Published on Nieuw Pierke (http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie)
Een vleugje negationisme?
By Rudi Dierick
Aangemaakt 25/10/2009 - 16:16

De opinie van Patrick Loobuyck in DS van 22 oktober '09 bevat talrijke aanwijzingen van een nodeloos extra probleem, bovenop de uitdagingen die huwelijksmigratie stelt, namelijk het ontkennen van problemen.

Loobuyck suggereert dat huwelijksmigratie om diverse redenen geproblematiseerd wordt, maar dat die alle onterecht zouden zijn. Hij betwist de stelling dat wanneer “men geen partner vindt in het gastland” zulks een teken zou zijn van mislukte integratie omdat “ook ‘allochtonen' die hier geboren en getogen zijn, de taal spreken en gestudeerd hebben, veelal trouwen met iemand uit het land van herkomst”. Een sociologische realiteit wordt hier echter verward met een oorzakelijk verband. Verwissel gewoon 'huwelijksmigratie' met 'diefstal' en men begrijpt waarom. Diefstal komt ook voor, zelfs bij die en die, dus zou het, zo suggereert ons Loobuyck, niet problematisch zijn. Alsof de sterke sociale dwang niet de grootste oorzaak zou zijn van die praktijk! Die dwang uit zich - zoals steeds meer verslagen van politie, gerecht, sociale hulpverleners en academici bevestigen - met doorgaans grote sociale druk, en dikwijls ook met geweld, tot zelfs dodelijk geweld. Wel zwaar problematisch dus. (Tekst van het opiniestuk onderaan dit artikel).

Uit ons onderzoek naar de hoofddoek blijkt dat die grote dwang samenhangt met een complex aan min of meer problematische gedragingen en opvattingen (Als bijlage bij het artikel 'De hoofddoek in democratisch perspectief. Op zoek naar vreedzaam samenleven' [1], 80 p.)

Loobuyck gebruikt ook een andere demagogische truuk: bedoelde praktijk of gedrag gaat niet in alle gevallen samen met problematisch gedrag (zoals schijnhuwelijken en gedwongen huwelijken), dus is er géén enkel verband meer: “... wordt het immigratiehuwelijk dikwijls in één adem genoemd met schijnhuwelijken en gedwongen huwelijken. (...) suggereren dat elk migratiehuwelijk hiertoe te herleiden is, is een brug te ver". Deze redenering is al even overtuigend als beweren dat er mensen zijn die ladderzat toch zelf met hun eigen wagen thuis geraken zonder brokken te maken, en dan beweren dat er daarom géén enkel verband is tussen zware dronkenschap en ongevallen.

Loobuyck's derde techniek, het verdoezelen is al even demagogisch. In een context met gedwongen huwelijken wordt plots de vermeend salonfahige variant  'gearrangeerde huwelijken'  van stal gehaald. Achterbaks is dat.

Ook zijn vierde techniek, wijzen op de niet-problematische gevallen (“dat neemt niet weg dat tegelijk steeds meer jongeren gebruik maken van hun autonomie om de partnerkeuze mee te sturen”) is ten gronde demagogisch, gezien ze de wel problematische gevallen probeert te verdoezelen. Een onderzoek van de Koning Boudewijnstichting, uitgevoerd door Marokkaanse onderzoekers, stelt dat één kwart van de Marokkaans-Belgische moslima's sociale druk ondergaat! Gezien dit soort problemen doorgaans dikwijls verzwegen wordt, lijkt de mate van voorkomen dus wel degelijk problematisch.

Ook de verdere argumentatie van Loobuyck rammelt. Zo beweert hij dat België omwille van associatieakkoorden met Turkije en Marokko géén voorwaarden kan opleggen aan huwelijksmigratie uit die landen. Maar waarom zouden die akkoorden eigenlijk nog behouden moeten blijven?

Beide discrimineren migranten die de Belgische nationaliteit willen aannemen én hun oude opgeven. Deze zouden niet meer kunnen erven van familieleden die nog in het land van herkomst wonen! Ze proberen ook de 2de of 3de generatie nakomelingen aan legerdienst tot onderwerpen. Dat geeft dan soms potsierlijke toestanden zoals een Belgisch Kamerlid van Turkse afkomst die ginds als milicien door onderoficieren bevolen wordt!

Die twee landen miskennen ook de universele mensenrechten die bijvoorbeeld voorzien dat moslims hun geloof mogen inruilen voor een ander, of het verlaten. Dat wordt echter miskend in de rechtsorde van die landen én door hun waterdragers hier - waaronder de Turkse Diyanet-imams die naar hier worden uitgezonden met een conservatieve ideologie die bijvoorbeeld niet-gesluierde vrouwen als niet-respectabel en te weren beschouwt.

