Commentaar bij het artikel “Voor een hoofddoekenverbod in het secundair onderwijs", door Etienne Vermeersch
Deze studie wijdde een uitgebreide commentaar aan het al dan niet religieus karakter van de moslimkledij (hidjab, chador, khimar, niqab, burqa), enz., en het gebod deze kledij te moeten dragen, omdat de Koran het al dan niet oplegt. (religieuze reden).
Het al dan niet religieus karakter heeft, in casu, geen enkel belang.
De benaming “hoofddoekenverbod” is te beperkt en betekent dat alleen godsdienstige symbolen worden verboden in het openbaar onderwijs.. Het verbod geldt voor alle filosofische, politieke of godsdienstige opvattingen en is niet in het bijzonder gericht tegen de godsdienstige opvattingen. Er kan dus niet beweerd worden dat dit verbod enige discriminatie inhoudt, het heeft tot doel een “algemene neutraliteit” te waarborgen in de openbare gemeenschapsscholen.
De “kern” van de zaak is duidelijk:
Wil men in dit land nogal neutrale openbare besturen en neutrale openbare scholen of moeten religieuze voorschriften (in casu Koranwetten of shariakledij) primeren op de seculiere wetgeving? That is the question.
De moslimbewegingen willen een einde maken aan de neutraliteit en de laïciteit van alle openbare besturen in de Europese landen. Zij dulden de scheiding van “Godsdienst en Staat” niet. De islam wil zich overal opdringen en spreekt van discriminatie en islamofobie, als de seculiere wet niet wijkt voor de koranwet.
De islam heeft echter ook de steun van de twee andere monotheïstische godsdiensten om overal in Europa een einde te maken aan de laïciteit.
Het artikel van advocaat Fernand Keuleneer“Niet alles is een mensenrecht”, bewijst dat ieder zijn geloof wil opdringen aan anderen tot in de openbare diensten zonder zich te bekommeren over andere levensbeschouwingen. Hij eist het monopolie van de crucifix op in het openbaar onderwijs en weigert het Arrest van het Europees Hof.
Als de crucifix moet aanwezig zijn in openbare gebouwen en scholen, justitiepaleizen enz., zoals advocaat Fernand Keuleneer het wilt, dan kan men ook de “gesluierde profs” niet vermijden en in de klaslokalen de “Halve Maan” van de islam. Of heeft de katholieke kerk nog altijd het recht en het monopolie om de crucifix aan anderen op te leggen met behulp van de Staat? Op 2.3.2006 besliste het Oppergerechtshof van Canada dat een leerling zijn “kirpan (dolkmes)” mocht dragen op school. Het Hof achtte dat de kirpan (dolkmes) een religieus symbool is. Het was dus geen dolk meer, maar een symbool. Een Sikh leerling kan dus ook recht hebben op het veruiterlijken van zijn godsdienst, ook eisen dat zijn “kirpan” in de klas prijkt naast de crucifix en de Halve Maan van de moslims.? Een Joodse leraar kan zijn keppeltje dragen en eisen dat de Gouden Davidster en de menora aanwezig zijn in het klaslokaal naast de crucifix, de Halve Maan enz. De vrijmetselaars hebben dan toch ook het recht hun symbolen te zien prijken in de klaslokalen. (principe van gelijkheid inzake levensbeschouwelijke rechten). Het klaslokaal zal dan vol religieuze symbolen hangen. Er is maar één oplossing om de levensbeschouwing van iedereen te respecteren: de neutraliteit en de laïciteit van alle openbare besturen en scholen.
De neutraliteit in het gemeenschapsonderwijs is in de Grondwet geschreven.
De Belgische grondwet huldigt het principe van de “neutraliteit” en de “laïciteit” van het gemeenschapsonderwijs. De essentie, de grond van de zaak is de “neutraliteit, de laïciteit” in het gemeenschapsonderwijs, en deze moet niet wijken voor het godsdienstig fanatisme. Professor Etienne Vermeersch heeft dit niet voldoende duidelijk gemaakt.
De beperking van godsdienstvrijheid betreft alleen de “openbare" scholen. Zij tast op geen enkele wijze de “vrijheid van godsdienst” aan.
