA bijvallen, maar tegelijk hopen op de verrotting en de vraag van het volk naar een Belgische relance, die bijvoorbeeld door een zakenkabinet kan ingeleid worden.

Het alternatief: een Vlaams tweetrapsscenario

Het is dus hoog tijd voor sensibilisering. Politiek moet niet alleen stemmen tellen, maar ook aan opinievorming durven doen. De Vlaming moet dus dringend gewezen worden op de politieke, democratische, en zelfs spiritueel-culturele relevantie van een Vlaamse republiek, afgezien van de centenkwestie. Die pedagogische dimensie ontbreekt vandaag compleet, temeer omdat de Vlaamse media schaamteloos de Belgische kaart trekken. Het begon met de voorstelling van het mystiek liefdesduet tussen De Wever en Di Rupo begin deze zomer. Vandaag lezen we in De Standaard dat beiden “tot elkaar veroordeeld zijn”, zoals een koppel dat op elkaar is uitgekeken maar bijeen blijft omwille van de kinderen of de gedeelde bezittingen. Deze beeldvorming rond een “noodzakelijk België” leidt mogelijk bovenvermelde restauratiebeweging in. Men zal, let op mijn woorden, als de onderhandelingen nog wat aanslepen, het volk op straat krijgen en nieuwe Belgavox-evenementen organiseren, om tot nieuwe “eenheid en solidariteit” op te roepen. Het momentum zal dan snel verdampen, de ster van De Wever zal tanen, en de kans op een revolutionair proces (Vlaamse conservatieven spreken liever over een “omwenteling”) zal verkeken zijn.

En als ik over de positieve emo-waarde van vrijheid en onafhankelijkheid spreek, dan bedoel ik nog wat meer dan romantische leuzen: de beeldvorming moet namelijk ondersteund worden door gedegen denkwerk en argumentatie, inclusief research op economisch, juridisch en staatkundig vlak.

In een opgemerkte blogtekst van 4 september refereert VB-volksvertegenwoordiger Gerolf Annemans naar een werkstuk van zijn studiedienst getiteld “02, of de Ordelijke Opdeling van België”. Het lijvig document werd in een voorvorm al gepresenteerd op een colloquium in het Vlaams Parlement op 30 januari van dit jaar. Het ademt degelijkheid en serieux uit, en bewijst alleszins dat Vlaamse onafhankelijkheid geen fantasme is van warrige romantici, zoals onlangs Eric Defoort nog wou doen geloven. Het “tweetrapsscenario”, waarbij eerst een soevereiniteitsverklaring door het Vlaams Parlement wordt uitgesproken, en daarna een onafhankelijkheidsverklaring (met grondwet en stichtingsakte van de Vlaamse staat), is wel degelijk realistisch, en staat haaks op de distopische voorstellingen die ons uit Franstalig België tegemoet waaien.

Een blik op de samenstelling van het huidige Vlaams Parlement leert ons bovendien dat CD&V (gesteld dat die partij haar Vlaams profiel wil en kan hard maken), Vlaams Belang, N-VA en LDD ruim aan een meerderheid komen. Daar ligt het probleem niet. Het probleem ligt vooral bij de N-VA zelf, die nog de mentale klik moet maken van Belgische onderhandelaar naar republikeinse actor. De klik, dat een “Vlaams Front” nog iets anders kan betekenen dan een Echternachprocessie met SPA en Groen!. De recente vaststelling van De Wever dat “het Vlaams frond aan diggelen ligt”, is dan ook een absoluut understatement: er is namelijk nooit een Vlaams Front geweest. De natuurlijke bondgenoot van de N-VA, het Vlaams Belang, -electoraal een concurrent, maar nu inderdaad een ideologische bondgenoot-, wordt uit het debat gehouden, wellicht uit angst om zelf in het “cordon” terecht te komen. Maar die angst is achterhaald: het cordon, opgericht in 1989 na Zwarte Zondag, was een geniaal manoeuvre van het Belgisch establishment om een separatistische formatie als “ondemocratisch” te kwalificeren en te isoleren, naderhand met de gulle medewerking van de cultuursector en de media. Dat Vlaams-Belgisch establishment is echter op sterven na dood, kijk maar naar de stilte waarin bv. het ACW zich hult.

Het is dus tijd voor een strategische heroriëntatie in de N-VA-breinen: de onderhandelingstafel verlaten en het Vlaams Parlement initiatieven laten nemen, via een republikeinse unie die de soevereiniteitsverklaring moet forceren. Dit fait accompli zal Franstalig België eindelijk met de neus op de feiten drukken, en dwingen tot een rationalistische afweging. Met name Brussel zal zich moeten  beraden of het de francofone kaart (van de verarming) trekt, dan wel met Vlaanderen een soort verbond wil sluiten (het 02-document somt in dat verband een aantal mogelijke vormen op).