Nadat Loobuyck dan alle problematisch aspecten van huwelijksmigratie en de daar nauw mee samenhangende min of meer gedwongen huwelijken heeft miskend en uit de wind gezet, besluit hij dan maar dat het onwenselijk zou zijn om de huwelijksmigratie aan banden te willen leggen. Met die stelling toont hij zijn ware, multiculturele gelaat. In zijn ideologie mogen er géén beperkingen worden opgelegd aan andere culturen, ook niet wanneer die voor zware inbreuken op de individuele rechten van de betrokkenen neerkomen.

Met die visie staat hij lijnrecht tegenover de interculturele visie waarbij de gelijke rechten van mensen primeren (en niet die van culturen). In de interculturele visie wordt dus niet gebradeerd op de mensenrechten, noch op de seculiere, democratische rechtsorde.

We hoeven helemaal niet te aanvaarden, om Loobuyck te parafraseren, dat wij géén enkele regeling mogen voorzien voor nieuwkomers, kandidaat-huwelijksmigranten. Als soevereine staat hebben we in tegendeel alle recht om dat te doen. We mogen namelijk alle beperkingen voorzien die redelijk, relevant en niet vervangbaar zijn door minder beperkende maatregelen.

Gezien de overweldigende evidenties van problematisch gedrag, waaronder te grootschalige gedwongen huwelijken en te lage of zelfs afgewezen integratie, zijn behoorlijk ingrijpende maatregelen, én beperkingen, dus best passend in onze rechtsorde. Het zorgbeginsel suggereert daarbij zelfs, zoals in ons onderzoek aangetoond, dat sommige beperkingen noodzakelijk kunnen zijn! En wanneer een oud akkoord met andere staten dan in de praktijk hinderlijk is voor het waarborgen van de rechten van bepaalde betrokkenen, dan moeten we dat misschien maar beter opzeggen!

Kortom, wij kunnen er perfect voor kiezen om de toegang tot onze immigratiesamenleving te regelen naar die voorkeuren (en afkeuringen) die best samengaan met onze rechtsorde, met de normen en waarden die daarmee samenhangen en met de keuze van een democratische meerderheid. We moeten daarbij inderdaad “op zoek naar een adequate manier om met deze realiteit om te gaan, naar redelijke middelen om misbruiken te vermijden en naar hefbomen om autonome partnerkeuze te stimuleren.” en “investeren in de participatie- en emancipatiekansen van de nieuwkomers”. Daarin heeft Loobuyck dan wel in zekere mate gelijk. Maar we moeten ook de echte problemen onder ogen durven zien en ze niet ontkennen. De uitdagingen zijn zo al groot genoeg! We moeten dus meer werk maken van een inburgeringsbeleid dat werkelijk gelijke kansen kan bieden. Maar dat betekent dan ook maximaal vermijden dat bepaalde minderheden op grote schaal blijven huwen met partners op een leeftijd die veel lager ligt dan de gemiddelde leeftijd waarop autochtonen hun scholing afronden! Want zodoende, met een significant lagere scholing (gemiddeld gesproken!) zullen ze nooit gelijkwaardige kansen op arbeid kunnen beogen!

Rudi Dierick
Expert en lesgever in competentie- en diversiteitsbeheer, echtgenoot van een moslima en actief in de Vlaamse Beweging


Opiniestuk van Patrick Loobuyck in DS van 22/10/09
Huwelijksmigratie hou je niet tegen

Tot voor enkele jaren bestond maar weinig aandacht voor huwelijksmigratie. Men veronderstelde dat het om een beperkt en tijdelijk fenomeen zou gaan. De realiteit leert dat deze veronderstelling foutief was. In 2007 telde België 3.180 Turkse en 7.831 Marokkaanse nieuwkomers, de meesten komen in het kader van gezinsvorming. Huwelijksmigratie is hiermee één van de grootste toegangspoorten voor legale migratie. Het migratiehuwelijk blijkt dus geen snel uitdovend fenomeen te zijn.

Mislukte integratie?