Deze “neutraliteit” is grondwettelijk gewaarborgd
“De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen. § 2. Zo een gemeenschap als inrichtende macht bevoegdheden wil opdragen aan een of meer autonome organen, kan dit slechts bij decreet, aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen. (art. 24 § 1 GW)
Een ieder heeft recht op vrijheid van godsdienst, maar deze vrijheid is niet onbeperkt. Het E.V.R.M, bepaalt dat de vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. (Art. 9.2 van het E.V.R.M)
Beperkingen toegelaten
Het is duidelijk dat het beginsel van de vrijheid van godsdienst kan beperkt worden, zoals bepaald in art. 9.2 van het E.V.R.M. Zowel aan Franstalige kant als aan Vlaamse kant, was er geen “algemeen verbod” geregeld, omdat de politici altijd weigerden op te treden en hun verantwoordelijkheid afwentelen op het schoolbestuur, in strijd met de wettelijke bepalingen.
De schoolreglementen in Vlaanderen, Wallonië of Brussel zijn in strijd met art. 9.2 van het E.V.R.M en in Vlaanderen met art. 33§1 van het bijzonder decreet van 14.7.1998. De beperkingen mogen alleen opgelegd worden door een wet of een decreet. In Vlaanderen heeft de minister zijn decreterende bevoegdheid overgedragen aan de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.
Het in de Grondwet vastgelegde principe van de neutraliteit van het gemeenschapsonderwijs, is in Vlaanderen door artikel 33§1.1 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs exclusief toegekend aan de “Raad voor het Gemeenschapsonderwijs”. Zowel aan Vlaamse kant als aan Franstalige kant, hebben onze politici altijd maar verkondigd dat de “schooldirectie” moest beslissen, dit alles om geen algemeen verbod te moeten opleggen. Artikel 33§1, van het bijzonder decreet verleent aan de Raad van het Gemeenschapsonderwijs de bevoegdheid om invulling te geven aan het grondwettelijk neutraliteitsbeginsel door het opstellen van de neutraliteitsverklaring en niet aan elke schooldirectie. (Rvst. 12e Kamer 2.7.2009)
Er kan geen neutraal onderwijs bestaan, als de leerkrachten, op in het oog vallende wijze, godsdienstige symbolen mogen dragen
De neutraliteitsverklaring, bedoeld in artikel 33, § 1, 1/, van het Gemeenschapsonderwijs bevat een onduidelijk proza en kan aanleiding geven tot allerlei interpretaties. De leerkrachten moeten zich volgens deze neutraliteitsverklaring zeker onthouden van elke vorm van indoctrinatie en/of proselitisme. Alle uitdrukkingen of overwegingen die voor andersdenkenden kwetsend kunnen overkomen, worden vermeden. Er moet ook eerbied zijn voor de rechten van de mens en voor de specifieke rechten van het kind. Dit staat in de verklaring.
In elk geval, schendt de gesluierde of de gehoofddoekte leerkracht, volgens mij zeker, het neutraliteitsbeginsel en kwetst de andersdenkenden of andersgelovigen, door het dragen van een “politiek-religieuze” kledij (islamuniform) die het symbool is van de onderdrukte moslimvouw en van haar “totalitaire godsdienst”. De onderdrukking van de moslimvrouw, de misogynie, is duidelijk te vinden in allerlei soera’s van de Koran. De islamitische sluier of de islamitische hoofddoek is de veruiterlijking van deze discriminerende soera’s voor de moslimvrouwen. Anders gezegd: het symbool van hun discriminatie, hun onderwerping. De moslimlerares kan haar godsdienst niet opleggen aan andersdenkende leerlingen, dat is ook het standpunt van het Europees hof (zie Kruisbeelden in Italiaanse openbare school)
Standpunt van het Hof van Beroep
Het Hof van Beroep van Bergen vernietigde (donderdag 11 maart '10) de beslissing van de Rechtbank van Eerste Aanleg onder voorwendsel dat de gesluierde leerkracht zich niet liet opmerken door indoctrinatie, proselitisme of uitspraken over haar godsdienst. Het hof beweerde ook dat het decreet van het Franstalig gemeenschapsonderwijs niet toepasselijk is op het gemeentelijk onderwijs. Waarschijnlijk weet het hof van Beroep niet veel af van «symbolen». Symbolen zijn op zichzelf betekenisdragers (conventionele betekenis) en de schariakledij is een symbool van geloofbelijdenis, de uitdrukking van een godsdienstige radicale overtuiging.
Deze moslimlerares moet niet spreken over haar godsdienst, de islamitische hoofddoek en sluier zijn uiterlijke kentekens (symbolen) van haar radicale godsdienstovertuigingen en deze zijn vanzelfsprekend:
1° overal bewijzen dat ze moslimvrouwen zijn,
2° bewijzen dat ze deel uitmaakt van de ouma,
3° de onderwerping aan de man,
4°de pudeur van de gesluierde moslimvrouw,
5° de onderwerping aan Allah, enz.