Om te vermijden dat dit feuilleton echt eindigt als een farce met de twee oude ventjes uit de Muppet-show, moet het Belgisch paradigma opgegeven worden. Het initiatief is niet meer aan het Hof. Tegelijk is het absoluut noodzakelijk om te werken aan positieve beeldvorming in Vlaanderen rond onafhankelijkheid, naast een uitgebreid imago-offensief op diplomatiek-buitenlands vlak. Nieuwe verkiezingen, ditmaal met een duidelijk V-front als smaakmaker, kunnen dit proces in een stroomversnelling brengen.

Reacties

De analyse van de huidige patstelling

De analyse dat de huidige patstelling gevaarlijk is voor NVA klopt. Een soevereiniteitsverklaring door het Vlaamse Parlement is altijd mogelijk, maar tot welk doel ? Lezer Plas heeft alleszins gelijk te stellen dat Brussel nooit voor Vlaanderen zal kiezen en al helemaal niet na een eenzijdige soevereiniteitsverklaring. Misschien moet NVA inderdaad het huidige overleg opblazen en nieuwe verkiezingen uitlokken, met hetvolgende programma : een soevereiniteitsverklaring van het Vlaams Parlement, met tegelijk een aanbod om te onderhandelen met de andere deelgebieden om te zien wat er nog gezamelijk kan georganiseerd worden in een Belgische context (op basis van art 35, en als het ware de Grondwet omvormen tot internationaal verdrag). Binnen dit aanbod zit dan vervat het voorstel tot gedeelde soevereiniteit over Brussel (condominium), met verregaande autonomie voor dit "gewest", inclusief opheffing gewaarborgde Vlaamse vertegenwoordiging. De gedeelde soevereiniteit druk dan het engagement uit van Vlaanderen ten opzichte van Brussel dat op zichzelf niet leefbaar is (indien gewenst: als de Brusselaars niet willen, kan men ze moeilijk verplichten; indien niet, ook goed : elk zijn eigen weg, maar dan heeft Vlaanderen ook geen behoefte meer aan een Belgisch kader). De financiële stromen (want daarover gaat het) en verantwoordelijkheid die Vlaanderen ten overstaan van Brussel dan opneemt, gebeuren dan louter op basis van resultaatsverbintenissen, en uiteraard gedeeld met Wallonie. Indien kundig gecommuniceerd, kan dit als "landsreddend" compromis voorgesteld worden.

Reactie op « Van mystiek concubinaat naar olijk duo

 

Johan Sanctorum pleit duidelijk voor een “soevereiniteitsverklaring” door het Vlaams Parlement om van Vlaanderen een “onafhankelijke Staat te maken”. Dit zou moeten gebeuren door een stemming in het Vlaams Parlement met een meerderheid (CD §V, V.B, N-VA en LDD). Hij spreekt hoegenaamd niet van een “referendum” om te weten of de meerderheid van de Vlamingen deze eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring wensen.

Wat Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft schrijft hij dat Brussel zich zal moeten “beraden” of het de francofone kaart trekt. Daarmee omzeilt hij de Brusselse kwestie. Het antwoord is nochtans gekend.

Het Brussels Gewest heeft een Regering en een Parlement met 75 Franstalige parlementsleden op 89. De Vlamingen zijn er oververtegenwoordigd met 14 parlementsleden met maar 51.000 Vlaamse stemmen. Het zijn de Vlamingen die geëist hebben om het aantal parlementsleden op te voeren tot 89 in het Brussels Gewest om er oververtegenwoordigd te worden. Er is sprake van 5 à 9 of 10% Vlamingen in het Brussels-Hoofdstelijk Gewest. Brussel is totaal verfranst en zal nooit zijn aanhechting vragen bij een Vlaamse onafhankelijke Staat.

Johan Sanctorum doet alsof deze “mogelijkheid” wel bestaat, om het probleem te omzeilen. Dat is uitgesloten. Picqué, Moureaux, Onckelinckx, Maingain, Milquet, Javaux, Reynders,  enz. willen hoegenaamd niet de aanhechting bij Vlaanderen, maar de aanhechting van Vlaamse gemeenten die totaal verfranst zijn bij Brussel. Er is dus niets te “beraden”. Zij hebben dit al meermaals openbaar bevestigd. Als de Vlamingen hun onafhankelijkheid uitroepen zijn ze Brussel kwijt, of wil men Brussel inlijven met geweld?