Huwelijksmigratie wordt nu om verschillende redenen geproblematiseerd. Ten eerste zou het feit dat men geen partner vindt in het gastland een teken zijn van mislukte integratie. Die stelling moet genuanceerd worden. Ook ‘allochtonen' die hier geboren en getogen zijn, de taal spreken en gestudeerd hebben, trouwen veelal met iemand uit het land van herkomst. Dit weerlegt de gangbare these dat naarmate mensen langer en beter geïntegreerd zijn in de gastsamenleving, er meer kans is dat ze zullen huwen met iemand van die gastsamenleving. Ten tweede wordt het immigratiehuwelijk dikwijls in één adem genoemd met schijnhuwelijken en gedwongen huwelijken. Deze misbruiken moeten aangepakt worden (wat ook gebeurt), maar suggereren dat elk migratiehuwelijk hiertoe te herleiden is, is een brug te ver. Binnen de allochtone gemeenschap is de partnerkeuze vaak minder de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Ouders en familie kunnen een ‘arrangerende' rol spelen, maar dat neemt niet weg dat tegelijk steeds meer jongeren gebruik maken van hun autonomie om de partnerkeuze mee te sturen. Ten derde wordt huwelijksmigratie ook gecontesteerd omwille van het ‘integratieprobleem'. De huwelijksmigratie brengt mensen naar hier die onze samenleving niet kennen, de taal niet spreken en in een andere sociaal-culturele context zijn opgegroeid. Dit is problematisch voor de allochtone gemeenschap zelf die op die manier voortdurend de integratieklok terugdraait én voor de gastsamenleving die niet gebaat is met deze aanhoudende ‘integratieproblematiek'. Bovendien kost deze nooit eindigende integratieoefening onze samenleving handenvol geld.

Tegen deze achtergrond pleit Patrick Janssens (SP.A) voor het vastleggen van een minimale huwelijksleeftijd: het moet de druk op jongeren verminderen en het zou de kans verhogen dat de allochtonen huwen met iemand die onze taal, gebruiken, waarden en normen kent. Dit pleidooi gaat echter voorbij aan twee realiteiten. Ten eerste is er bij de hervorming van de vreemdelingenwet door toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open VLD) al een minimumleeftijd van 21 jaar vastgelegd indien Belgen of niet-EU-burgers met iemand willen huwen met een partner van buiten de EU. Deze minimumleeftijd geldt voor beide partners. In het interview in Samenleving en Politiek suggereert Janssens dat deze leeftijd kan worden opgetrokken tot 25 jaar. Ten tweede kan België geen huwelijksleeftijd opleggen als het gaat om Turken en Marokkanen. De associatieakkoorden die België met beide landen heeft afgesloten midden de jaren zestig gelden nog steeds en bepalen dat er geen voorwaarden aan huwelijksmigratie gesteld kunnen worden. Dit betekent dat ook de genoemde wetswijziging onder Dewael een vorm van window dressing is. Men geeft de indruk het probleem aan te pakken, maar men vergeet erbij te zeggen dat de leeftijdsvoorwaarde niet geldt voor die gemeenschappen (de Turkse en Marokkaanse) waarvoor men het vooral lijkt te doen.

Huwelijksmigratie volledig aan banden leggen is niet mogelijk én onwenselijk. Het is delicaat en moeilijk te legitimeren dat een overheid dwingend optreedt inzake partnerkeuze. Partnerkeuze behoort tot de privésfeer en is van groot persoonlijk belang. De vrijheid van mensen mag op die terreinen slechts uitzonderlijk beperkt worden. Gerichte sensibiliseringscampagnes over de mogelijke voor- en nadelen van het huwen met een partner uit het land van herkomst, zijn echter meer dan wenselijk. Het is opvallend dat dergelijke campagnes nog maar een paar jaar georganiseerd worden. Nieuwkomers kunnen natuurlijk ook verplicht of aangespoord worden om een functioneel onthaal- en inburgeringstraject te doorlopen (wat ook gebeurt), dit is geen kwestie van ongepast paternalisme en assimilatie maar van emancipatie en gelijke kansen.

Geen tijdelijk fenomeen

Bovendien moeten we aanvaarden dat nieuwkomers geen tijdelijk fenomeen zijn, maar een blijvend onderdeel zijn van onze samenleving — die een immigratiesamenleving is. We moeten op zoek naar een adequate manier om met deze realiteit om te gaan, naar redelijke middelen om misbruiken te vermijden en naar hefbomen om autonome partnerkeuze te stimuleren. Daarbovenop moeten we maximaal investeren in de participatie- en emancipatiekansen van de nieuwkomers. Dit zowel in het belang van de nieuwkomers, in het belang van de integratie van de allochtone gemeenschappen en in het belang van onze samenleving zelf.


Source URL: http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/579

Links:
[1] http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/562