« Le voile est une tenue qui symbolise la pudeur, il témoigne de l'appartenanceà l'islam comme religion. La religion qui met en valeur la beauté intérieure de l'être.Ainsi, l'engagement de la femme musulmane doit se faire dans le but de participer à la construction de sa communauté, d'apporter des remèdes aux fléaux sociaux, aux maladies qui dévorent notre société de l'intérieur.(Bulletin 21 –femme-Centre islamique Genève 2002
Schending van de opvattingen van andersgelovigen en andersdenkenden
De neutraliteit van het openbaar onderwijs houdt onder meer in, de eerbieding van de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van iedereen, in een pluralistische maatschappij. Dat wil zeggen dat een moslimleerkracht de opvattingen van de andersgelovige en andersdenkende leerlingen moet eerbiedigen en haar eigen godsdienst niet mag opdringen aan anderen. Zij mag dus haar eigen “geloof” niet ten toon spreiden in de school. Zij maakt zich schuldig aan islamitische propaganda. Politieke, filosofische of godsdienstige symbolen moeten buiten de school blijven. De school dient om op te voeden, te studeren, kennis te verwerven, niet om aan de leerlingen te tonen tot welke godsdienst men behoort. Dat is wel proselitisme nastreven door jonge meisjes te beïnvloeden via haar shariakledij. De leerlingen bootsen dikwijls de leraar of lerares na en moslimmeisjes kunnen sterk beïnvloed worden door de shariakledij van de lerares. Een moslimvrouw die universitaire studies heeft gedaan, weet welk impact, welke invloed, een “prof” kan hebben op de leerlingen. Zij handelt bewust, men kennis van zaken en een bepaald godsdienstig doel.
Het is nog steeds bij veel gelovigen niet doorgedrongen dat zij hun “godsdienst” niet aan de anderen kunnen opdringen in een democratische en pluralistische maatschappij.
De kruisbeelden in een Italiaanse openbare school zijn daar een voorbeeld van. Waarom zouden alle leerlingen moeten les krijgen in een openbare school onder de crucifix? Waarom zou de katholieke godsdienst een monopolie mogen bezitten of kunnen behouden in openbare scholen? Waarom zou een moslimlerares door middel van haar “shariakledij” islampropaganda mogen doen in een openbare school? De crucifix en de shariakledij moeten buiten de school blijven. Andersdenkenden en andersgelovigen hebben ook rechten. Moeten zij zich onderwerpen aan een bepaalde godsdienst? Hebben katholieken in Italië alleen rechten en de anderen niet? Hebben de katholieken het monopolie van de godsdienstige symbolen in de openbare scholen? Het Europees Hof heeft deze kruisbeelden in openbare scholen in strijd geacht met het E.V.R.M en de grondwettelijke vrijheden van andersdenkenden. Dat betekent de erkenning en de eerbiediging van het pluralisme en de neutraliteit van de openbare scholen, de scheiding van godsdienst en staat. Godsdienstige symbolen van welke aard ook in openbare scholen, zijn ontoelaatbaar.
Wie de religieuze voorschriften voorrang geeft op de seculiere wetten ondermijnt zijn eigen vrijheid
Zij die ijveren om de “laïciteit” uit te roeien en om de religieuze voorschriften te doen primeren op de seculiere wetten, beseffen niet dat ze Europa in de anarchie storten en in onvermijdelijke geweldige godsdienstige conflicten. Hoe kan een land geregeerd worden met behulp van de Heilige Boeken? Ze zijn niet alleen gruwelijk en afschuwelijk, intolerant, zijn maar ze spreken ook elkaar volledig tegen. Dit leidt tot theocratische systemen en de afschaffing van de democratie. Wij allen hier in Europa hebben onze vrijheid te danken aan de “laïciteit”. Zij verzekert aan gelovigen en ongelovigen de gelijkheid en de vrijheid. Als morgen de islam aan de macht komt in Europa, dan is het gedaan met gelijke rechten voor al wie niet tot de islam behoort. De islam duldt geen concurrentie, geen laîciteit, (ook de andere godsdiensten niet). Dagelijks wordt dit bewezen in de islamitische republieken. Door de laïciteit te steunen, steunt men de democratie, de gelijkheid en vrijheid van iedereen. Wie dat niet aanvaardt brengt zijn “eigen” vrijheid in gevaar.