Bij scheiding zouden de 6 faciliteitengemeenten zich door een referendum aansluiten bij Brussel om het klein België Bruxelles-Wallonie te vormen. Dit alles zou aanleiding geven tot hevige politieke rellen en erger worden dan de Koningskwestie die bijna aan burgeroorlog verwekte.

“Brussel zal zich moeten beraden», zegt Johan Sanctorum.  De Brusselse politici hebben zich al lang beraden. Bij scheiding willen ze een onafhankelijke Staat  Bruxelles-Wallonie (Petite Belgique).

België splitsen zonder een oplossing voor te stellen van alle problemen die daaruit zouden ontstaan is al te gemakkelijk. Bart Dewever zelf heeft gezegd : Wij kunnen BHV al niet splitsen, hoe gaan we België splitsen en wat met Brussel? Hij ook stelt zich die vragen waar hij niet kan op antwoorden, ook de LDD niet en het VB niet.

Ook de schuldenberg moet verdeeld worden. Bovendien verdwijnen al de federale ministeries en al wat er aan verbonden is, het Federaal parlement, de Federale regering, enz. Ook moeten al de Vlaamse ministeries weg uit Brussel, het Vlaams parlement, de Vlaamse Regering en al wat eraan verbonden is enz. En wat met het Belgisch leger, de Belgische federale politie? Al deze federale militaire en politionele instellingen moeten verdwijnen.

Een onafhankelijke staat Vlaanderen heeft geen Belgisch leger noch een Federale politie.

Deze splitsing zou leiden tot het vertrek van de Europese Instellingen uit Brussel. De duizenden en duizenden ambtenaren ( Europese, federale, Vlaamse ambtenaren) die zouden verdwijnen uit Brussel  wegens de onafhankelijkheid van de deelstaten, zouden van Brussel  een “dode stad” maken, met alleen nog veel werklozen en uitkeringsgerechtigden OCMW. Denkt Johan Sanctorum dat hij de hoofdstad van Vlaanderen kan vestigen in een andere soevereine staat Bruxelles-Wallonie?

De Vlaamse partijen die een onafhankelijk Vlaanderen eisen zeggen nooit hoe zij het Brussels Gewest” gaan inlijven tegen de wil van de Franstalige meerderheid. Ze zeggen ook niet hoe zij de 6 faciliteitengemeenten zullen behouden als deze 6 gemeenten door een referendum eisen bij Brussel te worden gevoegd. Dit zou aanleiding geven tot veel juridische twisten die uiteindelijk door de Europese instanties en jurisdicties zouden moeten worden onderzocht.

Si Bruxelles et la Wallonie forment un jour un Etat, suite à sa sécession, les règles fiscales adoptées par l’Union européenne seraient bien entendu appliquées. C’est ainsi que les navetteurs flamands seraient taxés sur le lieu de leur travail, donc Bruxelles et plus comme c’est le cas aujourd’hui sur le lieu de leur domicile (la Flandre). Une différence appréciable...(in Perspectives francophones).

De Franstaligen vergeten dat er duizenden Vlaamse ambtenaren in Brussel werken in federale ministeries, parlementen en regering, en andere federale gefinancierde instellingen evenals alle Vlaamse ambtenaren van het Vlaams parlement, de Vlaamse regering, de Vlaamse ministeries. De federale ambtenaren zouden niet meer bestaan en de Vlaamse ambtenaren zouden moeten verhuizen naar een “Vlaams Hoofdstad” in het Onafhankelijk Vlaanderen. Van de duizenden Vlaamse pendelaars die nu naar de Brusselse openbare diensten trekken, zou er nog weinig overblijven om ze te belasten in de regio waar ze werken en Wallonië heeft zijn ambtenaren van het Gewest Wallonië in Namen, hoofdstad van Wallonië.

Ik stel ook vast dat er Vlamingen zijn die spreken van een “christelijk Vlaanderen”, dus een “ christelijke Vlaamse republiek”. In Vlaanderen kunnen de “christelijke partijen” N-VA, CDV, en VB inderdaad een “christelijke meerderheid” vormen in het parlement, samen met christelijke parlementsleden uit de andere partijen die ook tegen abortus en euthanasie zijn. Deze meerderheid in het Vlaams parlement zou nooit een wet stemmen om abortus en euthanasie toe te laten. Dit christelijk Vlaanderen zou weinig “verdraagzaamheid” vertonen.